Blog

  • Hello world!

    Welcome to WordPress. This is your first post. Edit or delete it, then start writing!

  • Overleven achter de tralies: de zoektocht naar zingeving in detentie (2)

    In het voorgaande artikel werden er vijf aspecten van zingeving aangehaald, namelijk: hoop, sociale relaties, persoonlijke ontwikkeling, levensbeschouwing en transcendentie. Sommige van deze aspecten manifesteren zich ook daadwerkelijk in de praktijk, zoals het belang van sociale relaties en levensbeschouwing. Echter zijn er ook veel andere elementen belangrijk. Bovendien zijn er in detentie aanzienlijke hindernissen die zingeving bemoeilijken. In dit tweede artikel wil ik jullie laten kennismaken met de praktijk van zingeving in detentie.

    Dit onderzoek werd gevoerd in kader van een stageproject voor Dwaalzin. Het was hierbij niet de bedoeling om een academisch onderzoek te voeren. Wel komt de informatie in dit artikel uit interviews met 10 personen die ik samen met een andere stagiair heb gevoerd. Tijdens deze interviews peilden wij naar wat (ervarings)deskundigen vinden over zingeving in detentie en hoe zij dit invullen. Wij hebben onder andere interviews gevoerd met moreel consulenten, kunstdocenten in detentie, een professor criminologie, medewerkers van de Rode Antraciet en penitentiaire beambten. Wij hebben ook deelgenomen aan een activiteitenreeks georganiseerd rond de gevangenis. Tijdens deze workshopreeks hebben wij een gevangenis en een transitiehuis bezocht, gesprekken gevoerd met enkele gedetineerden en geluisterd naar een getuigenis over herstelbemiddeling. Het doel van deze artikels is om licht te werpen op dit onderwerp en plaats te maken om dit thema te bespreken en het taboe hierrond te doorbreken.

    Sociale relaties

    Net zoals de theorie vermeldt, blijken sociale relaties in de praktijk een belangrijke bron te zijn van zingeving in detentie.

    Veel gedetineerden praten tijdens gesprekken met moreel consulenten vaak over het teruggaan naar familie en kinderen. Dit is voor hen regelmatig een werkpunt en het doel van hun detentietijd. Hoewel er veel opties bestaan om sociale contacten te onderhouden, zoals bezoek, telefonisch contact, penitentiair verlof,… blijft dit moeilijk. Meestal komen de bezoekers de eerste paar weken regelmatig langs, maar na een tijdje vallen mensen weg. Wanneer je deze contactmogelijkheden wegneemt, hebben gedetineerden niets meer over.

    Een ander belangrijk aspect van sociale contacten is dat het de mogelijkheid geeft aan gedetineerden om een andere rol aan te nemen. Een belangrijke theorie in de criminologische wetenschappen is die van socioloog Goffman. Een persoon heeft in zijn leven normaal gezien meerdere rollen, zo kan die “zoon van”, “oom van”, “leerkracht”, maar ook “tennisspeler”, … zijn. Goffman meent dat mensen in detentie gereduceerd worden tot één rol, namelijk die van gedetineerde. Dit noemt hij the mortification of the self. Andere rollen die zij voor hun detentie hadden, raken ze kwijt. Om dit tegen te gaan, is het volgens een criminologieprofessor belangrijk om in te zetten op andere rollen. Gedetineerden zouden de kans moeten krijgen om hun rol als vader of moeder vaker op te nemen. In dezelfde lijn kan ook zorg dragen een belangrijk aspect zijn van zingeving in detentie. Zorg dragen kan bijvoorbeeld voor je kind wanneer je vader of moeder bent, of voor een huisdier. Gedetineerden zetten zo soms expres kruimels voor hun tralies zodat er duiven langskomen.

    Fysieke activiteit

    Tijdens een interview met een kunstdocent, die gedurende meer dan 30 jaar teken- en schilderlessen gaf aan geïnterneerden, werd ook het belang van fysieke activiteit aangekaart. Hij merkte doorheen de lessen op hoeveel nood de geïnterneerde personen hieraan hadden. Toen hij begon met dit vrijwilligerswerk waren er namelijk nog weinig sport- of cultuurinitiatieven in de gevangenis. Gedetineerden en geïnterneerden bleven toen vaak 23 uur op 24 op hun cel en mochten deze enkel verlaten voor een uurtje wandeling. Door de vraag van geïnterneerden om ook meer fysiek actief te zijn tijdens de lessen kwam hij op het idee om 10 meter lange doeken te beschilderen. Hierdoor konden zij zich ook fysiek uitleven. Een moreel consulent liet ons weten dat hij vroeger ook met gedetineerden ging sporten. Badminton spelen of voetballen bleek voor velen een aangename tijdsbesteding.

    Levensbeschouwing

    “Religie zit mee in de architectuur van de gevangenis” meende een moreel consulent. In de geschiedenis van ons Belgische gevangeniswezen zien we dat zingeving van meet af aan een plek kent achter de muren. In het begin voornamelijk in de vorm van religie en later in de vorm van levensbeschouwing in het algemeen. Ducpétiaux, de grondlegger van het Belgische gevangeniswezen, bouwde onze gevangenissen namelijk op basis van het Pennsylvania model. Dit model was vanuit de Verenigde Staten naar hier overgekomen en had als ankerpunten cellulaire afzondering en religie. Mensen verbleven alleen op hun cel en moesten via religie tot morele inkeer komen. Het was de taak van de pastoor om het morele kompas van de gedetineerden te verbeteren.

    Meerdere deskundigen merkten op dat veel personen zich verdiepen in een levensbeschouwing wanneer zij in detentie belanden. Religie en levensbeschouwing kunnen namelijk zin en houvast bieden om met deze omstandigheden om te gaan. Volgens een penitentiaire agent hebben de meeste echter geen religieuze motivatie, maar nemen zij deel om koekjes te krijgen of om uit hun cel te komen.

    Kunst

    Kunst wordt soms gezien als iets hoogdrempelig en elitair. Dit kan ervoor zorgen dat personen niet doorhebben dat zij doorheen hun dagdagelijks leven kunst beoefenen, bijvoorbeeld tekenen in de kantlijn van een notitieboek.

    In de gevangenis zijn er vooral toegankelijkere kunstvormen aanwezig, zoals films, rap, hiphop, tekenen, … Deze vormen van kunst worden door sommige personen beschouwd als “minderwaardige vormen” waardoor ze vaak over het hoofd worden gezien. Nochtans kent kunst ook in de gevangenis een belangrijk plaats.

    Een kunstdocent vertelde ons dat kunst meer kan zijn dan enkel een uitlaatklep. Het is ook een manier om je lichaam te bewegen of, belangrijker nog, om je terug mens te voelen. Hij zei dat hij soms tentoonstellingen organiseerde in de gevangenis waar andere gedetineerden of geïnterneerden naartoe mochten komen. Tijdens zo’n tentoonstellingen merkte hij de trots op van sommige personen over hun werk. Tijdens het interview vertelde hij dat de geïnterneerden zelden fier waren op hun verleden en zij het gevoel hadden in de steek te zijn gelaten. Schilderen en tekenen zorgde ervoor dat zij terug trots konden zijn op zichzelf en zich terug mens konden voelen. Dit is belangrijk in het kader van the mortification of the self van Goffman.

    Een penitentiaire beambte liet ons weten dat gedetineerden regelmatig aan haar vroegen of het mogelijk was om een band op te starten of aan muziek te doen. Ook dit zijn vormen van kunst en dit soort verzoeken tonen aan dat dit ook in detentie belangrijk is. Van deze verzoeken is in dit geval jammer genoeg niets gekomen.

    Structurele problemen

    Het is gemakkelijk om tal van aspecten van zingeving in detentie te benoemen, maar de realiteit is complexer. Zoals een penitentiaire beambte het verwoordde “het systeem is verrot, het systeem werkt niet, het systeem is fout”. Deze realiteit werd ons doorheen dit onderzoek steeds duidelijker.

    Er zijn initiatieven die zingeving willen introduceren in detentie, maar er zijn ook veel barrières die de toegang hiertoe bemoeilijken. Enkele voorbeelden hiervan zijn: het systematische personeelstekort, de overbevolking, taal, architectuur, gebrek aan informatie en allerlei praktische zaken zoals de wachtlijsten, de controles,…

    Tijdens een rondleiding in een gevangenis vertelde de gids dat tijdens een atelier een gedetineerde, die zich had ingeschreven, niet was komen opdagen. Dit vond hij vreemd, aangezien dezelfde gedetineerde de week ervoor erg enthousiast was en zelfs tekenspullen van het atelier mee naar zijn cel had genomen om verder te werken. De afspraak was dat hij deze spullen de week erop terug zou brengen. Zijn afwezigheid was dus onverwacht. Toen hij aan een penitentiaire beambte vroeg waar deze gedetineerde was, werd hem gezegd dat hij geweigerd had te komen. Na enig aandringen mocht hij gaan kijken in de cel om de spullen te recupereren. Toen hij de cel van de gedetineerde betrad, zag hij dat deze gewoon op zijn bed zat te wachten tot iemand hem kwam ophalen. De penitentiaire agenten hadden hem die ochtend niet opgehaald, waardoor hij niet naar het atelier had kunnen gaan. Doorheen ons onderzoek werd duidelijk dat dit soort gebeurtenissen niet zelden voorvallen en dus vaker voorkomen dan zou mogen.

    Een andere barrière zijn de controles. Wanneer gedetineerden naar een activiteit willen, moeten zij hiervoor tot soms driemaal door veiligheidschecks. Deze (overmatige) securitychecks kunnen ervoor zorgen dat gedetineerden gedemotiveerd raken. Het is namelijk een constante herinnering aan het feit dat je (zogezegd) een gevaarlijke persoon bent en bent beroofd van je vrijheid. Ook blijken veel mensen niet op de hoogte te zijn van de activiteiten zijn, of zijn deze activiteiten alleen toegankelijk voor personen die Nederlands spreken. Een kunstdocent vertelde dat hij noodzakelijkerwijs had moeten stoppen met zijn lessen omdat het lokaal waar hij lesgaf tijdens een rel in brand was gestoken. Dit lokaal is nooit hersteld geweest, en de lessen zijn nooit meer doorgegaan. Er zijn nog veel andere problemen die zingeving in de weg staan, enkele voorbeelden hiervan zijn de wachtlijsten, het personeelstekort, de stakingen, …

    Zingeving in detentie zou dan wel belangrijk zijn, maar de gevangenis en haar architectuur laten dit gewoonweg niet toe. Volgens een professor criminologie zouden kleinschaligere detentieprojecten al veel van deze drempels opheffen. Voorbeelden van zo’n kleinschalige projecten zijn de detentie- en transitiehuizen.

    Belang van zingeving (in detentie)

    Een moreel consulent definieerde zingeving als “een reden om ‘s ochtends uit je bed te stappen”. Iedereen heeft zingeving nodig, maar misschien net wat meer wanneer je in een moeilijke periode of omstandigheid zit, zoals in detentie.

    Zingeving kan ervoor zorgen dat de mens achter de daad terug zichtbaar wordt. Zo zei een moreel consulent: “als je iemand aanspreekt op zijn mens zijn, dan gaat die zich automatisch ook meer mens voelen”. Een medewerker van de Rode Antraciet vertelde ons dat veel gedetineerden binnenkomen in de gevangenis met een laag zelfbeeld. Doordat hen de mogelijkheid wordt gegeven om verantwoordelijkheid op te nemen en deel te nemen aan activiteiten, krijgen zij meer zelfvertrouwen. Dit had dan ook effect op hun gedrag en attitudes.

    Detentie is volgens een professor criminologie in het algemeen een saaie, afvlakkende omgeving waarbij er weinige mentale en fysieke stimulatie is. Zingeving helpt dan om te overleven. Ook kan het gedetineerden helpen om herstel aan te gaan of verantwoordelijkheid op te nemen. Sommige gedetineerden maakten tijdens de coronapandemie bijvoorbeeld mondmaskers. Dit was voor hen onder andere een manier om iets terug te geven aan de samenleving. Wetenschappelijke literatuur wijst ook op het feit dat verschillende aspecten van zingeving kunnen leiden tot desistance, oftewel het stoppen met crimineel gedrag (zie hiervoor het eerste artikel van deze serie).

    Het is dus belangrijk dat wij als samenleving blijven stilstaan bij dit onderwerp en manieren vinden om dit niet alleen toegankelijker te maken, maar ook te incorporeren in de basiswerking van ons penitentiair systeem. Mensen in detentie hebben nog steeds nood aan menselijke behoeftes waarvan onder andere zingeving en kunst deel uitmaken.

    Zin van detentie

    Hoe kan je over zingeving in detentie spreken, zonder het te hebben over de basis, namelijk de zin van detentie. Een penitentiaire agent vermeldde tijdens het interview dat hij bij veel gedetineerden niet inzag waarom zij überhaupt in de gevangenis zaten. Volgens hem zouden enkel de mensen moeten worden opgesloten die echt een gevaar vormen voor de maatschappij. Een probleem van dit soort stellingen is dat dit subjectief is. Wie door een bepaalde persoon als een echte “bedreiging” gezien wordt, is dat niet noodzakelijk voor een andere persoon. Dezelfde penitentiaire agent merkte op dat hij veel meer zin zag in straffen zoals de autonome werkstraf en dat er een strengere selectie moet zijn voordat mensen in de gevangenis belanden. Dit zou volgens hem ook het overbevolkingsprobleem gedeeltelijk oplossen.

    De zin van de gevangenisstraf wordt sinds haar ontstaan al in vraag gesteld. Hoe komt het dan dat we eeuwen later nog steeds naar deze straf neigen en deze beschouwen als de hoofdstraf? Vrijheidsberoving is namelijk een extreem zware straf (en ja, ook in humanere systemen zoals in Scandinavië blijven dit soort straffen uitdagend). Het is niet alleen intens, maar lijkt vaak ook contraproductief te zijn. Zo blijkt het recidivisme cijfer in België rond de 70% te liggen.

    Een opmerking van een professor criminologie luidde: “als je zodanig hard moet zoeken naar de zin achter de straf, dan zegt dat veel over de straf.”

    Conclusie

    Zingeving in detentie kent dus allerlei vormen, maar er zijn tot op de dag van vandaag nog tal van problemen die dit in de weg staan. Deze systematische en structurele drempels zorgen ervoor dat de basis van heel ons gevangeniswezen in vraag moet worden gesteld. Het is namelijk al eeuwen duidelijk dat de gevangenis haar doelstelling niet voldoende realiseert. Wordt het dan niet stilaan tijd om over te stappen naar een nieuw en efficiënter penitentiair systeem? Een systeem waarin zingeving, welzijn en rehabilitatie de fundamenten vormen?

    Je kan niet zomaar mensen opsluiten, de deur sluiten, er niets meedoen en verwachten dat ze er beter uitkomen.


    Cerise Demeyere loopt stage bij Dwaalzin

  • Taalproblemen of racisme: de barrières van leerlingen met migratieachtergrond

    We horen vaak van politici en ministers dat de kwaliteit van ons onderwijs achteruitgaat.   Als iets mis is, wordt er meestal gezocht naar een mogelijke oorzaak van het probleem. zondebok De van de zogenaamde leerachterstand is niemand minder dan de migrantenouder. De ouder die gebrekkig Nederlands spreekt, omdat ze geen wil hebben tot integratie. Zij steken een stok in het wiel van de toekomst van hun kinderen, omdat ze weigeren Nederlands te spreken met hen na de schooluren. Hoewel experts dit idee al meermaals ontkracht hebben, blijft het steken in het discours rond onderwijs en diversiteit.

    Stereotypen en lage verwachtingen

    De ideeën die verspreid worden door het discours van bepaalde politici en ministers zijn schadelijk op verschillende manieren voor de diverse maatschappij zoals we ze vandaag kennen. Ze bevestigen ten eerste bepaalde denkbeelden die heersen bij veel mensen in Vlaanderen, zoals het idee dat mensen met een andere etniciteit tekorten hebben die witte mensen niet hebben als het komt op onderwijs. Experts noemen dit deficit-denken. Zo gaat men bijvoorbeeld aanvaarden dat er meer jongeren met migratieachtergrond blijven zitten of naar “beneden” stromen in het watervalsysteem van de onderwijsvormen waarbij beroepsmatige richtingen zich onderaan de waterval bevinden. Jongeren met migrantenouders staan een stapje achter op witte jongeren, omdat ze verwacht worden lager te presteren door de context waarin ze opgegroeid zijn. Met deze context wordt er bedoeld: de normen en waarden, de cultuur, taal en religie waarmee ze opgevoed zijn. Daar zie je het al: de taal waarmee ze opgevoed zijn. Een andere uitleg voor de schadelijkheid van zulke stereotypes is verschil-theorie. Hierbij worden de verschillen tussen leerlingen met en zonder migratieachtergrond niet gezien als tekortkomingen, maar als gewoon verschillen. Ongelijkheid is dan eerder het gevolg van de sociale, culturele en communicatieve achtergrond die niet past bij het systeem van de scholen en leerkrachten.

    Verschil-denkers vinden het voorstellen van verschillen als gebreken problematisch, omdat het ervoor zorgt dat stereotypes ontstaan. Stereotypes en lagere verwachtingen die het gevolg zijn van deficit-denken werken voor veel leerlingen in een soort selffulfilling prophecy. Dit houdt in dat ze die op hen geprojecteerde lage verwachtingen gaan internaliseren en ernaar handelen. Ze zullen met andere woorden die verwachtingen inlossen. Hierdoor komen jongeren met een migratieachtergrond in een soort vicieuze cirkel terecht, waarbij ze heel moeilijk loskomen van de stereotypen die hen opgelegd worden. Leerkrachten spelen hier een heel belangrijke rol in voor gestigmatiseerde leerlingen. Wanneer leerkrachten lagere verwachtingen hebben van bepaalde leerlingen zullen ze al dan niet bewust hiernaar handelen, waardoor deze leerlingen benadeeld worden. Op die manier wordt hun plaats in de vicieuze cirkel versterkt.

    Waarom is dit een probleem?

    In het huidige onderwijssysteem is er een hiërarchische ordening van de onderwijsrichtingen die later doorgetrokken worden naar de maatschappij. De gepercipieerde hoogte van je opleiding heeft vandaag de dag impact op je sociale status en je zogenaamde succes. Algemene richtingen die leiden tot hogere diploma’s worden gezien als beter en prestigieuzer dan beroepsmatige richtingen. Leerlingen van etnische minderheidsgroepen worden overgerepresenteerd in beroepsmatige richtingen, wat dus tot gevolg heeft dat ze een lagere status krijgen qua onderwijsprestaties. Dit wordt versterkt door het watervalfenomeen, waarbij leerlingen een neerwaarts traject afleggen dat begint in een hogere richting en eindigt in een lagere. Het is zo dat dit watervalpatroon vooral te vinden is bij leerlingen met een migratieachtergrond. Het probleem hierbij is enerzijds de overrepresentatie van deze leerlingen en anderzijds dat dit de kans verhoogt op vroegtijdig schoolverlaten. De kans dat een jongere met migratieachtergrond zonder (secundair en hoger) diploma eindigt is dus groter dan voor etnisch Belgische jongeren. In een samenleving waar een diploma verschillende deuren opent, zoals naar de arbeidsmarkt alsook sociale status en mobiliteit, is het cruciaal dat bepaalde groepen een kleinere kans hebben om een te halen.

    Wat nu?

    Nu het duidelijk is dat er een structureel probleem is met het onderwijssysteem dat leerlingen met een migratieachtergrond benadeelt, moet er nagedacht worden over mogelijke oplossingen. Eigenlijk is het de taak van onze politici om dit op tafel te leggen. Als ze daadwerkelijk zo bekommerd zijn om het onderwijsniveau en de arbeidsmarkt, is het zeker belangrijk om hier iets aan te doen. Helaas, blijft het huidige politieke discours steken in stereotiepe ideeën.

    Gelukkig zijn er al een aantal organisaties die aan de slag gaan met gestigmatiseerde jongeren om hen bij te staan. In Brussel, is bijvoorbeeld TADA actief. In het kader van dit artikel heeft een bezoek plaatsgevonden aan de organisatie. Toekomst Atelier De L’Avenir is een vereniging zonder winstoogmerk, die zich inzet voor kinderen en tieners uit kwetsbare omgevingen. Zij proberen een netwerk aan te reiken dat verbinding voorziet tussen de burger en het bedrijfsleven om bij te dragen aan de ontplooiing en integratie van deze tieners en hun omgeving. Ze bieden verschillende vormen van buitenschoolse activiteiten aan waarbij ze de jonge mensen niet alleen ondersteunen bij het leren, maar ook rekening houden met hun welbevinden. Eén van hun ondersteuningen is de huiswerkplaats. Op deze plek kunnen tieners in rust en stilte hun schoolwerk maken indien ze dit thuis niet kunnen. Op die manier dragen zij hun steentje bij aan een inclusievere maatschappij waarin gelijke ontwikkelingskansen voor iedereen mogelijk zijn.

    Een ideale aanpak zou de ervaringsdeskundigen uit de sociale sector, alsook de experten uit de sociaalwetenschappelijke wereld betrekken in de politieke zoektocht naar een oplossing. Bovendien moet er een bottom-up dimensie zijn waarbij de leerlingen zelf aan het woord komen, wat kan via onderzoek dat hen een stem geeft en hun ervaringen in kaart brengt. Dat zou een einde kunnen brengen aan het huidige stigmatiserende discours.


    Anaïs Filiz liep stage bij Dwaalzin

  • Menselijke waardigheid in de seksindustrie

    Sekswerk blijft één van de meest controversiële en misbegrepen beroepen in onze samenleving. Tot op de dag van vandaag hangt er een stigma rond zowel dit beroep. Woorden zoals ‘hoer’ en ‘slet’ worden dan ook vaak in één zin bij sekswerk genoemd. Bovendien is het van essentieel belang om dit taboe te doorbreken en sekswerkers als gelijken te zien. Daarnaast is het uiterst belangrijk om hen te beschermen tegen de risico’s van hun beroep, wat ook met bijvoorbeeld bouwvakkers wordt gedaan.

    Sinds juni 2022 is sekswerk gedecriminaliseerd in België. Het concept van decriminalisatie is niet hetzelfde als legalisatie. Decriminalisatie houdt in dat sekswerk door de staat als een legaal beroep wordt gezien. Dit geeft sekswerkers de vrijheid om hun werk veilig uit te oefenen zonder angst voor repercussies van de wet. Voor 2022 konden alle derde partijen, verbonden aan sekswerkers, strafbaar worden gesteld. Het gaat dan over onder andere boekhouders, chauffeurs, uitbaters van bordelen, et cetera. Dit maakte het voor sekswerkers enorm moeilijk om hun beroep legaal uit te voeren. In tegenstelling tot legalisatie, waarbij sekswerk wordt gereguleerd door specifieke wetten en voorschriften, behoudt decriminalisatie de autonomie van sekswerkers en erkent het hun recht om te werken zonder onnodige overheidsinmenging. Dit beleid, legalisatie, geldt onder andere in ons buurland, Nederland.

    Het is belangrijk om te erkennen dat sekswerk een legitieme vorm van arbeid is. Ondanks dat mensenhandel en gedwongen sekswerk een realiteit zijn, blijft het in de meerderheid van de gevallen een eigen keuze om in de seksindustrie te gaan werken. Het beschermen van de arbeids- en mensenrechten van sekswerkers vereist een inclusieve benadering. Dit betekent luisteren naar de stemmen van sekswerkers zelf, en een beleid ontwikkelen dat gebaseerd is op hun behoeften en ervaringen. Het betekent ook het aanpakken van structurele ongelijkheden die bijdragen aan de kwetsbaarheid van sekswerkers, zoals armoede, racisme, genderongelijkheid en geweld. Om deze rechten te kunnen waarborgen is het van belang om een veilige toegang tot werkomstandigheden en sociale bescherming te kunnen bieden. Hier vallen ook arbeidsrechten zoals een minimumloon en ziekteverlof onder. Ook gepaste gezondheidszorg, zonder discriminatie, is een vereiste.

    Geweld ten aanzien van sekswerkers

    Sekswerkers worden maar al te vaak het slachtoffer van diverse vormen van geweld. Zo worden ze regelmatig slachtoffer van scheldpartijen, maar ook fysiek geweld door onder andere ontevreden klanten komt regelmatig voor. Zo blijkt dat 93% van de sekswerkers het afgelopen jaar minstens één keer verbaal geweld heeft meegemaakt. Vormen van fysiek geweld komt in 60% van de gevallen voor.

    Verder zijn sekswerkers maar al te vaak het doelwit van seriemoordenaars, denk hierbij aan het voorbeeld ‘Jack the Ripper’. Hij is ook wel gekend als de beruchte seriemoordenaar die in Londen maar liefst 5 sekswerkers had verminkt en vermoord in 1888. Maar ook in België worden zij regelmatig het slachtoffer van een gruwelijke moord. Zo werd er in Brussel al een straat vernoemd naar een vermoorde sekswerker: Eunice Nancy Osayandestraat. Eunice Osayande was een 23-jarige Nigeriaanse sekswerker die in 2018 door 17 messteken op straat werd vermoord door een 17-jarige persoon.

    Het aanpakken van geweld tegen sekswerkers is niet alleen een kwestie van arbeids- en mensenrechten, maar vormt dus ook een essentiële stap in het waarborgen van hun veiligheid en welzijn. Eén van de belangrijkste factoren die bijdragen aan geweld tegen sekswerkers, is het stigma en de discriminatie die hen omringen. Sekswerkers worden vaak gezien als minderwaardig of als doelwit voor misbruik vanwege de aard van hun werk. Daarnaast hebben sekswerkers vaak minder toegang tot bescherming, alsook tot diverse vormen van steun. Vanwege dit stigma zijn sekswerkers ook vaak terughoudender om geweld aan te geven bij de politie. Dit zorgt wederom voor een grotere maatschappelijke kwetsbaarheid. Het niet aangeven kan ook het gevolg zijn van de angst voor secundaire victimisatie; het opnieuw slachtoffer worden door de houding van derden. Deze secundaire victimisatie kan ook het gevolg zijn van dat stigma dat rond hun beroep hangt.

    Het stigma blijft bestaan

    Eén van de grootste uitdagingen waarmee sekswerkers worden geconfronteerd, zijn de vele vormen van discriminatie en stigma die rond hun beroep hangen. Deze vooroordelen hebben geleid tot beleidsmaatregelen die hun rechten beperken en hen kwetsbaarder maken voor misbruik en uitbuiting.

    Het stigma rond sekswerk, maar ook het gebruik van woorden zoals ‘hoer’ of ‘slet’, zitten diep verankerd in onze samenleving. Dit stigma wordt vaak gevormd door misvattingen, vooroordelen en stereotypen. Zo worden sekswerkers vaak afgeschilderd als immoreel, onzedelijk of slachtoffer van misbruik en uitbuiting.

    De decriminalisatie in juni 2022 vormt een belangrijke stap in het bestrijden van dit stigma. Echter is een bredere culturele verschuiving noodzakelijk. Hierbij zijn onder andere voorlichting en bewustwording een essentieel aspect. Niet alleen vereist het een actieve betrokkenheid van de beleidmakers, maar ook de gehele gemeenschap dient te werken aan een samenleving die sekswerkers respecteert en ondersteunt, in plaats van hen te veroordelen en te marginaliseren.

    Alleen door het stigma rond sekswerk aan te pakken en de rechten van sekswerkers te waarborgen, kunnen we streven naar een rechtvaardiger en inclusiever België waarin alle individuen kunnen leven en werken met waardigheid en respect.


    Leen Rombauts loopt stage bij huisvandeMens Brussel en Dwaalzin

  • Overleven achter de tralies: de zoektocht naar zingeving in detentie

    Uit onderzoek blijkt dat verblijven in detentie een impact kan hebben op verschillende levensdomeinen. Gedetineerden blijven bijna 24/7 op hun cel en worden geconfronteerd met allerlei uitdagingen. Zo komen zij terecht in een plaats waar zij verplicht worden over zichzelf en hun gedrag te reflecteren, samen te leven met vreemdelingen, afscheid te nemen van naasten, enzovoort. Te midden van al deze uitdagingen kan zingeving een cruciale rol spelen. Ook naar re-integratie toe en het voorkomen van recidive kan zingeving van belang zijn. Dit artikel bekijkt welke facetten belangrijk kunnen zijn bij de zoektocht naar zingeving.

    Detentie

    Detentie is een straf waarbij de overheid de vrijheid van een persoon beperkt als reactie op een door deze persoon gepleegd misdrijf. Er bestaan verschillende plaatsen waar detentie kan voorkomen, zoals de gevangenis, forensisch psychiatrische ziekenhuizen, detentiehuizen, enzovoort. De bekendste vorm van detentie is de gevangenis. Deze kent al een lange evolutie. De eerste soort gevangenissen, toen nog gekend als ‘tuchthuizen’, ontstonden in de 19e eeuw. Hierin werden personen verplicht aan het werk gezet. De arbeid had tot doel deze personen te verbeteren zodanig dat zij konden terugkeren naar de maatschappij. Op deze tuchthuizen kwam veel kritiek omdat ze oneerlijke concurrentie veroorzaakten ten opzichte van andere industrieën die geen gebruik konden maken van de gratis arbeidskrachten van gedetineerden.

    Bij de onafhankelijkheid van België in 1830 werd Ducpétiaux, een Belgische journalist, aangewezen als hervormer van het Belgische gevangeniswezen. Ducpétiaux baseerde zich hiervoor op het ‘Pennsylvania model’. Dit model ging uit van cellulaire afzondering en religie als tools om gedetineerden te verbeteren. Gedetineerden werden alleen op een (kleine) cel geplaatst en verbleven daar 23 op 24 uur, zonder contact te hebben met anderen. Het enige moment waarbij zij hun cel mochten verlaten was voor de mis en één uur per dag voor een wandeling. Om de cel te verlaten werden zij verplicht om een cagoule, een soort kap die hun gezicht bedekte, te dragen. De cagoule moest worden gedragen zodanig dat gedetineerden hun criminaliteit niet aan elkaar zouden overdragen. Al snel bleek dit systeem een enorme impact te hebben op het psychische welzijn van de gedetineerden. Toch duurt het tot na de Tweede Wereldoorlog vooraleer dit model wordt herdacht.

    Deze hervorming was het gevolg van verschillende gebeurtenissen. Ten eerste, belandden tijdens de Tweede Wereldoorlog veel welgestelde Belgen in de gevangenis. Toen zij werden vrijgelaten, pleitten velen onder hen voor een menselijker gevangeniswezen. Ten tweede ontstond na de Tweede Wereldoorlog een algemene mensenrechten beweging. Een deel van deze mensenrechten werden ook bedoeld voor gedetineerden. Een derde verklaring is het feit dat er een probleem van overbevolking ontstond in de gevangenissen. Dit kwam doordat na de Tweede Wereldoorlog veel collaborateurs in de gevangenis belandden. Hierdoor was het technisch onmogelijk om steeds maar één gedetineerde per cel te hebben. Door deze evoluties werden de eerste stappen gezet naar het gemeenschapsregime die we nu kennen.

    Zingeving

    Zingeving is het zoeken naar zin, betekenis en doel in het leven en het willen ervaren dat wat we doen ook daadwerkelijk waardevol is. Zingeving kan men uit allerlei zaken halen, zoals reizen, zelfontwikkeling of -ontplooiing, studies, werk, relaties met anderen, enzovoort. Het kan een sturende reden zijn waarom je iets wel of niet doet. Zingeving is zeer belangrijk en kan bijdragen aan een gezond en bevredigend leven. Een gebrek aan zingeving kan dan weer leiden tot psychische klachten zoals burn-out, negatief zelfbeeld, depressie, enzovoort. Het vrijzinnig humanisme stelt zingeving centraal en vult dit in met seculariteit, mensenrechten, en zelfbeschikking. Dit laatste wil zeggen dat men vrijwillig en vanuit zichzelf keuzes maakt. Hierbij wordt ook rekening gehouden met de personen die ons omringen en onze omgeving. Kort gezegd, geven we dus zin aan ons eigen leven, maar hebben we ook steeds aandacht voor anderen en de natuur.

    Zingeving in detentie

    Gedetineerden kunnen tijdens hun straf uit verschillende zaken zingeving halen, dit blijkt uit verschillende (wetenschappelijke) artikelen. In het volgende deel van dit artikel zullen we er een paar bespreken.

    • Hoop

    Hoop is het geloof dat een bepaalde gebeurtenis, die gewenst en gunstig is, zal plaatsvinden. Hoop in detentie lijkt een soort contradictio in terminis. Hoe kan je hoop verwezenlijken wanneer je bijna 24/7 opgesloten zit in een kleine cel? Ondanks de moeilijke situatie waarin zij zich bevinden, ervaren (sommige) gedetineerden toch nog hoop. Die wanhopige en uitzichtloze situatie kan net een grond vormen waarin hoop ervaren mogelijk wordt.

    Hoop bij gedetineerden heeft niet altijd een specifieke en vaste vorm, maar komt voornamelijk voort uit een zoektocht naar zingeving. Hun hoop lijkt ook grotendeels gelinkt te zijn aan het verbeteren van zichzelf. Dit kan op verschillende manieren. Enerzijds door te streven naar een betere versie van zichzelf in de toekomst. Anderzijds kan dit door terug te gaan naar een “vroegere” en “betere” vorm van zichzelf. Zowel te veel hoop als hopeloosheid, kunnen gevaarlijk zijn. Wanneer gedetineerden te veel hoop ervaren, kan dit leiden tot een copingmechanisme waarbij zij terugvallen op dagdromen en het ontvluchten van de realiteit. Anderzijds kan een gebrek aan hoop fatalisme veroorzaken. Fatalisme is het idee dat een persoon geen enkele invloed heeft op zijn lot. Hieruit komt voort dat iemands handelingen en gedrag geen invloed hebben op het verloop van hun leven, omdat alles al is vastgelegd. Wanneer een gedetineerde geen of weinig hoop ervaart, kan dit ook een risicofactor vormen voor recidive.

    • Sociale relaties

    Sociale relaties is het aangaan en onderhouden van relaties met andere personen, zoals vrienden, collega’s, familie, buren enzovoort. Relaties kunnen een heel belangrijke rol spelen bij het opbouwen van een toekomst en kunnen een belangrijke vorm van steun voorzien. Volgens Hirschi’s sociale bindingstheorie kunnen verschillende relaties ten aanzien van verscheidene personen een grote impact hebben op iemands criminele carrière. Volgens deze theorie hebben personen die een gebrek kennen aan sociale relaties, een grotere kans om crimineel gedrag te stellen. Dit komt volgens Hirschi doordat zij minder te verliezen hebben bij bijvoorbeeld sociale sancties of uitsluiting. Sociale relaties kunnen ook een belangrijke rol spelen bij de zingeving van deze personen. Zo zeggen veel gedetineerden dat zij, wanneer zij vrijkomen, meer zullen inzetten op relationele aspecten en relationele verantwoordelijkheid. Ook zien we bijvoorbeeld dat oudere gedetineerden minder zingeving ervaren. Dit kan deels worden verklaard door hun gevoel dat wat hen vroeger plezier en zin gaf, zoals hun relaties met vrienden of familie, verloren is.

    • Persoonlijke ontwikkeling

    Persoonlijke ontwikkeling is het bewuste proces van groei of ontwikkeling van een persoon, zodat deze hun volledig potentieel of mogelijkheden kan ontplooien. Hierdoor komt een groter bewustzijn van gevoelens en overtuigingen tot stand. Detentie kan een traumatische ervaring zijn voor veel gedetineerden. Door dit trauma maken sommige personen een persoonlijke ontwikkeling mee, dit noemt men “groeien door tegenslag” of “posttraumatische groei”.

    Een van de copingmechanismen van gedetineerden is om hun tijd in detentie als iets positiefs te zien. Zij doen dit door bijvoorbeeld betekenis of zin toe te kennen aan hun detentie. Door iets als positiefs te bekijken of te interpreteren, kan dit ook een invloed hebben op hoe een situatie werkelijk vorm krijgt. Zo zegt de Thomas-regel[4] dat wanneer men een situatie als echt definieert, deze in zijn gevolgen ook echt wordt. Wanneer iemand dus een situatie als positief definieert of interpreteert, wordt diezelfde situatie in haar gevolgen ook daadwerkelijk een positieve ervaring. Groei en verandering toekennen aan een traumatische ervaring kan leiden tot een andere manier van leven en maakt dus intrinsiek deel uit van het rehabilitatieproces. Sommige gedetineerden leren om te gaan met de negatieve aspecten van detentie door er een positieve betekenis of zin aan te plakken.

    • Religie, spiritualiteit of levensbeschouwing

    Religie is het geloof in een God of meerdere goden. Spiritualiteit is iets dat op het geestelijke is gericht. Een levensbeschouwing is een visie op het leven, waarin wordt gedefinieerd wat het leven betekent, hoe het zou moeten worden geleefd en welke waarden van belang zijn. Elke religie is een levensbeschouwing, maar niet elke levensbeschouwing is een religie, zie bijvoorbeeld het vrijzinnig humanisme.

    Sommige gedetineerden botsen tijdens hun detentie op een soort existentiële crisis of identiteitscrisis. Dit kan een gevolg zijn van wat criminologen “the shock of incarceration” noemen. Dit is een soort schok die mensen ervaren wanneer ze voor het eerst worden opgesloten. Om hiermee om te gaan kan religie een belangrijk steunpunt vormen. Geloof kan namelijk helpen om betekenis en zin toe te kennen aan hun detentie en om een nieuwe, positieve identiteit te vormen. Ook spiritualiteit kan een positief effect hebben op detentie en kan gunstig zijn in stressvolle situaties, aangezien het een richtsnoer, kracht en steun om te kunnen groeien, kan voorzien. Net zoals de bovengenoemde facetten van zingeving kan ook spiritualiteit de re-integratie faciliteren. Ook religie kan belangrijk zijn tijdens de overgang van binnen de gevangenis naar buiten, aangezien het een structuur en gemeenschap kan bieden.

    Een meerderheid van de gedetineerden doet tijdens de eerste fase van detentie beroep op hun recht hun godsdienstige of levensbeschouwelijke voorkeur uit te oefenen. Zij worden dus actief op vlak van levensbeschouwing en zingeving. Dit gebeurt ook bij mensen die hier voorheen nauwelijks of niet mee bezig waren.

    • Transcedentie

    Transcedentie is een filosofisch begrip voor het overstijgen van de mens. De kracht van transcendentie kan het creëren van betekenis en zin faciliteren omdat het gerelateerd is aan een grotere connectie met het universum en het ontwikkelen van betekenis van het leven. Guse en Hudson (2013) identificeren verschillende krachten van transcedentie, zoals dankbaarheid, hoop en spiritualiteit. Deze krachten kunnen door gedetineerden zowel van toepassing zijn tijdens hun detentie als erna.

    De impact van zingeving bij gedetineerden

    Sommige gedetineerden ervaren een soort existentiële crisis als gevolg van hun opsluiting of het door hen gepleegde misdrijf, waardoor zij op zoek gaan naar nieuwe betekenisverlening in het leven. Vanhooren et al. (2016) onderscheiden vier profielen met betrekking tot zingeving bij gedetineerden.

    Het eerste profiel wordt gekenmerkt door een hoge mate van betekenisverlening en zoekactiviteiten gericht op betekenis (‘high presence, high search’). Het tweede profiel vertoont ook een aanzienlijke zingeving, maar een minder uitgesproken zoektocht naar zingeving (‘high presence, low search’). In het derde profiel is er sprake van een lage mate van betekenisverlening, gecombineerd met een actieve zoektocht naar betekenisverlening (‘low presence, high search’). Ten slotte vertoont het vierde profiel zowel een beperkte betekenisverlening als zoekactiviteiten gericht op betekenis (‘low presence, low search’).

    De eerste twee profielen kennen over het algemeen een lagere mate van angst (‘distress’), tonen meer zorg voor anderen, hebben een hogere zelf-waarde en hanteren overal een positiever wereldbeeld in vergelijking met de laatste twee profielen.

    Een gebrek aan betekenis in het leven kan het risico op herhaling van strafbare feiten vergroten, terwijl een gevoel van zingeving kan bijdragen aan het stoppen van crimineel gedrag.

    Conclusie

    Detentie is een straf waarbij iemand van hun vrijheid wordt beroofd. Deze vrijheidsberoving kan bij sommige gedetineerden een existentiële crisis veroorzaken, waarbij zingeving een cruciale rol kan spelen. In dit artikel werden verschillende facetten van zingeving in detentie besproken.

    Een eerste dimensie van zingeving in detentie was hoop. Een gebrek aan hoop kan een risicofactor zijn voor recidive. Desondanks is overmatige hoop niet altijd wenselijk, aangezien dit als een copingmechanisme kan dienen om de werkelijkheid te ontlopen. Een ander aspect was het belang van sociale relaties, die voornamelijk belangrijk zijn voor het voorzien van ondersteuning. Een gebrek aan sociale relaties bij gedetineerden kan leiden tot voortzetting van crimineel gedrag. Ten derde, werd persoonlijke ontwikkeling besproken. Deze dimensie van zingeving stelt gedetineerden in staat hun tijd in detentie te zien als een opportuniteit om te groeien. Religie, spiritualiteit en levensbeschouwing vormden een vierde facet van zingeving in detentie. Zij kunnen een structuur en een gemeenschap bieden aan gedetineerden, wat een belangrijke rol kan spelen bij het re-integratieproces. Tenslotte werd transcedentie als aspect benoemd. De krachten van transendentie die Guse en Hudson (2014) identificeren, kunnen zowel tijdens als na detentie een belangrijke rol spelen.

    Gedetineerden die een hoge mate van zingeving ervaren, vertonen ook minder angst, hechten meer waarde aan het zorgen voor andere en hebben een positiever wereldbeeld. Bovendien zijn zij sneller geneigd om te stoppen met het plegen van delinquent gedrag. Dit benadrukt het belang om meer aandacht te besteden aan zingeving bij gedetineerden.

    • Van theorie naar praktijk

    Dit artikel markeert het startpunt van een serie over zingeving in detentie. In dit eerste deel onderzochten we hoe theoretici dit thema benaderen. Het tweede deel zal zich richten op de praktische invulling hiervan. Dit zal invulling krijgen door middel van interviews met deskundigen. Het uiteindelijke doel van dit project is de publicatie van twee artikelen, inclusief dit artikel, en de implementatie van een project rond dit thema. Dit project bestaat uit een filmavond en zal op maandag 6 mei doorgaan in Pilar BOX. Indien geïnteresseerd kan u, u inschrijven via de website van Dwaalzin.

    Krijg je niet genoeg van dit thema? Lees hier deel 2.


    Cerise Demeyere loopt stage bij Dwaalzin

  • La Parla, waar mensen elkaar motiveren zonder het te weten

    Bruzz bracht vorige maand een bezoek aan La Parla in Full Circle Brussels. Bij La Parla draag je een sticker met de talen die je spreekt of wilt oefenen. Free.brussels redactielid João plakte de sticker op en ging in gesprek.

    Als deelnemer van La Parla (in Full Circle Brussels) wil ik graag mijn inzichten delen over dit meertalig initiatief. Waarom? Het brengt nieuwe ideeën en vormen op in gesprek te gaan in de taal die je interesseert. Mensen brengen op tafel hoe ze andere mensen motiveren zonder het te weten. Daar blijven ze in contact met elkaar.

    Het legt goed uit wat Brussel vandaag de dag is als hoofdstad van Europa, een multiculturele stad. Maar helaas is dat niet zo evident als je een inwoner van Brussel bent. Daarom bestaat La Parla. Je wisselt een taal uit die je echt wil houden en meer leren.

    Mensen die deelnemen aan La Parla zeggen vaak dat de taal die tijdens een taalcursus wordt geleerd niet dezelfde is als wat je op straat hoort. Dat vormt zeker een grote onderbreking in het leerproces en het participeren in de samenleving. Daarom zoeken deelnemers zelf mechanismen om hiermee om te gaan, zoals bijvoorbeeld hier waar er een meertalige omgeving is. Ze willen meestal de taal levend houden en te oefenen, zodat ze deze vrij actief kunnen gebruiken in hun dagelijks leven. ‘La Parla’ geeft dit moment waarop bijna alles begrijpelijk is en er enthousiasme heerst. Dat komt doordat iedereen zijn eigen pad bewandelt terwijl ze van slokjes nemen vanuit een glas wijn of bier genieten. Je voel je actiever aan het gesprek maar ook een echt actieve luisteraar. Wat op school anders is omdat je een passieve leerling bent en daardoor voel je je minder gemotiveerd.

    Op de avond dat ik deelnam, sprak ik met Joris. Hij komt uit Roemenië en vertelde me dat hij zich zekerder wilt voelen in het Nederlands, maar helaas is dat niet altijd eenvoudig omdat hij thuis of op het werk geen Nederlands spreekt. Op de school van hun dochter wil hij echter wel goed begrijpen wat de leraren zeggen tegen hem, zodat hij zich kan integreren in de schoolsfeer of gemeentelijke maatschappij.

    Daarom neemt hij deel aan La Parla. Als deelnemer zie ik hoe zorgvuldig en aandachtig mensen zijn bij het uitwisselen van taal. Op basis van deze ervaring willen ze nieuwe perspectieven ontdekken.


    João Rodrigues is redactielid bij free.brussels

    “Ik ben grafisch en motion designer die werkt aan projecten die verband met visuele identiteit, grafische verhalen en gemeenschap. Ik kom van Madeira Island, in het midden van de Atlantische Oceaan – Portugal. Ik heb boek design en typografie gestudeerd in Duitsland, maar waar ik echt gelukkig van word, is het leren van talen en van daaruit nieuwe manieren van leven ontdekken. Het wonen in België heeft me gemotiveerd om te schrijven en grafisch ontwerp te gebruiken om uit te leggen hoe het voelt om een nieuwe taal te leren.”

  • Riva Panggih Purwoko (18) doet een Samenlevingsdienst: “Ik weet nu welke richting ik uit wil in mijn leven”

    Riva is 18 jaar en doet momenteel een Samenlevingsdienst bij Fabota: een naschoolse kinderwerking voor kinderen uit maatschappelijk kwetsbare gezinnen. Ze wou graag een tussenjaar nemen en hiervoor kon ze meteen terecht bij de Samenlevingsdienst. Via dat programma kunnen jongeren zich een half jaar lang vrijwillig inzetten voor een gastorganisatie naar keuze en krijgen ze zo de kans om zichzelf en de maatschappij te ontdekken.

    Riva zat tijdens haar middelbare studies op een steinerschool. Maar na dat traject werden het schoolwerk en de stress haar even te veel. Een tussenjaar bood zich aan als ideale oplossing en via een SID-in beurs kwam ze bij de Samenlevingsdienst terecht. De keuze voor Fabota als gastorganisatie was voor Riva snel gemaakt. Bezig zijn met kinderen en in dit geval kleuters is, naast volleyballen, een van haar grote passies. “Ook in mijn vrije tijd babysit ik. Kleuters zijn zo eerlijk en speels. Ze kunnen snel verwonderd zijn en dat vind ik fijn.”

    Wie Riva hier bezig ziet, merkt dat ze haar weg heeft gevonden. Met veel passie en overgave ontfermt ze zich hier elke dag over een groep van zo’n 30 kleuters die vaak veel energie vragen. “Ik vond het in het begin wat moeilijk om streng te zijn. Dat heb ik dus echt moeten leren. Kinderen zitten vol met energie en steken soms ook wat kattenkwaad uit. Duidelijke regels en limieten stellen is dan nodig. Ik heb ook geleerd om in teamverband te werken.”

    Ze vertelt ons dat het team waarin ze terechtkwam, meteen goed aanvoelde. “Dit is iets waar ik me goed bij voel: deze omgeving, deze mensen. Ik heb hier, zoals alle jongeren die een Samenlevingsdienst doen, ook een mentor. Het is goed om te weten dat ik bij haar met al mijn vragen terechtkan. Het idee dat ik er niet alleen voor sta, brengt me veel rust. Het is trouwens ook niet erg als ik eens een fout maak. Ik haal hier zoveel energie uit.”

    Die energie gaf haar ook zin om na dit traject verder te studeren, iets waar ze tot voor kort geen motivatie meer voor had. “Ik weet nu welke richting ik uit wil in mijn leven en een Samenlevingsdienst doen, heeft mijn interesseveld nog meer verbreed. Ik twijfel nog over welke studie ik het liefst zou volgen, maar alle opties hebben met kinderen en de sociale sector te maken.”

    Of ze het hier zal missen als ze straks haar studies aanvat? “Enorm! (lacht) Maar ik heb al afgesproken om in de zomervakantie terug te komen. Ik kan dit niet helemaal loslaten. Ik zou een Samenlevingsdienst zeker ook aan andere jongeren aanraden. Als je nog niet weet wat je precies wil doen of een actieve pauze nodig hebt om jezelf te ontdekken, is dit ideaal.”

    De Samenlevingsdienst geeft jongeren de kans om zich vrijwillig in te zetten in een gastorganisatie en het werkveld te leren kennen. Jongeren hebben hier ook de kans om vormingen te volgen. Nieuwe trajecten starten op in mei, september en november. Meer info? Check hun website.


    De Samenlevingsdienst is gastredacteur bij free.brussels

  • BruZelle haalt menstruatieverbodstekens neer

    Zwijgen is rood

    Ruwweg de helft van de bevolking weet wat het is, en toch is het niet ‘netjes’ om er echt over te praten. Toegegeven, we zwijgen vooral tegen mensen die zelf niet menstrueren, maar vallen onze lotgenoten ook liever niet te lang lastig. Het delen van onze ervaring wordt wel vaker bestempeld als klagen en dat snoert ons dan ook de mond. 

    Deze maandelijkse belevenis kost ons fysiek, mentaal en financieel heel wat. Volgens een menstruatiebevraging die Caritas Vlaanderen deed in 2019 heeft 12% van de Vlaamse meisjes tussen 12 en 25 soms geen geld voor hygiëneproducten en reiken deze cijfers tot 45% bij leerlingen die in materiële deprivatie leven. 

    Voor een klein pak maandverband van Always betaal je tegenwoordig €7,49 in de Kruidvat. Deze gaat doorgaans ongeveer één menstruatie mee. De lange maandverbanden van het huismerk Kruidvat kosten dan weer slechts €1,49 voor 10 stuks, en voor de katoenen versie betaal je €2,99. Dat wil zeggen dat je respectievelijk €4,47 en €8,97 betaalt om zeker genoeg te hebben voor één menstruatie. Echter werden menstruatieproducten tot in 2018 nog belast als luxeartikelen, in tegenstelling tot bijvoorbeeld condooms. 

    In 2005 werkte Maya Detiège (Vooruit) een eerste keer een wetsvoorstel uit om komaf te maken met de tampontaks. Daarvoor werkte ze samen met ZIJkant, een progressieve vrouwenbeweging, die flyers in de vorm van een bloedvlek op de zetels van de Kamer achterliet. Een hele hoop mensen moeten namelijk kiezen tussen hun maandelijkse hygiëne en hun andere basisnoden. Met andere woorden; je scheurt je broek eraan of je maakt ze vuil.  

    Dure noden

    Het voorgenoemde onderzoek meldt dat de helft van de Vlaamse leerlingen weleens een zakdoek gebruikt tijdens hun menstruatie en dat 65% van de leerlingen wiens familie over onvoldoende middelen beschikt wel vaker andere oplossingen zoekt. Behalve zakdoeken wordt er gebruik gemaakt van wc-papier of een dubbele onderbroek. Van die laatste groep mist 15% weleens school door gebrek aan menstruatieproducten1

    Je kan ook duurzaam menstrueren en veel meer betalen voor cups en wasbare verbanden (van bijvoorbeeld Ecofemme). Alleen is het nogal moeilijk om met de ‘volle’ versie van deze producten om te gaan in het openbaar. 18 tampons kosten ook tussen de 4 en de 5 euro. Daarvoor koop je in de meeste warenhuizen al redelijk wat ingrediënten voor een maaltijd. Zelfs als je voor je product hebt betaald, heb je nog geen pijnstillers of kersenpitkussen gekocht. Natuurlijk kan je je regels overslaan met de anticonceptiepil (die terugbetaald wordt tot je 25 jaar bent), maar deze komt met een lange lijst bijwerkingen. 

    Je moet nu eenmaal menstrueren, eten, jezelf kleden en je rekeningen betalen. Hoeveel we kunnen én moeten incasseren verschilt van persoon tot persoon. Zwijgen is dus best een logische conclusie als je moet gokken hoeveel jouw situatie overeenkomt met van die van anderen. Hulp vragen lijkt dan al helemaal onmogelijk. Het taboe rond armoede komt zo boven op het taboe rond menstruatie te liggen.   

    Steun vanuit Brussel

    In de Locquenghienstraat 19 werken de medewerkers van Veronica Martinez er elke dag aan om deze stilte te verbreken. Zij richtte BruZelle vzw op in 2016 en zocht in haar eigen onderzoek manieren om aan de maandelijkse hygiënenoden van mensen in precaire situaties respectvol tegemoet te komen. Vanaf het begin kreeg ze hierbij hulp van haar vriendinnen, die zich nog altijd als vrijwilligers engageren, en drie maanden na de oprichting maakte ze van BruZelle officieel een vzw. 

    Één van de doelen van de vzw is het opstarten van een nationaal gesprek rond menstruatie. Zo hoopt BruZelle het onderwerp te banaliseren en de bevolking ervan bewust te maken dat de beschikbaarheid van hygiënische producten niet vanzelfsprekend is voor iedereen.  

    Verder biedt BruZelle ook educatiepakketten aan in scholen en jeugdhuizen, verzamelen ze maandverband om te doneren aan individuen en hulporganisaties en – centra over heel België, en bieden ze workshops aan om je eigen herbruikbare maandverbanden te stikken. 

    Iedere dag kloppen buurtbewoners ook gewoon aan om een zakje met maandverband te ontvangen. Dit gebeurt zeker een zestal keer per dag, volgens educatiemedewerker Julie, maar de subsidiëring en het drukke schema van de educatiecampagne van de vzw laat niet toe dat er de hele dag iemand aanwezig is op kantoor.  

    “Daarom gebeurt het niet gauw dat mensen uit andere buurten langskomen, want dat kan teleurstellend uitdraaien,” vertelt Julie, die zowat elke dag op locatie is, om jongeren te sensibiliseren rond menstruatie.  

    Julie wordt regelmatig uitgenodigd door het bestuur van jeugdhuizen of de directie van scholen, maar de jeugd kan zelf ook contact opnemen met BruZelle om Regels van 3 te organiseren. De regels staan voor educatie, sensibilisatie en informatie. 

    Tijdens een creatieve, interactieve, situationele of educatieve module wordt altijd een collectedoos voor maandverband gemaakt die enkel dient voor de leerlingen en jeugdhuisbezoekers.  

    Op het einde van de creatieve workshop, waar tekeningen, collages, enzovoort worden gemaakt, kunnen de participanten er ook voor kiezen om hun werkjes te laten tentoonstellen op Wereldmenstruatiedag. Tijdens de sessies wordt de term ‘armoede’ niet gebruikt zodat iedereen zich gemakkelijker over het taboe rond menstruatie kan zetten, bijleren en maandverband aannemen. Julie geeft dan ook maandverband aan jongeren die nooit zullen menstrueren.  

    Vrijwilligers in actie

    Op woensdagavond ging ik zelf naar de wekelijkse workshop ‘Zakjes vullen,’ waar je na inschrijving via info@bruzelle.be om 18u welkom bent om honderden zakjes te voorzien van telkens 20 individueel verpakte maandverbanden. Deze worden vervolgens uitgedeeld over allerlei hulporganisaties in heel België.  

    De maandverbanden worden gedoneerd door Always, de overheid en individuen. Deze laatste komen uit de collectepunten van BruZelle, waarvan er zich meer dan 80 in Brussel bevinden. Ze zorgen ervoor dat BruZelle verschillende soorten maandverband kan voorzien, maar zijn na een eerste verdeling helaas al op. “De collectepunten zijn geen grote bron van donaties, maar wel goede reclame,” lacht Julie.  

    We verdelen de maandverbanden in stapeltjes van 10 en steken ze in zakjes die op de maandelijkse workshop ‘Zakjes naaien’ door vrijwilligers werden gestikt. Deze bestaan uit gedoneerde stoffen in uiteenlopende kleuren, texturen en prints en worden voorzien van een trekkoordje en een knop. Als het zakje gevuld is met een infobrochure, 19 gewone verbanden en 1 nachtverband, trekken we het koordje toe en stopt Julie de zakjes in – door vrijwilligers en medewerkers gedoneerde – bananendozen en schrijft ze de bestemming er in alcoholstift op. Zo vertrekt de lading naar plaatsen waar altijd een gesprek over armoede en trauma plaatsvindt. 

    Spreken is groen licht geven

    In een privésetting durven we wel spreken, en sommigen onder ons zijn gewoon opener dan anderen. Soms geven we elkaar tips om pijn te verlichten en acné te bestrijden, en die tips getuigen weleens van compleet onbegrip. Maar, we proberen wel. We geven tampons en maandverband bij nood af aan iemand die we niet kennen, of zelfs helemaal niet leuk vinden. We haasten ons dan ook naar onze voorraad als we een bericht vanuit de wc krijgen van iemand met een verrassing in de onderbroek. 

    Menstrueren is duur, pijnlijk, veranderlijk en kan daarbovenop gepaard gaan met acné tot lang na de puberteit. PMS brengt depressie en, in vele gevallen, zeer donkere gedachten met zich mee. Dat is een hoop gespreksstof, maar aangezien we met zovelen nu eenmaal menstrueren, hebben we alvast één ding gemeen. 

    De solidariteit is er al, dus begrip kan niet veraf zijn. Onze voorgangers staakten en kwamen op straat voor noden van kinderopvang tot het openen van een zichtrekening en het recht om een ambt te blijven bekleden eens je je trouwring uitdeed. Wij hoeven enkel te praten. Laten ons dus plaats innemen, en zo ruimte maken voor degenen die volgen en op dit eigenste moment worstelen. 

    Wist je dat je in de huizenvandeMens over heel Vlaanderen en Brussel menstruatieproducten kan doneren in een BruZelle box?


    Dzenita Ferizovic is redactielid bij free.brussels

  • Op uitkijk

    Afgelopen week hield de free.brussels redactie haar maandelijkse vergadering op het Saincteletteplein. Met een mix van anciens en nieuwelingen in het team wisselden we gedachten voor nieuwe stukken uit, tot we werden opgeschrikt door terreur. Dzenita deelt haar verhaal.

    Laat ik eerst en vooral verwittigen dat ik liever een satirische toon aanhoud en hier dus eigenlijk de woorden niet voor heb. Naar gewoonte wil ik oordelen, met een knipoog naar de verdachte, maar hier is geen humor.  

    Die dag was mijn grootste vrees dat ik me niet zou kunnen uitdrukken op de manier dat ik wenste, en die vrees kwam meteen uit. Tijdens mijn eerste ontmoeting met het team van free.brussels was ik onhandig ideeën aan het verkorten in de hoop niet te veel tijd en aandacht op te eisen. Die uitstraling van onwetendheid heb ik de hele avond aangehouden, en het hoogtepunt bereikte ik toen we getuigen werden. 

    Met zijn vieren stonden we te kijken naar een terreuraanslag en speelden er enkele taferelen gewoon verder af, alsof we niet in shock waren. De ene waarschuwde zijn volgers op Instagram, en leek zelfs met een smartphone-camera een pro. Hij nam liever actie, maar dan het soort actie waarbij de initiator een geweldig luistervermogen bleef hebben. Het soort persoon dat niemand tijdens een drama zou negeren. De volgende, een creatief meisje, met entertainende ideeën en een kalme aanwezigheid, wiens gevoel voor verantwoordelijkheid pijnlijk voelbaar reikte naar de overkant van de straat. Daar wonen haar vrienden die ze meteen waarschuwde over het nabije onheil. Onze coördinator, vol kennis van ballistiek, gedragspatronen, onderzoek enzovoort was nieuwgierig en verafschuwd, en stelde ons gerust met alle genoemde kwaliteiten. Maar ik, ik kon niet anders dan staren, alsof ik weer dat kleine meisje was wiens mama de avondklok had gemist en de hele nacht in de cel verbleef, terwijl ik uitzichtloos op haar wachtte. 

    Mijn moeder wil amper spreken over haar ervaringen tijdens de oorlog; eerst en vooral, zegt ze, is het niet te vergelijken met het lijden van de mensen in Srebrenica, Mostar en Sarajevo. Ze was inderdaad niet zo mager als onze landgenoten die in de concentratiekampen zaten, maar ik twijfel of ze de 45kg haalde. Mijn zus is snel overgegaan op flessenvoeding en was gelukkig een snelgroeiende baby, maar zo verdween dat eten weer uit mama’s mond. Lijden kan je nooit vergelijken: Syrië, Rwanda, Palestina, Iran, Jemen, Vietnam, Armenië, Irak, Zuid-Afrika, Congo, nazi-Duitsland, de Europese heksenjachten, … En het niet vergelijken geldt voor elke menselijke ervaring, maar dat klinkt als filosofie en filosofie is een luxehobby. Dat is niet mijn afkomst. Deze week spreekt mijn afkomst namelijk wel een beetje, over de keer dat ze naar de stad ging en er granaten vielen. 

    “Ik ging gewoon lopen maar ze leken overal in te slagen. Ik wist niet of ik in de juiste richting was aan het lopen. Lopen, lopen tot ik achter een gebouw kon gaan schuilen. Mijn hart bonsde de hele tijd. Ik wachtte tot het over was, maar ik wist niet of de pauze een val was voor de overlevenden.”  

    Toen we op maandag 16 oktober rond onze tafel vergaderden op het Saincteletteplein en de discussie ons voerde naar of wat we hoorden nu wel of niet geweerschoten waren, zagen we plots een groepje mensen wegrennen. Ik denk nog altijd aan de vrouw in de champagnekleurige jas die aan de overkant richting de brug liep. Rond dezelfde tijd dachten zowel de andere redactieleden als ik aan dat wapen. Het soort wapen waarbij je de trekker gewoon kan blijven overhalen. Het soort dat Amerikaanse jongens die slecht in hun vel zitten de laatste decennia zo vaak proberen te verkrijgen om wraak te nemen op hun schoolgenoten. Massamoord in een handomdraai. 

    Mijn kladversie van dit artikel ging over de gewenning aan geweld via media en eigen belevenissen, de behoefte aan controle en de impact op andere mensen. Het ging over hoe mensen hun eigen grenzen en die van anderen overschrijden tot ze het soort crimineel worden dat het publiek in shock laat. Maar tijdens het schrijven bleek dat ik – net als zij– een mamaskindje ben. 

    Wij keken toe terwijl hij verrassend traag van zijn misdaad wegliep, enkele keren in de lucht schoot, riep dat god groot was en vertrok. Ik vraag me af of hij heeft onderhandeld over het gebruik van de scooter, maar ik weet niet in hoeverre terreurorganisaties toegeven dat ze zoals een bedrijf functioneren. Dan nog, is er vaak maar één ding waar delinquenten met kinderen deals voor sluiten, maar dat is slechts speculatie. Het zou weleens kunnen dat het lijden van godsdienstgenoten, Koranverbrandingen en weinig toekomstperspectief genoeg waren om van hem een moordenaar te maken. Dat is voor veel jongens die hier geboren werden ook genoeg geweest om van hen kanonnenvoer te maken. 

    De hoofdstad van mijn thuisland was beklad met oorlogsgrafitti in de jaren negentig, en twee geschriften kwamen het vaakst voor. “Welcome to hell” werd gericht aan enkele journalisten die ons ondanks alles bezochten en “pazi snajper” was er om bezoekers en zelfs buurtbewoners te waarschuwen. Toch gingen de stoutste jongens sowieso buiten spelen, waar niet altijd, maar wel vaak volwassen mannen met geweren vanop daken op hen zaten te wachten. Zo konden ze de islam bij de wortel uittrekken en verhinderen dat er bijkwamen. Meisjes konden ze nog even gebruiken voor ook zij aan de beurt waren.  

    Mijn nieuwe kennissen hebben hun getuigenis afgelegd bij de politie. Dit was hun beslissing, en toont – vind ik – dezelfde liefde voor hun medemens als de beschermende rol die zij tijdens de aanval lieten zien. Zo heeft het ene meisje gebeld naar een vriend die verderop woonde, en moest ze tevreden zuchten toen hij in een totaal andere provincie bleek te zitten. Het andere meisje werd zelf onmogelijk snel opgebeld door haar vriend, die nog maar de straat moest in kijken om te zien dat er zich een ramp afspeelde vlakbij zijn lief. En dan was er nog eentje, die die avond naar huis ging, om troost te zoeken in de armen van zijn vriendin, die zelf nog maar recent een oorlogsgebied heeft achtergelaten. Wij keken die avond naar een slagveld, en mogen van geluk spreken dat we het vanop een veilige afstand zagen. En ook dat onze keuzes relatief gemakkelijk zijn, of dat dat tenminste vaak genoeg het geval is.  


    Dzenita Ferizovic is redactielid bij free.brussels

  • Een Bike Experience door Brussel

    Op tocht met Bike Experience Brussels, hoe verloopt dat precies?! Free.brussels nam in juni deel aan de after work fietstocht door Jette. Samen met Bike Experience beleef je de unieke kans om begeleid gevaarlijke punten in Brussel op een correcte en veilige manier door te fietsen. Bekijk onze ervaring hieronder!

    Dwaalzin is de vrijzinnig humanistische jongerencommunity van deMens.nu. Projecten worden voor en door jongeren van 18 tot 30 jaar georganiseerd, op participatieve wijze. Free.brussels is er daar één van.

    We interviewden schepen van mobiliteit van Jette, Nathalie De Swaef, over het belang van Bike Experience. Zij vertelde ons waarom zij het dergelijk initiatief zo belangrijk vindt.

    Wist je dat Bike Experience elke eerste woensdag van de maand een afterwork fietstocht organiseert, telkens in een andere gemeente van Brussel?

    Wist je dat de volgende twee afterworks doorgaan op 19 juli (@ Théâtre Marni) en 2 augustus (@ Circularium)? Inschrijven kan nog via deze link!


    Video: Katja Urnaut

    Interview: Fransje Wagemans