Blog

  • Schaken in de stad: hoe vrouwen strategisch bewegen in de Brusselse openbare ruimte

    Vrouwen in de Brusselse openbare ruimte, het is een merkwaardig fenomeen. Vrouwen bewegen zich namelijk niet op dezelfde manier als mannen in deze ruimte en zijn klaarblijkelijk meer bezig met waar, wanneer en hoe ze zich erin bewegen.

    Het is in Brussel al langer duidelijk dat de openbare ruimte is ingericht voor de noden en behoeften van de (able bodied) man. Daarom lanceerde schepen van stedenbouw en openbare ruimte Ans Persoons in 2022 de oproep “Gender en stedenbouw” met als doel meer gendergevoelige ruimte te creëren in Brussel. Iedereen moet hun plek krijgen in de stad. Het doel van deze projectoproep was het vinden van initiatieven die Brussel een impuls kunnen geven in de richting van een gendergevoelige aanpak van stadsontwikkeling. Verschillende groepen hebben namelijk uiteenlopende noden. Er zijn zes projecten uit voortgevloeid die deze projectoproep in de praktijk hebben omgezet. Toch blijft het onduidelijk wat er nu precies met de uitkomst van deze projecten zal gebeuren.

    We trokken naar aanleiding hiervan naar het Sint-Katelijneplein, park Schuitenkaai en het Simone de Beauvoirpark om te kijken hoe gendergevoelig deze plaatsen zijn en hoe vrouwen en iedereen die zich niet als man identificeert zich hier bewegen. Laat ons duidelijk zijn: geen enkel van de deelnemende projecten van de projectoproep zijn op deze locaties uitgewerkt. Toch vielen enkele zaken op. De aanwezigheid van vrouwen was er karig. Wanneer er wel vrouwen aanwezig waren, bleken deze zich op een strategische manier in het park te bewegen. Of laat ons zeggen, rond het park.

    We zagen dat vrouwen zich voornamelijk in groepen bevonden en zelden alleen. Wanneer ze toch alleen waren, viel het op dat ze zich aan de uiteinden van het park bevonden of zich druk bezig hielden met hun gsm. Zo gaf een vrouw aan dat ze vaak gestoord wordt in parken: “Veel mensen in parken vertonen problematisch gedrag, ze vallen je lastig”. Mede door deze ervaringen zijn vrouwen zich automatisch veel bewuster van hun omgeving en hoe ze zich erin gedragen. Mannen daarentegen blijken gewoon te kunnen zitten en zijn in het park, zonder de indruk te moeten geven dat ze druk bezig zijn, om te proberen voorkomen dat ze lastiggevallen worden.

    We spraken ook met een vrouw die aangaf zich in parken onveilig te voelen wanneer er niemand in de buurt is. Sociale controle was een wederkerend thema dat inspeelt op het veiligheidsgevoel. Vrouwen willen zich veilig voelen in parken, maar doen dit niet altijd. De vrouw in kwestie had haar plaats in het park zorgvuldig uitgekozen. Ze zat in een open ruimte aan het uiteinde van het park, langs een school en langs het Fontainasplein waar veel mensen wandelen. “Als ik hier zit, kan ik rond mij kijken en heb ik het gevoel minder snel lastig gevallen te worden”. Factoren die in dit veiligheidsgevoel meespelen? De aanwezigheid van mensen, de mate waarin je rondom je kan kijken, de aanwezigheid van omliggende scholen, winkels, café’s,de aanwezigheid van stadswachten….

    In het Simone de Beauvoirpark is er nagedacht  over de indeling van het park. Er zijn sportvelden, speeltuinen en bankjes. Toch hebben deze niet dezelfde indeling als andere parken in Brussel en is het een meer gendergevoelig park. Neem bijvoorbeeld de zitbanken. In de meeste parken zijn dit lange banken, vaak gericht naar het sportveld. In dit park zijn er ook eenpersoons stoeltjes die bijvoorbeeld in een kring geplaatst zijn en zijn de banken niet gericht naar het sportveld zoals op veel plaatsen wel het geval is. Toch was het sportveld drukbevolkt met (tiener)jongens en waren er geen meisjes of vrouwen te bespeuren. Laatstgenoemden zaten op de bankjes in het park. Er wordt vaak vanuit gegaan dat vrouwen en meisjes de behoefte hebben om in parken rustig te kunnen zitten. Al is gebleken uit een van de projecten van stedenbouw en gender, dat ook personen die zich niet identificeren als man behoefte hebben aan speelruimte en ruimte om avontuurlijk te zijn. Vaak wordt gedacht dat vrouwen of meisjes tevreden zijn met bankjes om op te zitten, maar het tegendeel is door onder andere Girls make the city, het project van ZIJkant en Wetopia bewezen.

    Openbare toiletten

    Ook openbare toiletten zijn een belangrijk aspect van de openbare ruimte. Brussel telt heel wat openbare toiletten. Toch zijn de niet-betalende toiletten, die ook toegankelijk zijn voor vrouwen, in de minderheid. Brussel investeert hier sinds kort wel in en plant jaarlijks 2 rolstoelvriendelijke openbare toiletten extra te plaatsen. Momenteel zijn er 4 aanwezig in de stad, waarvan wij er 2 bezochten. Het toilet aan het Fontainasplein (ingang Simone de Beauvoirpark) en het Putterijplein. De laatstgenoemde was buiten gebruik. Het toilet op het Fontainasplein was wel beschikbaar maar niet bepaald proper. Zo lag de behoefte van een vorige wc-gebruiker nog in het toilet.

    Tienermeisjes lieten ons weten de openbare toiletten in Brussel nooit te gebruiken en ook niet te willen gebruiken. “Ze zijn meestal vies”. Aan het Simone de Beauvoirpark troffen we enkele mensen aan die net gebruik hadden gemaakt van de wc. De man in de groep gaf aan dat deze “oké” was. Natuurlijk weten we niet op welke manier hij gebruik heeft gemaakt van het toilet. Wel gaven de vrouwen aan dat als de nood hoog is, en er geen andere optie is, ze de openbare toiletten wel gebruiken. Dit is een antwoord dat we van enkelen kregen. Als het niet dringend is, zullen velen geen gebruik maken van openbare toiletten in Brussel en is betalen om naar een proper toilet te gaan vaak nog de eerste keuze.

    Het schaakspel van de Brusselse openbare ruimte blijkt dus nog steeds eentje gedomineerd door mannen, waarbij vrouwen vaak schaakmat gezet worden.


    Selma Leurs loopt stage bij Dwaalzin en studeert de Master Gender en Diversiteit

  • Pride Parade in Brussel viert het recht om wereldwijd op te komen voor lgbtqia+ rechten

    Vandaag verzamelde een menigte van kleurrijke deelnemers, activisten en allies zich aan de Kunstberg van Brussel om de jaarlijkse Pride Parade te vieren. Dit jaar stond in het teken van het thema ‘Protect the Protest’, waarbij de nadruk werd gelegd op het belang van het recht om wereldwijd op te komen voor de rechten van mensen van alle seksuele voorkeuren en genderidentiteiten. Ook Free.Brussels was erbij dit jaar.

    Dwaalzin is de vrijzinnig humanistische jongerencommunity van deMens.nu. Projecten worden voor en door jongeren van 18 tot 30 jaar georganiseerd, op participatieve wijze. Free.brussels is er daar één van. Team Dwaalzin was ook aanwezig op de Pride, en legde deelnemers de volgende vraag voor: Als jij één vraag mocht stellen in het parlement, wat zou je vragen? Bekijk de antwoorden hier!

    ‘Je moet trots zijn als je queer bent, want de wereld zal proberen je naar beneden te halen.’ Het is maar één van de quotes die eerlijk weergeven wat een privilege het is om jezelf te mogen zijn. Het thema van dit jaar ‘Protect the Protest’ was dan ook zorgvuldig gekozen om de aandacht te vestigen op de voortdurende strijd voor lgbtqia+rechten over de hele wereld. 

    Free.Brussels wil ook de aandacht vestigen op de kracht van de parade om de samenleving te verenigen en te inspireren tot positieve verandering. Het is een viering van trots, vrijheid en gelijkheid die ons eraan herinnert dat we samen kunnen werken aan een wereld waarin iedereen zich geaccepteerd en gerespecteerd voelt, ongeacht wie ze liefhebben of hoe ze zich identificeren. Maar het is niet enkel een gelegenheid om te vieren hoe ver we zijn gekomen in de strijd voor gelijke rechten, het is ook een moment om stil te staan bij het werk dat nog moet worden verricht. De parade is een uitnodiging aan iedereen om zich bij de beweging aan te sluiten en een wereld te creëren waarin iedereen vrij kan zijn om zichzelf te zijn.

    Benieuwd naar meer quotes en weelderige outfits? Bekijk bovenstaande video.


    Katja Urnaut is stagiair journalistiek bij Dwaalzin.

  • Op bezoek bij CourJette: de zelfplukboerderij in het Laarbeekbos

    Met de Actiegroep Klimaat van Dwaalzin Brussel willen we duurzame Brusselse initiatieven in de kijker zetten die werken met lokale en seizoensgebonden producten. We gingen deze week op bezoek bij de zelfplukboerderij CourJette.

    Dwaalzin is de vrijzinnig humanistische jongerencommunity van deMens.nu. Projecten worden voor en door jongeren van 18 tot 30 jaar georganiseerd, op participatieve wijze. Free.brussels en de Actiegroep Klimaat zijn twee van onze projecten. Benieuwd naar de rest? Neem zeker eens een kijkje op onze website!

    CourJette is een van de vele organisaties van Atelier Groot Eiland. Groot Eiland is een organisatie, gevestigd in Molenbeek, die sociaal engagement combineert met duurzaamheid.  Ze hebben verschillende projecten verspreid doorheen heel Brussel. Van verschillende restaurants zoals BelMundo tot een duurzame broodjeszaak, BelO.

    Met CourJette hebben ze een project gecreëerd gebaseerd op duurzame landbouw. Iedereen kan zich inschrijven om lid te worden van de zelfplukboerderij door een jaarlijkse bijdrage te doen, zodat zij als organisatie een stabiele economische situatie hebben om op te bouwen. In ruil daarvoor kan men een heel jaar lang groenten, fruit en kruiden komen plukken in de tuinen in Jette. Momenteel zijn er zo’n 200 gezinnen die het hele jaar door kunnen genieten van de verse producten die daar te oogsten zijn. In totaal zijn er doorheen het hele jaar meer dan 60 verschillende soorten groenten en fruit en meer dan 100 verschillende variëteiten.

    Biodiversiteit is dan ook iets dat CourJette hoog in het vaandel draagt. Ze baseren zich bij CourJette namelijk op verschillende principes die gebonden zijn aan het concept van Community Supported Agriculture. Ecologie en duurzaamheid is daar eentje van. Alles wat ze aankopen is biologisch, ze gebruiken geen pesticides en zetten vooral in op biodiversiteit zodat de natuur zichzelf in evenwicht houdt en aan pesticides geen nood is. Ook gebruiken ze een rotatiesysteem waarbij ze verschillende soorten gewassen telkens van plaats veranderen zodat de bodem niet uitgeput geraakt en bepaalde bodemziektes niet de kans krijgen om de gewassen aan te tasten.

    Ook solidariteit en vertrouwen zijn belangrijke thema’s binnen de organisatie van CourJette. Iedereen is vrij om te plukken en ze vertrouwen erop dat iedereen oogst wat die nodig heeft en rekening houdt met de andere mensen van de gemeenschap. CourJette voorziet niet alleen heerlijk verse producten voor meer dan 200 gezinnen, maar zorgt ook voor heel wat vrijwillige tewerkstelling voor mensen die om bepaalde redenen verder van de arbeidsmarkt staan. Mensen met een migratieachtergrond, een burn-out, socio-psychische problemen… kunnen bij CourJette terecht om mee te helpen op de boerderij. Ze worden ondersteund op vlak van taal, werkattitude, persoonlijke groei… en stromen dan ook vaak door naar de arbeidsmarkt. CourJette is dus gebaseerd op een nauwe band tussen de boer en de gemeenschap waarbij beide kanten hun steentje bijdragen om aan lokale en biologische landbouw te kunnen doen. Het is niet alleen een ecologisch project, maar ook een sociaal project.


    Arwen Willems is vrijwilliger bij het Dwaalzinproject ‘Actiegroep Klimaat’

  • Verliefd op jazz en Brussel

    Free.brussels ging in gesprek met Hussein Rassim, een bescheiden muzikant met een uniek verhaal. We zagen recent zijn band ‘Jaqâmaz’ aan het werk in Crix Café in Sint-Gillis. Hun muziek zweeft tussen fusion jazz, Arabische mâqam (melodisch systeem uit de traditionele muziek van het Midden-Oosten) en mediterrane vibes. Het was een intiem concert in een huiselijke sfeer. Het lekker eten en de drank zullen er ook voor iets tussen zitten.

    Waar beginnen we? Wel, Hussein is geboren in Irak, maar woont nu al 8 jaar in Brussel. Hij draagt zijn roots mee in zijn muziek, dat hoor je en zie je ook aan zijn belangrijkste instrument, namelijk de oed. We gaan terug naar 2008, wanneer Hussein verhuisde naar Beiroet omdat hij Al Qaida wou ontvluchten tijdens de burgeroorlog in Diyala, zijn geboorteplaats. Op zijn 16e leerde hij er keyboard spelen en dat was meteen ook de eerste aanraking met een écht instrument. Na een jaar moest hij terug naar Irak, waar hij de enige muzikant in het dorp leerde kennen. Deze vriendschap inspireerde hem om de oedgitaar volledig onder de knie te willen krijgen. Niet alleen op technisch vlak, maar vooral de emotionele beleving van het instrument trad naar de voorgrond voor hem. Hij nam daarna een risicovolle beslissing om klassieke muziek te studeren in de grootstad. “Ga niet naar Bagdad want daar is het niet veilig”, zeiden zijn vrienden. Maar Hussein antwoordde hen: “dat valt wel mee, alleen wat bombardementen”. En zo volgden er uiteindelijk toch vele concerten met zijn toenmalige band Solo Bagdad gedurende zijn studententijd.

    Helaas werd de crisis in Irak onhoudbaar. In 2015 vluchtte Hussein naar Europa en deed meer dan 5000 km in enkel 12 dagen: “ik moest mensensmokkelaars betalen, ik sliep buiten in de kou, ik wandelde, vloog en nam de boot. Als vluchteling word je gedwongen om slim te zijn”. Al snel kwam België (en specifiek Brussel) in het vizier van Hussein door een gesprek met een Amerikaanse vriend, die zei “vergeet Finland, daar krijg je geen kans op erkenning als vluchteling”. Volgens diezelfde vriend zou het in Brussel beter moeten lukken, maar ook het leven als muzikant zou er veel te bieden hebben.

    “Die belofte werd waarheid”, vertelt Hussein ons, want hij kreeg de papieren en werd in Brussel verliefd op jazz: “ik had nog nooit jazzmuziek gehoord, in Irak kwam dit niet op tv of op de radio. Net zoals rock en pop trouwens”. Brussel werd het startpunt voor een nieuwe muzikale wending: “ik besefte dat jazz me nog meer leerde om te improviseren en open-minded zijn. Ik wou uit die klassieke omgeving breken.” Hussein raakte geïnspireerd door Belgisch saxofonist Manuel Hermia en leerde hier ook zijn huidige (Franse) vrouw Juliette kennen, nu steengoede celliste in zijn band. Als koppel spelen ze samen in hun folkband Nawaris en in Jaqâmaz. Deze laatste band, waar trouwens muzikanten met de meest uiteenlopende achtergronden in musiceren, was zopas ook artist in residence in Pianofabriek. Hun album zal binnenkort uitkomen.

    Hussein trad met zijn projecten al op in zalen als Muziekpubliek en Botanique: “voor covid speelden we veel in Brussel, nu mogen we ook optreden in Vlaanderen en Wallonië”. In Husseins jongste project ‘Wij’ gaat hij zelfs aan de slag om Vlaamse liedjes te transformeren naar Arabische en Afrikaanse muziek. Daarnaast geeft hij oedlessen op verschillende locaties. Eén goede tip van Hussein? Wees een moedige muzikant én mens.

    Wist je trouwens dat er een documentaire is gemaakt over de reis van Hussein naar Europa? Bekijk de teaser hieronder. Via deze weg kan je ook alle projecten van Hussein volgen of zijn muziek kopen.

    teaser Jâqamaz

    Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is lauren-w.-16.jpg

    Lauren Wouters is redacteur
    bij Free.Brussels

  • PermaFungi: kweken in de kelders van Tour&Taxis

    VIDEOREEKS – Hoe Draait Da!?

    Sinds 2014 is PermaFungi een groei-omgeving voor oesterzwammen en een duurzame werkplek voor jonge Brusselaars. Koffiegruis is hun basis om jaarlijks 1 ton verse oesterzwammen op te kweken. En koffie, dat is met hopen aanwezig in een grote stad als Brussel! De kelder van Tour&Taxis bleek de meest stabiele plek (i.f.v. de temperatuur en luchtvochtigheid) voor deze circulaire kwekerij, die meer dan alleen voeding produceert. Hieronder lees én zie je meer.

    Oesterzwammen worden gekweekt op basis van een substraat: een mengsel van koffiegruis, stro, water en graanbroed. Dat laatste is een soort wortelschimmel. Je kan je voorstellen dat we ons even in een filmscene van The Last Of Us waanden! Op het einde van de keten, na de oogst, blijft er ‘champost’ over. Een dankbaar mengsel dat kan dienen als biologische meststof en zovéél meer. Alles weten? Bekijk hieronder deel 3 over PermaFungi’s laatste innovatieve projecten.

    Na lange periodes van research mogen ze dit jaar het Belgisch paviljoen op de Architectuur Biënnale van Venetië bouwen met hun bio-afbreekbare isolatiepanelen. Zo wil PermaFungi antwoord bieden op de vraag in de bouwsector om beter te gaan isoleren. Dit kan dus wel degelijk op een circulaire manier. Hun champost zetten ze nu zelfs in voor hun project ‘LumiFungi’, om design-lampenkappen te bouwen. Trendy en bio-afbreekbaar, dat is de toekomst.

    En, what’s next? Ten eerste wil PermaFungi hun werkplek openstellen voor educatieve doelen: kinderen en volwassenen uitnodigen om bij te leren over hun aanpak. Check hun website voor meer info hierover. Daarnaast willen ze op grote schaal gaan produceren, om meer isolatiepanelen en ook hun bio-afbreekbaar verpakkingsmateriaal (i.p.v. piepschuim) de wereld in te sturen. Circulair ondernemen in Brussel zal in de toekomst niet meer weg te denken zijn.


    Lauren Wouters
    Reportage en Tekst


  • WHERE IS HENRY?

    Henry is opgegroeid in Brussel, net zoals zijn vrienden uit het dj collectief ‘Echte Ra’, maar hij is nu ook beheerder van een groeiende WhatsApp-community ‘Where is Henry?’. Zijn tips over het nachtleven in Brussel en the places to be voor het weekend, deelt hij wekelijks via een pdf in de chatgroep. Henry maakte bewust geen Facebook-pagina die het algoritme moet aanvechten, maar een kleine WhatsApp met vrienden en kennissen om hen gemakkelijk op de hoogte houden over leuke feestjes. Al snel begonnen vrienden van vrienden elkaar uit te nodigen en nu telt de groep meer dan 600 man, and counting

    “Het Brusselse nachtleven is groot voor een relatief kleine stad. In plaats van verspreid op feestlocaties te belanden met vrienden, is het leuk om een kleine community te creëren en meer onbekende feestjes te ontdekken”, volgens Henry. Deze omgevingen zorgen voor de juiste atmosfeer en een groepsgevoel waar je je veilig voelt. Als dj is het belangrijk om te connecteren met mensen: “als ik op het einde van de avond lachende gezichten zie en het publiek wil niet stoppen met dansen, dan geeft dat enorm veel energie”.

    Alle tips van Henry voor dit weekend:

    💃VENDREDI 21-04🕺🏾

    🚀SAMEDI 22-04 🚀

    DIMANCHE 23-04

    Henry is nog maar een jaar dj, maar volgens hem zorgt muziek mixen met zijn beste maten voor een goede omgeving om snel in te groeien. Brussel biedt enorm veel inspiratie en Henry volgt ook veel andere dj-collectieven op sociale media om uit hun video’s te leren. “Een tip voor jonge dj’s, is om niet altijd iets te willen heruitvinden, er is al zoveel moois gemaakt waar je je eigen ding mee kan doen en experimenteren”.

    Collectief Echte Ra (‘ra’ = een Brussels woord voor melancholie blijkbaar), kreeg hun eerste kansen tijdens de Speak Easy sessions in KFK Hope als artist in residence. Ze hebben hun momentum niet gemist, want na de pandemie was er grote nood om te connecteren met elkaar. Dit nemen ze mee in hun sound binnen house en techno, altijd met goede grooves en good vibes. Na wat huisfeestjes, spelen ze nu op uiteenlopende plaatsen in Brussel.

    Ontdek collectief Echte Ra op:

    • 22/04 @ Maison du Peuple 
    • 22/04 @ La Poissonerie
    • 28/04 @ café Flora
    • 06/05 @ KnoP
    • 18/05 @ ABŸ
    • 27/05 @ Bar du Marché
    • 02/06 @ L’impasse

    Thx Henry Baboy.

    Tekst & foto’s door Lauren Wouters


    Lauren Wouters is fotograaf en
    videomaker bij Free.Brussels

  • De Iftar tijdens de Ramadan: een avond van verbinding en het delen van voedsel

    Op donderdag 30 maart was ik te gast bij een Iftar, de maaltijd na zonsondergang tijdens de Ramadan. Als niet-moslims kennen we de Ramadan voornamelijk als een periode van vasten, waarbij men niet mag eten en drinken zolang de zon schijnt. De Ramadan is echter meer dan enkel vasten, het is een periode van samenhorigheid en verbinding. De Iftar maaltijd wordt niet enkel gedeeld met familie en vrienden maar ook met de gemeenschap. Het gemeenschapscentrum Nekkersdal organiseerde dan ook een gezamenlijke Iftar waarop zowel moslims als niet-moslims welkom waren. Voor mij was dit een leerrijke en sfeervolle ervaring.  

    In Brussel, met zijn omvangrijke moslimgemeenschap, is de Ramadan een druk gevierde periode. De stad begint hier dan ook meer en meer aandacht aan te besteden. Zo was laatst nog in de media dat veel cultuurhuizen nu een Ramadan vriendelijk aanbod bieden tijdens de vastenmaand. Daarnaast organiseren vele jeugd-, cultuur- en sociale verenigingen ook publieke Iftars, voor zowel moslims als niet-moslims. Zo dus ook het gemeenschapscentrum GC Nekkersdal. De maaltijd is volledig gratis, al is inschrijven wel verplicht. Zelf was ik al lang nieuwsgierig naar deze traditie dus toen een vriend vroeg of ik zin had om mee deel te nemen, aarzelde ik geen seconde. 

    Het hoeft niet altijd een publiek evenement te zijn zoals nu, maar de maaltijd is wel altijd bijzonder en hoort gedeeld te worden met anderen.

    Harira en dadels

    Rond acht uur zijn we welkom in het gemeenschapscentrum. Hoewel ik zelf niet vast en dus normaal heb gegeten die dag, heb ik alvast een lichte honger. Er staan al gerechten klaar wanneer we aan tafel gaan, maar Qutayba, een jongeman die ook voor het gemeenschapscentrum werkt, komt ons vertellen dat we eigenlijk nog niet mogen eten. Pas om kwart over acht, wanneer de zon definitief onder is, begint het gebed en mag er worden gegeten. Moeilijk want het eten dat op tafel staat ziet er alvast verrukkelijk uit. Harira, een pittige maaltijdsoep met linzen en kikkererwten, mag blijkbaar niet ontbreken aan de Iftar maaltijd. Daarnaast staat er ook een kommetje met dadels en een zoet gebakje. De dadel moet blijkbaar als eerste worden gegeten, om het vasten te verbreken. Deze regel komt rechtstreeks uit de Soenna, waarbij de profeet Mohammed elke ochtend dadels at en een glas melk om de honger te onderdrukken. Het is ook niet onlogisch gezien de dadel rijk is aan vezels en suikers en dus goed is om het lichaam een boost te geven. 

    Het gebed begint. Qutayba is diegene die het gebed inzet voor de hele zaal en wij beginnen met eten. Ondertussen worden er nog extra gerechten op tafel gezet, zoals Batbot (een soort Marokkaans platbrood), olijven, gevulde bladerdeegpasteitjes, een pikant groen sapje, kip en gebakken patatjes. De gerechten zijn voornamelijk Marokkaans maar er zitten ook een aantal Pakistaanse gerechten tussen. De vrouwen die het eten hebben gemaakt werken voor het gemeenschapscentrum of hebben als vrijwilliger meegeholpen. Ze hebben een hele dag gewerkt aan deze feestmaaltijd. 

    Het samen koken hoort bij de Ramadan en is een leuke sociale activiteit. De vrouwen babbelen en lachen samen en het koken leidt ook af van het vasten.

    Tijdens de maaltijd halen een paar vrouwen plots muziekinstrumenten tevoorschijn. Marokkaanse slaginstrumenten waaronder de adjun en de darboeka. Er wordt vrolijk getrommeld en gezongen. Op een bepaald moment schuiven ze ook een darboeka in mijn handen. Dat ik geen enkele trommel ervaring (of gevoel voor ritme) heb, hindert niet. ‘Speel maar en wij volgen wel!’ En zo maakte ook ik even deel uit van deze Maghrebijnse jamsessie

    Samen koken en afwassen

    Er wordt nog rondgegaan met dessert, fruit en koekjes en dan beginnen de meesten langzaam te vertrekken. Morgen is tenslotte een gewone werkdag en men kan het niet elke Iftar zo laat maken. Wij bieden aan om mee te helpen met de opkuis. Een kleine wederdienst voor de heerlijke maaltijd en tegelijk een kans om nog een praatje te maken met de vrijwilligers, zoals Sarah. Haar moeder werkt in het gemeenschapscentrum en samen hebben ze de hele dag geholpen met het voorbereiden van de maaltijd, maar dat doet Sarah met plezier. Het samen koken hoort bij de Ramadan en brengt mensen dichter bij elkaar. De vrouwen babbelen en lachen samen en het koken leidt ook af van het vasten. Ik vraag aan Sarah of elke Iftar zo feestelijk is als vanavond. ‘Het hoeft niet altijd een publiek evenement te zijn zoals nu,’ antwoordt ze, ‘maar de maaltijd is wel altijd bijzonder en hoort gedeeld te worden met anderen. De eerste week viert men de Iftar vaak gewoon met vrienden en familie maar daarna is het ook de bedoeling dat je gasten uitnodigt, waaronder ook niet-moslims. De Ramadan staat in teken van samenhorigheid en vrijgevigheid. ‘Moet je tijdens de Ramadan ook aan liefdadigheid doen?’ vraag ik. ‘Dat moet je als moslim eigenlijk het hele jaar door doen,’ antwoordt Sarah, ‘maar veel mensen doen dat wel voornamelijk tijdens de Ramadan’. 

    Ik vraag haar wat ze zelf het leukste vindt aan de Ramadan. ‘De sfeer,’ antwoordt ze onmiddellijk, ‘Het samen zijn met mensen alsook de muziek en het samen zingen.’ De zomer vindt ze gek genoeg de leukste periode om de Ramadan te houden, al is dat ook het zwaarste. ‘Dan zit men tot laat in de avond buiten. Ik heb mijn beste herinneringen aan de Ramadan toen die in de zomer viel.’.

    Weetjes over de Ramadan

    – Het is de negende maand van de Islamitische maandkalender.
    – De Ramadan vindt elk jaar vroeger plaats omdat deze maandkalender niet helemaal overeenstemt met onze jaarkalender.
    – De Ramadan is een periode van bezinning, discipline en zelfbeheersing, waarin extra aandacht wordt geschonken aan vrijgevigheid en samenhorigheid
    – Zieken, zwangere personen, personen die hun maandstonden hebben, kleine kinderen… worden vrijgesteld van het vasten. De gezondheid staat altijd op de eerste plaats.
    – Het vasten gebeurt vanaf fajr (ruim voor zonsopgang) en duurt tot maghrib (zonsondergang).
    – Moslims die in de poolgebieden verblijven, kunnen zich als ze willen baseren op de tijden in Mekka.


    Fransje Wagemans
    is redacteur bij Free.Brussels
  • LOCAL VOCAL: TONO

    VIDEOREEKS – LOCAL VOCAL

    De Post Malone van Brussel, beter bekend als Tono, is een 19-jarige singer-songwriter uit Overijse. Van jongs af aan hield Tono van muziek. Hij begon als rapper aan zijn carrière en doet nu een combinatie van rap en popmuziek. Het is een veelzijdige artiest. Zo hoor je hem bijvoorbeeld rappen in het Russisch in zijn liedje ‘Tarantula’. Wil je graag meer te weten komen over Tono? Bekijk dan hierboven het volledige interview!


    Yéline Lee is redacteur en
    videograaf bij Free.Brussels

    Laura Pisani
    is redacteur bij Free.Brussels

  • Wanneer mensen witte jassen dragen: over dooprituelen en elektrische schokken (opinie)

    Opinie

    Als ik het nieuws lees omtrent de aangaande rechtszaak rond Sanda Dia, moet ik automatisch denken aan de Milgram experimenten. Als u ooit een Inleiding tot de Psychologie hebt gekregen op school, of misschien hebt u er wel van gehoord tijdens de lessen Zedenleer of Godsdienst, dan kent u ongetwijfeld het experiment waarbij aan deelnemers werd gevraagd om elektrische schokken toe te dienen aan een andere deelnemer, bij het geven van een foutief antwoord. De andere proefpersoon, de zogenaamde ‘leerling’ was in feite een acteur. De echte deelnemer ofwel ‘de leraar’, werd verteld dat dit een experiment was om de invloed van straf op het leervermogen te testen. Bij elk fout antwoord moest ‘de leraar’ een schok toedienen aan ‘de leerling’, eerst van 45 volt en bij elk fout antwoord kwam er 15 volt bij. De acteur, die ‘de leraar’ kon horen vanuit de andere kamer, deed alsof hij een schok kreeg. Na 135 volt begon de acteur te schreeuwen van pijn. Vervolgens begon hij te bonzen op de muur die ‘de leerling’ scheidde van ‘de leraar’. Wanneer de deelnemer protesteerde of weigerde om nog schokken toe te dienen, antwoordde de aanwezige onderzoeker, een man in witte jas, dat het experiment niet kon worden stopgezet en dat de deelnemer geen keuze had. Na een schok van 300 volt stopte de acteur met schreeuwen en kwam er geen antwoord meer op de vragen. De deelnemer werd nog eenmaal gevraagd om een schok toe te dienen. 

    Bij de originele experimenten van Milgram diende 65 procent van de deelnemers de maximale schok toe. 

    Dit experiment, dat origineel werd uitgevoerd in 1963, leert ons een zeer ongemakkelijke waarheid. Dat wij allemaal kuddedieren zijn, beïnvloedbaar en zeer gevoelig aan gezag. Het verklaarde de vreselijke handelingen uitgevoerd door gewone mensen in Nazi-Duitsland, het verklaart oorlogsmisdaden van soldaten in eender welk leger, alsook talloze andere gruweldaden van volkeren doorheen de geschiedenis. Het verklaart ook, deels, het gedrag van de Reuzegommers tijdens de studentendoop die Sanda Dia het leven heeft gekost. 

    Het werd al eerder gezegd in de media. De dood van Sanda Dia was ‘an accident bound to happen’. Met de vernederende en vaak ook gevaarlijke opdrachten die schachten tijdens hun studentendoop moeten doorstaan, kon het niet anders dan dat dit ooit verkeerd zou lopen. Als het Sanda’s leven niet had gekost, was het sowieso een andere keer gebeurd. 

    Deze Reuzegommers, hoewel ze zeker de verantwoordelijkheid dragen van wat er is gebeurd, zijn ergens ook gewoon pechvogels want het had op elk moment mis kunnen gaan. Een ander jaar had een andere student het loodje kunnen leggen en dan hadden er misschien 13 andere studenten terecht gestaan. In een alternatieve realiteit had Sanda de doop kunnen overleven en was hij zelf schachtentemmer geweest op het moment dat een schacht overlijdt ten gevolge van dit ritueel. In een alternatieve realiteit had hij nu terecht kunnen staan met 12 medestudenten, in een alternatieve realiteit hadden u of ik daar kunnen staan.

    Want als ik eerlijk ben met mezelf… Ik zou zo graag willen geloven dat ik in Milgrams’ experiment resoluut ‘nee’ zou zeggen wanneer mij werd gevraagd nog een schok toe te dienen nadat ‘de leerling’ hoorbaar pijn toonde. Ik beschouw mezelf als een empathisch persoon. Maar ik ben ook beïnvloedbaar en gevoelig aan autoriteit. Dus ik kan, tot mijn schaamte, niet met zekerheid zeggen of ik zelf niet de maximale schok zou hebben toegediend als de onderzoeker er op had gehamerd ‘dat het noodzakelijk was voor dit experiment en dat er geen blijvend letsel zal worden veroorzaakt’.  

    En als ik in mijn eerste jaar universiteit vrienden had gehad, die zich allemaal hadden aangesloten bij een studentenvereniging waarbij de zware dooprituelen gekend waren maar zij mij hadden aangemoedigd om het toch maar te doen want ‘dat samen afzien, dat hoort nu eenmaal zo’, dan had ik dat misschien ook wel gedaan. Want ik ben niet graag een watje en ik ga graag uitdagingen aan, zeker wanneer vrienden het ook doen en het dus ‘oké’ is. En na het zelf beleven van zo’n ritueel, waarbij ik daarna ook de vruchten zou plukken door dat gevoel van behoren tot een groep, dan zou ik de jaren daarna ook misschien wel hebben deelgenomen als schachtentemmer. In een alternatieve realiteit had ik misschien wel deelgenomen aan een studentendoop die verkeerd zou uitdraaien. 

    Het zijn veel misschiens en in alle eerlijkheid, ik weet het niet. Maar ik weet wel dat ik als tiener en twintiger ook soms dingen heb gedaan onder groepsdruk, waarvan ik nu zou wensen dat ik anders had gehandeld. En velen van jullie hebben mogelijk hetzelfde gevoel. Velen zijn zelf ook  schachtentemmer geweest in een studentenvereniging en misschien hebben sommigen ook wel een herinnering van diens studententijd waarbij men denkt ‘hier had het toch wel serieus kunnen misgaan’. 

    Uiteraard is deze zaak een pak complexer, er zijn andere factoren die meespelen en deze ‘in een alternatieve realiteit’ stelling heeft geen plaats in een rechtszaak. Een vonnis en gepaste straf voor deze dertien Reuzegommers is nodig, enerzijds als gerechtigheid voor de familie en naasten van Sanda Dia, alsook om te voorkomen dat dit opnieuw gebeurt. 

    Toch, als complete buitenstaander in dit proces wens ik geen verder lijden toe aan de dertien beklaagden, toch niet als het enige doel is om hen te doen lijden. Misschien vanwege die Milgram experimenten omdat ze aantonen dat wij, als natuurlijke kuddedieren, allemaal gevoelig zijn voor sociale druk en allemaal het potentieel hebben voor sadisme wanneer dit door een situatie wordt getriggerd. En misschien kunnen we onze natuur niet veranderen maar we hebben als samenleving wel controle over de triggers die dit sadisme uitlokken. Bijvoorbeeld die doop rituelen (en ik zeg niet alle dooprituelen), waar vernedering en onderdrukking centraal staan, zogezegd omdat het een samenhorigheidsgevoel creëert. Neen, het gaat niet enkel daarover. Het gaat ook over een wij-zij gevoel, over macht en hiërarchie. Er zijn genoeg andere activiteiten die karakter bouwen en een samenhorigheidsgevoel creëren. Ga misschien eens een weekje samen op trektocht, om maar iets te zeggen. 


    Fransje Wagemans
    is redacteur bij Free.Brussels
    Lauren Wouters is redacteur
    en grafisch ontwerper bij
    Free.Brussels
  • Intimidatie, mannen en het voorrecht der keuze

    Trigger Warning: straatintimidatie, catcalling, grensoverschrijdend gedrag

    In 2022 stond november, de maand waarin de Nationale Vrouwendag op de 11e valt, niet toevallig op dezelfde dag als Wapenstilstand (nee hoor, 8 maart is de Internationale Vrouwendag), sterk in het kader van gender en geweld. Tijdens de eerste week nam ik deel aan het initiatief Walk in a Girl’s Shoes, een stadswandeling door het centrum van Brussel die de interacties tussen urban planning en gender aan het licht wil brengen, georganiseerd door Urban Foxes, Kind en Samenleving en Academy for Urban Action (AUA). De combinatie van de discussies op deze stadswandeling en het project Poésie Masculine, een simulatie van hoe het voelt om op straat te worden nagefloten door mannen, wierp licht op mijn inzicht op gendergerelateerd geweld. Vanuit een mannelijk perspectief deed het mij reflecteren over enkele lessen, die andere mannen moeten en hopelijk ook kunnen leren.

    Walk in a Girl’s Shoes

    Na een pakkende bevraging van de organisatoren aan alle wandelaars over veiligheidsgevoel ‘s nachts op het vertrekpunt Muntplein, nam de wandeling ons mee naar een aantal plekjes in het hart van Brussel. Onze eerste halte: het Simone de Beauvoirpark.

    Terwijl achter ons een spel voetbal onder jongens werd gespeeld, werd het grootste discussiepunt onder ons wandelaars: hoe gatekeeping – het ontzeggen van toegang tot een sociaal veld of activiteit, door mensen die wel al toegang hebben – in zogenoemde jongenssporten zoals voetbal te voorkomen onder kinderen; met antwoorden die varieerden van professionele bemiddelaars tot plakkaten die seksisme aankaarten. Dat deze discussie gevoerd moest worden in het park vernoemd naar één van de invloedrijkste feministische auteurs (waarvan de vrouwelijke medewandelaars zeiden dat ze er liever omheen wandelen tijdens het donker dan erdoor), gaf een pijnlijk gevoel van ironie.

    Eens de discussie afgerond was, liepen we verder, naar het Anneessensplein. Dit deden we via de Maagdenstraat, waar de stoep zo claustrofobisch nauw was dat je er niet met twee naast elkaar op kon wandelen zonder samengeperst te worden tegen ofwel een muur ofwel een geparkeerde auto. Op het Anneessensplein ging de discussie zo lang verder dat de wandeling werd stopgezet nog voor we de andere bestemmingen konden bereiken.

    Al bij al, ondanks het aangenaam gezelschap, liet Walk in a Girl’s Shoes me enigszins teleurgesteld na; ik hoopte over meer onderwerpen discussie te horen en bij te leren dan veiligheidsgevoel ‘s nachts. Als jij, als lezer, een man bent en al met vrouwen in gesprek bent gegaan over dit onderwerp, dan lijken zulke dingen vaak eenvoudig. De waarheid bleek dat ik simpelweg meer nodig had om die belangrijkste les in te zien.

    Meisjes kwamen buiten met tranen in hun ogen. Jongens vroegen gechoqueerd, “Is dit echt normaal voor jullie?”

    Twee weken later bezocht ik het interactief kunstproject Poésie Masculine. In het stadhuis van Sint-Gillis werd ik een donkere tunnel van gordijnen ingeleid, met aan beide kanten blanco canvas schermen. Op de schermen verschenen twee rijen mannenfiguren, elk met hun ogen naar mij toe. Elke man die ik voorbij wandelde bewoog met mij mee, van grijnzen en stiekem foto’s trekken naar openlijk staren met een hand op hun erectie.

    Na een paar minuten veranderde de projectie naar iets veel storenders: massa’s gesloten oogleden, die enkel met mijn passage opengetrokken werden. Of het gevoel van een lage bas in mijn buik uit een luidspreker kwam of uit mijn eigen verbeelding, zal ik nooit zeker weten. Eens de ogen eindelijk verdwenen, kwam er in de plaats een veld witte haren, waarin zich een gezicht vormde dat mij in de tunnel op en neer volgde; soms aan mijn linkerzijde, soms aan mijn rechterzijde, soms allebei, waardoor ik de hele tijd om me heen moest kijken. In een lage, opgegeilde stem zei het gezicht hoe opwindend mijn geur was en vroeg het waar ik naartoe ging. Toen het gezicht eindelijk verdween, was ik omringd door uitgestoken armen, die afwisselend mij naar hen toe riepen, of mij de de middelvinger te geven wanneer ik niet deed wat ze wouden.

    Het spreekwoordelijk licht aan het eind van de tunnel kwam er toen alle schermen verduisterd werden en een vrouwenstem in het Frans weerklonk. “Ik ben. Ik ben. Ik ben,”  zei ze, en werd vanaf daar luider en luider op het ritme van een akelig deuntje, terwijl verschillende gezichtsportretten van vrouwen over de hele tunnel rondflitsten). “Ik ben je moeder. Ik ben je zus. Ik ben je vriendin! Ik ben je kutje! Ik ben je trut! Ik ben je ma! Ik ben je zus! Ik ben je nicht! Ik ben je wijf!”

    Alles werd terug donker en de vrouwenstem kon enkel nog hijgen en één keer “Hou op” zeggen.

    Het gordijn opende aan de andere kant van de tunnel en ik kreeg de kans te praten met Gilles de Boncourt, één van de kunstenaars die het project samenstelden. Hij legde uit dat dit hun eerste keer echt op tour met het project was en dat het een groot succes schijnt te zijn in België, met veel interesse voor een bezoek bij de stad Gent (waarvoor stemacteurs volgens de Boncourt al klaar staan). Het project schijnt echter het sterkst te resoneren met scholieren. “Wanneer een grote groep jongeren binnenkomt,” aldus Gilles, “komen ze nooit hetzelfde buiten.”. Meisjes die vaak huilen, jongens die in shock vragen of echt elk meisje dit gevoel kent en daarop het antwoord ‘Ja’ kregen.”

    Not all men. Just enough.

    Het vergde een aantal dagen piekeren over deze ervaringen en later ook over het nieuws van de partner- en dubbele kindermoord in Waardamme, evenals de Club Q aanslag in Colorado, vooraleer de pertinente les kon doordringen die ik, als cishetero man, kon en moest inzien.

    Het was een les die feitelijk verborgen ligt onder de lijfspreuk van veel mannen die met zulke realiteiten worden geconfronteerd: “Ik ben niet zo en mijn vrienden ook niet.” Wat veel mannen die dit zeggen niet inzien is dat beter zijn niet louter de oplossing is, maar in dit geval juist een verdere complicatie aan het probleem onthult. We hebben een punt bereikt waarop geweld voor mannen – vooral geweld tegen vrouwen, inclusief schending van seksuele autonomie op straat – een pad is geworden dat men al dan niet kan kiezen te betreden, en de meeste mannen kiezen op de meeste dagen ervoor om van dat pad af te blijven. Voor de meeste vrouwen, echter, is geweld of de dreiging van geweld iets waarmee ze moeten leven op een alledaags niveau, en in tegenstelling tot mannen hebben vrouwen hierin zelden enige keuze.

    Wellicht simpeler samengevat: het is ons in de afgelopen eeuwen zeker gelukt mannelijk geweld ten opzichte van vrouwen te verminderen, maar zelfs als slechts één in duizenden mannen zich eraan schuldig maakt, dan nog treft het de levens van bijna alle vrouwen.

    Toen ik tot dit besef kwam, werd ik herinnerd aan de woorden van twee mensen. De eerste van hen was Margaret Atwood, aan wie het citaat “Men fear that women will laugh at them. Women fear that men will kill them,” wordt toegeschreven. De tweede persoon, een tijdgenoot van Atwood en in dit geval aanvullend op haar citaat, was stand-up comedian George Carlin, die mij in mijn jongere jaren voor het eerst deed opwarmen naar de ideeën van het feminisme toe toen hij schreef: “Not all men. Just enough. Just enough to fuck things up.”


    Tim Cools
    is redacteur bij Free.Brussels