Blog

  • Wat doet een straathoekwerker? “Dat begint met een goeiedag zeggen en curieus zijn.”

    Interview met Filip Keymeulen, straathoekwerker van beroep bij DIOGENES vzw en auteur van Alhambra.

    ‘Be curious, not judgemental’ Het zou de leuze kunnen zijn van een straathoekwerker, in hun manier van werken met straatbewoners en andere kwetsbare doelgroepen. Free.Brussels sprak met Filip Keymeulen, straathoekwerker bij DIOGENES vzw en auteur van de gepubliceerde roman Alhambra. Dat genoemd werd naar de gelijknamige Brusselse wijk en dat het ontroerende en soms pijnlijk realistische verhaal vertelt van enkele fictieve straatbewoners.

    Afbeelding met tekst

Automatisch gegenereerde beschrijving

    Dag Filip, zou je misschien eerst even kunnen verduidelijken wat een straathoekwerker zoal doet?

    “Wel, je hebt verschillende soorten straathoekwerkers. Je hebt er die gelinkt zijn aan buurtwerken of gericht op specifieke territoria. Wij doen dat niet. Groot-Brussel is ons territorium en wij richten ons vooral op straatbewoners of mensen die niet over een eigen privé ruimte beschikken. Er is door Feantsa een typologie opgesteld rond dakloosheid: de eerste typologie is voor diegenen die buiten slapen, de tweede is voor zij die in de nachtopvang slapen. Dan zijn er degenen die in een opvanghuis verblijven. Vervolgens zijn er mensen die in transitwoningen zitten of mensen die bij derden slapen. Tenslotte is er ook een typologie voor mensen die slachtoffer zijn van huiselijk geweld. Dit zijn evengoed mensen die wel een huis hebben maar zich daar niet thuis voelen. Ik vind het enorm belangrijk dat dat ook als een vorm van dakloosheid wordt gezien.

    Wij gaan een soort relatie aan met de mensen die we tegenkomen. We starten oppervlakkig en we zorgen in een later stadium voor meer diepgang, of we proberen dat tenminste. Dat begint met curieus te zijn en interesse te tonen in de mensen. Wij komen niet onmiddellijk met oplossingen. Wij richten ons niet uitzonderlijk op de maatschappelijke thema’s maar wij proberen de mensen in hun volledigheid te zien. Ik stel mezelf ook niet direct voor als straathoekwerker of maatschappelijk werker. Ik ben in de eerste plaats gewoon een passant die een praatje komt maken met die mensen. Pas in een latere fase gaan we kijken of we die persoon concreet kunnen helpen. Dat kan heel breed zijn. Bijvoorbeeld doorverwijzen naar een OCMW, naar gezondheidszorg, terug in contact brengen met familie, …”

    Wij komen niet onmiddellijk met oplossingen. Wij richten ons niet uitzonderlijk op de maatschappelijke thema’s maar wij proberen de mensen in hun volledigheid te zien.

    Hoe verlopen die eerste contacten?

    “Dat begint met een keer goeiedag zeggen, die persoon misschien een sigaret aanbieden of op een koffie trakteren, soms een andere keer terugkomen. Soms heeft dat wat tijd nodig. Het heeft bij mij, in het begin van mijn carrière ook enkele maanden geduurd om die contacten te leggen en de mensen wat te leren kennen. Ondertussen doe ik dit al zestien jaar en moet ik zorgen dat ik mijn week niet vol plan met afspraken maar dat ik tijd vrij hou om op straat te zijn. Om nieuwe mensen tegen te komen, maar ook mensen van vroeger die je opnieuw tegenkomt. Om op straat rond te hangen en te zien wat er aan het veranderen is. Niet alleen de mensen, maar ook de problematieken, zoals het druggebruik of het aantal asielzoekers zonder opvang. Beiden actueel.”

    Moeten jullie soms interveniëren of streng optreden?

    “Nee, zo werkt het niet, of toch zeker niet onmiddellijk. Het duurt een tijd voor je het recht opbouwt om iemand wat strenger aan te manen. In de eerste plaats oordelen wij niet. De dakloze blijft een volwaardige mens en zo gaan wij die ook behandelen. Iemand mag zich afkeren van de maatschappelijke instituten. Iemand mag van ons ook gebruiken en hervallen. Wij zetten ons naast de mensen. Wat wij vooral aanbieden is voorstellingsvermogen. Wij proberen hen te helpen om een mogelijk doel voor ogen te hebben en de nodige stappen te visualiseren. Dat vind ik zelf één van de meest boeiende aspecten van de job. Dat psychologisch spel dat we spelen. Nadien volgt het spel van de rechten.  Waar heeft de persoon recht op en hoe komen we tot dit recht.  Dat vergt kennis en knowhow waarover we als straathoekwerker moeten beschikken.”

    Ben je zelf psycholoog van opleiding?

    “Nee, ik ben maatschappelijk werker. Wij zitten met heel veel verschillende achtergronden in ons team. Wij hebben psychologen en maatschappelijk werkers maar ook iemand die fotograaf is van opleiding, een filosoof,… En we hebben ervaringsdeskundigen. Het is die diversiteit die ons rijker maakt. In principe hebben wij zelf geen concrete diensten. We beschikken niet over opvang, doen niet aan medische zorgen enzovoort. Daarvoor verwijzen wij door naar andere organisaties. En dat is eigenlijk goed, want door iemand door te verwijzen maak je voor die persoon weer een nieuwe link met de samenleving. Door bijvoorbeeld te zorgen dat iemand een huisdokter heeft, zorg je ervoor dat die persoon weer een beetje meer is ingeschreven in de samenleving.”

    Ik denk dat mensen dak- of thuisloosheid vaak iets zien als iets dat ver van hen staat. Iets dat hen nooit zou kunnen overkomen. Maar hoe komt iemand op straat terecht? Of hoe wordt iemand thuisloos?

    “Er zijn uiteraard wel een aantal factoren. Wanneer er een verslavingsproblematiek is bijvoorbeeld. Mensen die korter geschoold zijn maken ook meer kans, maar niemand is gegarandeerd veilig. De helft van de mensen die we als straathoekwerkers bij Diogenes begeleiden, hebben mentale problemen. Ik heb bijvoorbeeld een situatie gehad met twee jonge mensen wiens mama een psychose had gekregen en vermist was geraakt. Zij hadden daar al twee jaar geen contact meer mee gehad, toen bleek dat zij op straat leefde. Daarvoor was dat gewoon iemand zoals jij en ik, die op een bureau in de privé werkte. Zij hadden haar na twee jaar dus gevonden en mij opgebeld. Ik ben naar hen toegekomen en die vrouw zat daar op een bankje, vies en vuil, starend in de leegte, met haar twee kinderen huilend naast haar. Dat heeft mij heel hard geraakt.” 

    Er is niets zo ergs als bij mensen waarbij je geen verdere stappen kan zetten, dat die hulp dan stopt. Die mens verdient het evengoed om als mens te worden gezien en behandeld.

    “Wanneer het de familie is die ons contacteert, is dat voor mij een moeilijke want er is maar zoveel dat ik kan doen. Ja, ik kan eens goeiedag komen zeggen, zien hoe het met die mens gaat. Maar ik kan niet interveniëren. Dat gaat over een volwassen mens. Die persoon heeft het recht om daar te zijn. Die mag een psychose krijgen en op straat leven. Er is geen enkele wet die hem dat belet. Alleen wanneer die persoon een gevaar blijkt te zijn voor zichzelf en voor anderen kan men interveniëren en die bijvoorbeeld gedwongen laten opnemen. Voor familieleden is dat natuurlijk heel moeilijk om te moeten horen. Dus ja, ik ben regelmatig bij die mevrouw langsgekomen om te zien of ik iets kon doen. Een paar maanden later had zij slechts een nieuw paar schoenen nodig. Een anderhalf jaar later was die vrouw dan plots verdwenen. Bleek achteraf dat zij zich onder een andere naam bij Samusocial had ingeschreven. En van daaruit is zij naar een onthaaltehuis gegaan en heb ik ervoor gezorgd dat er een psychiater kon langskomen. Kan ik zeggen dat ik daar een rol heb gespeeld? Ik stel me die vraag. Maar ik heb wel mijn werk gedaan door contact met haar te blijven houden en linken te maken en naar de familie te luisteren.” 

    Wat ik zo mooi vind aan jouw boek, is dat het een gezicht en een persoonlijkheid plakt op mensen die vaak worden gereduceerd tot hun dakloosheid. Word je vaak verrast door de mensen die u ontmoet?

    “Langs alle kanten. Ik heb bijvoorbeeld een gast, die dakloos is geweest, die gedichten schrijft. Ik spreek met hem niet over die dakloosheid. Wij spreken over schrijven. Ik wil het niet altijd met hen over sociale problemen hebben. Wij spreken over het weer, wij spreken over voetbal, over de politiek. Wij spreken over van alles en zeker in het begin, zo weinig mogelijk concreet.  Dat opent geesten en je leert zo mensen beter kennen. Er zijn ook mensen voor wie je weinig concreets kan doen. Mensen zonder papieren bijvoorbeeld. Daar bestaat niet altijd een oplossing voor. Maar daarom is het juist zo belangrijk om met hen te werken. Er is niets zo erg als bij mensen waarbij je geen verdere stappen kan zetten, dat die hulp dan stopt. Die mensen verdienen het evengoed om als mens te worden gezien en behandeld.”

    Kan die uitzichtloosheid soms niet mentaal enorm hard wegen op jou of je collega’s?

    “Dat valt nog wel mee. Omdat je op individueel niveau altijd wel dingen vindt waarmee je verder kan. Maar het groter geheel frustreert mij wel enorm. Ik vind het heel erg om al die tentjes op de brug voor het Klein Kasteeltje te zien. Ik vind het heel erg om te zien wat er aan het gebeuren is met dat pand in de Paleizenstraat. Ik vind het heel erg dat het zo moeilijk is om aan een OCMW te geraken. Dat vind ik verschrikkelijk. Als ik soms uitgeput ben, dan komt dat daardoor. Ik vind dat onze maatschappij harder en harder aan het worden is en het wordt steeds moeilijker om daaruit te geraken.”

    Doet Brussel daar te weinig?

    “Ik denk dat de stad Brussel al kei veel doet. Kan Brussel meer doen? Wel, het is zeker niet gemakkelijk. Brussel zit met het meeste aantal daklozen in België en je zit ook met een moeilijk institutioneel kader. Brussel zelf heeft ook beperkte middelen, maar ik denk dat groot Brussel als gewest en België als land zeker meer kunnen doen. We moeten bijvoorbeeld veel meer toegankelijke woningen hebben.”

    Tijdens een lezing zei je dat het voorzien van een woning de eerste en meest belangrijke stap moet zijn om iemand te helpen?

    “Ja, er zijn natuurlijk wel dingen die je al eerder kan doen. Je moet uiteraard niet wachten met medische hulp of met het voorzien van een uitkering als dat stappen zijn die je eerder kan zetten. Maar toch zou de stad er voor moeten zorgen dat iedereen aan een woning kan geraken. Men spreekt van het recht op wonen. Dat is er dus niet hé. Je hebt wel het recht op een degelijke woning. Het moment dat je een woning hebt en er is iets mis met je woning, dan kan je je huisbaas aanklagen. Maar wie ga je aanklagen als je geen woning hebt? 

    Daarom heb je het Housing First project. Dat is bedoeld voor de meest kwetsbare daklozen. Mensen die al een lange tijd dakloos zijn én een verslavingsproblematiek hebben én een mentale problematiek. Wanneer ze die combinatie hebben, kunnen zij prioritair een woning krijgen. Maar ook die plaatsten zijn beperkt natuurlijk.”

    Mijn advies aan elke maatschappelijk werker of straathoekwerker om een burn-out te voorkomen: Aanvaard dat het waarschijnlijk altijd wel ergens mis zal gaan.

    Wat motiveert jou om dit werk te blijven doen?

    “Het ontmoeten van mensen en hen leren kennen. Om langzaam die laagjes er af te pellen en die levensverhalen te ontdekken. Ik vind het ook fijn dat we daar de tijd voor krijgen. Er wordt niets van ons geëist. En wij eisen op onze beurt ook niets van die mensen. Mensen hebben het recht om te hervallen. Dat is trouwens ook mijn advies aan elke maatschappelijk werker of straathoekwerker om een burn-out te voorkomen. Aanvaard dat het waarschijnlijk altijd wel ergens mis zal gaan.”

    En wat is je advies aan de gewone Brusselaars die toch wel dagelijks geconfronteerd worden met die dakloosheid?

    “Mijn advies is om de mensen zien. Weten dat ze er zijn. Ik denk dat heel veel gewone Brusselaars het nu al moeilijk hebben. Voor diegene die het al met minder moesten doen, gaat het dus nog veel moeilijker worden. Ik denk dat we ons er allen van bewust moeten zijn dat de samenleving veel harder is geworden.”

    Ambieer je trouwens om nog boeken te schrijven?

    “Zeker! Ik ben aan het schrijven. Maar ik heb nog veel werk. Maar dat mag ook hè, ik heb tijd.”

    Wat is DIOGENES?

    DIOGENES is een vzw die daklozen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest helpt door middel van straathoekwerk. De organisatie werd opgericht in 1995, niet toevallig nadat in 1993 de wet voor beteugeling van landloperij en bedelarij werd afgeschaft. In de eerste plaats werd er vanuit de maatschappij vooral geïnvesteerd in onthaalcentra. Toen die echter leeg bleven, is men meer aan straathoekwerk beginnen doen om contact te leggen met de daklozen en door te dringen tot hun leefwereld. Vanuit DIOGENES werden andere projecten opgestart zoals onder andere Ondersteuning bij Woonst, de aanwerving van een interculturele Roma bemiddelaarster, het collectief Straatdoden en het project Metro Verbindingen. Meer info vindt u op www.diogenes.brussels


    Fransje Wagemans
    is redacteur bij Free.Brussels
    Rosa van Triest
    is illustrator bij Free.Brussels
  • Droom BIG(H), droom circulair!

    VIDEOREEKS – Hoe Draait Da!?

    circulaire economie boomt!

    Steeds meer Brusselse bedrijven maken de overstap naar een meer duurzaam en milieuvriendelijk productieproces. Dat deed ook Brussels Aquaponic Farm, de eerste BIGH-stadsboerderij in Brussel. Dit bedrijf, gelegen op het dak van de Foodmet op de site van de Abattoir in Anderlecht, kweekt zowel vissen, groenten als planten. En dit allemaal zonder een druppel water te verspillen! 

    Benieuwd? Free.Brussels ging bij hen langs om te zien hoe dit allemaal in zijn werk gaat.

    BIGH staat voor ‘Building Integrated GreenHouses’ en is een aquaponics-kwekerij. Een aqua wat? De stadsboerderij combineert aqua- met hydrocultuur. Dat betekent in de praktijk dat men het water van de visvijver niet verloren laat gaan, maar gebruikt als irrigatie voor de groenten en planten die zij daar ook kweken. Op die manier verbruikt BIGH negentig procent minder water dan in de reguliere aquacultuur. Een zeer efficiënt systeem dus om water te besparen.

    Don’t be Square. Be circular!

    De cirkel is rond. Daar draait het om bij circulaire economie. Materialen en producten worden tijdens het productieproces zo veel mogelijk hergebruikt zodat afval tot een minimum kan beperkt worden. Dit economisch systeem biedt een antwoord op het groeiend tekort aan grondstoffen, maar is ook goed voor ons klimaat. De CO2-uitstoot kunnen we hiermee sterk de kop indrukken.

    Dat hebben ze ook in onze Europese hoofdstad begrepen. BIGH is helemaal niet de enige in Brussel die zich specialiseert in het produceren van voedsel zonder daarbij de omgeving te vervuilen of afval te moeten loodsen. Met de hulp van finance&invest.brussels kunnen heel wat lokale initiatieven zoals BIGH uitgroeien tot grote projecten.

    Aan Brusselse initiatieven geen gebrek. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zoekt samen met de Brusselaars mee naar een alternatief voor het weggooimodel waartegen de circulaire economie reageert. Zo lanceerde het in 2016 het Gewestelijk Programma voor Circulaire Economie (GPCE). Dit plan, ook wel “Be Circular” genoemd, telt 111 maatregelen en heeft drie belangrijke ambities: milieudoelstellingen omzetten in economische opportuniteiten, de economie in Brussel verankeren en bijdragen aan het creëren van werkgelegenheid. Dit is een programma waar ook hub.brussels (Brussels Agentschap voor de Ondersteuning van het Bedrijfsleven) actief aan bijdraagt.

    Bezoek BIGH

    Brussel ziet het dus ambitieus en dat doet BIGH ook. Het wil een duurzaam antwoord kunnen bieden op de vraag naar voedsel in het jaar 2050. De boerderij is voorlopig enkel gestationeerd in Brussel, maar wil graag ook haar fysieke grenzen verleggen en uitbreiden naar andere steden.

    Wil je meer weten over BIGH? Breng dan net als Free.Brussels een bezoek! Ook een aanrader om in het voorjaar te bezoeken, want dan staat alles mooi in bloei! De viskwekerij en het prachtige uitzicht over Brussel zijn trouwens inbegrepen wanneer je er een rondleiding boekt. Meer info vind je hier.

    Houd ons platform zeker in de gaten, want binnenkort komt ook de coöperatieve vereniging PermaFungi aan bod. Dit Brussels project dat koffiegruis hergebruikt als voedingsbodem voor oesterzwammen, kiest net als BIGH resoluut voor de circulaire economie.


    Reportage: Lauren Wouters

    Interview: Lara Peeraer

    Tekst: Charlotte Lippens

  • ‘We doen niet genoeg en we gaan te langzaam dus we moeten luid zijn!’

    Meer dan 30 000 klimaat betogers eisen meer dringende en concrete maatregelen ter bescherming van het klimaat.

    ‘Change the system, not the climate!’ – Een populaire slogan tijdens de klimaatbetoging op 22 oktober in Brussel. Deze werd georganiseerd in aanloop van de klimaatconferentie in Sharm-el-Sheik, Egypte.  Bij HuisvandeMens Brussel kon je voorafgaande aan de betoging langskomen voor een volledig vegan en zero waste brunch, om in de juiste stemming te komen, te discussiëren met gelijkgezinden en om gevoelens en gedachten neer te pennen op een kartonnen plakkaat. Free.Brussels ging horen bij een aantal participanten waarom zij deelnamen, hoe zij de toekomst zagen en wat zij graag zouden zien gebeuren.

    Eco-suïcidaal

    Al vroeg aanwezig op de brunch zijn Christina en Carine van het Tuiniersforum Des Jardiniers. Ze willen gerust even tijd maken voor een interview maar vragen me om nog even te wachten. Samen met enkele collega’s zijn ze nog even aan het vergaderen. “We moeten onze relatie met de natuur herstellen,” vertelt Christina kordaat, wanneer we ons na hun overleg even apart zetten voor het interview. ‘Ons samenlevingsmodel is structureel eco-suïcidaal. Ons huidig systeem van bomen kappen, betonneren en altijd maar verder inzetten op stadsontwikkeling en groei dat maakt onze natuur kapot. Want die stadsontwikkeling is altijd in beton. Het gaat nooit over natuurontwikkeling’.

     ‘Ook het verdwijnen van biodiversiteit is een enorm probleem,’ vult haar collega Carine aan, ‘het snelle verdwijnen van dieren- en insectensoorten. Ik las laatst nog het rapport van WWF dat om de twee jaar uitkomt waarin werd vermeld dat er een gemiddelde daling is van 69% in de populatie van wilde dieren op nog geen halve eeuw tijd,’ 

    ‘Mag er dan geen ontwikkeling meer zijn?’ vraag ik. Christina antwoordt: ‘We moeten het gewoon doen met wat we reeds hebben. Hoeveel beton is er al? Hoeveel leegstaande gebouwen? We moeten meer richting een circulair model en we moeten ook gewoon leren leven met minder ruimte’. 

    We moeten het gewoon doen met wat we reeds hebben. Hoeveel beton is er al? Hoeveel leegstaande gebouwen? We moeten meer richting een circulair model en we moeten ook gewoon leren leven met minder ruimte.

    Christina

    Een hoopvolle boodschap

    Dat we het met minder moeten doen, daar zijn ook Kato en Sofie het over eens. Twee jonge vrouwen die tevens aanwezig zijn op de brunch. Op het moment dat ik ze aanspreek zijn ze net bezig met de afwerking van hun plakkaat (lees: kunstwerk). De in het oog springende afbeelding van een smeltende ijsberg met daarnaast de slogan ‘Duty of Care’. Een verwijzing naar de documentaire van Nic Balthazar over de klimaatzaak die werd gespannen tegen Shell en die de week daarvoor nog werd afgespeeld in HuisvandeMens. 

    ‘Laatst woonde ik een lezing bij van Yuval Noah Harari (historicus en auteur van Homo Sapiens),’ vertelt Sofie. ‘Wat mij vooral was bijgebleven was dat hij vertelde dat iedereen zijn steentje bij moet dragen in de klimaatstrijd en moest inzetten op zijn of haar sterktes.’ Zelf is ze ingenieur en probeert ze zich op die manier in te zetten voor het klimaat. ‘Maar de belangrijkste rol ging naar de dichters en kunstenaars. Omdat zij bepalen hoe we als samenleving naar de dingen kijken. Dat is wat wij vandaag op deze mars ook een beetje proberen te doen. De attitudes van mensen veranderen.’ 

    ‘We moeten collectief inzien dat we het met minder moeten doen,’ vult Kato aan, ‘Dat we aan levenskwaliteit moeten gaan inboeten en dat dat ook niet zo erg hoeft te zijn.’. Als ik de vraag stel hoe zij de toekomst zien, antwoordt Kato: ‘de vraag hoe het hier zal uitzien voor volgende generaties houdt mij wel bezig. Dan vraag ik me ook soms af of ik wel kinderen op de wereld wil zetten, zonder te weten welk lot hen is toebedeeld’.

    Een ontroerde Sofie pikt daarop in: ‘In Engeland is er een politieke beslissing genomen om een bepaald erts uit de zeebodem te ontginnen door er kwik er over te gieten. Zo wordt dat erts uit de zeebodem geduwd en borrelt dat gas naar het zee oppervlak. Dan denk ik echt, waar zijn we mee bezig? Mensen beslissen dat gewoon. Kan alsjeblieft iemand op dat level iets doen want Kato mag toch wel een kindje op de wereld zetten.’ 

    ‘Toch ben ik hoopvol,’ zegt Kato. ‘En dat is geen naïviteit. Ik weiger gewoon om cynisch te zijn’.

    Duty of Care: verwijzing naar documentaire van Nic Balthazar

    Een strijd van alle generaties

    Dan is het op naar de klimaatmars. Met geverfde plakkaten en een volle maag trekt het gezelschap richting Rogier, waar een grote menigte reeds is verzameld. En nog komen er mensen aanlopen vanuit het Noordstation. Opvallend zijn de koplopers van de mars, die grotendeels bestaan uit vertegenwoordigers van inheemse volkeren uit onder andere Kenia en het Amazonewoud. Zij zijn de eerste slachtoffers van de klimaatcrisis. In Europa zijn het vooral de jongere generaties die echt bedreigd zijn door het snel veranderende klimaat. ‘You will die of old age, we will die of climate change’ is één van de meer confronterende plakkaten op de betoging. Maar laat dat absoluut niet zeggen dat de oudere generaties onverschillig zijn, verre van. Zo zijn Grootouders voor het Klimaat  een gevestigde aanwezigheid op de klimaatbetogingen. 

    Grooutouders voor het klimaat: een gevestigde waarde op iedere klimaatactie.

    Terwijl de klimaat betogers met een langzame maar vaste tred hun weg verder zetten naar het jubelpark, spreek ik Jos en Susan aan. Zij lopen beide mee met Grootouders voor het Klimaat. Dat de staat van de planeet hen zorgen baart, wordt bevestigd door het feit dat zij vandaag vanuit Gent met het openbaar vervoer naar hier zijn gekomen. 

    ‘Wij hebben al zes jaar geen auto meer. Dat zou het eerste zijn waar ik op zou inzetten,’ zegt Jos, ‘het gebruik van vliegtuigen en auto’s zwaar verminderen’. 

    Hotter than any date

    Brussel is een melting pot van culturen en nationaliteiten en ook op de klimaatmars is die diversiteit terug te vinden. Oude vrienden Magali (Duits-Frans) en Saad (Marokkaans maar wonende in Italië) lopen vandaag samen mee met de klimaat betogers. Op de vraag waarom ze vandaag meelopen, antwoordt Saad als eerste: ‘Ik heb niet veel macht en er is maar zoveel dat ik kan doen, vandaag mee wandelen is daar één van’. Magali knikt: ‘We doen niet voldoende en we gaan te traag. Dus moeten we luid zijn!’. Toch doen ze zelf best al wat. Saad is zeebioloog en is actief bezig met het behoud van fauna onder water, met name zeeschildpadden. Magali reist veel voor haar werk en probeert dit zoveel mogelijk met de trein te doen. ‘En ik probeer ook mijn douches te beperken tot maximum 4 minuten. Dat is waarom ik mijn haar heb geknipt,’ zegt ze lachend, ‘om tijd en water te besparen’. 

    De toegang tot water is wat hen beide zorgen baart. ‘We hebben het deze zomer gezien in onder andere Frankrijk en Duitsland. De rivieren stonden schrijnend droog,’ zegt Magali. ‘En anderzijds de stijging van de zeespiegel,’ vult Saad aan, ‘dat zal als gevolg hebben dat grote groepen mensen moeten verhuizen, met massa immigratie en burgeroorlogen als gevolg’. Ook al doen ze beide veel voor het klimaat, er is slechts zoveel dat je als individu kan doen. De overheid moet deze goede acties van burgers faciliteren, vinden ze. 

    Er hoeft niet zo nodig een link te zijn tussen groei en extractie. We kunnen overgaan naar een welzijnseconomie.

    Paul
    Op Magali’s plakkaat is te lezen: ’the planet is hotter than any date’

    Volgens Paul, een klimaat betoger uit het VK, is verandering mogelijk. ‘Er hoeft niet zo nodig een link te zijn tussen groei en extractie. We kunnen overgaan naar een welzijnseconomie. Welzijn is net zo goed een teken van economisch succes als de hoeveelheid financiële rijkdom dat een land weet te vergaren. Ik denk dat veel mensen ook achter dit idee staan’. 

    Spelen in het park

    De triomfboog van het Jubelpark komt langzaamaan in zicht maar dat hoeft nog niet het einde te betekenen. Het zonnetje, alsook de vele drank- en voedselkraampjes nodigen mensen uit om nog even te blijven plakken. Families, verenigingen en vriendengroepen zetten zich met een drankje of hapje neer in het gras. Om af te sluiten spreek ik nog een groepje kinderen aan die reeds vrolijk aan het spelen zijn. 

     Marius, Nant, Dora en Alice verzamelden afval tijdens de klimaatmars

    Hun speeltijd hebben ze wel verdiend. Voor de broers Marius en Nant en de zusjes Dora en Alice was het niet voldoende om simpelweg mee te lopen in de klimaatmars. Tijdens de wandeling naar hier hebben ze onderweg ook vlijtig zwerfvuil verzameld. Als ik hen vraag hoe zij de toekomst voorstellen is het antwoord simpelweg ‘niet goed’. ‘Ik denk aan gloeiend hete zomers en veel bosbranden,’ verduidelijkt Marius. Als ze het zelf voor het zeggen zouden hebben zouden ze véél meer bomen planten, minder vlees eten, alsook alle vervuilende bedrijven sluiten en alle auto’s vervangen door elektrische wagens. Zelf geven ze alvast het goede voorbeeld. ‘Ik eet vegetarisch en we hebben thuis ook geen auto,’ zegt Nora, ‘we gebruiken de fiets en soms gebruiken we een deelauto’. Tenslotte vraag ik hen wat hen hoop geeft. 

    ‘Dat we hier met zo veel zijn vandaag,’ antwoorden ze, ‘dan moeten ze toch wel naar ons luisteren!’. 

    Inderdaad. 


    Over de auteur: Fransje Wagemans
    is redacteur bij Free.Brussels
  • Het statiegeld-debat: ‘In Duitsland, Denemarken en Nederland werkt het al’

    Pieter Elsen van Canal It Up © Kenneth Remels

    Met de Brusselse organisatie Canal It Up kan je een kajaktocht maken waarbij je tijdens het rondvaren afval uit het kanaal haalt. Dit is helaas big business voor organisator Pieter Elsen, want door het uitblijven van statiegeld in België blijft de toestroom van afval voorlopig gegarandeerd. Een Brussel met wel 70 tot 90% minder plastic flesjes en blikjes zou het resultaat zijn na de invoering van statiegeld. Op vlak van recyclage scoort België al goed, maar ook hier is er zeker nog ruimte voor verbetering. En nee, met enkel de PMD-zak gaan we het niet halen. Pieter Elsen legde in ons gesprek uit dat statiegeld de noodzakelijke tussenstap is om betere cijfers te bekomen. Dat is ook de reden waarom de organisatie een cleanup marathon hield die mensen de kans gaf om zich via een petitie over het onderwerp uit te spreken.

    Cleanup marathon

    Kan je uitleggen waarom jullie deze cleanup marathon houden?

    “Wij doen dat ter invoering van statiegeld. De bedoeling is om 15.000 handtekeningen te verzamelen zodat we recht hebben op een hoorzitting in het Vlaams parlement. Het is op dit moment eerder Vlaanderen die de invoering van statiegeld tegenhoudt. In het Brussels en het Waals regeerakkoord wordt er al over gesproken. De drie gewesten zullen het nochtans samen moeten invoeren op federaal niveau.”

    Politici komen hier afval uit het kanaal vissen om te sensibiliseren tegen plasticvervuiling, maar statiegeld is dan geen oplossing voor hen.

    Pieter Elsen

    Wat is volgens jou de reden dat Vlaanderen niet volgt?

    “Omdat de partijen aan de macht er niet voor zijn. Als ik mij niet vergis zijn Vlaams Belang, N-VA en Open Vld al minstens drie partijen die ertegen zijn. Waarom, dat is een hele goede vraag. Wij hebben hier soms politici die bij ons komen varen op het kanaal.

    Ze zijn tegen plasticvervuiling, maar als we hen dan vragen om een handtekening, willen ze niet tekenen omdat de partijtop hen dat waarschijnlijk verbiedt. Ze komen hier afval uit het kanaal vissen om te sensibiliseren tegen plasticvervuiling, maar statiegeld is dan geen oplossing voor hen.”

    Afval vissen op het kanaal © Kenneth Remels

    Politici van N-VA bijvoorbeeld?

    “N-VA is hier nog niet komen varen, maar het maakt niet uit van welke partijen ze zijn. Het is heel moeilijk om te begrijpen. Of dat het nu over N-VA, Vlaams Belang of Open Vld gaat. Het is heel moeilijk om te begrijpen omdat meer dan 80 % van de mensen ja antwoorden als je ze op straat vraagt of ze voor statiegeld zijn.

    Wij begrijpen niet wat er veranderd is bij die mensen in de regering die ertegen zijn, want dat zijn ook gewoon mensen. Een zeer grote factor is daar het gelobby van de industrie, van Fost Plus en dergelijke. Er zijn allemaal belangenvermengingen. Ze beloven dat ze het anders zullen oplossen, dat ze meer zullen sanctioneren en dat ze meer zullen sensibiliseren.

    Het resultaat is dat het gewoon jaar na jaar slechter wordt en dat je meer en meer zwerfvuil op straat ziet. De cijfers gaan naar omhoog. De cijfers liegen er niet om. En dan komen er voorstellen om nog meer plastic in de blauwe zak te smijten. Dat zijn gewoon allemaal vertragingsmanoeuvres om het niet te moeten invoeren. 

    Zwerfvuil opruimen kost de gemeenten miljoenen en miljoenen. Op gemeentelijk bestuur zijn alle politici dan ook voor statiegeld. Je wilt niet weten hoe vaak de vuilbakken hier gewoon vol zijn waardoor mensen hun afval er naast zetten. De wind blaast het dan weg. Misschien kunnen we de lijn doortrekken: als 40% van het zwerfvuil blikjes en flesjes zijn, zit zo’n vuilbak misschien voor 40% vol met blikjes en flesjes.

    Haal die er allemaal uit, zorg ervoor dat mensen daar zelf meer naar de supermarkt stappen. Je gaat de vuilbak drie keer langer kunnen laten staan zonder hem te ledigen. Je gaat zo veel minder moeten investeren in vuilnismannen. De kerel die nu de vuilbak leegmaakt, kan je dan waarschijnlijk een groter gebied geven zonder dat de vuilnisbakken overlopen.”

    We gaan omringd worden door landen die statiegeld hebben, behalve wij omdat Vlaanderen tegen is.

    Pieter Elsen

    Wat met de richtlijn van de Europese Unie die tegen 2029 90% van alle plastic flessen ingezameld wil zien? 

    “Je kan daar niet geraken zonder statiegeld. Fost Plus mag zeggen wat ze willen. Statiegeld komt er sowieso overal in de Europese Unie voor 2029. Ze zijn er in Frankrijk ook mee bezig. Nederland heeft het juist ingevoerd. We gaan omringd worden door landen die statiegeld hebben, behalve wij omdat Vlaanderen tegen is. 

    Maar op  gewestelijk niveau heb je plots politici zitten die verder verwijderd zijn van de problematiek en dan is statiegeld ineens niet meer nodig omdat zij die uitgaven niet op hun rekening krijgen. Een burgemeester ziet hoeveel ze elke maand uitgeven aan het opkuisen van zwerfvuil. Die is natuurlijk voorstander van statiegeld. Die staat dichter bij de realiteit dan de gewestelijke minister.”

    Vermenging van belangen

    Sommigen argumenteren dat het PMD-recyclagesysteem dan in gevaar komt en minder efficiënt zal worden. 

    “Dat is gewoon Fost Plus die denkt dat hij niet meer gaat overleven als er statiegeld komt. Dat is hun businessmodel, niet meer en niet minder. Zij halen hun inkomsten uit de blauwe zak door al die plastic flesjes en blikjes te verkopen aan recyclagebedrijven of metaalhandelaars die er dan nieuwe plastic flesjes of blikjes van maken.

    Als er statiegeld komt, gaan die zaken in een ander circuit terechtkomen. Andere bedrijven gaan ook het recht hebben om die in te zamelen en te verkopen. Fost Plus verdedigt gewoon zijn economische belangen en wilt die stroom aan inkomsten niet kwijtspelen.

    Bovendien zit de industrie er ook achter. De supermarkten bijvoorbeeld willen niet dat er statiegeld komt. Want wat gebeurt er vandaag? Vandaag ga jij naar de supermarkt, je gaat een flesje of een blikje kopen, je bent ermee weg en de supermarkt ziet dat nooit meer terug.

    Dat is heel makkelijk. Iets wordt verkocht en komt nooit meer terug. In het geval van statiegeld komt alles wat zij verkopen terug naar de supermarkt. En zij krijgen er dan een logistiek systeem bij dat ze extra moeten regelen.”

    Wie gaat er betalen voor alle inzamelautomaten die nodig zullen zijn? 

    “Bij de lokale kruidenier, Roger met zijn winkel, ga je zo’n automaat volgens mij niet terugvinden. Maar er gaan genoeg supermarkten en zelfs kleinere winkels zijn waar je je flesjes en blikjes van eender welke winkel kan invoeren. 

    De supermarkten zelf gaan daarin moeten investeren, maar ook de producenten horen hun deel te doen. Vandaag brengen zij dingen op de markt waarvan een deel in de natuur terecht komt. Ze betalen daarvoor een kleine bijdrage aan Fost Plus, maar dat heeft niks met de zwerfvuilproblematiek te maken.

    Als een supermarkt honderd blikjes verzamelt, moet er gekeken worden naar het marktaandeel van elke producent. Als het aandeel van Coca Cola bijvoorbeeld 40% zou zijn, zou Coca Cola van 40% van de ingezamelde blikjes terug opnieuw verpakkingen moeten maken. Op die manier zijn producenten ook verantwoordelijk voor het eindproces van de producten die ze op de markt brengen.”

    Wat belet producenten hun extra kosten niet door te rekenen aan de consument?

    “De producenten zijn sowieso al bang voor statiegeld omdat de prijs van hun producten naar omhoog zal gaan met, laat ons zeggen, 25 cent. Dat willen ze niet. Ze willen niet met 25 cent naar omhoog gaan omdat ze dan denken dat ze minder gaan verkopen. Ze gaan daar dan niet nog eens twintig cent bijdoen. Dat gaat niet gebeuren.”

    Denk je dat de burger bereid gaat zijn om dit te doen? De handeling die statiegeld vraagt, zal complexer zijn dan het afval gewoon in de blauwe zak te gooien.

    “De blauwe zak moet je ook al sowieso thuis bijhouden. Het enige dat verschilt, is dat je iets moet meenemen naar de supermarkt als je naar de supermarkt gaat. Zoals je jouw stoffen zak meeneemt naar de winkel moet je in die stoffen zak jouw lege flesjes en blikjes meenemen om ze in de machine te steken.

    Voor de rest verandert er niks. Zo’n grote aanpassing is dat niet. In Duitsland, Denemarken, Finland, Nederland en Zweden, werkt het al. Belgen zijn helemaal niet anders dan al die Europeanen. En 83% van de Belgen bleek uit onderzoek voorstander van statiegeld. Het is heel zelden dat iemand onze petitie niet wil tekenen.”

    Alleen de supermarkten en de producenten moeten meer moeite doen. De mensen niet. Niemand moet meer betalen.

    Pieter Elsen

    Gaan de mensen die hun afval al jaren netjes sorteren niet het gevoel krijgen dat ze moeten opdraaien voor diegenen die zich niet aan de regels houden?

    “Alleen supermarkten en de producenten moeten meer moeite doen. De mensen niet. Niemand moet meer betalen. Bij aankoop betaal je misschien meer, maar als je het gaat terugbrengen krijg je jouw geld terug. Er is niemand die daar meer voor moet betalen.”

    Vivaldi-boot op het kanaal © Kenneth Remels

    Altijd een blauwe zak op zak?

    Onlangs kwam nog maar eens in het nieuws dat er zich microplastics van het plastic, dat in het water terechtkomt, afscheiden die in ons voedsel terechtkomen. Een probleem dat de PMD-zak ooit kan oplossen?

    “Ik daag je uit om eens een paar politici te gaan interviewen hé, zo à l’improviste. Om hen gewoon te gaan vragen: ‘Wat denkt u van statiegeld?’ ‘We hebben de blauwe zak en dat werkt goed’, zullen ze antwoorden. Dan moet je een keer doorvragen. Ah ja, de blauwe zak.

    En Roger die hier over straat wandelt en zijn blikje op de grond smijt, heeft dan waarschijnlijk een blauwe zak mee om zijn blikje in te doen? Nee, de blauwe zak is voor consumptie thuis. Zwerfvuil gebeurt onderweg, dat heeft niets met de blauwe zak te maken. Dat is een idioot argument.

    Er is ook een organisatie in Vlaanderen, Mooimakers, die is opgericht door Fost Plus om ervoor te zorgen dat de mensen gesensibiliseerd zouden worden en geen zwerfvuil meer zouden creëren. Die hebben campagnes op televisie en sociale media.

    Het achterliggende idee van die organisaties, die door de industrie zelf in de wereld worden geroepen om het probleem op te lossen, is om te zeggen ‘mensen, gooi uw afval niet op straat’, ‘mensen, ga zelf clean-ups doen’, ‘mensen het is uw schuld.’  Dat is allemaal heel goed, maar dat is het enige waar ze op inzetten. Hogere sancties. Terwijl het de industrie is die miljoenen en miljoenen blikjes en flesjes produceert en buiten schot wordt gehouden. 

    Er wordt niets gezegd over zero waste. Er wordt niets gezegd over het aanpassen van gewoonten. Je hebt misschien geen wegwerpverpakkingen nodig. Je kan dat op een andere manier regelen. Niks, niks, niks. En al die campagnes zorgen er gewoon voor dat jij denkt: het is jouw schuld niet, maar jouw buur zijn schuld die zijn blikjes op straat gooit.

    En zo zet je mensen tegen elkaar op en is er een deel van de bevolking die vervuilers zijn en een ander deel van de bevolking die als mooimakers – worden beschouwd die dan met hun eigen handen in hun vrije tijd een paar blikjes en flesjes gaan oprapen. Dat is niet de oplossing. Dat is op subtiele wijze gewoon de schuld bij de mens leggen.

    Als jij niks van het debat afweet en je volgt al die media, dan ga je geloven dat zwerfvuil volledig de schuld van de mensen is. Het zijn natuurlijk de mensen die het op de straat gooien hé, maar het hele systeem is gewoon niet goed.”

    Bewuster kopen door statiegeld

    Kan statiegeld een incentive zijn voor de consument om andere producten ook bewuster te gaan kopen?

    “Als je begint met plastic flesjes en blikjes zoals in andere landen kan je die daarna misschien doortrekken naar andere verpakkingen. Iedereen weet hoe het werkt. Er is al een logistiek systeem op poten gezet. Dan ga je misschien op andere producten zoals kartonnen melkflessen ook statiegeld beginnen invoeren.

    En langs de andere kant heb je het systeem van die automaten waarbij de kans groot is dat je die ook gaat kunnen gebruiken voor herbruikbare verpakkingen. Als we nu bijvoorbeeld plastic flessen of glazen op de markt brengen die je ook in dezelfde automaat kan steken, magnifiek. Dan ben je niet gewoon met recyclage bezig, dan ben je nog een stap verder bezig. Dan ben je met hergebruik bezig. Dus het begin van statiegeld is het begin van nog veel meer.

    Laat ons eerlijk zijn, statiegeld zien wij eerder als tussenoplossing. Dat is een stap op weg naar een circulaire economie, want recyclage is goed, maar dat is niet de oplossing die ons uit het zwerfvuilprobleem zal helpen. Je zou er allereerst voor moeten zorgen dat je geen wegwerpmaatschappij hebt, want een flesje en een blikje gebruik je vijf minuten en dan gooi je dat weg in de vuilbak.

    Een groot deel daarvan komt in de natuur terecht. Dat is gewoon verspilling. Er zijn andere alternatieven. Vroeger bestond er het systeem met de glazen flesjes, wat vandaag nog altijd bestaat. Die flesjes gebruik je jaren opnieuw in plaats van enkele minuten.”

    Als jullie een hoorzitting kunnen afdwingen, wat zou dat dan betekenen?

    “De stem van de Belg heeft dan gesproken, maar een petitie bindt het parlement tot niets. Zij kunnen daarna evengoed zeggen: ‘Nee, wij vinden dat geen goed idee’ Wat nog belangrijker is, is dat het dan nog eens bovenaan de agenda wordt gezet zodat het dossier niet in slaap kan vallen. Want als niemand iets doet, van wie moet het dan komen?

     De Statiegeldalliantie bestaat al zoveel jaren. Stilletjes aan komen er gemeentes bij, maar dat wil niet zeggen dat het daarom op de politieke agenda terechtkomt. Onze bedoeling is eigenlijk om nog eens duidelijk te maken dat de Belg statiegeld wil, anders zouden we nooit aan 15.000 handtekeningen geraken. De Belg zelf wil het. Wat houdt u dan tegen om de Belg te geven wat hij wil? De Belg wil het en de natuur heeft geen stem. Wij vragen het voor de natuur.”

    De papieren petitie van Canal It Up kan je hier printen en is via foto of per post terug te bezorgen aan de organisatie.

    Over de auteur: Jelena Van Wichelen
    is redacteur bij Free.Brussel
  • De nachttrein: Brussel als vliegwiel van milieuvriendelijk reizen

    Juli 2025. Net zoals honderden generatie-z-genoten, trek ik na een eindeloze blokperiode op een zorgeloze reis met de nachttrein.

    Een populaire reis onder Europese jongeren is een Grand Tour, net als onze collega-afgestudeerden enkele eeuwen geleden. Deze uitgebreide trip over het Europese vasteland met alleen een rugzak en toevallige passanten als gezelschap zorgt voor levenservaringen buiten de schoolbanken.

    Backpacken heeft vandaag een andere connotatie. Verre reizen naar Azië en Zuid-Amerika met een te hoge klimaatlast zijn passé, vakanties binnen de 1500 km met de (nacht)trein het nieuwe normaal. 

    Dankzij de financiële stimulans van de Europese Unie en de belastingvoordelen voor de trein in plaats van het vliegtuig is reizen met de trein niet enkel de groenste maar ook de meest democratische, goedkoopste keuze.

    De vliegschaamte onder burgers is gestegen en door het faillissement van Ryanair – iets dat weinig mensen zagen aankomen- is het vliegtuig nemen onbetaalbaar geworden.  

    © Ella Oelbrandt

    Brussel is in 2025 hét Europese een knooppunt voor de nachttrein en tegelijkertijd het start- en eindpunt van mijn Grand Tour. Niemand had gedacht dat de stijging van het aantal nachttreinen vanuit onze hoofdstad zo snel ging gaan.

    Dankzij de doorgedreven acties van Back on Track is deze droom realiteit geworden. De vijf grote verbindingen met verschillende bestemmingen over heel het continent geven de mogelijkheid om een unieke reis uit te stippelen; vanuit Brussel kan je sporen naar Wenen, Barcelona, Malmö, Venetië en Berlijn. Van daaruit strekt het treinnet zich nog verder uit. 

    Net zoals de Grand Tour van vroeger daagt de huidige onze visie en levenswijze uit, ontdek je nieuwe waarden en normen en versterkt de tour de Europese identiteit.

    Met de hoge polarisatie onder de burgers, de nog steeds aanwezige urgentie van het klimaatprobleem en de economische crisis is het noodzakelijk om onze horizon te verbreden en ons bewust te zijn dat Europa meer is dan het Westelijke deel waarin we leven. 

    #savepeoplenotairplanes

    Tot zover de fictie. Het is een hoopvol scenario over hoe de situatie van de nachttrein kan zijn, maar de huidige realiteit is een stuk pessimistischer.

    Vandaag is de Nightjet die Wenen met Brussel en Amsterdam verbindt de enige mogelijkheid voor wie de nachttrein wil nemen. Uit het jaarlijkse rapport van BELDAM (Belgian Daily Mobility) blijkt dat in 2012 slecht 4% van de Walen en 5% van de Vlamingen de trein gebruikt als vervoermiddel tijdens het reizen. Opvallend is wel dat dit bij de Brusselaars 12% was. 

    De organisatie Back On Track, wil politici op het Europese en de federale niveau aansporen om te werken aan de heropbouw van het netwerk. Tot begin van de jaren 2000 was het (nacht)treinnetwerk in Europa namelijk uitgebreid, maar door de toenmalige politieke logica werd dit afgebouwd.

    “Hoewel de treinen tot hun verdwijning altijd vol hebben gezeten, kunnen ze onmogelijk winstgevend zijn”, dixit Alexandre van Back on Track.

    Wanneer je de prijs per kilometers zou hanteren die normaal gezien geldt, kom je namelijk snel uit op enkele honderden euro’s. “Natuurlijk zijn er altijd uitzonderingen, zoals de ÖBB in Oostenrijk en de SJ in Zweden.

    De NMBS is dan weer ‘geen cadeau’ voor de popularisering van de nachttrein, aangezien die eerst en vooral gericht zijn op de Belgische reizigers, terwijl de nachttreinen over de grenzen heen reiken.” 

    Daarom moet het probleem nu terug onder de aandacht gebracht worden, zowel binnen de politieke arena als bij de brede bevolking.De organisatie heeft ook een nachttreinen platform voor ogen. “Want een grootschalige coördinatie en een moderne visie op de nachttrein is noodzakelijk”, zegt Alexandre.

    “Een groot deel van onze reizen blijft binnen Europa (zo’n 81%) en de nachttrein is dus het meest pragmatische vervoermiddel.” Dat wist ook treinreiziger Julien (24) mij te vertellen. Al jaren spoort hij na een zwaar academiejaar door Europa.

    Aangezien hij zelf een Erasmus-alumnus is, heeft hij vrienden over heel het continent wonen. “Om het duurzaam en comfortabel te maken, bezoek ik hen steeds met de nachttrein. Na al die jaren heb ik dit al zo vaak gedaan dat ik me niet meer kan inbeelden dat het vliegtuig een optie is.”

    © Ella Oelbrandt

    Voor enkele andere reizigers die ik ontmoet is de nachttrein geen bewuste of ecologische overweging, maar eerder een avontuur dat tot de verbeelding spreekt. Het zijn vooral twee motivaties, de duurzame en de avontuurlijke die je bij veel reizigers terugvindt.

    Het is een hele beleving om te gaan slapen met het Duitse landschap naast je, om dan wakker te worden met de Oostenrijkse bergen aan de horizon. Het slapen is ook verbazingwekkend comfortabel: zowel een goed kussen, een laken als een fleecedeken worden allemaal voorzien. Een melodie die lijkt op een viool, begeleidt je dromerig wanneer de trein op gang komt. 

    De nachttrein heeft soms iets sprookjesachtig, dat niet enkel te danken is aan de magie van de ervaring. Het idee dat Brussel een belangrijk knooppunt voor nachttreinen kan worden, heeft een morele en duurzame insteek, maar is momenteel nog fictie.

    Het zou mooi zijn moest de geschetste Grand Tour voor iedereen toegankelijk zijn, op een duurzame en ecologische manier. Door de promotie van nachttreinen en de uitbreiding van het netwerk kan de negatieve impact van de luchtvaart beperkt worden.

    Onder burgers groeit de aandacht voor duurzaam reizen. Zo is er een net opgerichte facebook-groep waar tips & tricks rond duurzaam reizen uitgewisseld worden.

    Wil je zelf iets kleins ondernemen om de nachttrein beter op de kaart te zetten? Back On Track zet  acties op poten om het brede publiek te betrekken. Je kan hier de petitie ondertekenen of meedoen aan hun posteractie

    Back On Track Belgium

    Back On Track is een vrijwilligersorganisatie met verschillende Europese afdelingen waaronder één in België. Ze ijveren voor de terugkeer van de nachttrein op Europees niveau, met aandacht voor het duurzame, menselijke én economische aspect.

    Om die reden stellen ze dat de trein de beste optie is voor reizen onder de 1500 km. Ze vertrekken vanuit een Europese visie en zien de nachttrein als een belangrijk onderdeel van onze Europese identiteit, met Brussel als (symbolische) hoofdstad en knooppunt.

    Hun huidige doel is om 5 lijnen vanuit Brussel te laten vertrekken of passeren, waar de bestaande lijn richting Wenen er één van is. 

    Meer info vind je op hun website of de Back On Track facebookpagina.


    © Arne Declerck
    Over de schrijver: Ella Oelbrandt is redacteur bij Free.Brussels en studeert sociologie aan de Vrije Universiteit Brussel.
  • Podcast ‘Zij zijn Wij’: Samuel Valor Reyes en Sem Lannau (teaser)

    In Zij Zijn Wij komen we aan de hand van twee mysterieuze voorwerpen meer te weten over  de ongekende kantjes van mensen die sterk uitkomen voor hun identiteit. In deze aflevering horen we Samuel Valor Reyes en Sem Lannau. Samuel is theatermaker en Sem ken je misschien als co-host van de podcast ‘Tabootalks’. Beide zijn leden van de LGBTQI+-community, maar ze zijn zo veel meer.

    Beluister de volledige afleveringen via Spotify, Google Podcasts of een van de andere grote platformen.

  • Podcast ‘Zij zijn Wij’: Katrien van Der Heyden en Sigrid Schellen (teaser)

    In Zij Zijn Wij komen we aan de hand van twee mysterieuze voorwerpen meer te weten over  de ongekende kantjes van mensen die sterk uitkomen voor hun identiteit. In deze aflevering horen we Katrien Van der Heyden en Sigrid Schellen. Katrien en Sigrid brengen een relaas over vergeten kunsten en de bijzonderheid van het bestaan.

    Beluister de volledige afleveringen via Spotify, Google Podcasts of een van de andere grote platformen.

  • Is passieve euthanasie wel wat het lijkt? (opinie)

    Deze opinie verscheen eerst op knack.be op 26/07/2021.

    Recent lanceerde Humanists UK, de koepelorganisatie van Britse seculier humanisten, een
    wereldkaart met een toegankelijk overzicht van de juridische situatie rond een zelfgekozen
    levenseinde.

    Zij die het recht op waardig sterven genegen zijn, zouden bijna blij worden bij het zien van deze kaart. Passieve euthanasie en geassisteerde zelfdoding zijn in heel wat landen mogelijk. Toch eens een hoeraatje voor liberale wetgeving in tijden van sluipend conservatisme? Dat mag zeker, maar een korrel zout zal u daar toch bij moeten nemen.

    Dat een seculier humanistische organisatie een overzicht van het recht op een zelfgekozen
    levenseinde publiceert, hoeft niet te verbazen. Ze zijn in heel wat landen te vinden in de voorhoede van de initiatieven voor de legalisering van euthanasie.

    Charles Francis Potter, een belangrijk figuur in de start van georganiseerd Amerikaans humanisme aan het begin van de vorige eeuw, beschreef het recht op euthanasie als een ‘quintessentially Humanist cause.’ De kaart die Humanists UK heeft gepubliceerd, toont ons Belgen dat we, wat
    levenseindeproblematieken betreft, nog steeds voorlopen op de mondiale curve.

    De blauwe kleur die ons is toebedeeld, geeft aan dat geassisteerd sterven is toegelaten voor
    ongeneeslijk zieken en terminale patiënten. Dat blijkt vandaag nog altijd maar het geval te zijn
    in een handvol landen, met name België, Canada, Duitsland, Luxemburg, Nederland,
    Oostenrijk, Spanje en Zwitserland.

    Zo is Europa visueel een lichtpunt voor het recht op levenseinde op mondiaal vlak.

    Dit natuurlijk met sterke variaties op termijnen, voorwaarden en toegelaten vormen en een mogelijk verschil tussen het bestaan van een specifiek wetgevend kader, dan wel het ontbreken van een strafrechtelijk kader. Die situatie beperkt zich visueel dus tot (West-) Europa en Canada.

    Leggen we de lat een beetje lager, door het recht niet toe te kennen aan ongeneeslijk zieken, zien we nog groene punten verschijnen in sommige Amerikaanse staten, Australische staten, Colombia en Nieuw-Zeeland.

    Beginnen we even met het goede nieuws, glas halfvol. Sinds maart van dit jaar kunnen
    Canadezen op een legale manier medisch geholpen worden om een einde aan hun leven te
    maken op eigen verzoek. Verrassender zijn de casussen Italië en Spanje. Met een
    mijlpaalbeslissing van het Italiaans Grondwettelijk Hof werd in 2019 een precedent gecreëerd om hulp bij zelfdoding op verzoek van een wilsbekwaam persoon niet meer te vervolgen.

    In Spanje dan weer is dit jaar een wet goedgekeurd die euthanasie legaliseert. Daarmee komt een einde aan de mogelijke strafmaat van 10 jaar die betrokken boven het hoofd hing. Voor landen die – op zijn minst gevoelsmatig – te boek staan als ethisch conservatief, kan dit tellen. Zo is Europa
    visueel een lichtpunt voor het recht op levenseinde op mondiaal vlak.

    Het probleem met passieve euthanasie

    Misschien nu het minder goede nieuws, glas halfleeg. De voorliggende kaart kleurt vooral
    oranje, een code die overeenkomt met ‘passieve euthanasie toegestaan’. U en ik kunnen dat
    misschien als positief ervaren. Euthanasie heeft in België, sinds de wet van 2002, immers de
    connotatie gekregen van – zoals dat heet – ‘levensbeëindigend handelen op verzoek van de
    patiënt.’

    Passieve euthanasie heeft daar evenwel weinig tot niets mee te maken. In Nederlandstalige
    boeken wordt de term doorgaans al niet meer gebruikt sinds de politieke debatten startten in
    het begin van de jaren 1990. Passieve euthanasie is de oude term voor wat wij vandaag
    kennen als palliatieve sedatie, met name ‘het opzettelijk verlagen van het bewustzijn van een
    patiënt in de laatste levensfase.

    Men doet dit opdat de patiënt onbehandelbare, ondraaglijke klachten (bijvoorbeeld continu braken) niet meer bewust zou meemaken.’ Het is zeker mogelijk dat deze handeling het stervensproces verkort, maar dat is niet de bedoeling van de sederende middelen.

    Wat is nu het probleem, hoor ik u denken? Voor wat België betreft, behoort palliatieve sedatie tot de normale medische praktijk, wat betekent dat goedkeuring van een patiënt geen vereiste is én dat zorgvuldigheidcriteria en meldingsplicht die gelden voor de uitvoering van euthanasie niet van toepassing zijn. Meer algemeen gezien stelt zich een fundamenteler, ethisch probleem.

    In België hebben we de termen ‘actieve’ en ‘passieve’ euthanasie gelukkig achter ons gelaten.
    Het gaat immers om een valse tegenstelling waarbij, traditioneel vanuit religieuze hoek, men
    euthanasie veroordeelt omdat het leven daarbij doelbewust verkort wordt en men de actie
    gelijkstelt aan het doden van een persoon. Men kiest dan voor palliatieve sedatie, waarbij het
    verkorten van het leven dat nog rest slecht een ‘bijkomend effect’ is. De uitvoerende
    zorgverlener treft dan geen ‘schuld’.

    Het recht op een waardig en zelfgekozen levenseinde is een mensenrecht.

    De uitvoerende zorgverlener mag zich dan misschien beter voelen, voor de persoon in kwestie
    en de nabestaanden is de situatie heel wat minder rooskleurig. Waar de uitvoering van euthanasie maar even duurt, en men dus een einde mét familie en naasten kan inplannen, duurt palliatieve sedatie zo lang als het lichaam van de persoon in kwestie nog kan leven.

    Dat kan in extreme gevallen weken duren, waarbij naasten waken en verboden worden de patiënt
    nog iets van eten of drinken te geven. Doorheen de interviews die ik de laatste jaren bij nabestaanden en in persoonlijke kring in het kader van mijn onderzoek gedaan heb, is de pijn
    van mensen die hun partner, moeder of broer weken hebben zien afzien tot hun lichaam
    uiteindelijk opgaf, altijd aanwezig.

    In een aantal landen zijn we misschien goed bezig, maar de wereld kleurt oranje. Laten we wat
    ambitieuzer zijn. Het recht op een waardig en zelfgekozen levenseinde is een mensenrecht. Wereld, plus est en vous!

    Over de auteur: Niels De Nutte is opleidingscoördinator van het postgraduaat Praktisch Humanisme en doctoraatsstudent geschiedenis aan de VUB.

  • Nieuwe Podcast ‘Zij Zijn Wij’: Aubry Cornelis en Cynthia Hoste (teaser)

    In Zij Zijn Wij komen we aan de hand van twee mysterieuze voorwerpen meer te weten over  de ongekende kantjes van mensen die sterk uitkomen voor hun identiteit. In deze aflevering horen we Aubry Cornelis en Cynthia Hoste. Aubry en Cynthia brengen een relaas over persoonlijke overwinningen en tonen hoe je als mens je eigen leven in handen kan nemen.

    Beluister de volledige afleveringen via Spotify, Google Podcasts of een van de andere grote platformen.

  • Spreek mijn gebaar

    Geheimzinnige ‘spreek mijn gebaar’-posters verfraaiden dit academiejaar de Brusselse straten. Redacteur Ella Oelbrandt ontdekte na lang zoeken wie erachter zat: een groep studenten van het RITCS. Hun doel? Gebarentaal als universele taal dichter bij de Brusselaar brengen.

    Gebarentaal-for-dummies, dat was de insteek van de tientallen posters die RITCS-studenten verspreiden over Brusselse straten. De studenten vinden dat gebarentaal een originele manier kan zijn om in het taalgekleurde Brussel boodschappen over te brengen.

    Voor de kenners: gebarentaal is natuurlijk zelf heel divers. Er is een onderscheid tussen Vlaamse gebarentaal (VGT) en Frans-Belgische of Waalse gebarentaal (LSFB). Beide talen hebben dezelfde stam maar zijn na verloop van tijd uit elkaar gegroeid.

    Wil je zelf de kneepjes van het vak leren? De studenten van het RITCS categoriseerden verschillende thema’s en verspreidden die via mysterieuze posters: van een ludieke café-editie tot een algemene alfabet-editie.

    #flashback

    Een jaar geleden ging het filmpje van de Nederlandse gebarentolk Irma Sluis viraal. Toen de Westerse wereld in paniek was en er een overrompeling was in de winkels, moest ze het woord ‘hamsteren’ vertalen. Grote hilariteit in het begin, maar het had wel effect: mensen werden zich bewust van het graaigedrag in het winkels.

    Ook nu wordt er nog altijd live getolkt tijdens de persconferenties van de veiligheidsraad. Deze taak is in Vlaanderen weggelegd voor Jaron Garitte, een 24-jarige doventolk die werkt voor Visual Box en zelf doof is. In dit interview legt hij samen met collega’s uit hoe dit allemaal in zijn werk gaat.

    Vlaamse gebarentaal (VGT) is Jaron’s moedertaal, wat niet het geval is bij horende tolken. Horende tolken hebben ook diploma’s en certificaten, maar behalen dus niet het niveau van moedertaal waardoor ze bepaalde nuances missen.

    Missing link

    Hoe dit dan in zijn werk gaat tijdens de persconferenties? Er is een ‘tussentolk’, een horende persoon die de uitleg van bijvoorbeeld Steven Van Gucht vertaalt in gebaren, waarna de dove tolk een mooi afgewerkt en begrijpbare uitleg geeft voor de mensen thuis. Het inzetten van dove tolken was echt een primeur in België en had een positieve impact, zoals een betere zichtbaarheid en meer respect.

    Een straatbeeld vol mensen met mondmaskers blijft natuurlijk een pittige uitdaging voor doven om te communiceren met horende mensen. Orale componenten en gezichtsuitdrukkingen zijn niet of minder zichtbaar, waardoor een belangrijk onderdeel van de grammatica van VGT verloren gaat.

    Voor Jaron Garitte is creatief zijn de boodschap. Samen met horende tolken werkt hij nieuwe strategieën uit om niet-zo-evidente woorden zoals ‘huidhonger’ om te zetten in meerdere gebaren. Nieuwsgierig? Enkele videos van Jaron Garitte met uitdrukkingen vind je hieronder:

    Jaron Garitte van Visual Box
    Jaron Garitte van Visual Box
    Jaron Garitte van Visual Box
    © Arne Declerck
    Over de schrijver: Ella Oelbrandt is redacteur bij Free.Brussels en studeert sociologie aan de Vrije Universiteit Brussel.