Blog

  • Kunnen witte mannen nog iets goed doen? (opinie)

    Witte mannen van middelbare leeftijd, toxic masculinity, heteroseksuele mannen, CIS-mannen: loop je tegenwoordig rond met een Y-chromosoom, dan moet je het vaak ontgelden in de progressieve media, en al helemaal als je huid weinig pigment bevat. Maar levert al dit man-bashing ons iets op als maatschappij? Een opiniestuk van Eva De Gelder.

    Onze witte mannen hebben het tegenwoordig niet onder de markt. Doen ze iets goed, dan is dat te wijten aan hun voortdurende hegemonie op het dagelijks leven. Doen ze iets verkeerd, dan is dat door diezelfde suprematie die hen al eeuwenlang arrogant en onwetend maakt. 

    Zijn ze attent in hun gedragingen naar vrouwen, dan zijn ze male chauvinist pigs, zijn ze het niet, dan houden ze geen rekening met de ‘vrouwelijke noden’ (wat die ook mogen zijn). Strijden ze in onze Westerse contreien voor emancipatie en concrete vrouwenrechten, dan kunnen ze af en toe nog op bijval rekenen.

    Doen ze echter exact hetzelfde voor vrouwen in andere werelddelen, dan zijn ze racisten, paternalistische pseudo-redders die culturele verschillen miskennen en hun wereldbeeld willen opleggen aan anderen. Allemaal op basis van drie factoren: geslacht, etniciteit en seksuele oriëntatie. Een mens zou voor minder het Noorden verliezen. 

    De nieuwe erfzonde

    Sta mij toe om eerst iets duidelijk te maken: ik ben een vrouw, en ik beschouw mijzelf als feminist. Ik beschouw mijzelf ook als anti-racist, als verdediger van LGBTQ-rechten, en als progressief. Het is in die optiek dat ik mij genoodzaakt zie om tot de verdediging van witte mannen te komen. Mochten ze het zelf doen, zou hen naast alle andere dingen die hen verweten worden ook nog egocentrisme en vals-slachtofferschap worden opgespeld.  Want het zijn racisten, allemaal. En seksisten, dat ook. Ja, zelfs als ze nog niks hebben gedaan om dit te bewijzen, want wit en man zijn is de nieuwe erfzonde, een blaam die je niet kan ontsnappen van zodra je rond de 40 bent. 

    Het is tegenwoordig bon ton om mannen in het algemeen – en witte mannen in het bijzonder – te haten. Pardon, het is zelfs noodzakelijk, willen we de feministische revolutie voltrekken. “Moi, les hommes, je les déteste”. Bla. Bla. Bla. Ik ben dit soort praat kotsbeu. Het is het type discours dat je hoort verkondigen door salonrevolutionairen zonder enige voeling voor de realiteit, het genre volk dat om de zoveel tijd een ‘nieuw’ en ‘edgy’ idee moet lanceren, willen ze hun ellebogen er niet afknagen van verveling.

    Alles onder de noemer van ‘de vooruitgang’, maar de specifieke inhoud van die vooruitgang, of de manier waarop we ze moeten voltrekken, durft al eens zijn kuren te hebben. Was eergisteren religie nog de grootste vijand, of het kapitalisme, dan zijn dat nu witte mannen. En maar gewichtig knikken met de hand onder de kin.  

    Nu ben ik een koele minnaar van fanatieke religieuze dogma’s en groot kapitaal, maar om de pijlen te mikken op een volledige bevolkingsgroep? Dit grenst aan de rand van hysterie, in een gehucht ver weg van enige redelijkheid.

    Old-fashioned goede manieren 

    Een zwaar onderschat goed, die redelijkheid. Want er is vanzelfsprekend ook een keerzijde aan het hele debacle, een bron van waarheid binnen het gemekker. Zo loopt mijn hart ook niet over met affectie wanneer ik naar het volk op een Darts-wedstrijd kijk, deelnemers evenals toeschouwers. En ik voel mij niet geneigd om ter verdediging te komen van pakweg DSK. 

    Natuurlijk bestaan seksisme en racisme, en zijn het prangende problemen die we moeten aanpakken en actief bestrijden. Ik betwijfel echter dat het ons ook maar iets vooruit helpt door elke witte man bij voorbaat uit te maken voor een zwijn die zich schuldig maakt aan voorgenoemde misdrijven. 

    Ik weet dat witte mannen veel leed veroorzaken en hebben veroorzaakt. Er zijn voorbeelden legio, en ik wil de pijn die ze hebben aangericht geenszins minimaliseren. Maar het is hoegenaamd niet dat de rest van de mensheid in de tussentijd in perfecte harmonie elkaars haar zat te vlechten, kwestie van een cliché met een cliché te beslechten. 

    Noem mij old-fashioned, maar ik vind het nog steeds getuigen van goede manieren en intelligentie wanneer je de misstappen van een individu niet projecteert op de sociologische groep waartoe hij/zij/x behoort. Want dit, mijn beste, is OOK racisme en seksisme. 

    We moeten de systemische fouten van onze maatschappij eruit halen én individuele misstappen detecteren en berechten, veeleer dan een hele sectie van onze maatschappij te culpabiliseren op basis van kenmerken waar ze niet voor hebben gekozen, of het nu hun etniciteit betreft, hun geaardheid of hun geslacht. We aanvaarden het – zeer terecht – niet dat we zo spreken over andere bevolkingsgroepen, waarom dan wel wanneer het over witte/heteroseksuele mannen gaat?

    David Attenborough en Marc Didden

    Want men lijkt één heel belangrijk detail te vergeten: het gros van de witte mannen doet hun best. Het merendeel van hen heeft bovendien de macht noch de intentie om haat en verderf rond te strooien, en probeert ook maar gewoon hun leven in goede banen te leiden. Doen ze iets verkeerd? Spreek er hen dan gerust op aan, maar hef geen betweterige vinger op voor diegenen die niets mispeuterd hebben, want als er iets is dat aversie opwekt, dan is het dat wel, en dan zijn we nog verder van huis. 

    Witte mannen zijn namelijk ook maar gewoon mensen, veeleer dan de uitdragers van een paramilitaire organisatie genaamd HET KWAAD waar sommige van mijn fellow-progressievelingen hen voor aanzien (tenzij uw naam Dries Van Langenhove is). Bovendien bestaan er ook veel toffe witte mannen. David Attenborough is er zo één. Marc Didden ook. Maar dit klinkt misschien stom. Het ruikt naar onnodige vergoelijking, een beetje zoals zeggen dat ik Duitsers ken die over een prima stijlgevoel beschikken, of Fransen die wel goed Engels spreken. 

    Wat ik eigenlijk wil zeggen, mijn beste, is het volgende: feminisme betekent niet vrouwen favoriseren boven mannen, anti-racisme betekent niet zwart verkiezen boven wit, en LGBTQ-rechten uitdragen betekent niet heteroseksuelen beroven van hun rechten. Ik ga ervan uit dat iedereen dit weet, maar het kan geen kwaad van het nog eens te herhalen. 

    (‘BTW’: dat knappe zwijn op de foto is mijn lief, en ik kan uit eigen ervaring zeggen dat hij ook een prima witte man is. Hij raakte niet gewond bij het maken van deze foto.)

    Over de schrijver: Eva De Gelder is redacteur bij Free.Brussels
    en auteur van het boek ‘Canis’.
  • Baas over eigen zaad: de race naar omkeerbare anticonceptie voor mannen

    Mannen die geen kind willen verwekken tijdens de seksuele daad, hebben enkel het condoom als betrouwbare ‘tijdelijke’ optie. “Dat is discriminerend”, vindt seksuoloog Wim Slabbinck. “Het condoom kan een negatieve impact hebben op de seksuele beleving.” De tweede onbetrouwbare optie raden we natuurlijk niemand aan: voor het zingen de kerk uit gaan.

    In de 17e eeuw speculeerden wetenschappers dat er ‘minimensjes’ zaten in spermatozoïden en dat die slechts een warme en gepaste biotoop, een eicel, nodig hadden om te groeien. Vandaag weten we dat elk individu ontstaat uit de samensmelting van een eicel en een zaadcel. Een gezonde baby bestaat uit 46 chromosomen: 23 van de moeder en 23 van de vader.

    Vrouwen hebben negen keuzemogelijkheden om kinderloos door het leven te gaan, mannen slechts drie. “Mannen hebben de optie tot coïtus interruptus, om de regenjas te dragen ofwel ineens voor de knip te gaan.” Aan het woord is seksuoloog Wim Slabbinck. “Ook een man heeft het recht om al dan niet een kind te willen. De meeste mannen zullen verwachten dat de contraceptie bij de vrouw ligt, maar eigenlijk zouden ze zelf meer keuzes mogen hebben om hun vruchtbaarheid te controleren.”

    Free willie

    Het contraceptiegebruik in België stijgt sterk bij jongeren. Naast het condoom gebruiken jongeren vooral de anticonceptiepil voor vrouwen als voorbehoedsmiddel. 73% van de jongens en 62,6% van de meisjes (13-18 jaar) geeft aan dat zijzelf of hun partner ‘de pil’ gebruiken.

    Bron: Onderzoeksredactie Nederland

    “Doordat vrouwen de pil hadden in de jaren ‘60 konden ze zich vrijer gaan opstellen op seksueel gebied, dat heeft hen bevrijdt”, zegt Slabbinck. “Je kan de geschiedenis niet zomaar repliceren, maar vanuit een vrijzinnig standpunt is het belangrijk dat een mens zelf keuzes kan maken.” Mannen willen evengoed meer controle over hun vruchtbaarheid. “In mijn praktijk hoor ik wel vaker situaties waarbij een zwangerschap niet echt een ongelukje was. Dat de vrouw wel bewust stopte om de pil te nemen en de man achteraf pas voor een voldongen feit werd geplaatst.”

    “Sperma is niet iets dat de man geeft, het is het begin van vaderschap. Mannen moeten zelf bewust een keuze kunnen maken om al dan niet vruchtbaar te zijn.”
    – Wim Slabbinck, seksuoloog

    Een race die sputtert

    Er woelt heel wat in farmaceutische bedrijven in India, de VS en Duitsland op vlak van onderzoek naar contraceptie voor mannen. Al in de jaren ’70 ontwikkelde Indisch biomedisch ingenieur Sujoy Kumar Guha RISUG, een gel die in de zaadleider wordt ingespoten en zo de passage van sperma blokkeert. Deze gel werd later overgenomen en verder ontwikkeld door de Parsemus Foundation onder de naam Vasalgel.

    “Ik zie dat Vasalgel getest is geweest op konijnen en apen waarbij er een redelijk goed percentage van Azoöspermie (afwezigheid van zaadcellen in het ejaculaat) was”, zegt uroloog-androloog Maarten Albersen. “Toch bleek de gel bij de apen in enkele gevallen niet zo gemakkelijk oplosbaar omdat het op een verkeerde plek werd ingespoten. Het onderzoek met Vasalgel lijkt niet zo veelbelovend omdat ze al een vijftal jaar in onderzoeksfase 0 zit.”

    Naast Vasalgel lopen er nog een drietal relevante studies. De meest ver gevorderde daarvan is Nestorone-Testosterone, een gel die mannen dagelijks op de schouders en armen aanbrengen. De gel zorgt ervoor dat er minder testosteron wordt aangemaakt in de testikels, wat weer zorgt voor minder spermaproductie. Ook DMAU, de ‘mannenpil’, is ondertussen getest geweest bij 100 mannen. De onderzoekers van DMAU streven ernaar om het middel vrij van bijwerkingen te maken, omdat dat het makkelijker maakt om het op de markt te brengen. 

    Bron: Onderzoeksredactie Nederland

    Volgens Albersen lijken anticonceptiemethoden die gebruikmaken van hormonen tot nu toe onvoldoende te werken. “Ze geven in de meeste gevallen slechts 85 tot 90 % effectiviteit.” Daarnaast leidt het toedienen van testosteron tot een tijdelijk lagere eigen testosteronproductie. “Dit kan ervoor zorgen dat mannen snel moe worden en hun seksuele energie verliezen.”

    “Evengoed zien we hoe vrouwen die nu de pil nemen problemen ondervinden zoals opwindingsproblemen, doorbraakbloedingen en seksuele problemen”, gaat Albersen verder. “Het is dus ook niet zo dat je bij de vrouw zomaar wat kan spelen en proberen zonder dat het enig effect heeft.”

    Volgens Wim Slabbinck zou de vrouwenpil die in de jaren ’60 op de markt gebracht werd, nu nooit toegelaten worden: “Mocht er toen een mannenpil getest zijn, zou die wel op de markt gekomen zijn eind jaren ’60, begin jaren ’70.” De spelregels zijn ondertussen veranderd. “Middelen met hormonen kunnen een impact hebben op je gemoed, stresstolerantie, seksuele beleving en verlangen.”

    Een potentieel anticonceptiemiddel wordt nu veel sterker onder de loep genomen dan toen de vrouwenpil ontwikkeld werd. Zowel Albersen als Slabbinck zijn hoopvoller over een niet-hormonaal anticonceptiemiddel voor mannen. Een hormoonvrij middel dat veilig en effectief blijkt te zijn, is EP055. Het wordt ontwikkeld in de Verenigde Staten en laat veelbelovende onderzoeksresultaten zien tijdens de eerste testfasen.

    Baas over eigen zaad

    Volgens Slabbinck mogen we allemaal wat meer verontwaardigd zijn in de discussie over mannelijke contraceptie: “Allez, zet hier een alien op de wereld en laat die kijken naar onze maatschappij. Op een bepaalde dag gaat die toch sowieso vaststellen: vrouwen hebben hier keuzes om hun vruchtbaarheid te controleren en mannen niet?”

    “Allez, zet hier een alien op de wereld en laat die kijken naar onze maatschappij. Op een bepaalde dag gaat die toch sowieso vaststellen: vrouwen hebben hier keuzes om hun vruchtbaarheid te controleren en mannen niet?”
    – Wim Slabbinck, seksuoloog

    Waarom komt een nieuw anticonceptiemiddel voor mannen dan maar niet van de grond? “Mannelijke contraceptie klinkt als een nieuwe discussie, maar is eigenlijk een heel oude”, vertelt Slabbinck. “Om de 10 jaar wordt er wel ergens gepubliceerd dat we binnen een aantal jaren een nieuw voorbehoedsmiddel voor mannen mogen verwachten.” Zelfs in 1974 werd er in ‘Trouw’ al een artikel gepubliceerd met de titel ‘Nieuwe mannenpil werkt langzaam maar zeker en zonder bijwerkingen’.

    Albersen: “Het lijkt mij een basisrecht om als man een keuze te hebben over je eigen vruchtbaarheid. Maar als er niets goed op de markt is of er geen goed alternatief komt, kan men natuurlijk niet spreken van keuzevrijheid.” Volgens de Parsemus Foundation (Vasalgel) willen grote farmaceutische bedrijven niet inzetten op mannelijke contraceptie omdat ze dan in hun eigen voet schieten.

    Er is namelijk al een miljoenenindustrie van te slikken pillen: ‘Why sell a flatscreen television to a man when you can rent one to a woman for a decade?’ “Nu, ik weet niet of daar niks mee te verdienen valt”, zegt Albersen. “Met de vrouwenpil valt toch ook te verdienen. De markt is heel groot, als het product niet al te duur is om te ontwikkelen, denk ik wel dat er daar iets uit te halen valt.”

    eMANcipatie

    “Macht begint bij kennis”, zegt Slabbinck. “Een eerste stap is informatie verwerven en kennis delen. Als er dan voldoende draagvlak is of er een kritische massa bereikt wordt, zullen farmaproducenten wel eens durven springen.” Albersen vermoedt dat er wel mannen zijn die hun eigen nalatenschap meer in de hand willen hebben. “Zo kunnen mannen ook op een vrijere manier seks hebben, zonder zich zorgen te maken over het feit dat ze daar misschien kinderen mee verwekken.”

    Want anticonceptie gaat over zoveel meer dan het wel of niet willen van kinderen: het gaat over de vrijheid van seksueel genot en de uitbreiding van het keuzepalet voor mensen die elkaar graag zien of gewoon eens lekker van bil willen gaan. “Alles begint bij de bewustwording van de man die ook zijn vruchtbaarheid kan beheren”, eindigt Slabbinck. “Dat is het fundamentele, de rest volgt.”

    Wil jij je ei kwijt over mannelijke contraceptie? Reageer hieronder of stuur ons een bericht via onze Facebookpagina.

    Over de schrijver: Eline Andries is eindredacteur bij Free.Brussels
    en vrijzinnig-humanistisch consulent in het huisvandeMens Brussel.
  • Wanneer je ouders geloven in complotten: ‘Wat gaat er gebeuren, gaan ze gek worden?'(video)

    De in de VS immens populaire conspiracy QAnon staat voor een scharniermoment nu Joe Biden de fakkel van voormalig president Donald Trump heeft overgenomen. Doe daar een aanslepende coronacrisis bij en je hebt een explosieve cocktail.

    QAnon vindt haar oorsprong in de message boards van 4chan. 4chan is een microblog waar gebruikers anoniem posts kunnen maken en is doorheen de jaren uitgegroeid tot een populaire uitvalsbasis voor samenzweringstheoretici en mensen met rechtsextremistische sympathieën.

    QAnon begon in oktober 2017, toen een anonieme blogger op 4chan plots allerlei cryptische boodschappen publiceerde. In deze boodschappen beweerde hij een topambtenaar te zijn die voor Trump werkt en dus toegang had tot geclassificeerde informatie.

    Conspiracy’s in tijden van chaos

    Een allegaartje van beweringen doen bliksemsnel de ronde, maar het komt min of meer op dit neer: Trump vecht tegen een kliek van satanistische pedofielen die de wereld regeren. Dit groepje bestaat voornamelijk uit mensen uit Hollywood, politici van de DNC (de Amerikaanse democratische partij) en ambtenaren op hoog niveau.

    Het is duidelijk dat deze samenzweringssekte het heeft gemunt op mensen waar altright republikeinen sowieso hun neus voor optrekken. Zo geloven zij dat Hillary Clinton, George Soros en Obama internationale kinderhandelaars zijn en dat Angela Merkel de kleindochter is van Adolf Hitler. Trump is president geworden om de wereld te verlossen van dit kwaad.

    Deze beweging breekt de laatste tijd internationaal door en zet sinds kort ook voet aan wal in België. Wij gingen in gesprek met een getuige wiens ouders aanhangers zijn van QAnon. Vanwege de gevoelige aard van de informatie, wenst onze getuige anoniem te blijven.

    Camera en regie: Finn Janssens en Victor Haekens, reporter: Merlijn Beullens.

    Behoefte aan een gesprek na het zien van deze video? Bel: 0470 81 04 22.

  • De stem van de straat: Wat kan er beter in de Brusselse kanaalzone? (video)

    U weet het of u weet het niet, maar free.brussels opereert vanuit het huisvandeMens aan het Saincteletteplein in Brussel. Dat ligt in het hartje van de kanaalzone in Brussel. Wij trokken onze buurt in om te kijken wat er beter kan.

    “Vrouwvriendelijkheid, verkeersveiligheid, sociale gelijkheid, sport en veiligheid”

    Deze video werd voor het eerst getoond op ‘Samen de stad maken‘, de kick off van 100 jaar Sociaal Werk aan de Erasmushogeschool Brussel.

    Heb je zelf een plan of project om van Brussel een leefbare stad op mensenmaat te maken?

  • Na de growfunding: Een leeg café en een momentum

    Onze redacteur trok naar den Bizon en ontmoette cafébaas Philip De Win. Wat volgde was een gesprek over growfunding, de willekeur van een postcode, stamgasten, de welvaartstaat, neoliberalisme, en de nood aan een plan B. 

    “Jaja, het is het één en ander”, zucht Philip. Ik beaam al knikkend. Jaja. Meestal wantrouw ik ‘jaja’s’ in een gesprek, ze zijn de prelude van een aantredende ongemakkelijke stilte, maar niet in dit geval. ‘Jaja’ vat nu zowat alles samen: de helaasheid, het machteloze. Het is 11 uur ’s ochtends, 26 maart. Den Bizon zijn Growfunding-campagne zit er intussen al een paar weken op, en mensen kunnen vanaf vandaag hun rewards komen ophalen. Ik zet mijn kartonnen doos met boeken tussen de ettelijke andere kartonnen dozen, gevuld met cider, cd’s, bier, een concertfoto van Arno in vol ornaat, en nog een paar dingen. 

    Of ik een pintje wil, nu ik hier toch ben? Ik werp een blik op mijn horloge: 11.03 uur. “Bajaat”, zeg ik. We klinken. “Op 1 mei”, zegt Philip, en ik herhaal, als waren we vakbondsmilitanten in rode waterafstotende jassen. 

    Een domino van zondebokken

    Ik vraag hoe hij zich voelt. Hij haalt zijn schouders op, en wijst naar buiten. Naar links, naar rechts. Wat met al die cafés, zegt hij, meer dan dat hij een vraag stelt. Hij somt er een paar op, kleine cafés, grote cafés: hier in Brussel krijgen ze allemaal hetzelfde vaste bedrag van de overheid, ongeacht de oppervlakte van de zaak, ongeacht het aantal personeelsleden. In Vlaanderen doen ze het dan toch beter, daar is de steun die je krijgt gebaseerd op uw omzet. “Niet die van 2020 weliswaar”, voegt hij er half grijnzend aan toe. Of hoe er op basis van je postcode wordt beslist wat je krijgt. 

    Philip mist een grotere visie bij de manier waarop ons land de coronacrisis en al zijn gevolgen tracht te beheersen. Hij stoort zich eraan hoe nu eens de horeca wordt geviseerd, dan weer de cultuursector, dan studenten, en nu ineens kinderen, die blijkbaar toch besmettelijker zijn dan de experts ons al maanden doen geloven. En dat heel die focus op steeds weer wisselende zondebokken getuigt van kortzichtigheid, want cafés, burgers, overheid, het onderwijs: onze maatschappij is opgebouwd uit talloze onderdelen die allemaal aan elkaar vasthangen. Haal er eentje uit, laat er eentje weg, en alles stort ineen, “zoals bij domino”. 

    © Aurélien Goubau

    Welvaartstaat vs. Neoliberalisme 

    Heeft corona de toekomst van de welvaartstaat veranderd? Hij twijfelt. “Het is te vroeg om hier een sluitend antwoord op te geven, maar dat er gevolgen zullen zijn, is nu al duidelijk”. Nu al gaan er zaken failliet, ondanks de steunmaatregelen, en nu al is er een heel scala aan stemmen die pleiten voor meer dan wel minder inmenging in onze economie. Wat zegt dit dan over ons maatschappijmodel, op basis waarvan wij Belgen, wij Europeanen, ons toch steeds wat superieur voelden tegenover het doorgedreven neoliberalisme van de Angelsaksische wereld? 

    Want het Amerikaans systeem, waar quasi elke tussenkomst van de staat als communistisch wordt afgedaan en alle solidariteit op privépersonen leunt, is niet de oplossing, daar zijn we het beiden over eens. Maar wij Belgen zijn ook niet zaligmakend. We zijn het zodanig gewoon van zoveel belastingen te betalen, zulke loonkost af te dragen aan onze overheid, dat we soms vergeten dat daar wel iets tegenover mag staan. En zeker, er zijn landen waar ze het veel slechter hebben dan wij. “Kijk maar naar Nederland, of Italië, daar trekt de horeca bijna niks van de overheid”, aldus Philip. Maar toch. 

    Wij staan af – en met graagte – in vette en in magere jaren, opdat de overheid ons ondersteunt wanneer we het nodig hebben. Dat was toch zo ongeveer het principe van de welvaartstaat: één voor allen, allen voor één. Maar als ze dit nalaten, waarom dan überhaupt zoveel belastingen betalen? Zodat de politieke partijen almaar rijker worden en niet ophouden van elkaar te bekogelen over parlementen, regeringen en gemeenschappen heen? “We mogen meer verlangen van onze overheid. Voor wat, hoort wat.” 

    Philip De Win, uitbater van café den Bizon
    © Aurélien Goubau

    Australiërs en stamgasten

    En toen was er growfunding, die méér heeft opgebracht dan de overheid, en dan hebben we het niet alleen over geld. Philips gezicht klaart op wanneer we het over de vzw hebben. De materiële opbrengst die de actie heeft opgeleverd was meer dan welkom, maar voor hem was het vooral de bereidheid van de mensen, de goodwill die als een enorme opsteker werkte. “Het deed deugd”, zegt hij, het heeft zijn mensbeeld ten goede getransformeerd. Blijkt inderdaad dat indien niet de meeste, dan toch redelijk wat mensen deugen. 

    Hij had niet durven hopen op zoveel reacties, zegt Philip. Ik kijk verbaasd op. “Ieder café is anders.” legt hij uit. “Ons vast klantenbestand is kleiner in vergelijking met andere cafés, wij trekken ook veel toevallige passanten, toeristen, of mensen die komen voor de optredens op maandagavond. Mensen die misschien niet meteen geneigd zijn om te doneren.” 

    Ik zeg hem dat hij te bescheiden is, dat er veel mensen zijn die den Bizon in hun hart hebben gesloten. “Het moet zijn”, lacht hij zachtjes. Zijn ogen lichten op, hij heeft zelfs donaties uit Australië gekregen, van mensen die hier 20 jaar geleden eens zijn beland. Zulke reacties krijg je niet zomaar, het getuigt van zijn inzet en het werk dat hij stak in de promo van de campagne. Van een solidariteit enkel op basis van populariteit is er dus geen sprake, zoals ik als advocaat van de duivel even voorheen had gepolst. 

    Philip De Win, uitbater van café den Bizon
    © Aurélien Goubau

    En nu? 

    Maar alle steunmaatregelen en campagnes ten spijt, zitten we nog steeds in een leeg café. En de opening van de horeca op 1 mei is vooreerst een hoop eerder dan een zekerheid. “Je kan geen burgercampagnes blijven oprichten”, zegt Philip. “Growfunding was een momentum, iets eenmaligs”. En de voorwaarden vooraleer we als samenleving weer vrijer kunnen ademhalen, worden steeds weer aangepast, en houden bovendien een realistisch gevaar in. Al onze hoop is namelijk gericht op de vaccinaties, en niemand lijkt na te denken over de – zeer waarschijnlijke – wat als: wat als we geen vaccinatiegraad van 70% bereiken? “Het is risicovol wanneer er geen aanvullende strategie is, of een plan B waar we op kunnen terugvallen.” “Zoals?”, vraag ik. Hij zucht. “Ik weet het ook niet precies”. 

    Philip en ik klinken nog een laatste maal. “Op 1 mei?”

    Time will tell. 

    Over de schrijver: Eva De Gelder is redacteur bij Free.Brussels
    en auteur van het boek ‘Canis’.
  • De stem van de straat: Een ode aan de Brusselse sociale werkers (video)

    Een beroepsgroep waar veel clichés over bestaan: de maatschappelijke werker. Wij trokken de straat op om na te gaan of ze meer doen dan dreadlocks kweken en pintjes drinken op Sint-Katelijne.

    “Ze hebben altijd dreadlocks, het zijn dromers, laid back

    Deze video werd voor het eerst getoond op ‘Samen de stad maken’, de kick off van 100 jaar Sociaal Werk aan de Erasmushogeschool Brussel. Die kan je hier herbekijken:

  • ‘Vaccineren: doen of laten?’ SKEPP-experts ontrafelen 4 mythes rond COVID-19-vaccins (VIDEO)

    Artsen Marleen Finoulst en Wietse Wiels schreven het boekje ‘Vaccineren. Doen of laten?‘. Daarin fileren ze enkele vooroordelen, complottheorieën en geruchten rond vaccins. Ze gaan in die publicatie op zoek naar antwoorden. Ze leggen in heldere taal uit wat een vaccin is, hoe het werkt en getest wordt, welke bijwerkingen er mogelijk zijn en waarom steeds meer burgers het vertrouwen in vaccins lijken te verliezen. Wij legden hen voor wat er leeft op straat en vroegen hun reactie op 4 populaire mythes.

    1. Zijn vaccins die op één jaar zijn gemaakt wel veilig?

    2. Zijn de symptomen van covid-19 niet veel lichter dan wat ervan wordt gezegd?

    3. Zijn de grote farmaceutische bedrijven die de vaccins maken wel te vertrouwen?

    4. Zit er dan echt geen grond van waarheid in de geruchten en complotten?

    Over het boekje:

    De auteurs doen aan wat in het Engels ‘debunking’ heet: het ontmaskeren van desinformatie over vaccins, met wetenschappelijke feiten en een logische uitleg. Nu meer dan ooit moeten we bezorgd zijn over de impact van sociale media bij desinformatie in het algemeen, en in het bijzonder over vaccins. Dit boek komt daarom op tijd en geeft duidelijke inzichten hoe hiermee om te gaan.”
    Pierre Van Damme, vaccinoloog, Universiteit Antwerpen 

    Marleen Finoulst en Wietse Wiels leggen glashelder uit waarom je laten vaccineren zowel van wijsheid als verantwoordelijkheidszin getuigt. Bovendien ontkrachten ze met logica en wetenschap de meest hardnekkige misverstanden en fabels.”
    Johan Braeckman, hoogleraar wijsbegeerte, Universiteit Gent

    Bestel ‘Vaccineren. Doen of laten?’

  • Amanda Gorman: wanneer tegenstanders met je woorden aan de haal gaan (opinie)

    Had Eddy Wally nog geleefd, stond ‘wokeboarding’ in de remix op zijn nieuwe plaat en wanneer de restaurantdeuren weer wagenwijd opengaan, dan opteert elk wat meer creatief Aziatisch tentje voor een nieuw ‘woke-gerechtje’ op het menu. En dan liefst met een pittig sausje. We zijn wakker, we zijn woke. De bom is gebarsten.

    Amanda Gorman zit hier voor iets tussen. Haar literaire aanwezigheid op de inauguratie van de huidige president Joe Biden opende de woordsluizen. “Ik ben een bedreiging, een bedreiging voor onrecht, ongelijkheid en onwetendheid”, tweette ze zelf toen ze recent nog achtervolgd werd naar haar appartement door een veiligheidsagent, omdat ze ‘er verdacht uitzag’.

    When day comes we ask ourselves,
    where can we find light in this never-ending shade?

    Op zoek naar het licht, de zonnestralen reflecterend op haar gekleurde huid, begint zij haar pleidooi. Zij treedt uit de zwarte schaduw die haar zwartheid nog meer maskeerde en toont haar huid in het felle medialicht. Hierbij gebruikt zij geen zwarte of witte woordenschat, een glossarium in bijlage is overbodig. Zij spreekt een taal, voor iedereen hoorbaar, door enkelen begrepen, door anderen genegeerd. 

    And so we lift our gazes not to what stands between us,
    but what stands before us. We close the divide because we know, to put our future
    first, we must first put our differences aside.

    En voor sommigen vooral grijpbaar. Een vergrijp op haar tekst, een zie-je-wel in haar gezicht. Eenheid zij begeerde, verdeeldheid zij kreeg. ‘Verdeel en heers’, moeten sommigen onder ons gedacht hebben. Marieke Lucas Rijneveld, uitverkoren vertaalster. De critici, uitverkoren spelbrekers. Marieke, non-binair, helemaal woke, wordt belazerd door nog andere wokers. Volg je nog? 

    Het blanke Europa en het zwarte Amerika ontmoeten elkaar in taalconflict, een strijd om het woord. Rijs de dialoog en wissel de wacht van de woordenschat. Onze hersenen hellen naar binaire vraagstukken: zwart en wit, vaccinatiegoeroes en anti-vaxxers, wokers en stokers. De hevige trillingen van de olifant in de kamer zijn niet meer te negeren. Toch kunnen we er niet omheen: elk zijn we vooral mens.

    Als zwart en wit niet horen te communiceren over verleden, heden en toekomst. Moeten we dan nog praten? Is een dialoog niet altijd een assumptie van perceptie en een zoeken naar verbondenheid? Gooi die voetnoten over de balk en stap in een nieuwe realiteit. Witte en zwarte woorden zullen naar elkaar ombuigen, versterken en integreren. 

    For while we have our eyes on the future,
    history has its eyes on us.
    This is the era of just redemption
    we feared at its inception.

    ‘History is a bitch’. De curricula vitae van onze blanke voorvaderen worden geprojecteerd op de kale zwarte muur. Wit op zwart. Vrouwen leken er niet te zijn. Oh, toch wel. Daar ééntje op de achtergrond. Enkele aanwezigen bewegen ongemakkelijk op hun stoelen, maar dan kondigt de megafoon een intermezzo aan waarop de menigte opgelucht reageert. De trailer van Black Panther, gevolgd door een heftige seksscène van het Amerikaanse kostuumdrama Bridgerton vullen de zwarte ruimte. Zwart op zwart. Sommigen staan op. Wel historisch correct, kleurlingen in het adellijk gezelschap rond 1800?

    Stellen we de juiste vraag? Amanda Gorman groeide op zonder projecties op haar zwarte muur, zonder spiegelbeeld op het grote scherm. Geschiedenisboeken sloegen haar hoofdstuk over, waardoor zij zelf de pen opnam en haar verhaal schreef. Zwart op wit. Amanda Gorman verlangt verlossing, niet een sorry-dat-hadden-we-niet-mogen-doen, maar een bewustwording. Begrijp het verleden en ga nu door in een nieuw daglicht. Geen wit op zwart of zwart op wit, maar wit en zwart en alle schakeringen daartussen. Een samenspel van kleuren die naast en evenredig aan elkaar de kamer decoreren. Een kamer van samenhorigheid waar geen van de twee de andere overheerst, maar vooral een ruimte waar ook ruimte is. Ruimte voor elkaars ideeën en waarden.

    Journalist, onderzoeker, politicus, leerkracht, vertaler en ook jij die dit leest. Laat haar stem klinken en een harmonie vormen met de andere huidskleuren aan het spreekgestoelte. Vertel het verhaal niet zwart op wit, maar zwart en wit. Amanda Gorman gooide de kaarten op tafel, aan ons om het spel uit te spelen, harten troef.

    Over de auteur: Charlotte Lippens is redacteur bij Free.Brussels.
  • Brusselaars aller landen, verenigt u!

    Beste Brusselaar, 

    174 jaar geleden hadden wij een icoon in ons midden. Dat midden mag u overigens letterlijk nemen, want het was pal in het hart van ons Gewest, in de Jean d’Ardennestraat in Elsene, dat dit heerschap werkte aan zijn revolutionaire manifest dat de wereld zou veranderen. Het zou markanter zijn mocht het pakweg 150 of 200 jaar geleden zijn, I know, maar de behoefte en nood aan actie zou een belangrijkere beweegreden moeten zijn tot herdenking dan een jaartal dat zich makkelijk laat afronden. 

    In 1847 schreef Karl Marx zijn communistisch manifest in Brussel – je weet wel, ‘proletariërs aller landen, verenigt u!’ –  en dit is een gegeven dat we al te vaak vergeten en niet genoeg eren. Los van mij in één richting of de andere uit te spreken over mans politieke overtuiging, mogen we, nee, moeten we trots zijn op het feit dat hij hier een dergelijk manifest kón schrijven, zonder censuur of betutteling. Mijn beste Brusselaar, het is hoog tijd voor een nieuw manifest, een manifest voor én door Brussel. 

    Grootstadmanie

    Er is namelijk iets kapot in onze stad, en dan heb ik het niet over de roltrap van de metro. Racisme, armoede, homofobie, seksisme, zwerfvuil: ze maken zo intrinsiek deel uit van ons dagelijks leven dat het bijna lijkt alsof we ze aanvaard hebben, alsof het nu eenmaal de spijtige realiteit is die hoort bij een grootstad als Brussel, en dat laatste is iets dat we met trots verkondigen. 

    Ja, we kloppen ons graag op de borst met onze grootstedelijkheid, wij Brusselaars, hoe multicultureel we wel niet zijn, hoe divers, een ware metropool, een tolerant en open-minded eiland te midden van kneuterigheid en kleinburgerlijkheid. We gebruiken dit label als een excuus voor onze problemen, we keren ze de rug toe en praten ze ermee goed, alsof een metropool er niet van zou mogen dromen zijn misdaad aan te pakken, of zijn vrouwonvriendelijke straten, zoals recentelijk  – helaas – nog maar eens bewezen.

    Hoe kan het dat we nog steeds aanvaarden dat we afhankelijk van de taal die we spreken of de kleur die onze huid draagt anders benaderd worden door de politie of door winkelbedienden? Hoe kan het dat we aanvaarden dat wanneer een jong holebikoppel in elkaar wordt geslagen, we zeggen dat ze dan maar niet hand-in-hand hadden moeten lopen in een bepaalde wijk? Dat er met de vrieskou van de voorbije weken mensen lagen te slapen voor het leegstaande Bloom hotel, terwijl er achter de gevel honderden bedden klaar stonden?

    Doen we onze stad, ons gewest, net geen onrecht aan door deze kwesties zo makkelijk onder de metropole mat te vegen? Diep vanbinnen weten we dit wel, maar we lijden met zijn allen aan grootstadmanie, en van zodra er ook maar iemand commentaar uit op onze stad schieten we in een hysterisch verweer.

    Ik ben de eerste om het toe te geven dat ik mij van bovenstaande argumenten bedien om mijn stad te verdedigen. Grootstad, altijd iets te beleven, multicultureel, lalala: the whole shebang. Het klinkt zo goed. Het klinkt alleszins beter dan dat ik zou toegeven dat ik mijn kledij aanpas al naargelang mijn bestemming in de stad, of dat ik bepaalde wijken probeer te vermijden omdat ik geen zin heb in 10 catcalls op pakweg 80 meter afstand, maar eerlijkheid lijkt mij hier op zijn plaats, want het is een valse liefde die we bepleiten wanneer we schouderophalend ‘ach ja’ zeggen en verder gaan. We strekken er niemand mee tot eer, onze stad nog het minst van al, want door het probleem niet aan te kaarten, maar uit de weg te gaan, verstevig je juist zijn positie. 

    Clichés en eenheidsworst

    Hoe open-minded zijn we trouwens echt? Hoe vaak treden we buiten onze begane paden? Hoe metropool zijn we als ons leven zich beperkt tot drie straten? De Dansaert-Vlaming, de Molenbeekse Marokko-Belg, de Engelssprekende Eurocrat, om er maar een paar te noemen, evolueren we niet meer om meer richting deze stereotypen gedicteerd door onze taal van omgang, onze wijk, ons inkomen, onze afkomst? Hoeveel contact hebben we echt met elkaar, als we heel eerlijk zijn? Wat deelt de gemiddelde twintiger uit Sint-Joost nog met een Ukkelaar op pensioen? Wat delen de inwoners van Petite-Anatolie met een witte, Nederlandstalige inwijkeling uit Aalst zoals mijzelf? Hoe vaak treed ik buiten het zogenaamd ‘coole’ Brussel?

    Want nu mijn waarheidsserum op dreef komt zal ik gelijk maar toegeven dat grosso modo 80% van mijn activiteiten plaatsvinden in een straal van 100 meter rond Saint-Catherine, wandelend wit cliché dat ik ben. Ik begrijp het heus, het is makkelijk en aangenaam te vertoeven tussen ‘gelijken’, maar drijf dergelijk sociaal gedrag te ver door en je krijgt dit als resultaat: clichés, een bestendiging van het eigen gelijk, een verwatering van de empathie, een vervreemding van ‘de ander’, en buurten die afgesloten lijken door onzichtbare elektrische hekken. 

    Dus waar pleit ik eigenlijk voor? Alleszins geen eenheidsworst, verre van, maar een worst is een worst door zijn vorm, ongeacht of hij varkensvlees, halal kippenwit of geprakte kikkererwten bevat, ongeacht of we hem saucisse of sausage noemen. Onze kracht schuilt precies in deze verscheidenheid, onze bi-, tri- en andere lingualiteit, en in plaats van deze te gebruiken als excuus om ons van elkaar te distantiëren moeten we ze benutten als onze gedeelde kracht. We kunnen de elementen bij elkaar optellen in plaats van ze van elkaar af te trekken.

    We kunnen én Schaarbekenaar, én Turks, én Franstalig zijn, en deel uitmaken van de Brusselse worst. Het enige dat we nodig hebben is een project, een titel waar we allemaal op kunnen inhaken en waar we ons allemaal in vertegenwoordigd zien, in plaats van terug te plooien op onze veilige identiteit aangereikt door gegeven feiten die niks te maken hebben met onze keuzes. We hebben een begrip nodig dat ons verenigt, opdat we ‘de ander’ in de eerste plaats erkennen als mede-inwoner van onze stad. We moeten ons terug Brusselaar voelen. We moeten er doelbewust voor kiezen, om ons Brusselaar te voelen. 

    Ellis-Island aan de Zenne

    Want we hebben dan misschien onze problemen, we hebben ook veel om trots op te zijn. Nergens anders in België zijn burgers meer betrokken bij het beleid dan hier, wat recentelijk nog maar eens werd bewezen met de geplande herinrichting van het Saincteletteplein. We hebben een gigantisch en jong potentieel, we zijn gezwind en passen ons makkelijk aan nieuwe situaties aan. We zijn levensgenieters, met een rijk – en goed ingeburgerd – horecabestand. We hebben Zwangere Guy en Lous and the Yakuza. We hebben onze art-nouveau. We hebben Arno. We zijn een stad van immigranten, altijd al geweest. We zijn een Ellis-Island aan de Zenne, en daar moeten we trots op zijn. We zijn een stad zo gedrenkt in persvrijheid en een open blik dat Karl Marx hier in alle rust kon schrijven, en nu we stilaan kunnen beginnen dromen van een bestaan zonder sociale coronabubbels, kunnen we ook meteen uit onze intra-Brusselse bubbels breken. 

    Het ligt in onze eigen handen, we dragen zelf de verantwoordelijkheid. We kunnen de metropool zijn die we beweren te zijn. En daarom zeg ik, in het Nederlands, in het Frans, het Urdu, het Kantonees, het Turks, het Engels, het Lingala, het Spaans en het Berbers, en geheel in lijn met onze traditie: Brusselaars aller landen, Brusselaars aller gemeenten, verenigt u!

    Over de auteur: Eva De Gelder is redacteur bij Free.Brussels
    en auteur van het boek ‘Canis’.
  • Mediawijsheid: een vaccin tegen virale complotten?

    ‘De vaccinatieplicht dient enkel om de farmaceutische sector rijker te maken’ wordt weleens gezegd, ‘Elites organiseren opzettelijk migratie om de Europese bevolking te vervangen’ ook. Dit zijn maar enkele voorbeelden van frappante complottheorietjes die in verschillende hoekjes van het internet worden gespuid. Complottheorieën zijn van alle tijden, maar ze winnen de laatste tijd aan populariteit en sommigen worden zelfs steeds meer ‘mainstream’. 

    De stijging in populariteit gaat gepaard met de ongerustheid over desinformatie en fake news. Op sociale media en het internet doen soms theorieën de ronde die niet berusten op feiten, maar zijn eerder een samenraapsel van verschillende soms subtiele misvattingen. Bij complottheorieën komt het er vaak op neer dat er argumenten worden bedacht om persoonlijke en onbewuste overtuigingen te bevestigen; in dure woorden: confirmation bias.

    Volgens Stef Aupers, hoogleraar mediacultuur aan de KU Leuven, stammen dat soort overtuigingen vaak voort uit gevoel van maatschappelijk ongenoegen of een gevoel van onzichtbaarheid voor de politiek. Complottheorieën brengen een alternatief verhaal dat gemakkelijk te vatten is en zorgen voor gelijkdenkenden een gemeenschapsgevoel. 

    © Ehimetalor Akhere Unuabona

    Politiek en alternatieve verhalen

    Hoewel het academische onderzoek naar complottheorieën nog in zijn kinderschoenen staat, weten experts al langer dat aangeleerde politieke denkkaders en onderliggende psychologische processen een grote rol spelen. Wanneer we aan (politieke) opinievorming doen, selecteren we vaak de informatie die al aansluit bij onze overtuigingen; we gaan specifiek op zoek naar deze informatie of we sluiten ongemakkelijke argumenten die onze opvattingen tegenspreken op voorhand uit (motivated reasoning). 

    De ‘traditionele’ media zoals kranten en de openbare omroep hangen volgens complotdenkers samen met de gevestigde politieke groepen en zijn dus niet te vertrouwen. Daarom zijn er andere manieren of bronnen van informatieverwerving die vaker gebruikt worden, voornamelijk sociale media en de rest van het internet. Daar circuleren er motiverende verhalen of ‘engaging content’ die door algoritmes verder versterkt en verspreid worden.

    Op blogs vind je opinies die niet altijd waar, maar wel meeslepend zijn omdat ze als evidente feiten worden voorgeschoteld. Die bloggers, vloggers of professionele mediaproducenten spelen ook in op de emoties van hun afzetmarkt en spelen in op hun verlangen om deel te zijn van iets groter. Meerdere mensen delen het geloof in deze aantrekkelijke en sensationele verhalen en versterken elkaars overtuiging waardoor ze naarmate ze dieper in ’the rabbit hole’ vallen steeds moeilijker hun eigen overtuigingen kunnen herzien. Wetenschappers die met feiten voor de dag komen worden weggezet als deel van het complot. 

    To GAFA or not to GAFA?

    De reflex om argumenten te zoeken op sociale media en het internet is in het algemeen vooral aanwezig bij jongeren. Uit een onderzoek naar complottheorieën van Knack en Le Vif blijkt dat 60% van de jongeren het internet als hun voornaamste bron van informatieverwerving ziet. Sociale media zijn snelwegen voor fake news, maar tegelijkertijd zijn dit dé plekken waar jongeren de gebeurtenissen van de wereld ontdekken.

    Hoe moet er dan voor gezorgd worden dat jongeren zich niet te veel laten verleiden door deze spannende, maar grotendeels foutieve verhalen? Moeten technologiebedrijven zoals Google, Amazon, Facebook of Apple (GAFA) hun verantwoordelijk hiervoor opnemen? Nathalie Van Raemdonck, verbonden aan de Vrije Universiteit Brussel en onderzoeker van desinformatie op online-platformen, is sceptisch ten opzichte van de rol van media- en technologiebedrijven aangezien daar beslissingen vaak ondemocratisch gebeuren. Dit zorgt ervoor dat een zeer kleine maar machtige groep overtuigd moet worden. Richard Evans die verbonden is aan de Universiteit van Cambridge, is daarentegen wel voorstander van deze aanpak door de snelheid en efficiëntie waarmee de bedrijven kunnen ingrijpen.

    Nog een optie is burgers mediawijs maken. Hierbij ligt het zwaartepunt bij de gebruiker van de platformen zelf. Burgers zouden een kritische reflex moeten hebben ten opzichte van alle informatie die gedeeld wordt via de media, zowel off- als online. Niet door alle feiten tien keer na te gaan, maar vooral door de betrouwbaarheid van de bron en de opbouw van het verhaal te onderzoeken. Dit is ook de aanpak die Benjamin Dalle verkiest, hij is de Vlaamse minister voor Brussel, Media en Jeugd.

    © Tom Carnegie

    Skills voor de 21ste eeuw

    Jongeren een kritische reflex aanleren ten opzichte van (online) informatie lijkt dus de beste aanpak. Technologiebedrijven kunnen zelf ook een tandje bijsteken om hun platformen zo veel mogelijk vrij van desinformatie te houden, maar natuurlijk zijn zij niet alleen verantwoordelijk voor de verspreiding ervan.

    Ruben Mersch, filosoof en auteur van het boek Waarom iedereen altijd gelijk heeft deelde met Klasse een paar tips over hoe leerkrachten kunnen praten met hun leerlingen over de corona-regels. Deze tips zijn ook toepasbaar op het ruimere debat rond complottheorieën en desinformatie. Zo geeft hij aan dat leerkrachten zonder een beschuldigend vingertje het gesprek moeten starten. Je bereikt namelijk meer met een positieve houding en een respectvolle houding voor alle argumenten. Ook voor de meer van de pot gerukte ideeën.

    Denkpistes vlakaf afbreken kan contraproductief zijn, waardoor het juist belangrijk is om leerlingen aan te moedigen om door te denken. De leerkracht is als een moderator; die moet polarisering voorkomen door kritische vragen te stellen zodat de leerlingen zelf tot andere inzichten kunnen komen.

    Ervoor zorgen dat jongeren kritische, goed geïnformeerde burgers worden is volgens Annelore Deprez, hoofddocent journalistiek aan de UGent en Arteveldehogeschool, uiteindelijk de kerntaak van ons onderwijs. Dat is niet enkel de verantwoordelijkheid van één vak, maar zou aan bod moeten komen in verschillende vakken en schoolprojecten. Dit is gelukkig nu voelbaar in de nieuwe eindtermen voor het secundair onderwijs. Zowel burgerschap als digitale competenties en mediawijsheid zijn namelijk sleutelcompetenties geworden.  

    Tijd dus dat het onderwijs en educatieve instellingen ‘future proof’ aan de slag gaan. Vooral jongeren en kinderen kunnen leren omgaan met de digitale realiteit waarin ze opgroeien. Stimuleer je bovendien hun creativiteit en hun capaciteit om samen te werken en je hebt de ideale burger van morgen.

    © Arne Declerck
    Over de schrijver: Ella Oelbrandt is redacteur bij Free.Brussels en studeert sociologie aan de Vrije Universiteit Brussel.