Blog

  • Moet just niks: Eva zegt nee tegen lockdown todo’s

    De tegels gingen volgende week toekomen. Ze ging ze zelf leggen. Ja, ze kon dat, waarom zou ze het niet zelf kunnen? Drie tot vijf werkdagen later zouden de kranen (matzwart), het aanrecht (marmer) en de frigo (merk onbekend) toekomen. Na de keuken zou ze zich op de living smijten. Daarna was het dakterras aan de beurt, en de voorgevel, die ze nota bene nog maar een goed jaar geleden had geattaqueerd. 

    Maar genoeg over haar, hoe ging het met mij? Niks speciaals, nog steeds technisch werkloos, weet je wel. Dus ik had veel tijd? Ik knikte. Wat ik dan hele dagen deed, wou ze weten. Wel, ik lees veel, ik ga af en toe lopen, ik kook, mijn lief en ik houden om 6 uur ’s avonds apero, en dat is het zowat.

    ‘Niks spectaculairs’, voegde ik er nog aan toe, hoewel dat al duidelijk was. Ik zag ontgoocheling – en een tikkeltje judgement? – groeien op haar gezicht, dus zei ik maar snel dat ik op het punt stond de badkamer te renoveren. Dat ik al vijf jaar op datzelfde punt stond verzweeg ik even. 

    …maar ik werd geconfronteerd met het besef dat mijn plannen veel weg hadden van spinazie: ze lijken groots en fris en veel, maar hoe langer ze sudderden hoe meer ze slonken tot een onbeduidend slijmerig hoopje…

    Een goeie week later zag ik een andere vriendin. We waren aan het ‘nieuwe tooghangen’, m.a.w. ploeteren door de modder, toen ze verkondigde dat ze groot nieuws had: ze was begonnen met haar eigen lijn van keramiek. Dat ze, eindelijk gevrijwaard van de banale occupaties van haar werk, haar roeping had gevonden, en besloot er volop voor te gaan. 

    Natuurlijk was ik trots op haar, ook al herinner ik mij hoe ze vroeger schamper lachte bij de beruchte scène uit Ghost, omdat dat geklungel van Demi Moore toch nauwelijks voor kunst kon doorgaan en al helemaal geen loon kon opleveren, maar een mens was geen mens indien hij niet bij tijd en wijle van gezindheid wisselde. En wederom volgde de vraag die ik zo was beginnen vrezen: waar had ik mij mee beziggehouden nu ik zulke ‘oodles of time had?

    Verbouwingen, eigen zaken, een plots opgedoken passie voor macramé en zelfgemaakte kimchi: het was een koorts die ik overal zag aanzwellen, die ‘can do’-mentaliteit op een moment in de geschiedenis die wordt gedirigeerd door opgeheven vingertjes, restricties en terechtwijzingen. Begrijp mij niet verkeerd: ik bewonder dergelijke daadkracht en determinatie. Ik hou van mensen die het heft in eigen handen nemen en nieuwe dingen uitproberen.

    Ik had ook de intentie gekoesterd om mijn vrijgekomen tijd te benutten. Ik ging mijn Duits opfrissen, om zo maar iets te noemen, de kelder uitkuisen, maar ik werd geconfronteerd met het besef dat mijn plannen veel weg hadden van spinazie: ze lijken groots en fris en veel, maar hoe langer ze sudderden hoe meer ze slonken tot een onbeduidend slijmerig hoopje dat je een naar gevoel aan de tanden bezorgt, en des te minder dat ik er zin in had. 

    ‘Me-time’ is het nieuwe ‘YOLO’

    Dus driewerf hoera voor mijn innovatieve medeburger die wel zaken gedaan krijgt, zeer zeker. Maar in hoeverre was die drang om plots hun dromen te realiseren of nieuwe hobby’s tot hun religie te kneden iets dat uit hun binnenste kwam? Hadden ze allemaal gezamenlijk het licht gezien, of volgden ze slaafs de laatste nieuwe mantra dat we al onze vrijgekomen tijd moesten optimaliseren?

    Mijn Instagramfeed overstelpt mij met zodanig veel nieuwbakken yoga-adepten, fotografen en ‘hikers’ die elke wandelroute in de Ardennen afstruinen dat ik niet anders kan dan er wantrouwig van worden. Ik vroeg mij af of al deze hernieuwde paden naar onszelf niet de uiting waren van een oud kwaad in een nieuw, spiritueler jasje. Sociale druk 2.0: net nu we meenden ervan verlost te zijn, duwt hij zijn overtollige talg weer naar het oppervlak. 

    Nog hachelijker wordt het wanneer al die plots verworven passies worden gecatalogeerd onder de noemer ‘me-time’. Eén ding is zeker: die zogenaamde ‘me-time is het nieuwe ‘yolo’, even irritant, en even ontspannend en ongeforceerd als de gemiddelde nieuwjaarsreceptie van een politieke partij.

    Asbakken glazuren en alpaca-kwekerijen starten hebben nachtelijk geradbraak weliswaar van de troon gestoten als invulling, maar hashtags blijven hashtags, en de achterliggende boodschap is exact hetzelfde: kijk en herhaal. #metime draait helemaal niet om herbronning.

    Het is een Trojaans paard dat je er pijnlijk attent op maakt dat je weliswaar thuis zit, maar dat dat geen reden is om niks uit te vreten, en dat indien je niks uitvreet, je wordt geacht dat te doen met een gezichtsmasker (en valse wimpers) op uw smikkel. Heerlijk ontspannend toch? Gezichtsmaskers en wimpers! Verven! Hakken! Timmeren! WANDELEN! Kaarsen gieten en breien! Herbron, zeg ik u, HERBRON!!! 

    Ik begon te vrezen dat ik de enige was op wie al dit ge-herbron een averechts effect heeft, totdat ik een goeie week later nog een rondje ging modderploeteren met nog een andere vriendin. Ze heeft een taartje mee, en een thermos koffie.

    Ze haast zich om te vermelden dat ze het taartje gekocht heeft, niet zelf gebakken, maar dat ze vermoedt dat ik haar daar niet op ga afrekenen, of ‘staan mijn dagen plots ook in het teken van bananenbrood bakken en terrazzo-tegels leggen?’ Zelden voelde ik mij  zo verwant met haar als op dat moment.

    Over de schrijver: Eva De Gelder is redacteur bij Free.Brussels
    en auteur van het boek ‘Canis’.
  • Saskia Van Nieuwenhove en Luc Deneffe fileren de Bijzondere Jeugdzorg in Vlaanderen (video)

    Het is toch niet aan een kind om op te zoeken wie het kan bellen als het onrecht wordt aangedaan?

    Bijzondere Jeugdzorg in Vlaanderen: samenvatting van het gesprek tussen Luc Deneffe (De Wissel vzw) en Saskia Van Nieuwenhove (Klaprozen VZW)

    Creëren we een systeem dat professionele onkunde en wantoestanden onmogelijk maakt, of duwt het kwetsbare kinderen en jongeren juist verder de dieperik in omdat de vele regels verlammend werken op de sector? Is het nodig aan deze reguleringen te ontsnappen, of moeten er daarentegen nog meer regels en structuren komen om fouten uit te sluiten… of ligt de oplossing ergens anders?

    Dit gesprek vond plaats op 16 november 2020 in het kader van de online gesprekkenreeks Under Pressure.

    Bekijk het volledige gesprek

  • Maarten Boudry en Dyab Abou Jahjah in debat over Racisme en Activisme (video)

    Er bestaat geen white privilege. Er is wel een majority privilege. In Libanon is dat voor de Libanezen. In Saoedi-Arabië voor de Saoedi’s.

    Racisme en activisme: samenvatting van het gesprek tussen Maarten Boudry en Dyab Abou Jahjah

    In dit sofagesprek staan racisme, activisme, white privilege en de Black Lives Matter-betogingen centraal. Niemand minder dan Maarten Boudry en Dyab Abou Jahjah kruisen de degens.

    Dit gesprek vond plaats op 9 november 2020 in het kader van de online gesprekkenreeks Under Pressure.

    Bekijk het volledige gesprek

  • Vrijwilligers zien de mens achter de strafbare feiten

    Liesbeth Naessens (Odisee/Universiteit Antwerpen) en Kaat Severs (Psychotherapie BRUG) maken deel uit van de Nederlandstalige werkgroep in Brussel die mee de Nationale Dagen van de Gevangenis organiseert. Vrijwilligers die in en rond de gevangenissen werken en goed omkaderd worden, vormen volgens hen een brug tussen gedetineerden en de samenleving. Want een ontmoeting tussen een vrijwilliger en een gedetineerde is er een van mens tot mens.

    VERBINDING VERBROKEN

    Tijdens de Corona pandemie ervaren we meer dan ooit tevoren hoe het is om met beperkte vrijheid om te gaan. Een avondklok, een opschorting van sport, cultuur, verplicht thuiswerk. Dat komt hard aan.  Het verplicht ‘in uw kot blijven’ toont dat vrijheid en medezeggenschap een gegeerd goed is. Ondanks de beperkingen proberen we in verbinding te blijven en elkaar niet uit het oog te verliezen. Voor wie in de gevangenis opgesloten zit is dit dagelijkse kost. Zij zitten ‘Altijd in quarantaine’. Detentie kenmerkt zich immers net door de uitsluiting van mensen uit de samenleving. Mensen in de gevangenis zitten letterlijk afgesloten van hun familie en de maatschappij. Heel wat vrijwilligers zetten  zich in voor deze doelgroep waardoor ze verbinding creëren. Een verbinding tussen burgers onderling en waardoor ze de link met de  samenleving in stand houden.

    OP ELK MOMENT

    Vrijwilligers bieden een meerwaarde van zodra mensen hun eerste stappen in de gevangenis zetten tot na de vrijlating. Opgesloten worden in de gevangenis heeft een grote impact. Op zo’n moment jouw verhaal kunnen doen, in vertrouwen, is belangrijk. Vrijwilligers van het Centrum Algemeen Welzijnswerk (CAW) in de gevangenis van Mechelen doen het welzijnsonthaal van mensen die in de gevangenis binnen komen. De vrijwilliger luistert en geeft informatie over de hulp- en dienstverlening in de gevangenis. Concrete hulpverleningsvragen geeft men door aan een professionele hulpverlener, die door deze manier van werken meer tijd heeft voor begeleiding. Na de eerste shock van een opsluiting zijn er ook tijdens de detentie heel wat ondersteuningsnoden. Zo zijn er bijvoorbeeld mensen die zelden of nooit bezoek krijgen. Stel het u even voor om maanden of soms jaren opgesloten te zitten zonder bezoek. De zogenaamde ‘bezoeksvrijwilligers’ gaan langs bij die mensen. Ze bieden een luisterend oor, praten over een gemeenschappelijke hobby of de actualiteit.

    Nederlands onderzoek toont aan dat de waarde van dit vrijwilligersbezoek in de belangeloze inzet en in de ontmoeting van mens tot mens zit. Een vertrouwelijk gesprek voeren geeft even een uitweg uit het gevangenisleven waar vertrouwen een zeldzaam goed is. Ook bij de terugkeer naar de samenleving bieden vrijwilligers een meerwaarde. Sinds enkele jaren zet het project Brug Binnen Buiten (van CAW Antwerpen) vrijwilligers in als buddy bij mensen die de gevangenis verlaten. Inmiddels is men ook binnen CAW de Kempen met dit project gestart. De vrijwilligers fungeren letterlijk als brugfiguren voor mensen na hun vrijlating naar de samenleving. Ze helpen drempels te overwinnen naar de formele hulp- en dienstverlening buiten de gevangenis (OCMW, VDAB, schuldbemiddeling, verslavingszorg, woonbegeleiding, …), maar ook naar persoonlijke sociale netwerken.

    De meerwaarde voor degene die de gevangenisdeur achter zich toeslaat bestaat zowel uit de praktische ondersteuning, waardoor zaken sneller in orde geraken, alsook uit de emotionele steun. De vrijwilliger gaat letterlijk naast hen staan en maakt tijd vrij om te luisteren, om samen te zoeken naar oplossingen en mee op pad te gaan. Een gelijkwaardige relatie is zo waardevol, waarbij de vrijwilliger niet alle kennis in pacht heeft en samen met de cliënt op zoek gaat naar oplossingen. De professionele sociaal werker volgt het traject nauwgezet mee op en springt bij met kennis en expertise waar nodig om zo kwalitatieve hulp te verzekeren.  Het samenspel tussen vrijwilliger en professionele kracht maakt de hulp- en dienstverlening sterker.

    Detentie is al een maatschappelijk beladen thema waar velen een uitgesproken mening over hebben. Dit is nog meer het geval als het gaat over mensen die zedenfeiten pleegden. Het stigma en de maatschappelijke afkeer voor hen is erg groot. Toch zijn er vrijwilligers, gewone burgers dus, bereid om tijd te investeren in deze mensen. Het re-integratieproject COSA installeert een netwerk van vrijwilligers rond een zedenpleger. De vrijwilligers ondersteunen hen om opnieuw deel uit maken van de samenleving. Waar een therapeut zich richt op specifieke therapeutische doelen, richten vrijwilligers zich op de dagdagelijkse realiteit waar mensen in leven. Ze helpen bijvoorbeeld om nieuwe sociale contacten aan te gaan of bij de inschrijving in een sportclub. Ook hier zien we dat de eigenheid van de vrijwilligers die na de werkuren alledaagse hulp bieden complementair is naast de aanpak van de professionele therapeut. Net omdat men vertrekt uit de concrete vragen van elke dag, biedt de vrijwilliger een zinvolle meerwaarde in het behandeltraject van zedenplegers.

    WELKE WINST?

    Vrijwilligers inzetten betekent echter niet minder werk voor beroepskrachten. Het is geen goedkope oplossing, misschien zelfs integendeel. Een professioneel kader met goede screening, opvolging en ondersteuning is cruciaal om de vrijwilliger te laten slagen in zijn opdracht. Dit vraagt met andere woorden middelen om dit goed te kunnen doen. Beroepskrachten en organisaties zetten dus niet zomaar vrijwilligers in om hun werk te verlichten. Ze doen dit omdat ze geloven in de meerwaarde van vrijwilligers ten aanzien van deze doelgroep. Vrijwilligers komen tegemoet aan de reële noden die er zijn. Noden die niet enkel kunnen opgevangen worden door professionals. De meerwaarde situeert zich zowel op het relationele niveau namelijk de unieke relatie van burger tot burger. Anderzijds bevindt er zich ook een meerwaarde op het praktische niveau. Vrijwilligers zijn bijvoorbeeld ook present buiten de kantooruren, hebben meer tijd of kunnen de cliënt vergezellen naar een bepaalde dienst.

    Door vrijwilligers in te zetten betrek je ook de samenleving en laat je hen mee zoeken naar antwoorden op vraagstukken rond criminaliteit, veiligheid en sociale uitsluiting. Dit zijn complexe maatschappelijke problemen die een maatschappelijk antwoord vragen. Vaak zijn we geneigd om moeilijke zaken toe te vertrouwen aan professionals. Hierbij vergeet men het potentieel en de kracht van de samenleving. Naast professionals hebben vrijwillige burgers dus zeker hun plaats in het antwoord op deze fenomenen en hebben ze bovendien het potentieel om hieromtrent het debat te openen. Zij leren immers de mens achter de muren en achter de strafrechtelijke feiten kennen. Ze zien de beperkingen van het huidig strafrechtelijk systeem. Door met mensen in hun omgeving te praten over deze ervaringen brengen ze “binnen” naar “buiten”. Dit kan heersende vooroordelen doorbreken, bestaande uitsluitingsmechanismen en onrechtvaardige systemen worden vanuit die specifieke positie aangekaart. Op die manier dragen vrijwilligers bij aan sociale verandering en kunnen ze een groter draagvlak voor hervormingen van het strafrechtelijke systeem aanzwengelen. 

    Vrijwilligers zijn dus niet louter waardevol omwille van relationele en praktische voordelen. Ze zijn belangrijke pleitbezorgers voor verandering. Een samenleving met onderlinge verbinding en solidariteit, over muren en vooroordelen heen, draagt bij tot meer veiligheid. Dit realiseren vraagt een beleid dat financiële ondersteuning voorziet om de vrijwillige inzet professioneel te onderbouwen.

  • Moeten we bang zijn van robots en Artificiële Intelligentie?

    Deze vrijwillige bijdrage werd geschreven door Patrick Versee als prikkelende inleiding voor Under Pressure: Artificial Intelligence op 30 november 2020. Kijk je mee? Lees dan zeker verder. Dit artikel geeft je een leuk voorsmaakje van het event.

    Wat is artificiële intelligentie? Wat onder AI wordt verstaan is in de loop van de tijd veranderd, maar in de kern is er altijd het idee geweest om machines te bouwen die in staat zijn te denken als mensen.De mens is immers uniek in staat gebleken om de wereld om ons heen te interpreteren en te veranderen. Nemen we daarom de mens als blauwdruk om robots te ontwikkelen of is het goed dat AI nieuwe manieren vindt om te leren? Hoe hard mag die intelligentie van de onze afwijken?

    Het onderzoeks- en ontwikkelingswerk in AI is verdeeld over twee takken. De ‘toegepaste AI’ neemt het menselijk denken als model om AI één specifieke taak uit te laten voeren. ‘Gegeneraliseerde AI’ probeert daarentegen machine-intelligenties te ontwikkelen die hun handen kunnen richten op elke taak, net als een persoon. Het onderzoek naar AI is relatief nieuw, maar het nadenken over robots daarentegen is al een pakje ouder.

    DE ROBOT VIERT ZIJN HONDERDSTE VERJAARDAG

    Het woord ‘robot’ viert in 2020 zijn honderdste verjaardag. Het werd bedacht door de Tsjechische schrijver Karel Čapek in het toneelstuk R.U.R., dat een eeuw lang het toneel was van dromen en nachtmerries over machines. De robots in zijn spel lijken op en gedragen zich als mensen. Ze doen al het werk – en vernietigen de mensheid voordat het gordijn valt.

    De intelligentie van AI-systemen overtreft de algemene intelligentie van mensen nog niet, maar dat zal volgens de meeste experts op niet al te lange termijn gaan gebeuren. Hoe zorgen we er voor dat AI ten dienste blijft staan van mens en samenleving?

    Bij AI stel me machines voor die eruit zien en zich gedragen als mensen, zoals C-3PO in Star Wars. Echte robots die in fabrieken worden geïnstalleerd zijn natuurlijk helemaal anders. Vandaag de dag zijn er miljoenen van deze industriële machines die schroeven, lassen, verven en andere repetitieve taken uitvoeren op assemblagelijnen. Ze zijn vaak goed omkaderd om de veiligheid te garanderen van de menselijke werknemers die er nog zijn.

    Robots zijn intussen tot meer in staat dan enkel repetitieve jobs. Sinds 2020 worden de vloeren in de Walmart winkels door robots schoongemaakt en worden de rekken ook automatische geïnventariseerd. Robots worden ook ingezet om autistische kinderen te socialiseren en ze leren ook patiënten na een beroerte terug lopen. Sommigen hopen zelfs ooit een robot lief te strikken.

    En dit was voor Covid-19. Plotseling lijkt het vervangen van mensen door robots medisch verantwoord, zo niet essentieel. Robots leveren voedsel, dragen apparatuur naar een ziekenhuis, desinfecteren patiëntenkamers en doorkruisen de parken van Singapore om voetgangers te herinneren aan hun sociale afstand.

    VOOR WIE WERKT AI?

    In welke mate zullen robots en AI invloed hebben op toekomstige banen? De schattingen van economen over dit onderwerp variëren enorm, maar het is duidelijk dat er jobs zullen worden overgenomen. Veel landen halen aanzienlijke belastinginkomsten uit arbeid, maar moedigen automatisering aan doormiddel van fiscale voordelen.

    Ze besparen op werknemers en verkiezen robots omdat die geen betaalde vakantie of ziektekostenverzekering nodig hebben. Ondanks het optimisme van investeerders, onderzoekers en startende ondernemers maken veel mensen zich zorgen over een toekomst vol robots en AI Wat als machines niet alleen de vervelende taken op zich nemen, maar ook de interessante, complexe, eervolle of goed betaalde onderdelen. Wat als robots het werk stressvoller of gevaarlijker maken?

    Bij veel technologen en managers leeft er een idee dat de mens overbodig wordt. Ze maken fouten en stellen eisen. Automatisering is dan een oplossing voor al te menselijke problemen, maar het kan ook ontmenselijkend werken. Steve Jobs zei ooit: “Het belangrijkste in het werk is niet wat je verdient door het te doen, maar wat je wordt door het te doen.” Dat lijkt me diepgaand waar.

    HOE GAAT AI ONS VERANDEREN?

    Een generatie geleden klonk de term artificiële intelligentie nog als science fiction. Vandaag is het een modewoord in het bedrijfsleven en de industrie. AI-technologie is een cruciale spil in een groot deel van de digitale transformatie die vandaag de dag plaatsvindt.

    Veel organisaties willen mee profiteren van de steeds groeiende hoeveelheid aan data die wordt gegenereerd, verzameld en geanalyseerd. Om deze grote hoeveelheid aan data te verwerken, hebben we machines nodig om dit op een zo slim mogelijke manier te doen die dan weer nieuwe manieren bieden om data te verzamelen. Dit heeft geleidt tot de big data revolutie die nu bezig is.

    Ook verstrekkende automatiseringsprocessen – van zelf rijdende auto’s tot het voorspellen van de uitkomst van rechtszaken – zijn hier een gevolg van, maar wie is er verantwoordelijk als een zelfrijdende auto een ongeluk veroorzaakt: de (niet-) bestuurder, de fabrikant, de ontwikkelaar of de zelfrijdende aut? En hoe kunnen we de erosie van onze privacy nog tegengaan of moeten we onze privacy opgeven voor het grotere goed, zoals het sociale kredietsysteem van China ‘de samenleving’ ten goede komt?

    Gelukkig is artificiële intelligentie ook een kracht ten goede. Het verhoogt de efficiëntie waarmee we werken en het neemt repetitieve of gevaarlijke taken over, waardoor we meer ruimte krijgen voor de creatieve en empathische aspecten van ons werk. Het kan de diagnose en monitoring in de gezondheidszorg verbeteren. Het kan de verkeersproblemen oplossen door autonoom vervoer en zoveel meer. Het belooft ons met andere woorden een toekomst waarin we meer vrijheid zullen genieten als vandaag.

    Scenario’s zoals in Terminator of The Matrix waarin robots de mensheid uitroeien of tot slaaf maken behoren tot het rijk der fictie, maar ook gerespecteerde wetenschappers zoals Stephen Hawking stellen dat we de impact en het gevaar van een AI die slimmer wordt als de mensheid ernstig moeten nemen. Deze bezorgdheid heeft geleid tot de oprichting van het Partnership in AI door een aantal tech giganten, waaronder Google, IBM, Microsoft, Facebook en Amazon. Deze groep voert onderzoek naar en pleit voor ethische implementaties van AI.

    UNDER PRESSURE

    Op maandag 30 november spreekt Berg Severens met Vincent Buekenhout over de ethische vragen bij AI op Under Pressure. Ik sprak met Berg over de manier waarop kunstmatige intelligentie onze wereld en levensstijl transformeert. De vraag welke richting het op moet en hoe we de risico’s en de negatieve gevolgen kunnen beperken leidt vaak tot grote discussie. Jullie kunnen zelf mee discussiëren met Berg en Vincent door je hier kosteloos in te schrijven voor het debat. Ik geef hier alvast enkele uitdagingen om over na te denken.

    • Dreigen we onze menselijkheid te verliezen en denken we dat zelfregulering voldoende zal zijn?
    • Kunnen we het aan bedrijven overlaten om richting te geven aan AI en andere technologische ontwikkelingen of wie moet hier mee over beslissen? 
    • Wat kan AI nu reeds, wat kan het nog niet en wat zal het nooit kunnen? 
    • Moeten filosofie en ethiek verplichte vakken worden in onze wetenschappelijke en technische opleidingen?
    • Hoe kunnen we AI ontwikkelaars er toe brengen ethisch te programmeren op alle domeinen? 
    • Kunnen we een parallel trekken met de medische of nucleaire ethiek? 
    • Wat is het verschil tussen zwakke en sterke AI? 
    • Hebben mensen het recht op ‘explainable AI’, waar de maker moet kunnen begrijpen en uitleggen wat het systeem doet? 
    • Waar zijn op korte termijn prangende wettelijke ingrepen noodzakelijk en op welk niveau?
    • Moeten er robotrechters of rechtbanken komen die specifiek de materie van AI en robotica kunnen behandelen ingeval van klachten of ernstige aberraties?
    • Wat moeten we denken van vooroordelen bij AI, zoals risicoberekening of CV screening op grond van etniciteit of gender.
  • 50 Tinten Eenzaamheid bij jongeren: wat kunnen we doen? (video)

    Eenzaamheid zit in je hoofd. Maar daar blijft het niet.

    Jong en eenzaam: samenvatting van het gesprek tussen Selma Franssen en Flore Geukens

    Onderzoekster Flore Geukens en auteur Selma Franssen gaan in dit sofagesprek dieper in op wat eenzaamheid is, welke soorten eenzaamheid er zijn, wat we eraan kunnen doen en of sociale media een vloek of een zegen zijn.

    Dit gesprek vond plaats op 23 november 2020 in het kader van de online gesprekkenreeks Under Pressure.

    Bekijk het volledige gesprek

  • ‘Ik lag vaak half wakker, uit schrik dat m’n vrouw mij zou komen aanvallen’

    Breken met genderstereotypen rond partnergeweld

    In België is één op de tien mannen slachtoffer van partnergeweld. 56 procent van hen durft er niet over praten. Dat blijkt uit onderzoek van het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen. “M’n vrouw probeerde het stereotiepe beeld dat de man de vrouw slaat uit te buiten. Ze daagde me uit om terug te slaan, het enige dat ik dacht was: ‘Serge blijf kalm’.” Zelf belandde Serge Voermantrouw meermaals in het ziekenhuis.

    Hij wil niet anoniem getuigen, maar duidelijk met naam en toenaam zijn verhaal vertellen. Serge Voermantrouw (52), al heel zijn leven schilder en behanger van beroep, woont met zijn drie kinderen in Sint-Niklaas. “Zolang ik bij m’n vrouw woonde voelde het geweld en de vernederingen aan als schaamte. Dat is volledig omgekeerd nadat ik wegvluchtte.” De schaamte liet hij achter, samen met de jaren van onzekerheid en uitzichtloosheid. “Nu voel ik geen onbehagen meer. Het partnergeweld is iets dat mij overkwam, waar ik zelf niet aan kon doen.” Met zijn relaas wil Voermantrouw ook een strijd aanbinden tegen het ongeloof van het gerecht. “Ik weet zeker dat ik niet alleen ben. Er zijn nog mannen die vechten voor hun gelijk. Je uitleg doen tegen het gerecht en niet geloofd worden, dat geeft een hopeloos gevoel. Er moet iets mee gebeuren.”

    Na een maand of drie samen te zijn met zijn toenmalige buurvrouw, begon het met kleine vernederingen. “Als ik met iets liep te sukkelen en dat moest overdoen bijvoorbeeld. Dan begon ze mij een beetje belachelijk te maken. Niet dat het meteen opviel. Het waren eerder woorden die vielen zoals: ‘sukkelaar, kunt gij dat nu niet?’ Een laag zelfbeeld creëren, daar begon het mee. Ze liet mij een nietsnut voelen, ook naar haar kinderen toe.”

    Onbenullige ruzies leidden naar fysiek geweld. Na zes maanden samenzijn, belandde Voermantrouw meermaals in het ziekenhuis. Niet met een blauwe plek, maar met een hersenschudding. “Ik werd in m’n rug aangevallen met een volle thermoskan. Ze sloeg ermee op m’n hoofd. Ruzies ontstonden altijd uit banaliteiten of als ze haar zin niet kreeg.” Een andere keer smeet zijn vrouw hem door de ruit van de veranda. “Net zoals in een tekenfilm pakte ze mij vast bij m’n kraag en broeksriem. Ik gaf mezelf nog een zetje bij want anders had ik in de helft van het glas blijven hangen.”

    Alsof hij terugdenkt aan een kwajongensstreek vanuit zijn kindertijd lacht Voermantrouw: “Dat was echt niet normaal, dat was een sterke mijn vrouw. Het moment dat die woest was, was die niet in te schatten”.

    Alsof hij terugdenkt aan een kwajongensstreek vanuit zijn kindertijd lacht Voermantrouw: “Dat was echt niet normaal, dat was een sterke mijn vrouw. Het moment dat die woest was, was die niet in te schatten”. Niet Voermantrouw, maar één van de kinderen nam het initiatief om naar de politie te bellen. “Ze was mij aan het bewerken met de helm van de brommer. Ik vluchtte naar buiten waar ze mij bewusteloos sloeg. Na een poging om mij te wurgen, duwde ik me recht.” Op dat moment kwam de politie af. “Die konden niets meer doen want ik stond al recht waardoor mijn vrouw niet op heterdaad werd betrapt. Mocht ik gehoord hebben dat ze met de sirene afkwamen, had ik waarschijnlijk blijven liggen.” De politie stelde een proces verbaal op met onder andere hun eigen bevindingen. “Wat ik niet wist, is dat ze al een verleden had. De politie was daarvan op de hoogte, dus die geloofde mij.” Bij de politierechtbank in Dendermonde werd echter alles geseponeerd. Niet ernstig genoeg of door een gebrek aan bewijzen. “Ik had nochtans medische attesten maar m’n vrouw beweerde dat ik die verwondingen zelf had toegebracht. Ook al zei de dokter dat ik niet aan de plaats van de wonde kon. Ik stond nergens. En zij wist dat.”

    De politie was daarvan op de hoogte, dus die geloofde mij. Bij de politierechtbank in Dendermonde werd echter alles geseponeerd. Niet ernstig genoeg of door een gebrek aan bewijzen. 

    Boys don’t cry

    Mannen zijn stoer, competitief en leidinggevend. Vrouwen lief, mooi en zorgzaam. Naast de vraagtekens die we bij deze binaire opdeling kunnen plaatsen, moeten we erkennen dat er nog steeds een genderstereotiep beeld heerst in onze maatschappij. Deze hardnekkige luchtspiegeling over hoe we naar mannelijkheid en vrouwelijkheid kijken, heeft een impact op onze perceptie over dader- en slachtofferschap bij partnergeweld. Partnergeweld komt voor bij alle genderidentiteiten, alle leeftijdscategorieën, alle sociaaleconomische klassen, alle culturen en zowel binnen heteroseksuele als homoseksuele relaties.

    Partnergeweld komt voor bij alle genderidentiteiten, alle leeftijdscategorieën, alle sociaaleconomische klassen, alle culturen en zowel binnen heteroseksuele als homoseksuele relaties.

    Uit een grootschalig onderzoek van het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen verklaart 12,5 procent van de respondenten minimum één daad van geweld te hebben ervaren door hun (ex-)partner over de periode van een jaar. Eén op de tien mannen is slachtoffer van partnergeweld. Bij vrouwen is dat één op de zeven. In 92 procent van de gevallen gaat het bij mannen om psychisch geweld zoals vernederingen, getreiter en overdreven controlegedrag. Bij de overige 8 procent gaat het om fysiek geweld. Het taboe bij mannelijke slachtoffers is groot. Slechts een derde van hen neemt iemand in vertrouwen om erover te praten.

    Het taboe bij mannelijke slachtoffers is groot. Slechts een derde van hen neemt iemand in vertrouwen om erover te praten.

    Koen Dedoncker van vzw Zijn, één van de organisaties achter de campagne #OokMannenMakenHetMee, is niet verbaasd dat er zo weinig mannelijke slachtoffers met hun verhaal naar buiten komen. “Als man is het al moeilijk om jezelf als slachtoffer te zien omdat je reeds met je eigen stereotypen leeft. Wanneer je dan na lang twijfelen ermee naar buiten komt en niet geloofd wordt of wordt weggestuurd met de simpele boodschap om jezelf te ‘vermannen’, heeft dit natuurlijk weinig zin.” Politie, hulpverleners, dokters en andere mensen die in contact komen met slachtoffers van partnergeweld moeten zich bewust zijn dat iedereen slachtoffer kan zijn. Volgens Dedoncker is een brede sensibilisatie nodig, maar niet evident. “Eerdere sensibiliseringsgolven rond geweld kwamen voornamelijk uit de vrouwenbeweging.”

    Vrouwenorganisaties hebben ervoor gezorgd dat er opvangtehuizen kwamen en werkten mee de hulpverlening uit. Daarbij focusten ze vaak op vrouwelijke slachtoffers. Daarom moeten wij nu een beetje ingaan tegen een dertig of veertig jaar oude geschiedenis. Je merkt dat, zeker niet alle, maar sommige vrouwenorganisaties daar niet happig op zijn.

    Vrouwenorganisaties hebben ervoor gezorgd dat er opvangtehuizen kwamen en werkten mee de hulpverlening uit. Daarbij focusten ze vaak op vrouwelijke slachtoffers. Daarom moeten wij nu een beetje ingaan tegen een dertig of veertig jaar oude geschiedenis. Je merkt dat, zeker niet alle, maar sommige vrouwenorganisaties daar niet happig op zijn.Vrouwen hebben dankzij de vier feministische golven de stereotypen wat meer van zich kunnen afschudden, maar voor mannen veranderde er weinig. “Daarom gaan wij met vzw Zijn naar scholen om met jongens en meisjes te werken rond emoties, relaties en geweld. Door de stereotypen open te breken, leren we kinderen om simpelweg meer mens te zijn.” 

    Seksueel geweld

    Een andere hardnekkige fabel is dat een aanranding of verkrachting binnen een relatie niet kan voorkomen. Alsof je het recht om ‘neen’ te zeggen opgeeft van zodra je met iemand samen bent.

    Een andere hardnekkige fabel is dat een aanranding of verkrachting binnen een relatie niet kan voorkomen. Alsof je het recht om ‘neen’ te zeggen opgeeft van zodra je met iemand samen bent. Uit onderzoek blijkt dat slachtoffers van seksueel geweld binnen een relatie vaak zwijgen uit loyaliteit, angst, schaamte of onwetendheid over de strafbaarheid ervan. “Maar ook tijdens een intakegesprek of een verhoor van de politie wordt er te weinig gevraagd of er sprake is van seksueel geweld”, zegt Karen Casier van het Family Justice Center in Mechelen. “Uit mijn ervaring bij het FJC kan ik mij niet voorstellen dat, als je ruzie maakt in de living, alles vredig en zonder machtsmisbruik verloopt in de slaapkamer.”

    Bij Voermantrouw verliep het niet anders. “Wij sliepen al lang niet meer samen. M’n vrouw sliep op de zetel en ik in bed. Dat vond ik best oké want ik zou het niet meer gedurfd hebben. Toen ik ging slapen lag ik vaak nog half wakker, een beetje alert, uit schrik dat ze mij ’s nachts nog zou komen aanvallen.” Ook in zijn relatie was er sprake van seksueel geweld. “Het kan heel raar zijn, maar er zijn dingen gebeurd waarvan je denkt ‘amai, moest ik dat als man doen, zou ik wel de gevangenis invliegen’. Ik wist niet dat dat kon, maar ik ben zonder opwinding tot een ejaculatie gekomen. Ik lag op mijn rug en zij zat bovenop mij. Met haar hand op mijn keel, half wurgend, half in bedwang houdend. Laat het maar komen, dacht ik, dan ben je er vanaf.” De eerste keer dat Voermantrouw erover praatte was met een psycholoog van het Centrum Algemeen Welzijnswerk (CAW). “Dat was jaren na de feiten. Ik ben er niet mee naar de politie gestapt, dat vond ik sowieso te gênant.”

    “Als we de strijd tegen gendergeweld en seksueel geweld serieus willen nemen, mag het niet afhangen van je gender of je als slachtoffer hulp krijgt of niet”, zegt seksuoloog Alexander Witpas. “Idem met aangesproken worden op je gedrag als pleger. Je kan niet pleiten voor gendergelijkheid en tegen seksueel geweld als je je niet bezighoudt met mannelijke slachtoffers en vrouwelijke plegers.” Seksualiteit moet beter bespreekbaar gemaakt worden onder professionals. Daarom werkte het FJC uit Mechelen in samenwerking met Sensoa het traject ‘ongestelde vragen’ uit. “Want mannen zitten dan nog eens opgescheept met een tweevoudige stigma”, zegt Casier. “Welke man vertelt makkelijk dat hij zich slachtoffer voelt? Laat staan slachtoffer van seksueel geweld?”

    Dynamiek van geweld

    Partnergeweld is een maatschappelijke problematiek die een brede aanpak vereist. “Noch een maatschappelijk assistent in begeleidingsdienst, noch de politie, noch het parket kan dit alleen aan”, zegt Casier. “Met onze ketenaanpak zorgen we ervoor dat de drie multidisciplinair samenwerken en informatie uitwisselen.” Ook tussen dokters en politie ziet Voermantrouw de nood aan een hecht partnerschap. “Er zou een dokter van wacht paraat kunnen staan om zelf naar het politiebureau te komen om de vaststellingen te doen. Ik had daar vaak de moed niet meer voor om ook daar nog langs te gaan.”

    Er zou een dokter van wacht paraat kunnen staan om zelf naar het politiebureau te komen om de vaststellingen te doen. Ik had daar vaak de moed niet meer voor om ook daar nog langs te gaan. ”

    Casier vindt het ook belangrijk om te werken rond de dynamiek van geweld. “In een proces-verbaal ben je ofwel de verdachte of het slachtoffer. Dat is jammer omdat je meteen een etiket krijgt opgeplakt. Geweld is nooit oké, maar als het een uiting is van frustratie moet daar iets mee gebeuren. Door mensen te bestempelen als slachtoffer maak je hen niet sterker. Door hen enkel te zien als pleger, demoniseer je ze. Ik benader mensen liever vanuit hun rol als ouder door de impact op de kinderen te gaan verkennen.”

    Net voor de corona-uitbraak startte het FJC met een lotgenotengroep voor mannen die zichzelf zien als slachtoffer van partnergeweld. Casier: “Helaas zijn ze nog niet fysiek bijeen kunnen komen, maar we vonden het toch noodzakelijk om het aanbod uit te werken.” Een goed idee, vindt Voermantrouw. “Als man dacht ik: wie gaat mij geloven? Het moment dat je doorhebt dat er iets mis zit, is het eigenlijk al te laat.” Een organisatie waar Voermantrouw zelf veel aan gehad heeft is Tele-Onthaal. “Daar heb ik urenlang mee aan de lijn gehangen. Vooral op momenten dat ik niet naar het ziekenhuis durfde te gaan of net van de politie kwam. Om de tijd te rekken bleef ik dan in de auto bellen met iemand van Tele-Onthaal. Ik wou nog niet naar huis. Ik wou gewoon gehoord worden.”

    Om de tijd te rekken bleef ik dan in de auto bellen met iemand van Tele-Onthaal. Ik wou nog niet naar huis. Ik wou gewoon gehoord worden.

    Waar kan je zelf terecht?

    Iedereen die met geweld te maken krijgt – slachtoffer, pleger of omstaander – kan terecht op het nummer 1712 of op www.1712.be.

    Mannen onder elkaar

    Voor informatie over de mannelijke lotgenotengroep van het Family Justice Center in Mechelen kan je terecht bij: fjc@mechelen.be


  • Hassan Al Hilou: ‘jongeren moeten meer liefde krijgen’

    Hassan Al Hilou (21) is een ondernemer uit Molenbeek met Iraakse roots die zich sinds zijn 15 inzet voor Brusselse jongeren. Hoe bereik je hen beter als organisatie? Wel, met meer liefde en betrokkenheid kom je blijkbaar al ver. Zit er een sociale ondernemer in je jonge genen? Hou dan zeker ons project CHAUD in de gaten.

    https://www.facebook.com/huisvandeMensbxl/videos/1247354218959428
  • Jaouad Alloul: poëzie tussen de sterren (interview)

    Jaouad Alloul is een creatief duizendpoot. Hij is ondermeer acteur, dichter, LGBT-activist, theatermaker en zanger.

    In dit interview, dat opgenomen werd tijdens het Brussels Planetarium Poetry fest 2020, spreekt hij over zijn inspiratiebronnen en zijn missie: mensen te verbinden via kunst en dialoog.

  • Minister Sven Gatz over euthanasie: “ik kijk met zachte gevoelens terug op de dood van mijn moeder.”

    Foto door Aaron Lapeirre.

    De moeder van Brussels minister Sven Gatz koos voor euthanasie, zijn vader voor palliatieve sedatie. Hij schreef erover in het boek ‘Voor altijd thuis’. In de marge van het euthanasieproces rond Tine Nys spraken wij met het liberale boegbeeld over zijn ervaringen met en inzichten rond euthanasie.

    In het boek ‘Voor altijd thuis’ vertelt u over uw moeder die voor euthanasie heeft gekozen. Hoe was dat voor u?

    Ik ben blij dat mijn moeder die stap heeft kunnen nemen. Op het einde van je leven ben je vaak afhankelijk van anderen om zoiets gedaan te krijgen en het verzachtte de pijn dat mijn zus en ikzelf haar daarbij hebben kunnen helpen. Mijn moeder had darmkanker en onderging een langzaam proces van aftakeling.

    Ze wist al vroeg dat ze die keuze wilde maken, maar heeft haar euthanasie uitgesteld tot ze op het einde van haar krachten was. Ik heb ondervonden hoe diepgaand en pertinent zo’n gesprek gaat met de Leifarts (een arts die het levenseinde begeleidt) en huisarts. Het is zeker geen ticket dat je zo maar kan bestellen. Er zijn ook mensen die na het gesprek niet voor euthanasie kiezen. De levensdrang zit immers diep in ons. Toen mijn moeder uiteindelijk zei dat ze er klaar voor was, heb ik de dokter gebeld. Hij is diezelfde avond nog gekomen.

    Ik heb vaak gedacht dat indien ze geen euthanasie had gekregen, dat ze dan waarschijnlijk de volgende dag zou zijn gestorven. Deze gedachte intrigeert me. Het maakt de grens tussen de zelfgekozen dood en het sterven dat je overkomt zo dun. Ik denk dat het heel wat moed vereist om voor de dood te kiezen als deze nog ver af kan liggen. Alleszins kijk ik met zachte gevoelens terug op de dood van mijn moeder. Ze heeft afgezien, maar ze is met alle respect kunnen gaan zoals ze wilde.

    Het heeft me doen beseffen hoe dun de grens tussen palliatieve sedatie en euthanasie soms is.

    Uw vader koos voor palliatieve sedatie?

    Ja. Mijn vader heeft heel zijn leven gerookt en op een gegeven moment lukte het niet meer om via een overbrugging zijn aders te openen, met necrose en bloedvergiftiging tot gevolg. Hij moest dan kiezen voor amputatie of een vroegtijdig sterven en koos voor het laatste.

    Hij heeft de euthanasie van mijn moeder meegemaakt en we vroegen of hij dit ook wenste. Hij maakte duidelijk dat hij dat niet wilde. Het is dus palliatieve sedatie geworden. Toch leek zijn stervensproces tijdens de laatste twee dagen sterk op dat van mijn moeder. Het heeft me doen beseffen hoe dun de grens tussen palliatieve sedatie en euthanasie soms is.

    Juridisch en qua wilsbeschikking is het natuurlijk een groot verschil, maar de ervaring leek sterk op elkaar. Opnieuw ben ik blij dat mijn vader het sterven heeft kunnen kiezen dat hij wilde. Hij had het geluk te kunnen sterven in het UZ Brussel onder leiding van Wim Distelmans en zijn team, die zijn laatste uren op een heel menselijke manier hebben begeleid.

    Heeft het u doen nadenken over uw eigen levenseinde?

    Zeker. Het sterven van een naaste is confronterend. Je beseft eens te meer je eigen sterfelijkheid. Ik denk dat ik voor euthanasie zou kiezen, maar dat weet je niet zeker. Mijn vader had een sterke persoonlijkheid. Hij was een moedig man en had gezien dat de euthanasie van mijn moeder goed verlopen was. Ik dacht dan ook dat hij voor euthanasie zou kiezen, maar dat deed hij niet.

    Het doet me beseffen hoe onbekend de aanblik van de dood is. Ik ben dus voorzichtig in uitspraken over mijn eigen dood. Het is wel een hele geruststelling dat ik kan kiezen en dat er een wettelijk kader en goede begeleiding voorhanden is.

    Zijn er voldoende mogelijkheden in België?

    Er is gelukkig al wat mogelijk, maar dit kan nog verbeterd en uitgebreid worden. Een goed wettelijk kader is heel belangrijk voor patiënten en voor dokters. Mijn zus en ik hadden het geluk op dezelfde lijn te liggen met mijn moeder. Als dat niet het geval is dan bemoeilijkt dat natuurlijk het proces voor patiënt, dokters en familie. Kijk maar naar het proces rond Tine Nys.

    Het is triestig hoe op de kap van een dokter het publiek debat werd gevoerd.

    Wat vond u van het proces rond Tine Nys?

    Diegenen die reeds een euthanasie van een naaste hebben meegemaakt kennen waarschijnlijk de professionaliteit van die begeleiding. Voor diegenen die dat nog niet weten en ter verheldering van de bestaande moeilijkheden, wettelijk en menselijk, is het denk ik wel goed dat dit publieke debat nu wordt aangewakkerd.

    Aan de andere kant was het pijnlijk om te zien hoe het proces zo’n familie kan ontwrichten. Het is ook triestig hoe op de kap van een dokter het publiek debat werd gevoerd. Uiteindelijk denk ik dat dit proces het draagvlak voor euthanasie nog meer heeft vergroot. Diegenen die het proces hebben aangegrepen om de mogelijkheden voor euthanasie terug te draaien of te verstrengen zijn er – denk ik – bekaaid vanaf gekomen, ook al moet het proces nu worden overgedaan na de beslissing van het Hof van Cassatie.

    Je mag er natuurlijk een andere mening op na houden en ik begrijp dat het vanuit religieus conservatieve hoek niet gemakkelijk is om de mogelijkheid voor euthanasie te erkennen. De wettelijke mogelijkheid is echter met een democratische meerderheid gestemd, zonder dat er in de jaren daaropvolgend noemenswaardig protest tegen was.

    Je moet de wetten van de mens erkennen, ook al gaan die in tegen de wetten van een god.

    Bovendien kent de mogelijkheid voor euthanasie een groot draagvlak onder de bevolking. Dan moet je op een gegeven moment de wetten van de mens erkennen, ook al gaan die in tegen wat iemand dan als de wetten van god ziet.

    Klopt de indruk dat NV-A en CD&V het stopzetten van de versoepeling zo belangrijk vinden dat ze dit als een voorwaarde voor regeringsvorming eisen?

    Ik denk dat abortus voor hen veel belangrijker is dan euthanasie. Vanuit wetenschappelijk oogpunt schuift de levensvatbaarheid van een foetus buiten de baarmoeder ook alsmaar op, waardoor het debat moeilijker wordt. Het gaat immers naast de zelfbeschikking van een vrouw ook over het beëindigen van een ongeboren leven zonder zelfbeschikking.

    Bij euthanasie zorgen de wetenschappelijke ontwikkelingen daarentegen voor het alsmaar langer in leven kunnen houden van de patiënt. Hierdoor vergroot het gevaar van therapeutische hardnekkigheid en wordt de mogelijkheid tot euthanasie en zelfbeschikking nog belangrijker. Ook binnen de rangen van CD&V en NV-A vermoed ik dat de meerderheid er een gematigd standpunt op na houdt over euthanasie.

    Wat vindt u ervan dat René Stockman één van de advocaten van de artsen van het euthanasieproces nu dagvaardt?

    Ik begrijp niet waarom dit gebeurt. Hij mag natuurlijk in beroep gaan, maar ik begrijp niet dat hij via een bedenkelijke omweg – want het lijkt wel op intimidatie –  toch nog een overwinning of gelijk probeert te behalen. Misschien kan je het als een gevecht van invloedssferen zien tussen katholicisme en vrijzinnigheid, maar de veldslag in deze rechtszaak is volgens mij beslecht. Dit gaat over een achterhoedegevecht waarmee hij volgens mij andermaal geen overwinning zal behalen. Alle betrokkenen van de rechtszaak zullen hier verder onder lijden. Ik ben alleszins benieuwd hoe het gaat aflopen.

    Heeft de cultuursector een rol in het bespreekbaar maken van euthanasie?

    De kunst is vrij om te doen of te laten wat ze wilt. Euthanasie kan natuurlijk een thema zijn en je kan daar iets heel mooi of persoonlijk van maken. In zoverre het opschuift naar pamflettaire kunst is er wel het gevaar van een zwart-wit voorstelling, wat het thema kan missen. Misschien dat Hugo Claus als kunstenaar tot op heden nog het meest heeft betekend voor het bespreekbaar maken van euthanasie. In zijn geval was het dan eerder zijn levenskunst of het leven en sterven van een groot kunstenaar.

    En toch is wat Hugo Claus verlangde – kiezen voor euthanasie bij dementie – is nog steeds niet mogelijk in onze samenleving?

    Inderdaad. Wetten zijn zoals mensen, nooit perfect en altijd in ontwikkeling. In dit geval zou er zeker een wetsuitbreiding moeten komen voor euthanasie bij dementie.