Blog

  • Slachtoffer van een verkrachting? 5 do’s en don’ts

    Sommigen zagen in de coronacrisis een ‘resetknopje’, anderen werden gekneld in een moeilijke gezinssituatie. Daarmee werden meer Belgen het slachtoffer van een verkrachting of huiselijk geweld. In België verdrievoudigde het aantal gesignaleerde cases van misbruik met kinderen. 

    Brussel is de trieste koploper in ons land met opvallend meer meldingen van aanrandingen en verkrachtingen dan de andere Gewesten. De recentste officiële cijfers verschijnen binnenkort. En dan beschikken we nog niet eens over de exacte cijfers. Denk maar aan het beruchte ‘dark number’ (de niet-geregistreerde criminaliteit). Deze ‘known unknown’ veronderstelt dat slechts 10% van alle aanrandingen en verkrachtingen wordt aangegeven. De grote meerderheid van deze misdaden belanden dus niet in de politiestatistieken.

    Seksueel misbruik is een kwestie van volksgezondheid. Een dader is soms zélf een slachtoffer, gevangen in een vicieuze cirkel waarin geweld nog meer geweld veroorzaakt. Jana Verplancke is wetenschappelijke medewerker aan het International Centre for Reproductive Health (ICRH) van de Universiteit Gent en coördinator van de nieuwe chatlijn van de Zorgcentra Na Seksueel geweld. Zij vertelt ons wat je moet weten als je het slachtoffer bent of kent van een aanranding of verkrachting.

    1. Als slachtoffer ligt de fout nooit bij jou

    Je wordt overstelpt door emoties, je wereld staat op zijn kop. De dader kwetste je op een heel intieme manier. Je zult moeten aanvaarden dat je erg veel tegelijk voelt: angst, verwarring, woede, vernedering, maar evengoed verlamming. Het kan heel goed zijn dat je je afvraagt: ‘waarom heb ik niets gedaan, waarom heb ik mij niet meer verweerd?’. Dat is heel normaal, maar onthoud dat wat je nu wel of niet gedaan hebt: de verantwoordelijkheid ligt nooit bij jou, enkel bij de dader. Je hebt het nooit zelf uitgelokt: seksueel geweld uitlokken kan niet.

    2. Breng jezelf na een verkrachting of aanranding zo snel mogelijk in veiligheid

    Voor jezelf zorgen na een verkrachting of aanrading is van levensbelang. Zorg dat je zo snel mogelijk op een veilige plek bent, weg van de dader of van de plek waar het incident heeft plaatsgevonden. Ga naar een vriendin of familie en als het kan naar de politie.

    3. Neem iemand in vertrouwen

    Praat erover. Neem iemand in vertrouwen en als je niet echt iemand hebt, weet dan dat er diensten zijn als de Chat Na Seksueel Geweld waarmee je in alle vertrouwen met experts kunt praten. Praten is heel belangrijk. En het kan inderdaad zo zijn dat je bang bent van de dader of dat je bang bent om niet geloofd te worden, maar weet dat hoe sneller je hulp zoekt hoe gemakkelijker het is om die vreselijke gebeurtenis  een plaats te geven en hulp te krijgen. 

    4. Probeer zo snel mogelijk de stap naar een zorgcentrum na seksueel geweld te zetten

    Als het incident recent is, probeer dan toch zo snel mogelijk de stap te zetten naar een zorgcentrum in je buurt. Neem desnoods iemand mee, bel eerst of chat eens met hen om te horen hoe ze te werk gaan. Gebeurde de verkrachting of aanranding langer geleden? Meld je dan aan op de chatbox, zij kijken samen met jou of en hoe ze je kunnen helpen.

    5. Probeer zoveel mogelijk bewijsmateriaal van een verkrachting te bewaren

    Het is belangrijk om sporen en bewijsmateriaal te verzamelen in een papieren zak. Dat helpt het politieonderzoek en het aanpakken van de dader. Het is een normale reactie om meteen de kleren en jezelf te willen wassen, maar op die manier wis je belangrijk bewijsmateriaal uit. Doe ook die kleren en sieraden in een papieren zak en poets je tanden niet.  Hier lees je er alles  over.

    Meer tips over emotionele gezondheid? Ontdek hier hoe je iemand kunt helpen bij verlies.

  • Via ontwikkelingssamenwerking wereldburgers maken (interview)

    Sebastian Van Hoeck, vormingswerker UCOS

    Sebastian Van Hoeck is vormingswerker bij het Universitair Centrum voor Ontwikkelingssamenwerking (UCOS). Een Belgische NGO, geaffilieerd met de Vrije Universiteit Brussel, die studenten hoger onderwijs helpt om een actieve burger te worden en een mondiaal bewustzijn te ontwikkelen.

    Jij bereidt als vormingswerker in ontwikkelingssamenwerking studenten in het Vlaams onderwijs voor op hun Zuidstage. Hoe verloopt zoiets?

    Dat klopt. De laatste jaren zijn er jaarlijks ongeveer 1800 studenten die bij ons een omkaderingstraject volgen, waarbij we studenten begeleiden vóór hun vertrek naar het Zuiden en bij hun terugkeer. Het Vlaamse hoger onderwijs heeft historisch gezien een interessante verhouding met ontwikkelingssamenwerking.

    Terwijl andere landen enkel uitwisselingsprogramma’s zoals Erasmus organiseren, zal je in het Vlaamse hoger onderwijs vaak een stage kunnen volgen waaraan ook impliciet ontwikkelingsdoelen verbonden zijn. Het doel van de uitwisseling is dan niet alleen een leerproces of boeiende ervaring voor de student, maar ook een meerwaarde te vormen voor de samenleving ter plekke. Het belang van die meerwaarde is iets waar we studenten en onderwijspartners echt van proberen te overtuigen.

    Dat lijkt me niet gemakkelijk met een kortlopende stage?

    Zeker niet. Daarom is het ook heel belangrijk dat de onderwijsinstelling zelf een goede visie heeft over onderzoek en stages in het Zuiden, en die meegeeft aan de student. Een mooi voorbeeld hiervan is de gemeenschappelijke visietekst van UCOS en de instellingen van het Vlaams hoger onderwijs over relevante Zuidstages voor het globale Zuiden.

    In deze visietekst wordt er onder meer aandacht besteed aan de ongelijke machtsverhoudingen met het Zuiden, de complexiteit van een ontwikkelingsproces, het belang van inspraak van Zuidpartners en de bereidwilligheid om zich langdurig te blijven engageren en te leren, ook indien het project faalt.

    Zo’n eerlijke en gelijkwaardige samenwerking tot stand brengen is niet gemakkelijk en stuit op een paradox. Zo zie je een beweging om partnerschappen en ontwikkelingssamenwerking anders te definiëren, zoals mondiale co-creatie en globaal engagement.

    Hierin schuilt echter het gevaar van verbloeming en hypocrisie. De partners zijn per definitie niet gelijk. Westerse onderwijsinstellingen hebben meer privileges, geld, status en mogelijkheden dan de Zuidpartners. Deze ongelijkheden kan je niet wegdenken in een onderhandeling. Je kan de woorden wel wijzigen, maar de verhoudingen veranderen daarom nog niet automatisch.

    Als het niet in de eerste plaats om de ervaring van de student gaat, zouden we de stages dan niet beter achterwege laten en meer aan effectieve ontwikkelingssamenwerking doen?

    Ik begrijp wat je bedoelt. De focus van onderwijsinstellingen ligt op de stimulatie van wereldburgerschap bij studenten. Indien studenten dus een verrijkende ervaring hebben gehad, zal dit ook een positieve impact hebben op Noord-Zuid verhoudingen.

    Wij onderkennen ten volle het belang van een verrijkende ervaring voor de student. Meer nog, zonder die positieve ervaring kan een Zuidstage zeer vernauwend werken. Ik ken best wat studenten die met meer vooroordelen of zelfs racistischer zijn teruggekeerd doordat ze enkel oppervlakkige contacten hebben gehad en er van alles misliep. Een goede voorbereiding is dus van groot belang in ontwikkelingssamenwerking.

    Hoe bereiden jullie de studenten dan voor?

    Een belangrijk onderdeel zijn de sessies waarin studenten per 25 personen interactief reflecteren over de eigen motivatie en verwachtingen, en anderzijds de verwachtingen van de Zuidpartners zelf. Bij veel studenten is het de eerste keer dat ze naar een laag- tot midden-inkomensland reizen, en sommigen lijden aan het witte redderssyndroom komende van een hoog-inkomensland.

    We laten hen dan nadenken over waarom zij denken iets te kunnen betekenen in dat dorpje in het Noorden van Malawi. Wat is hun motivatie? Gaat het om het exotische, het avontuur, jezelf, je ego, of zijn er andere zaken die de drijfveer voor de uitwisseling vormen? Wat zijn hun verwachtingen, overtuigingen en privileges? Wat willen ze betekenen?

    Met de voorbereiding streven we ernaar om waardige en gewaardeerde ontmoetingen tot stand te brengen tussen student en gemeenschap. Het contact met ‘de ander’ is ver van gemakkelijk. Het is niet ongewoon om achteraf van de student te horen dat ze een goede band hadden met de Nederlanders of Fransen maar niet met de plaatselijke bevolking, terwijl de ontmoeting en het waardige contact met de plaatselijke gemeenschap net de vooroordelen langs beide kanten kan doen keren.

    Daar draait de stage of onderzoek net om, meer dan het veranderen van methodieken of het bereiken van objectieve doelen. Het is de waardige ontmoeting tussen student en lokale bevolking dat actief wereldburgerschap aanwakkert en zo hopelijk studenten in staat stelt anders te kijken naar globale uitdagingen en hun rol als wereldburger.

    Aan ontwikkelingssamenwerking doen lijkt me moeilijk. Loopt het soms mis?

    Doordat we ‘de ander’ en onszelf verkeerd begrijpen. Daarom dat we die dag sterk inzetten op de reflectie over de eigen motivatie en verwachtingen enerzijds, terwijl we anderzijds begrippen uitleggen zoals intersectionaliteit en de impact van onderdrukking die individuen ondervinden in laag- tot midden-inkomenslanden op het vlak van armoede, etniciteit, gender en levensbeschouwing.

    We lichten deze onderdrukking toe vanuit macro-perspectief, maar proberen dan in te zoomen op wat dit betekent voor individuen, hoe zij deze onderdrukking ervaren, en hoe we als Westerling hiermee best moeten omgaan. Zo draait armoede niet alleen om geld, maar ook om uitsluiting en een verlangen om erbij te horen. En net dat besef komt wel binnen bij studenten.

    Het verandert de stage ineens in een persoonlijke zoektocht om psychosociale barrières te helpen afbreken. Dat vergt een zeer kritisch-reflectief engagement van de student, waarbij veel aandacht wordt geschonken aan de eigen vooroordelen en overtuigingen.

    Qua vooroordelen is het thema racisme zeer actueel. Op welke manier komt dat aan bod?

    Als je gaat werken in het globale Zuiden, dan kan je niet rond het thema van racisme en witte superioriteit. Die thema’s zijn inderdaad zeer actueel. Denken over racisme is dan ook voortdurend in verandering en kent een lange geschiedenis. Je merkt dat het een gevoelig thema is dat veel weerstand oproept.

    Het heeft dan ook een enorme impact op je ervaring tijdens je stage, onder meer op hoe en met wie je contact maakt en welk verhaal je vertelt bij je terugkeer. Ik denk dat het erg moeilijk is om het racisme dat in ons zit geheel op te helderen. Iedere student in Vlaanderen zou moeten onderwezen worden over de mechanismen van racisme en de eigen verantwoordelijkheid.

    Racisme begrijpen en behandelen behoort tot een essentiële vaardigheid dat elke student mee zou moeten krijgen. Die mechanismen hebben zo’n grote impact dat het niet meer kan worden behandeld als een fenomeen dat wel bestaat, maar waaraan we zogezegd zelf niet meedoen. Zo’n houding is te gemakkelijk aan te nemen en de (negatieve) impact ervan te groot. UCOS is bereid mee aan de kar te trekken en deze kritische werksessies aan te bieden aan het volledige Vlaams Hoger onderwijs. 

    Eén van de kritische opmerkingen bij het concept white supremacy en witte superioriteit is dat racisme in het globale Zuiden op zijn minst even aanwezig is als in het Westen. Klopt dat en hoor je dat ook terugkeren in de sessies?

    Ik heb zelf 15 jaar in Zuid-Afrika, Cuba en Tanzania gewoond en het is een mening die je regelmatig hoort van vooral (witte) expat-ontwikkelingswerkers. Ook deze opinie komt voor tijdens de voorbereidingssessies, waarbij studenten stellen dat omgekeerd racisme toch ook bestaat.

    Mijn rol is in de eerste plaats de reflectie en het debat te genereren onder de studenten, door kritische vragen te stellen. Maar laat het duidelijk zijn, racisme heeft te maken met geïnternaliseerde minderwaardigheid, en macht, wat toch eenrichtingsverkeer is. Er bestaat geen structureel, collectief en permanent systeem dat mijn levenspad en kansen als witte man negatief beïnvloed, ook niet in het globale Zuiden. 

    Wel zal je dit ginds vinden bij andere bevolkingsroepen onderling, waarbij het dan soms over kleur, over etniciteit of andere groepskenmerken gaat. Onze groep studenten is voor 90% wit en 80% vrouw, wat het thema kleur en gender eens zo belangrijk maakt.

    Wat doe je dan rond gender?

    Opnieuw kijken we eerst kritisch naar onszelf met onze eigen overtuigingen, waarden, normen en vooroordelen over gender om daarna de blik te richten op het globale Zuiden. We hopen op die manier het bewustzijn voor deze complexe verschillen aan te wakker en de studenten mee te geven om niet meteen hun eigen perspectief te verwachten, laat staan het op te leggen.

    Het kan nooit de bedoeling zijn dat een 19-jarige student ginder gaat zeggen hoe je vrouwen moet behandelen. Aan dat soort ontwikkelingssamenwerking doen we niet.

    Dus je mag geen volstrekte gelijkwaardigheid tussen man en vrouw eisen?

    Dat zou volgens mij moeilijk werken. Studenten hebben begrip als sociale werkers in Brussel zeggen dat je in sommige wijken omgangsvormen vanuit andere waarden moet respecteren, maar vinden het dan toch moeilijk om deze kijk toe te passen in landen als Kenya, waar veel studenten taal noch geschiedenis van kennen.

    Het is zelfs niet zozeer een kwestie van de waarden waar we naar streven, maar meer van aanpak en strategie. Ik probeer daarom die vragen zoals de universele geldigheid van mensenrechten en gelijkwaardigheid te vermijden. Ze zijn uiteraard interessant en belangrijk, maar ter voorbereiding probeer ik vooral te werken op het mogelijk maken van de onbevooroordeelde ontmoeting.

    En wat met het thema LGBTQAI+ en het project Changemakers rond seksuele en gender gelijkheid?

    Met CHanGE willen we studenten opleiden om stemmen in het globale Zuiden te versterken rond dit thema. Het is uiteraard een zeer gevoelig thema en je moet echt weten hoe en wanneer je deze thema’s aanbrengt.

    Ik sta ieder jaar versteld van de fijngevoeligheid, intelligentie en ambitie van de 12 studenten die in dit project stappen. De selectie en voorbereiding gebeurt dan ook zeer grondig. Het lijkt wel op een opleiding tot journalist met een bijzondere focus.

    Evalueren jullie de impact van de stages?

    Met een uitgebreide kwalitatieve vragenlijst meten we in welke mate de studenten wereldburgers zijn geworden, en dit doen we tot een hele tijd nadat onze studenten zijn teruggekeerd.

    We vragen hoe ze terugkijken op hun stage, welke impact dat en hun ervaring in ontwikkelingssamenwerking heeft gehad op hun carrière, denkbeelden en leven, en welke rol UCOS daarin heeft gespeeld. Hieruit blijkt dat deze impact erg duidelijk en positief is. We scoren bovendien ook zeer goed op de evaluaties van de voorbereidingsdag, wat me uiteraard verheugt.

  • Wordt corona het einde van de rechtsstaat? (opinie)

    Viel u ook van uw stoel toen u het hoorde, beste lezer? In België wordt om gezondheidsredenen iets ingevoerd dat het land nooit gekend heeft tenzij onder Duitse bezetting, en dan nog niet eens zo verregaand als nu: een avondklok. Weliswaar voorlopig slechts op het niveau van een provincie, maar het precedent is gesteld. Eerder symbolisch dan zinvol, werd eerder al gesteld.

    Dit opiniestuk werd geschreven door Jan De Groote en Karin Verelst en verscheen eerst op VRTNWS. Jan De Groote is onderzoeksassistent en doctorandus Strafrecht aan de Vrije Universiteit Brussel. Dr. Karin Verelst is master in de moleculaire biologie en doctor in de wetenschapsfilosofie aan de VUB.

    Indien u níét van uw stoel bent gevallen, dan is dat een slecht teken. Dit zou echt wel iedere rechtgeaarde democraat te denken moeten geven. Het coronabeleid van de verschillende regeringen en overheden in dit land ontspoort qua (grond)wettelijkheid helemaal. We waarschuwden reeds voor dit mogelijke gevaar in eerdere opiniestukken, maar klaarblijkelijk werd dit, de weerklank ten spijt, in de wind geslagen. 

    Voor we verdergaan, willen we er ten overvloede nog eens op wijzen dat wij ons geenszins kanten tegen een adequaat en zelfs streng coronabeleid. De gezondheidscrisis is reëel. Veel van de recente maatregelen van 28 juli jongstleden die de Veiligheidsraad afkondigde, zoals de verkleining van de bubbel en beperking van grootschalige evenementen, lijken vanuit de noodzaak om een tweede golf in te dijken perfect proportioneel en gerechtvaardigd. Over de verplichting in bepaalde omstandigheden een mondmasker te dragen, spraken wij ons ook al eerder positief uit. Zelfs contact tracing, indien gegarandeerd privacyveilig, kan wat ons betreft door de beugel.

    Wie de grondwet aan zijn laars lapt, lapt de rechtsstaat aan zijn laars en dus ook onze democratie

    Dat wil niet zeggen dat alles kan. Er bestaat een duidelijke hiërarchie van rechtsnormen in dit land. De belangrijkste norm is de grondwet. Daarin worden de fundamentele rechten en plichten van de burgers vastgelegd én de manieren waarop er vanuit democratisch oogpunt aan wetgevend werk kan worden gedaan. Wie de grondwet aan zijn laars lapt, lapt de rechtsstaat aan zijn laars en dus ook onze democratie. Wij zijn niet de enigen die dit zeggen. Met juridisch-politieke uitwassen als een avondklok of een verplichte quarantaine is de grens echt overschreden. Los erover zelfs.

    Omdat de grondwet de hoogste norm is, moet elk ministerieel besluit (MB) of provinciaal besluit dus altijd en in alle opzichten voldoen aan alle bepalingen van de grondwet. In geen enkele democratie kan een overheid maatregelen nemen die deze basisregel niet respecteren, wil ze de democratie zelf vrijwaren en niet de deur wagenwijd openzetten naar willekeur en autoritarisme.

    Na het eerder klungelige optreden van de minister van Binnenlandse Zaken, waren we met de invoering van de verplichte quarantaine getuige van het schouwspel van minister-president Jambon, die naar bevoegdheden grabbelde die hem niet toekomen. Door de stap die nu wordt gezet, met de twee nieuwe maatregelen van de avondklok en de verplichte quarantaine, dreigen we definitief komaf te maken met onze rechtsstaat. We roepen het beleid dan ook op om snel bij te sturen, om een totale afglijding in een (grond)wettelijke chaos te vermijden. Bij gebrek aan bijsturing lijken juridische stappen en andere vormen van protest zeker aangewezen, zelfs noodzakelijk.

    De avondklok

    Een ‘avondklok’ is in België per definitie ongrondwettelijk. Ook de Wet op de Civiele Veiligheid, die de basis van het corona-MB is, verandert daar niets aan. Deze wet staat enkel toe in een precies afgebakend gebied en in een zeer beperkte tijdspanne de mobiliteit van de mensen te beperken. Deze wet inroepen voor een federaal samenscholingsverbod (de “lockdown”) was al een (enigszins begrijpelijke) stretch van jewelste. Waar een samenscholings­verbod het gebruik van de publieke ruimte beperkt, verbiedt een avondklok het gebruik van de publieke ruimte in het geheel. Het is het verschil tussen vrijheidsbeperking en vrijheidsberoving.

    Wij zien dan ook niet in wat de toegevoegde waarde van een avondklok is, indien het samenscholingsverbod strikt wordt gehandhaafd

    Nochtans is dit niet nodig. Het Antwerpse provinciebesluit zegt zelf dat het de bedoeling van de avondklok is om samenscholingen te verhinderen. Even verder zegt dit besluit dat er bovenop de avondklok een samenscholings­verbod is. Wij zien dan ook niet in wat de toegevoegde waarde van een avondklok is, indien het samenscholingsverbod strikt wordt gehandhaafd. De avondklok is om die reden alleen een buitenproportionele, onnodige en zelfs groteske maatregel, waarvan bovendien ook de bijkomende medische doeltreffendheid onduidelijk is.

    Eigenlijk komt de avondklok neer op een huisarrest. Een preventieve gevangenzetting tussen bepaalde uren, zonder dat enig misdrijf werd gepleegd. Zelfs een onderzoeks­rechter moet aanwijzingen van een gepleegd misdrijf hebben, wil hij iemand in voorlopige hechtenis plaatsen. De gouverneur blijkbaar niet. Mevrouw Berx meent mensen te kunnen beboeten en zelfs gevangenisstraffen te kunnen opleggen, indien ze de opgelegde preventieve gevangenzetting niet naleven. Zelfs als dat is om alleen met de hond te gaan wandelen in bijvoorbeeld Poederlee.

    Het is inderdaad tekenend dat de enige andere avondklok die België heeft gekend die van de Duitse bezetter was, en zelfs die avondklok ging maar in na middernacht. De Duitse bezetter voelde zich natuurlijk ook niet gebonden door de Belgische grondwet, omdat hij eigenmachtig de democratische Belgische rechtsorde had opgeheven. Uiteindelijk komt het hierop neer: door de avondklok in te voeren heeft men in Antwerpen een lokale noodtoestand uitgeroepen, wat de  grondwet uitdrukkelijk verbiedt (art. 187).

    Een correct maar strikt afgedwongen samenscholingsverbod volstaat 

    Dit betekent niet dat een krachtdadig optreden van overheidswege totaal onmogelijk is. Er zijn voldoende wettelijke bepalingen om te handelen in tijden van crisis en een correct maar strikt afgedwongen samenscholingsverbod volstaat om hetzelfde doel te bereiken. Ook een tijdelijk vervroegd sluitingsuur voor de cafés is grondwettelijk te verantwoorden.

    De verplichte quarantaine

    Een andere parel aan de kroon van het recente coronabeleid is de zogenoemde “verplichte quarantaine”, die geldt voor mensen die terugkomen van een reis in risicogebied. Laat het ook hier weer duidelijk zijn dat wij niet alle maatregelen in deze context afkeuren. Een efficiënt testbeleid en een van overheidswege financieel en praktisch ondersteunde, vrijwillige zelfquarantaine behoren hier tot de mogelijkheden. Waar wij wel stellig bezwaar tegen aantekenen, is de huidige verplichte quarantaine, die met zowat alle grondrechten en basisprincipes van de rechtsstaat de vloer aanveegt.

    Een voorloper van deze maatregel bestond al in het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid. Dat kon tot op vandaag blijkbaar onder de radar blijven. Dit decreet is de basis voor de bevoegdheids­claim van minister-president Jambon waarvan hoger sprake, die een eenduidige maatregel afgekondigd door de Nationale Veiligheidsraad blokkeerde. Dit leidde ertoe dat men een juridische koterij moest opzetten via een obscuur orgaan, het Overlegcomité tussen gewesten, gemeenschappen en de federale overheid, om toch tot een enigzins geharmoniseerd quarantainebeleid over het hele Belgische grondgebied te komen. Nochtans werd reeds bij eerdere aangelegenheden de intransparante machtconcentratie in handen van dit orgaan als “oligarchisch of executief federalisme” gebrandmerkt door onder anderen emeritusprofessor Alen, Nederlandstalig voorzitter van het Grondwettelijk Hof.

    Dit zijn procedures een bananenrepubliek waardig, niet een beschaafde rechtsstaat

    In de quarantainemaatregel wordt bepaald dat een ambtenaar iemand die een risico vormt op besmettingsgevaar kan laten opsluiten (verplichte quarantaine). Dat kan in een ziekenhuis of “een andere daartoe geschikte plaats” en dit zolang dat risico bestaat. Het enige wat die persoon kan doen, is in beroep gaan bij de uitvoerende overheid zelf, die binnen de 10 dagen een beslissing moeten nemen. Dergelijke handelswijze is, zelfs indien goedbedoeld, flagrant in strijd met de grondwet, die immers bepaalt dat niemand langer dan 48 uur van zijn vrijheid beroofd kan worden zonder dat hij voor een rechter verschijnt. De 10 dagen in dit decreet staan daarmee in schril contrast.

    Hoe men vanuit quarantaine beroep moet indienen, is overigens onduidelijk. Zelfs het feit dat beroep kan worden ingediend, moet slechts mondeling worden medegedeeld. Bijstand van een advocaat is nergens gegarandeerd. Men kan dus zonder meer gedurende tien dagen volledig van de radar verdwijnen, louter op grond van een vermoed risico op besmettingsgevaar — probeer u eens in te beelden waar dat in een veralgemeende paniektoestand toe zou kunnen leiden. Dit zijn procedures een bananenrepubliek waardig, niet een beschaafde rechtsstaat.

    Daarmee zijn de problemen nog niet van de baan. De Raad van State zei al bij het oorspronkelijke decreet van 2003 dat Vlaanderen geen verplichte preventieve maatregelen kan nemen ten aanzien van Brusselaars. Een Nederlandstalige Brusselaar kan immers enkel onder dit decreet vallen indien hij zich vrijwillig wendt tot een Nederlandstalige zorginstelling. Wie in Vlaanderen woont, wordt dus tegen zijn wil opgesloten. Wie in Brussel woont, ontsnapt (gelukkig) zolang hij niet vrijwillig naar een Nederlandstalige zorginstelling gaat. Het non-discriminatiebeginsel uit onze grondwet (art. 11) verdwijnt zo eveneens in de juridische vergeetput.

    De Raad van State merkte in 2003 tevens op dat Vlaanderen weliswaar bevoegd werd voor preventief gezondheidsbeleid, maar niet voor zaken die de “profylaxie” aangaan. Profylaxie duidt op de preventie van besmettingen, waar epidemieën en pandemieën onder vallen. Volgens de Raad van State mag Vlaanderen zich bijvoorbeeld niet bemoeien met verplichte vaccinaties. Er valt moeilijk in te zien hoe Vlaanderen dan wel bevoegd zou zijn voor verplichte quarantaine, eventueel met het oog op potentieel verplichte behandeling, zoals een vaccinatie. 

    Gezondheid én grondrechten

    Nochtans zijn deze onaanvaardbare juridische wantoestanden nergens voor nodig. Tal van democratisch aanvaardbare en effectieve maatregelen zijn mogelijk in deze ongeziene tijden. Een mondmaskerplicht, een in de tijd beperkt samenscholingsverbod, verplicht telewerk waar mogelijk, zelfs de (vroegere) sluiting van instellingen en etablissementen en een privacyrespecterend contact tracing-beleid (dat er allang had moeten zijn) betreffen, naast de reeds ingevoerde “bubbels”, slechts enkele voorbeelden. Mits een stipt (maar deontologisch en wettig) optreden van de ordehandhavers zijn die maatregelen ook nog eens juridisch afdwingbaar, zelfs voor hardleerse of baldadige burgers.

    Kiezen tussen onze gezondheid en onze grondrechten is een valse tegenstelling

    Daarbij verwachten wij wel dat onze beleidsmakers onverkort de grondwet en de basisprincipes van onze democratische rechtsstaat respecteren. De wetgever maakt de wet. De uitvoerende macht voert ze uit. De rechter controleert. Het is niet moeilijker dan dat. Daarvoor moeten we echt niet kiezen tussen onze gezondheid en onze grondrechten. Dat is een valse tegenstelling. De twee zijn perfect met elkaar verenigbaar, en deze verenigbaarheid is juist wat de burger verlangt, zodat hij of zij de besluiten van de verantwoordelijke overheden met vertrouwen tegemoet kan zien. Mogen we nog durven vragen dat onze beleidsmakers de democratische spelregels respecteren in plaats van in paniek uit het raam te klauteren om op vakantie te kunnen gaan?

  • Door diversiteit te omarmen op school verkleint de prestatiekloof tussen leerlingen

    “Kutmarokkaan, ga terug naar je eigen land!” Racistische uitspraken in de klas zijn niet de enige manier waarop structureel racisme zich manifesteert op school. Uit onderzoek blijkt dat Vlaanderen een van de slechtste leerlingen is in Europa als het gaat over het dichten van de prestatiekloof tussen leerlingen met of zonder migratieachtergrond. In de publicatie “De veerkracht van leerlingen met een migratieachtergrond” concludeerden OESO-onderzoekers dat leerlingen met een migratieachtergrond dubbel zoveel risico lopen om later slecht te presteren op academisch vlak.

    Arne Carpentier, Educatief Medewerker School zonder Racisme

    Volgens het Vlaamse onderzoekluik (KU Leuven) van het Europese YES!-project heeft de schoolvisie op diversiteit een duidelijk effect op de schoolresultaten van leerlingen. Uit dat onderzoeksluik ontsprong het Interculturele Schoolcultuur-project van de vzw School zonder Racisme. De vzw is een partner voor scholen die de uitdaging aangaan om burgerschapseducatie te integreren in de schoolcultuur en werk willen maken van een schoolklimaat dat diversiteit erkent en omarmt. Arne Carpentier, Educatief Medewerker bij School zonder Racisme, maakt ons wegwijs in hun aanpak.

    Welke impact heeft de diversiteitsvisie van scholen op het welbevinden van leerlingen?

    “Scholen hebben elk hun eigen visie op diversiteit. Uit onderzoek blijkt dat er drie verschillende visies op diversiteit zijn. De schoolcultuur van een specifieke school is steeds een combinatie van die drie. Vanuit een assimilatievisie wordt er bijvoorbeeld vooral lesgegeven vanuit de Vlaamse middenklassecultuur. Die cultuur bereiken is volgens deze visie het doel van het hele schoolgebeuren. Zowel voor leerlingen met een migratieachtergrond als leerlingen uit kansarmoede is dit nefast omdat ze zich constant moeten aanpassen en ze het gevoel hebben dat ‘school eigenlijk niets voor hen is’.”

    “Daarnaast is de kleurenblinde visie de meest gangbare. Die komt uit verlichtingswaarden zoals gelijkheid en vrijheid. Deze visie erkent dat diversiteit bestaat, maar dat die op school geen rol speelt, want ‘iedereen is gelijk’. Dat lijkt intuïtief correct, maar zorgt voor een aantal problemen. In de dagelijkse realiteit gaan kinderen met een migratieachtergrond net wél geconfronteerd worden met verschillen. Zij voelen dat dagelijks aan door kleine microagressies, racisme, discriminatie of vooroordelen. Sterker nog, als er een kleurenblinde visie heerst, zorgt dat ervoor dat er geen taal is om erover te spreken. Opnieuw gaan die leerlingen in hun realiteit miskend zijn en gaan hun welbevinden en leerprestaties naar beneden. Een grootschalige studie van het Centrum voor Sociale en Culturele Psychologie (KU Leuven) toont aan dat de kloof tussen scholieren met of zonder migratieachtergrond groter is in scholen die culturele diversiteit negeren of afwijzen. “

    “Daarom pleiten wij tijdens ons traject Interculturele Schoolcultuur voor een interculturele visie. Dat gaat over meer dan enkel het organiseren van een interculturele uitwisselingsdag. Het is een visie die alle lagen van het schoolwezen behelst. Deze visie erkent diversiteit en omarmt die ook. Je gaat praten over diversiteit, betrekt die bij de lessen, en geeft leerlingen de ruimte om hun eigen identiteit te beleven. Op die manier ontstaat een groter welbevinden. Leerlingen gaan zich meer thuis voelen op school, gaan zich meer erkend voelen, waardoor ook de prestaties en resultaten naar omhoog gaan.”

    © School zonder Racisme vzw

    Hoe meten jullie de impact van  jullie Interculturele Schoolcultuur-project’?

    “Aan het begin van het traject wordt er een nulmeting uitgevoerd waarbij we zowel leerkrachten, leerlingen, schoolmedewerkers, ouders en het directieteam bevragen. We bekijken ook de studieresultaten. Gedurende één jaar werken we rond een domein dat in samenspraak met de school wordt afgebakend: identiteit, taal, samen leren, samen leven of participatie. Na het traject is er opnieuw een meting. Dit is mogelijk dankzij de wetenschappelijke ondersteuning van Dr. Jozefien De Leersnyder (Sociale en Culturele Psychologie, KULeuven). Zo kunnen we heel concreet bekijken wat de impact is.”

    “Het is niet dat wij de illusie hebben dat wij als School zonder Racisme de prestatiekloof in Vlaanderen gaan dichten, maar het is mooi om op die manier ook mee te helpen aan wetenschappelijk onderzoek. Hopelijk kunnen we als de huidige trajecten afgewerkt zijn, er ook specifieke conclusies aan koppelen om het verhaal nog sterker te maken. Als je echt structureel iets wilt veranderen, hebben we ook studenten nodig binnen de lerarenopleiding zelf die daar later mee aan de slag kunnen gaan.”

    Wat zijn jullie concrete bevindingen of tips?

    “Als het gaat over identiteit wordt er bijvoorbeeld vaak de vraag gesteld over het dragen van levensbeschouwelijke kentekens op school. Dit is natuurlijk een gevoelig onderwerp. In het gemeenschapsonderwijs kan dit niet, in het vrije net is er meer speling. Wij respecteren natuurlijk de keuzes van de koepels, maar merken dat dit wel een belangrijk aspect is van de interculturele visie. Ook op vlak van taal en meertaligheid, als je daar als school op gaat inzetten door in zekere mate de thuistaal meer toe te laten, bevestigt onderzoek dat dat ook een positief effect heeft op het leren van Nederlands.”

    “Als je de wereld meer aan bod laat komen in de klas, ga je ook je klas meer nieuwsgierig maken naar de wereld.

    “Eveneens kan je in de lesinhoud de wereld betrekken. Als je de wereld meer aan bod laat komen in de klas, ga je ook je klas meer nieuwsgierig maken naar de wereld. Als leerkracht kan je zeggen, ja wiskunde is wiskunde, maar onze cijfers hebben bijvoorbeeld een Arabische oorsprong. Of je kan het af en toe eens hebben over de Chinese inzichten in de wiskunde. Ook het betrekken van andere rolmodellen heeft een positieve invloed op het welbevinden van leerlingen. Als je rolmodellen uit andere culturen betrekt tijdens discussiemomenten of debat, toon je hoe er in de praktijk met diversiteit kan omgegaan worden.”

    Wat doe je als leerkracht wanneer een leerling uit de klas te maken krijgt met een racistische opmerking?

    “Er worden veel maatschappelijke rollen toebedeeld aan leerkrachten, waaronder de bewustmaking rond diversiteit en racisme. Hoewel leerkrachten niet altijd de tijd of mentale ruimte hebben om dit thema te behandelen in de klas, is het enorm belangrijk om op zulke uitspraken te reageren. Niet reageren, is instemmen.”

    “Als leerkracht geraak je met verbindende communicatie een heel eind verder. Het is belangrijk om te gaan verkennen waar de uitspraak vandaan komt. Zo laat je diegene die de uitspraak heeft gemaakt ook in zijn waarde. Er moeten duidelijke afspraken gemaakt worden over wat wel en niet kan. Ook moet het duidelijk zijn dat er zicht is op een herstel, zowel voor diegene die de uitspraak maakte als voor diegene die de uitspraak ontving.”

    © School zonder Racisme vzw

    Botsen jullie tijdens het traject soms op weerstand van leerkrachten of het directieteam?

    “Voor het project Interculturele Schoolcultuur vinden we het heel belangrijk dat de directeur volledig achter ons staat. Zonder de directie kom je niet ver. Tijdens de gesprekken met leerlingen, leerkrachten en ouders botsen we zeker op tegengestelde antwoorden. Wat ik daarbinnen een heel interessant concept vind, is het idee over minderheids- en meerderheidsstress.”

    “Het eerste gaat over stress die je krijgt als je een lid van een bepaalde minderheidsgroep bent. Dit omwille van de constante druk om je aan te passen, omwille van dagelijkse gevallen van geconfronteerd worden met vooroordelen of met discriminatie, racisme of microagressies. Als er bijvoorbeeld iemand zegt: “Amai jij spreekt eigenlijk echt wel goed Nederlands voor een Turk”, terwijl je geboren bent in België, dan komt dat heel hard aan. Dit zorgt eigenlijk voor een constante stress, om te presteren en jezelf dubbel zo hard te willen bewijzen.”

    “Aan de andere kant ontstaat er meerderheidsstress, omwille van de diversiteit. Dat heeft ermee te maken dat diversiteit echt complex is, veel complexer dan de vroegere natiestaten, waarbij er een bevolking onder één staat leefde. De realiteit wordt nu complexer, en dat zorgt voor stress bij de meerderheid. Er ontstaat angst omwille van een cultuur die zou verloren gaan, maar er heerst ook de angst om verweten te worden als racist. Leerkrachten die soms niet goed de realiteit begrijpen van leerlingen met een migratieachtergrond schieten soms in de verdediging doordat ze denken ‘doe ik het dan zo verkeerd’?”

    Er ontstaat angst omwille van een cultuur die zou verloren gaan, maar er heerst ook de angst om verweten te worden als racist.

    “Ik denk dat het dan onze taak is om hen gerust te stellen en te zeggen: “Kijk dit is complexe materie, het is helemaal niet makkelijk om racisme aan te pakken. Je mag hierin fouten maken, zolang je maar probeert om eraan te werken.” Als leerkrachten dit inzien, en wij hen gerust kunnen stellen, gaat die weerstand hopelijk een klein beetje naar beneden. Dit hoop en denk ik toch dat er ons te wachten staat.”


    Het project ‘Interculturele Schoolcultuur’ is een gezamenlijk project van:

    • School zonder Racisme vzw
    • De drie koepels ouderverenigingen (VCOV, GO! Ouders en KOOGO)
    • De Vlaamse Scholierenkoepel
    • Democratische Dialoog (Erasmus Hogeschool Brussel)

    En wordt wetenschappelijk ondersteund door Dr. Jozefien De Leersnyder (Sociale en Culturele Psychologie, KU Leuven).

  • De grenzen van grappen maken: stand-up comedians Serine Ayari en Erhan Demirci over racisme en humor (video)

    [facebook url=”https://www.facebook.com/huisvandeMensbxl/videos/265740498062484″ /]
  • Leopold II: should he stay or should he go?

    Geschiedenis is geen keuze, een monument is dat wel. De stad Gent besliste om de buste van Leopold II op te bergen, de KU Leuven haalt de buste weg uit zijn bibliotheek, Oostende overweegt een tegenbeeld en Brussel richt een werkgroep op over de standbeelden en straatnamen die verwijzen naar Leopold II.

    Is een standbeeld van Leopold II een eerbetoon aan de kolonisatie en hoort het thuis in een museum? Is het een gedenksteen met een meervoudige betekenis? Is het voldoende om het beeld via een infobord van de nodige context te voorzien? Primrose Ntumba brengt een bezoek aan het standbeeld van Leopold II op het troonplein. Zonder boterhammen.  

    Video: Michiel Geluykens

    [facebook url=”https://www.facebook.com/huisvandeMensbxl/videos/365303447764081/” /]
  • Waar of onwaar? 20 tips om je te behoeden voor fake news: Check. Think. Act.

    Waarheid is geen kwestie van geloof, maar van rede en dialoog op basis van feiten. Daarom is het belangrijk om in tijden van polarisatie en fake news de aandacht te blíjven vestigen op het belang van factchecken.

    Zélf factchecken is zowat het enige medicijn tegen fake news en propaganda. Sinds de presidentsverkiezingen van 2016 in de Verenigde Staten is de term fake news populair geworden. Er circuleert een hoop nepnieuws en massamedia worden regelmatig beschuldigd van ideologische vooroordelen. De laatste jaren is er dan ook een nieuwe generatie factcheckers opgestaan. Hieronder bieden we een eerste houvast om zelf na te gaan in welke mate berichtgeving al dan niet correct is. De opgelijste websites zijn Nederlandstalig en Engelstalig. Er zijn natuurlijk veel factchecking websites in andere talen en het is aan jou om je bronnen kritisch en zelfkritisch te analyseren.

    “Een goede tip: check telkens de gebruikte methodologie”

    België

    Verschillende media kanalen hebben hun eigen factchecking pagina, zoals onder meer De Standaard, Knack en VRT NWS. De ombudsman van de VRT beantwoordt ook vragen over mogelijke vooroordelen in berichtgeving.

    Factcheck.vlaanderen is een in 2019 opgericht journalistiek platform waarin studenten of alumni journalistiek in samenwerking met experten berichten factchecken.

    Gezondheid en wetenschap is een door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde organisatie die online berichten over gezondheid onderzoekt.

    Skepp is een onafhankelijke studiekring die pseudo-wetenschappelijke en paranormale beweringen kritisch onderzoekt. Voor diegenen die graag hun kinderen iets willen bijleren over kritisch denken, heeft Skepp ook dit lessenpakket voor de derde graad ontwikkeld.

    EU

    EUvsDisinfo werd in 2015 opgericht door de EU om online desinformatie te analyseren, met een focus op berichten die mogelijk een relatie hebben met het Kremlin.

    FactcheckEU doet aan factchecking met een brede Europese focus. Het is een project van het journalistiek opleidingscentrum European Journalism Training Association (EJTA) en de Evens Foundation.

    Nieuwscheckers is een journalistiek project verbonden aan de Universiteit van Leiden, Nederland.

    Full Fact is een internationale factchecking website, met een focus op berichtgeving in het Verenigd Koninkrijk.

    Verenigde staten

    Poynter is een media instituut dat onderzoek voert naar en ondersteuning biedt bij vrije journalistiek. Het is eveneens de moederorganisatie van o.a. International Fact Checking Network, Media Wise en PolitiFact. Deze laatste is een factchecking website met een focus op politiek in de Verenigde Staten.

    Snopes focust zich op urban legends, mythen en populaire overtuigingen in de Verenigde Staten.

    AP Fact Check is een in de Verenigde Staten gebaseerde internationale Fact Checking website.

    Fact Check analyseert uitspraken van politici en politieke actiegroepen in de Verenigde Staten.

    AllSides en Media bias / fact check doen niet alleen aan fact checking, maar situeren berichten en mediakanalen ook op een rechts-links politiek spectrum. Beide websites hebben een focus op de Verenigde Staten.

    Google heeft ook een aantal factcheck instrumenten ontwikkeld om factcheckers te ondersteunen.

    Je kan deze boodschap mee verspreiden door je Facebook profielfoto te verrijken met een Check Think Act achtergrond door in de zoekbalk ‘wereldhumanismedag’ in te geven.

  • Hoe sport en filosofie samen kunnen strijden tegen racisme (opinie)

    Dit artikel verscheen oorspronkelijk op 10 juni op humanistischverbond.be.

    Niels De Nutte is vrijzinnig-humanistisch consulent bij het huisvandeMens Brussel en wetenschappelijk medewerker aan HARP aan de Vrije Universiteit Brussel. Hij heeft een 2e dan aikido en is verantwoordelijke jeugdlesgever bij de Mechelse aikidoclub Musha Shugyo vzw.

    #BlackLivesMatter. Naar aanleiding van de confronterende manier waarop George Floyd de dood vond, ontploft de laatste dagen het protest voor gelijke rechten in de Verenigde Staten.

    Ook internationaal is de impact momenteel niet te onderschatten. We worden weer eens geconfronteerd met de pijnlijkste vorm van het wij-zij-denken. Hoe vecht je tegen je eigen neiging om de ander, het onbekende, niet hartelijk te bejegenen? Iedereen doet het anders. Als blanke twintiger tracht ik me bewust te zijn van de valkuilen van mijn gedachten. Dit is mijn verhaal.

    Op mijn veertiende startte ik met aikido. Wat is dat, vraagt u? Dat met die rokken en die stokken. U kent het mogelijk van de films met Steven Seagal in de hoofdrol. Net als vele andere Japanse krijgskunsten is het een sport die in zekere zin voortkomt uit de Japanse middeleeuwen, uit de tijd van de samurai.

    Het aikido van vandaag is evenwel een naoorlogse ontwikkeling. Voor dit stukje zijn de technieken niet van belang. Het ontbreken van enige vorm van competitie, gekoppeld aan de betekenis van de sport, is dat wel.

    Het woord aikido is namelijk een samenstelling van drie tekens. Het teken ai (合), wat staat voor ‘harmonie’; ki (気) dat staat voor ‘energie’ en do (道) dat staat voor ‘de weg van’, net als bij judo. Samen geeft dat ‘de weg van harmonie van energie’.

    Anders dan veel andere krijgskunsten, wordt in aikido de nadruk gelegd op persoonlijke ontwikkeling en het gebruiken van de kracht van de ander. Niet dat Steven Seagal dat doet, maar films hebben natuurlijk ook dat doel niet.

    Hoewel ik na 16 jaar, waarvan ondertussen 11 als jeugdleraar, nog altijd werk aan de ontwikkeling van mijn technieken, ben ik me gaandeweg meer en meer gaan interesseren voor de filosofie die aan de basis ligt van aikido. Concepten genoeg om mee aan de slag te gaan.

    Twee ervan zijn erg bruikbaar om een attitude bij onszelf te creëren die ons ontvankelijk kan maken voor de ander. Die twee zijn mushin (無心) en wafudo (和不同). Het concept mushin is samengesteld uit de Japanse karakters voor ‘geen of leeg’ en ‘geest’. ‘Ontvankelijke geest’ zou een goede vertaling zijn.

    Mushin verwijst naar een kalmte die moet toelaten om de buitenwereld in je op te nemen zonder weerstand. In aikido betekent dat zoveel als je kalmte bewaren, ook wanneer je wordt aangevallen door iemand die twee keer zo groot is als jij.

    Elke twijfel, elke weerstand zou op dat moment in de weg zitten. Het brengt je nergens en lost de situatie niet op. In de menselijke omgang vertaalt het concept zich door een ontbreken van a priori gedachten bij een ontmoeting. Dat kan te maken hebben met aannames in relatie tot etniciteit, leeftijd, gender of elke andere variabele die de menselijke soort kent.

    Het karakter mu wordt ook vertaald als ‘het ontbreken of afwezig zijn van’. Een onbereikbaar ideaal misschien, maar bij het ontbreken van a priori’s begint de echte interactie, of die nu fysiek is of verbaal.Het tweede concept, wafudo, bestaat uit de karakters voor ‘harmonie’, ‘niet’ en ‘hetzelfde of gelijk’.

    Hoewel dit concept nooit specifiek aan bod komt binnen aikidolessen, ligt het aan het hart van de filosofie. Harmonie is niet hetzelfde als gelijkheid. Op fysiek vlak begrijpen we dat intuïtief. Laat een persoon van 1,6 meter trainen met iemand van 2 meter.

    Niels De Nutte samen met Mutsuko Minegishi.

    Geen probleem, toch? De grote partner heeft meer bereik, de kleine is misschien sneller. Om in harmonie, dat wil zeggen zonder fysieke schade te bezorgen, te kunnen samenwerken, moeten de twee compenseren. Ook op andere vlakken zijn we er vanzelf mee weg.

    We hanteren bijvoorbeeld niet hetzelfde taalregister in gesprek met een vijfjarige als in gesprek met een volwassene. Rationeel is een open geest en het zoeken naar harmonie met anderen voor velen onder ons een evidentie. Toch betrap ik mezelf na jaren nog geregeld op misstappen.

    Voel ik frustratie in het verkeer als de oude man voor mij te traag rijdt, erger ik me aan jongeren met een bepaalde etniciteit die lawaai maken op de bus of heb ik een leerling in mijn les die een oefening na de vierde herhaling nog steeds niet begrijpt.

    Toch zijn ze stuk voor stuk mijn eigen probleem. De oude man rijdt voorzichtig, ik kan dat ook doen. De jongeren zijn misschien enthousiast, of worden niet op hun gedrag gewezen, ook ik heb dat niet gedaan. En de leerling in mijn les?

    Het zou de eerste niet zijn die achteraf door hard werk de intrinsiek getalenteerde leerlingen inhaalt. Geduld is een goede deugd.Je eigen geest pas je niet zomaar aan, maar kleine stappen maken soms het verschil. Zo zeg ik goeiedag tegen elke passant bij het uitlaten van de hond, hoe hard de gemiddelde Vlaming daar soms ook van opkijkt.

    Als ik iemand zie twijfelen op het openbaar vervoer, vraag ik of ik kan helpen. Twee jaar geleden kwam ik zo een schuifelende zwarte man tegen aan het station van Mechelen. Het bleek een ongeschoolde vluchteling te zijn die op zoek was naar het Agentschap voor Integratie en Inburgering. Het plannetje dat hij had gekregen, kon hij niet lezen.

    We zijn dan samen naar de juiste locatie gestapt. Het werk is alleszins nooit klaar. Het mooiste voorbeeld in mijn geheugen, is een verhaal dat onze eigen Japanse aikidoleraar, Katsuyuki Shimamoto, vertelde toen we hem volgden in Tel Aviv.

    Als tachtigjarige was hij op wandel met zijn leerlingen. Hij deelde kauwgom uit die hij had meegenomen. Plots kwam een vrouw die hij niet kende ook een kauwgom vragen. Hij gaf er haar één, maar twijfelde eerst omdat ze een onbekende was.

    Aan ons vertelde hij toen dat hij nog werk had aan zijn mushin, zijn ontvankelijke geest. Als een man van die leeftijd dat kan toegeven, then there is hope for us yet!

  • Opinie: Covid-19 als katalysator voor een andere vorm van detentie

    Jan Kuilman vrijzinnig humanistisch consulent bij de SMBG. Foto door Luc Stas

    Niet op café kunnen gaan, samen sporten, je vrienden ontmoeten of gewoon in een park gaan zitten: schijnbaar banale zaken die we nu al wekenlang moeten missen. Sinds de coronamaatregelen voelen we wat onze vrijheid voor ons betekent en vooral hoe hard we menselijk contact missen. Ik zie als moreel consulent in de gevangenis parallellen met het leven van gedetineerden. Het gevoel van opgesloten zitten, het missen van het contact met de familie, het niet kunnen doen waar je nood aan hebt, is vergelijkbaar. De reden van opsluiting is uiteraard van een compleet andere orde.

    Na weken ‘in ons kot’ worden nu een aantal aspecten van ons leven buitenshuis, langzaam weer opgestart. We krijgen stap voor stap wat nieuwe vrijheden en de teugels worden een beetje gevierd. Ook gedetineerden krijgen tegen het einde van hun straf meer vrijheden.
    Dit begint met enkele uren buiten de gevangenismuren naar de VDAB op zoek naar werk. Indien dit goed verloopt, kan er 36 uur bij familie verbleven worden. Vervolgens start de beperkte detentie: ’s nachts slapen in de gevangenis, overdag buiten de muren gaan werken. Gevolgd door het elektronisch toezicht, opgesloten in je eigen huis. Je mag slechts naar buiten voor je werk en boodschappen. In huis moet je letterlijk nemen, in de tuin het gras afdoen is er niet bij en om de hoek sigaretten halen ook niet.

    Ook gedetineerden krijgen tegen het einde van hun straf meer vrijheden. Dit begint met enkele uren buiten de gevangenismuren naar de VDAB op zoek naar werk.”

    Waar wij langzaamaan onze rollen in de maatschappij terug opnemen, is dit voor veel (ex-)gedetineerden een heel ander verhaal. Voor veel gedetineerden is er namelijk geen sprake van re-intergratie. Voor hun detentie waren ze al geen onderdeel van de maatschappij. Ze leefden in de marge, aan de randen van onze samenleving. Na de gevangenisstraf is een gedetineerde bovendien kwijt wat hij met moeite bij elkaar kreeg. Een studio, misschien een job… De herwonnen vrijheid is dus geen echt nieuw begin. Welke werkgever geeft er graag een job aan een laaggeschoolde man die veroordeeld is voor diefstal? En welk immobiliënkantoor verhuurt een studio aan iemand zonder vast inkomen?

    Zinvolle detentie?

    Bereiken we op deze manier wel het gewenste doel van detentie? Welke rol willen we dat gedetineerden innemen in onze maatschappij? Willen we onze gevangenissen enkel gebruiken als vergelding, als straf voor het aangedane leed? Wie laten we op deze manier uiteindelijk vrij: iemand die zijn problemen heeft aangepakt, of een tikkende tijdbom die opnieuw in de marge van de maatschappij terechtkomt?

    Als je problemen niet aanpakt vanaf de start, worden ze alleen maar groter. Maar al te vaak vergeet men dat deze mensen vroeg of laat weer terugkeren naar de maatschappij. Door te investeren in mensen, maak je justitie niet alleen menselijker, maar op de lange termijn ook een stuk goedkoper. Een grotere groep geraakt zo uit de carrousel en komt niet opnieuw in de marge terecht waarbij criminaliteit toch weer te aanlokkelijk blijkt. Naast het financiële, vertaalt een beter beleid zich in de maatschappelijke winst van minder criminaliteit en dus minder slachtoffers.

    “Door te investeren in mensen, maak je justitie niet alleen menselijker, maar op de lange termijn ook een stuk goedkoper.”

    Vzw De Huizen pleit voor een detentie die mensen voorbereidt op het leven na de straf door individuele begeleiding bij het creëren van een positieve sociale rol en netwerk. Dit is kleinschalige zinvolle detentie gericht op herstel en re-integratie om zo herval in oude gewoonten te voorkomen. De meeste gevangenissen zijn meer dan 150 jaar oud, gericht op eenzame opsluiting en kunnen hier niet in voorzien. Kleinschalige detentie verankerd in de maatschappij maakt de weg naar re-integratie niet alleen korter, maar biedt ook de mogelijkheid voor gedetineerden om iets terug te doen voor de maatschappij. Gedetineerden hebben al getoond dat ze mondmaskers kunnen maken, maar waarom zouden ze geen fietsen kunnen repareren? Een sociaal restaurant kunnen uitbaten? Een strijkatelier kunnen inrichten? Of tuinmeubels maken?

    Gedetineerde als lid van de maatschappij

    De geschiedenis leert ons dat extreme tijden zoals deze tot grote veranderingen kunnen leiden. Tijdens de jaren vijftig van de vorige eeuw werden grote hervormingen doorgevoerd in de gevangeniswereld. Veel politici hadden tijdens, of kort na de oorlog, zelf in de gevangenis gezeten en hadden aan den lijve ondervonden hoe zwaar dit was. Wanneer mensen zoiets zelf meegemaakt hebben, is er een grotere kans dat ze iets aan de situatie zullen veranderen. Laat ons hopen dat deze inleefstage in het leven van iemand achter gesloten deuren zorgt voor een fundamentele verbetering van het leven van gedetineerden.

    Gevangenen straffen kan anders, justitie kan moderniseren, dat heeft men tijdens deze crisis laten zien. Binnen de gevangenismuren kwam de langverwachte digitalisering eindelijk op gang. De eerste rechtszaak via een beveiligde skypeverbinding vond plaats en videocontact met familie werd eindelijk mogelijk, gedetineerden mogen nu 20 minuten per week op deze manier contact houden met hun geliefden.

    Ik hoop dat deze ontwikkeling zich doorzet, dat er aandacht komt voor de toekomst van gedetineerden en hun rol in de maatschappij. Niet binnen klassieke gevangenismuren maar in kleinschalige, maatschappelijk geïntegreerde woonvormen. Covid-19 als trigger voor een ware paradigmashift.

  • Vrienden in tijden van eenzaamheid: Selma Franssen legt het je uit

    De maatregelen versoepelen en dat is fijn! Het zal wel nog even duren voor we terug écht sociaal kunnen zijn. Selma Franssen – gekend van haar artikels voor Charlie magazine – schreef een jaar geleden het boek ‘Vriendschap in tijden van eenzaamheid’ dat nu wel heel erg relevant is. In 60 seconden licht voor ons een tipje van de sluier.

    [facebook url=”https://www.facebook.com/huisvandeMensbxl/videos/247572742985964/” /]