De coronacris heeft een impact op de hele samenleving. Ook voor de culturele sector is de quarantaine een bittere pil om te slikken. Niet enkel de grotere culturele huizen worden geraakt, maar ook de niet-geïnstitutionaliseerde cultuursector lijdt hieronder. Daarom lieten we enkele creatieve Brusselaars aan het woord die actief zijn binnen verschillende disciplines. Over de impact van de quarantaine op hun dagelijkse activiteiten en hoe ze hier mee trachten om te gaan.
Het zijn lange en intensieve dagen voor Gerlant Van Berlaer, kinder- en spoedarts bij het UZ Brussel. Als rampenarts bij verschillende B-FAST-missies in Indonesië, Haïti en Syrië heeft hij expertise opgebouwd rond het werken in crisissituaties. Daarnaast doceert hij ook aan de VUB binnen de opleiding European Master in Disaster Medicine. De geknipte persoon om zijn licht te laten schijnen op de huidige coronacrisis.
Welke impact heeft de coronacrisis op jullie dagelijkse werking?
De belangrijkste impact is dat we nu twee spoedgevallendiensten moeten runnen in plaats van één: een corona-afdeling en een afdeling voor spoedgevallen die niet corona-gerelateerd zijn. Je kan niet zomaar van het ene naar het andere deel over gaan. We hebben daarom een aparte gang waarbij de patiëntenstroom volledig gevolgd kan worden van de in- naar de uitgang zonder elkaar te kruisen.
Om in de corona-afdeling te werken moet je heel veel beschermende kledij aan doen. Je gaat dus best voor de start van je shift naar het toilet en ook drinken doe je best op voorhand, want je kan je masker niet afnemen in die zone. De shiften voor de verpleegkundigen bedragen 7 tot 8 uur, non-stop. De shiften voor artsen tussen de 8 en de 12 uur.
Wanneer werd de spoedgevallendienst gereorganiseerd?
Op 8 maart, als het duidelijk werd dat dit een pandemie zou worden, hebben we besloten dat we een plan moesten maken om de spoeddienst op te delen. We zijn diezelfde dag om 3u ’s nachts begonnen met wanden en panelen te plaatsen en om 8u ’s morgens was onze spoeddienst al volledig afgescheiden en werkten we al in deze nieuwe setting. Toen was dat nog niet gevraagd door de minister of de regering. Ik denk dat die vraag pas 12 maart is gekomen, maar toen waren wij al in de noodfase.
Hoe komt het dat jullie zo kort op de bal hebben kunnen spelen?
Buiten de spoedgevallendienst zijn wij ook gespecialiseerd in rampenmanagement. Onze dienst heeft jaren geleden al een volledig rampenplan opgemaakt. Wij geven met onze spoedgevallendienst ook les bij de internationaal meest gereputeerde opleiding rampenmanagement: European Master in Disaster Managing. In die context hebben wij zeer snel kunnen reageren.
Heeft u het gevoel dat er vanuit de overheid op tijd richtlijnen kwamen?
Ja, uit onze hoek zal je geen verwijten horen aan het adres van de overheid of de experten. We weten dat dit soort rampenmanagement niet eenvoudig is. Als crisismanager, in dit geval de regering, moet je beslissingen nemen op basis van gebrekkige en soms foute informatie. Ook nu zijn er beslissingen genomen die later aangepast zijn naarmate er meer informatie kwam.
Wij krijgen ook constant richtlijnen en informatie uit verschillende hoeken. We krijgen richtlijnen vanuit Sciensano (het vroegere wetenschappelijk instituut voor volksgezondheid) en van de ministeries van volksgezondheid. Helaas zijn dat er verschillende. Je hebt de federale overheid, je hebt de Vlaamse minister van welzijn en je hebt de Brusselse minister van gezondheid. Dat is dus niet altijd even gecoördineerd laat ons zeggen. Zo’n crisis-cel heeft dus de handen vol met het op elkaar afstemmen van die verschillende richtlijnen en die dan ook nog eens om te zetten in de praktijk. Maar dat functioneert wonderlijk moet ik zeggen.
“Het is een heel complex mierennest, maar zoals in een mierennest weet elke mier wat er van hem gevraagd wordt”
Ik zou zelfs durven zeggen dat we als ziekenhuis, tussen de verschillende afdelingen, beter functioneren dan in niet-corona tijd omdat iedereen stopt met zagen, zijn agenda even in de frigo steekt, solidair is en maar één doel voor ogen heeft. Dat voel je ook in het ziekenhuis: de samenwerking is hechter, mensen vragen ook vaker aan elkaar hoe het gaat en je detecteert ook rapper wie er onder door komt te zitten.
Hoe groot is de impact op de dokters en het medisch personeel?
Het allerbelangrijkste is dat je gezin begrijpt dat je nu even volle gas moet geven op het werk. Zolang ze dat thuis begrijpen is een zorgverlener tot veel in staat.
“De echte helden zijn dus de familieleden van de zogezegde helden, want die zien ons zeer weinig, lopen samen met ons grote risico’s om besmet te raken en hebben zelf niet altijd de mogelijkheid om veel te doen”
Daarnaast is het belangrijk dat er – ondanks dat iedereen dat nu perfect normaal vindt – af en toe op gewezen wordt dat je toch een uitzonderlijke inspanning aan het leveren bent. Dat doen ze hier. We hebben al bezoek gekregen van de koning en er zijn ook steeds psychologen beschikbaar voor het medisch personeel.
Tot slot is het belangrijk dat er voor iedereen op tijd rust wordt ingebouwd. Dat is tegenwoordig niet eenvoudig. Daarom is het belangrijk dat we bij elkaar detecteren wanneer het niet meer gaat. Dat is iedereen zijn verantwoordelijkheid. We moeten ook zorg dragen voor elkaar hè.
Zijn er bij jullie op de spoeddienst al veel collega’s die besmet zijn geraakt?
Ja, we weten uit China en Italië dat we er rekening mee moeten houden dat minstens 20% van het zorgpersoneel besmet raakt. Dat soort cijfers zien wij hier inderdaad ook. Een aantal van die mensen zijn ondertussen al genezen en opnieuw aan het werk. We weten ondertussen dat het niet zeker is dat als je het virus hebt doorgemaakt je immuun bent, dus die mensen blijven risico lopen. Maar ja, dat is hun werk, als ze genezen zijn dan willen ze zo snel mogelijk terug aan de bak.
Is er al meer geweten over de kansen op herval?
Nee, dat zal echt maanden duren alvorens we dat gaan weten. Dat onderzoek loopt. De eerste cijfers uit China tonen aan dat 1 op 3 onvoldoende immuun is. Maar die cijfers zijn allemaal nog zeer voorlopig. Normaal wordt binnen een wetenschap alles met een vergrootglas nagekeken, nagelezen en verbeterd alvorens iets wordt gepubliceerd. Maar nu wordt dat gezien als informatie die je niet te lang mag achterhouden. Die informatie moeten we dus voorzichtig interpreteren. Het komende jaar zullen we veel meer over het virus te weten komen.
Hoe zit het qua capaciteit? Kunnen jullie het aantal coronapatiënten nog aan?
Er is nu gelukkig een stabilisatie. De boodschap van ‘flatten the curve’is duidelijk goed aangekomen bij de bevolking. Dat heeft er voor gezorgd dat wij de piek, zoals ze die in Italië en Spanje hebben gekend, hier niet hebben meegemaakt. Sinds het begin van de quarantaine hebben we wel een dramatische afname van maar liefst 30 % gezien van het aantal patiënten die de spoed normaal bezoeken. Dat betekent dat mensen wegblijven uit schrik. Dat hebben we gemerkt als we dan een week later de ene na de andere gesprongen blindedarm ontsteking zagen of diabetespatiënten over de vloer kregen die volledig ontregeld waren omdat ze te lang hadden gewacht om tot hier te komen. Dat is vreselijk.
Zijn dit zaken die zich nog steeds afspelen?
Ruim een week na die vaststellingen hebben we als ziekenhuis besloten om daar toch over te communiceren en via een persbericht mensen te laten weten dat het ziekenhuis zeker veilig is als je niet corona-gerelateerde klachten hebt en dat je zeker niet thuis mag blijven zitten met ernstige zaken. En stilaan hebben mensen het wel door.
Koning Filip bezoekt de kinderafdeling UZ Brussel
Wat zijn de grootste uitdagingen waar jullie mee geconfronteerd worden?
Er zijn twee grote uitdagingen de komende weken. We hebben het maar aangekund dankzij de bevolking. Dus op dat vlak zijn de Belgen nog altijd dapper en allemaal held, of toch bijna allemaal. Maar één van de uitdagingen zal blijven: hoe lang houden we dat vol? Dat is één uitdaging. Zolang de bevolking het volhoudt zullen wij het ook volhouden. Dat is ondertussen duidelijk.
“Wij worden nu wel helden genoemd, maar dit is iets echt wel iets wat we allemaal samen hebben gedaan“
Een tweede uitdaging is: hoe lang gaat het nog duren? Wij werken door en je kan dat – dat weten we ondertussen van B-FAST missies – twee weken bijna dag en nacht ongestraft doen, maar daarna crash je. Maar dit duurt al veel langer dan twee weken en dat is dus best intens. Wij zijn nu een beetje op het punt gekomen dat we elkaar op verlof moeten sturen. Anders blijf je in die spanning hangen en dan word je disfunctioneel.
Zie je gelijkenissen tussen de grote rampen waar je als rampenarts naartoe bent gegaan en de crisis die wij hier nu doormaken?
In onze dagelijkse activiteit in het ziekenhuis handelen we volgens het principe ‘doingthe best for everyone’. Elke patiënt heeft recht op de beste zorg. In een rampensetting waarbij er te veel slachtoffers op een korte tijd komen raakt elk zorgsysteem overbelast. Het aantal en de ernst van de slachtoffers overstijgt dan het zorgsysteem. Dat is nu ook zo.
En dan moet je overschakelen naar ‘doing the best for most’. Dat betekent dat je misschien niet meer elke patiënt kan redden omdat je daar niet de middelen, het materiaal of de plaats voor hebt. En dat vraagt van de artsen, die daar over het algemeen niet zo goed getraind in zijn, om keuzes te maken.
Zijn er zo bepaalde dilemma’s waar jullie nu al mee geconfronteerd zijn geweest?
Ja, maar dat is eigenlijk altijd wel zo. Dat maakt deel uit van onze job. Alleen nu in iets grotere getale dan anders. Het is niet zo dat we nu voor dilemma’s komen te staan waar we nog nooit hebben voorgestaan. Voorlopig zijn er genoeg plaatsen op de intensieve zorg. We ontzeggen niemand beademing of intensieve zorg waarvan we denken dat die nog maar een schijn van kans heeft om het te halen.
Doen jullie ook aan medische/ethische triage?
In spoedgevallendiensten doe je sowieso aan triage. Dat houdt in dat patiënten ingedeeld worden naar gelang de ernst van hun aandoening en de urgentiegraad van de klacht. Medische triage is dan weer een stap verder en betekent dat een spoedarts de triage doet. Die termen zorgen voor veel verwarring. Daarnaast heb je ook nog ACP-triage, ACP staat voor Advanced Care Planning, dat is eigenlijk terug naar een oorlogssituatie.
In dat geval gaan kijken wie we wel en niet aan beademingsapparatuur hangen. Dat kun je een ethische triage noemen. Dit houdt in dat je op voorhand nadenkt welke zorg nog zinvol is op een zekere leeftijd of bij een aandoening die al vergevorderd is. Italië heeft geen ACP-triage gedaan wat ertoe heeft geleid dat hun intensieve zorgen direct vol lagen met 90-plussers en dat wanneer er 50 à 60-jarigen binnenkwamen er geen plaats meer was en die effectief in de gang zijn overleden.
“In België denken we rationeler na over leven en dood. De paus woont niet in ons land en dat speelt ook een rol”
Religie speelt in Italië en Spanje absoluut een rol in het aantal doden – raar maar waar – omdat ze geen beslissingen willen nemen. Elk leven is heilig. Wij zijn iets liberaler in het interpreteren van medisch zinvol handelen. Maar dat blijft moeilijk voor alle duidelijkheid. Het vraagt dus duidelijke richtlijnen van ons ethisch comité. Deze richtlijnen worden na 3 weken nog steeds bijgestuurd, om maar te zeggen hoe complex dit is. Het blijft voor iedere patiënt een dramatische beslissing.
Wat vind jij van de situatie in de WZC waar artsen moeten bepalen of ouderen al dan niet nog naar het ziekenhuis moeten worden overgebracht?
Dat is een heel breed onderwerp. En ik bekijk dat vanuit een globaal oogpunt. Als je op wereldniveau kijkt zijn er veel landen waar geen sociale zekerheid is. In veel landen moet je voor de ouderen zorgen zolang het gaat en als het niet meer gaat dan worden die mensen ziek en overlijden ze. Dat is ‘the circle of life’, zeg maar.
In België hebben we alles zodanig geregeld dat we mensen soms op intensieve zorg tegen beter weten in inleven houden omdat we er nu eenmaal de mogelijkheden toe hebben. Maar in veel landen in de wereld is het de normaalste zaak van de wereld dat als je oud bent en een dergelijke infectie krijgt het gedaan is. Wij beseffen dat niet meer in België. In België is sterven eigenlijk niet meer aanvaard.
Nochtans zijn er ieder jaar een 100 à 120 duizend overlijdens van ouderdom. Dus wat er nu gebeurd in de WZC’s is voor een stuk natuurlijke selectie. Wij hebben het heel moeilijk om dat te aanvaarden omdat wij in principe alle middelen hebben om er voor te zorgen dat dergelijke beslissingen niet moeten worden genomen. Maar in crisistijden of in rampsituaties zoals nu komt die ethische discussie ineens keihard in ons gezicht terecht. Het feit dat mensen geen afscheid kunnen nemen van hun familieleden maakt dat natuurlijk extra dramatisch.
Jijzelf bent kinderarts en jullie hebben ook een kindercorona-afdeling, liggen daar veel kinderen?
Er liggen wel degelijk kinderen die coronapositief zijn, maar weinig die ziek zijn. Het zijn trouwens hele kleintjes: één van 2 weken, één van 3 weken en één van 3 maand. Bij kinderen onder de vier maanden zijn we met koorts altijd extra voorzichtig. Er liggen waarschijnlijk meer kinderen met corona want we weten dat, ondanks dat de test bij 1 op de 3 kinderen negatief is, ze toch het virus hebben.
De testen blijken op die leeftijd minder betrouwbaar. Kinderen zijn ook veel minder ziek dan volwassenen. Het zijn dus stille verspreiders, zeg maar. We weten nog niet hoe dat komt. Het aantal kinderen dat op de intensieve zorg is opgenomen met corona is echter nog op 4 handen te tellen en de meeste worstelen zich er goed doorheen.
Er zijn natuurlijk wel al sterfgevallen bij kinderen, maar die kunnen we voor zover we weten nog op 1 hand tellen. Eentje van 18 in China, van 18 in Nederland, één van 12 bij ons en twee van 12 en 5 in het VK, maar dat zijn ze.
Zijn er bepaalde lessen die uit de crisis moeten worden getrokken?
Zo’n crisis, of dat nu een grote nucleaire ramp is of een pandemie, moet toch altijd duidelijk maken hoe een maatschappij met dergelijke dingen omgaat. Het is nu inderdaad wel duidelijk dat de zwaksten het grootste risico liepen. En dat we, om in de toekomst beter gewapend te zijn tegen dergelijke zaken, misschien beter zorg moeten dragen voor de zwaksten in de maatschappij. Maar ik hou mijn hart al vast voor de budgettaire discussie die hierna zal volgen. Dan gaan de maskers afvallen. Dan gaat duidelijk worden wie bezorgd is om de mensen en wie bezorgd is om het kapitaal.
Voor de crisis bevonden we ons met de zorgsector in een landschap waar ik mij als zorgverlener niet ideaal bij voelde. De prioriteiten lagen duidelijk anders in de maatschappij. Nu krijgen we als zorgsector elke avond applaus en worden we helden genoemd. Maar ik ben nu wel al een beetje benauwd wat er gaat volgen. Want er gaat ook een economische crisis zijn die een impact zal hebben op een groot aantal mensen. Ik denk dat het een kwestie van tijd is voor dat de teneur zal omslaan van ‘de zorgsector zijn helden’ naar ‘de zorgsector zal nu ook wel mee moeten besparen’. En dan zitten we terug in het verhaal van voor de coronacrisis.
Ik vraag me ook af hoe we ons als maatschappij na deze crisis zullen gaan herorganiseren. Gaan we meer inzetten op thuiswerken? Gaan we nadenken over ons milieu dat vroeg of laat ook zo’n rampen zal meebrengen? En waar dan geen dan vaccin tegen zal zijn. Dat soort dingen, daar ben ik benieuwd naar.
Het zijn lange en intensieve dagen voor Gerlant Van Berlaer, kinder- en spoedarts bij het UZ Brussel. Als rampenarts bij verschillende B-FAST-missies in Indonesië, Haïti en Syrië heeft hij expertise opgebouwd rond het werken in crisissituaties. Daarnaast doceert hij ook aan de VUB binnen de opleiding European Master in Disaster Medicine. De geknipte persoon om zijn licht te laten schijnen op de huidige coronacrisis.
Welke impact heeft de coronacrisis op jullie dagelijkse werking?
De belangrijkste impact is dat we nu twee spoedgevallendiensten moeten runnen in plaats van één: een corona-afdeling en een afdeling voor spoedgevallen die niet corona-gerelateerd zijn. Je kan niet zomaar van het ene naar het andere deel over gaan. We hebben daarom een aparte gang waarbij de patiëntenstroom volledig gevolgd kan worden van de in- naar de uitgang zonder elkaar te kruisen.
Om in de corona-afdeling te werken moet je heel veel beschermende kledij aan doen. Je gaat dus best voor de start van je shift naar het toilet en ook drinken doe je best op voorhand, want je kan je masker niet afnemen in die zone. De shiften voor de verpleegkundigen bedragen 7 tot 8 uur, non-stop. De shiften voor artsen tussen de 8 en de 12 uur.
Wanneer werd de spoedgevallendienst gereorganiseerd?
Op 8 maart, als het duidelijk werd dat dit een pandemie zou worden, hebben we besloten dat we een plan moesten maken om de spoeddienst op te delen. We zijn diezelfde dag om 3u ’s nachts begonnen met wanden en panelen te plaatsen en om 8u ’s morgens was onze spoeddienst al volledig afgescheiden en werkten we al in deze nieuwe setting. Toen was dat nog niet gevraagd door de minister of de regering. Ik denk dat die vraag pas 12 maart is gekomen, maar toen waren wij al in de noodfase.
Hoe komt het dat jullie zo kort op de bal hebben kunnen spelen?
Buiten de spoedgevallendienst zijn wij ook gespecialiseerd in rampenmanagement. Onze dienst heeft jaren geleden al een volledig rampenplan opgemaakt. Wij geven met onze spoedgevallendienst ook les bij de internationaal meest gereputeerde opleiding rampenmanagement: European Master in Disaster Managing. In die context hebben wij zeer snel kunnen reageren.
Heeft u het gevoel dat er vanuit de overheid op tijd richtlijnen kwamen?
Ja, uit onze hoek zal je geen verwijten horen aan het adres van de overheid of de experten. We weten dat dit soort rampenmanagement niet eenvoudig is. Als crisismanager, in dit geval de regering, moet je beslissingen nemen op basis van gebrekkige en soms foute informatie. Ook nu zijn er beslissingen genomen die later aangepast zijn naarmate er meer informatie kwam.
Wij krijgen ook constant richtlijnen en informatie uit verschillende hoeken. We krijgen richtlijnen vanuit Sciensano (het vroegere wetenschappelijk instituut voor volksgezondheid) en van de ministeries van volksgezondheid. Helaas zijn dat er verschillende. Je hebt de federale overheid, je hebt de Vlaamse minister van welzijn en je hebt de Brusselse minister van gezondheid. Dat is dus niet altijd even gecoördineerd laat ons zeggen. Zo’n crisis-cel heeft dus de handen vol met het op elkaar afstemmen van die verschillende richtlijnen en die dan ook nog eens om te zetten in de praktijk. Maar dat functioneert wonderlijk moet ik zeggen.
“Het is een heel complex mierennest, maar zoals in een mierennest weet elke mier wat er van hem gevraagd wordt”
Ik zou zelfs durven zeggen dat we als ziekenhuis, tussen de verschillende afdelingen, beter functioneren dan in niet-corona tijd omdat iedereen stopt met zagen, zijn agenda even in de frigo steekt, solidair is en maar één doel voor ogen heeft. Dat voel je ook in het ziekenhuis: de samenwerking is hechter, mensen vragen ook vaker aan elkaar hoe het gaat en je detecteert ook rapper wie er onder door komt te zitten.
Hoe groot is de impact op de dokters en het medisch personeel?
Het allerbelangrijkste is dat je gezin begrijpt dat je nu even volle gas moet geven op het werk. Zolang ze dat thuis begrijpen is een zorgverlener tot veel in staat.
“De echte helden zijn dus de familieleden van de zogezegde helden, want die zien ons zeer weinig, lopen samen met ons grote risico’s om besmet te raken en hebben zelf niet altijd de mogelijkheid om veel te doen”
Daarnaast is het belangrijk dat er – ondanks dat iedereen dat nu perfect normaal vindt – af en toe op gewezen wordt dat je toch een uitzonderlijke inspanning aan het leveren bent. Dat doen ze hier. We hebben al bezoek gekregen van de koning en er zijn ook steeds psychologen beschikbaar voor het medisch personeel.
Tot slot is het belangrijk dat er voor iedereen op tijd rust wordt ingebouwd. Dat is tegenwoordig niet eenvoudig. Daarom is het belangrijk dat we bij elkaar detecteren wanneer het niet meer gaat. Dat is iedereen zijn verantwoordelijkheid. We moeten ook zorg dragen voor elkaar hè.
Zijn er bij jullie op de spoeddienst al veel collega’s die besmet zijn geraakt?
Ja, we weten uit China en Italië dat we er rekening mee moeten houden dat minstens 20% van het zorgpersoneel besmet raakt. Dat soort cijfers zien wij hier inderdaad ook. Een aantal van die mensen zijn ondertussen al genezen en opnieuw aan het werk. We weten ondertussen dat het niet zeker is dat als je het virus hebt doorgemaakt je immuun bent, dus die mensen blijven risico lopen. Maar ja, dat is hun werk, als ze genezen zijn dan willen ze zo snel mogelijk terug aan de bak.
Is er al meer geweten over de kansen op herval?
Nee, dat zal echt maanden duren alvorens we dat gaan weten. Dat onderzoek loopt. De eerste cijfers uit China tonen aan dat 1 op 3 onvoldoende immuun is. Maar die cijfers zijn allemaal nog zeer voorlopig. Normaal wordt binnen een wetenschap alles met een vergrootglas nagekeken, nagelezen en verbeterd alvorens iets wordt gepubliceerd. Maar nu wordt dat gezien als informatie die je niet te lang mag achterhouden. Die informatie moeten we dus voorzichtig interpreteren. Het komende jaar zullen we veel meer over het virus te weten komen.
Hoe zit het qua capaciteit? Kunnen jullie het aantal coronapatiënten nog aan?
Er is nu gelukkig een stabilisatie. De boodschap van ‘flatten the curve’is duidelijk goed aangekomen bij de bevolking. Dat heeft er voor gezorgd dat wij de piek, zoals ze die in Italië en Spanje hebben gekend, hier niet hebben meegemaakt. Sinds het begin van de quarantaine hebben we wel een dramatische afname van maar liefst 30 % gezien van het aantal patiënten die de spoed normaal bezoeken. Dat betekent dat mensen wegblijven uit schrik. Dat hebben we gemerkt als we dan een week later de ene na de andere gesprongen blindedarm ontsteking zagen of diabetespatiënten over de vloer kregen die volledig ontregeld waren omdat ze te lang hadden gewacht om tot hier te komen. Dat is vreselijk.
Zijn dit zaken die zich nog steeds afspelen?
Ruim een week na die vaststellingen hebben we als ziekenhuis besloten om daar toch over te communiceren en via een persbericht mensen te laten weten dat het ziekenhuis zeker veilig is als je niet corona-gerelateerde klachten hebt en dat je zeker niet thuis mag blijven zitten met ernstige zaken. En stilaan hebben mensen het wel door.
Koning Filip bezoekt de kinderafdeling UZ Brussel
Wat zijn de grootste uitdagingen waar jullie mee geconfronteerd worden?
Er zijn twee grote uitdagingen de komende weken. We hebben het maar aangekund dankzij de bevolking. Dus op dat vlak zijn de Belgen nog altijd dapper en allemaal held, of toch bijna allemaal. Maar één van de uitdagingen zal blijven: hoe lang houden we dat vol? Dat is één uitdaging. Zolang de bevolking het volhoudt zullen wij het ook volhouden. Dat is ondertussen duidelijk.
“Wij worden nu wel helden genoemd, maar dit is iets echt wel iets wat we allemaal samen hebben gedaan“
Een tweede uitdaging is: hoe lang gaat het nog duren? Wij werken door en je kan dat – dat weten we ondertussen van B-FAST missies – twee weken bijna dag en nacht ongestraft doen, maar daarna crash je. Maar dit duurt al veel langer dan twee weken en dat is dus best intens. Wij zijn nu een beetje op het punt gekomen dat we elkaar op verlof moeten sturen. Anders blijf je in die spanning hangen en dan word je disfunctioneel.
Zie je gelijkenissen tussen de grote rampen waar je als rampenarts naartoe bent gegaan en de crisis die wij hier nu doormaken?
In onze dagelijkse activiteit in het ziekenhuis handelen we volgens het principe ‘doingthe best for everyone’. Elke patiënt heeft recht op de beste zorg. In een rampensetting waarbij er te veel slachtoffers op een korte tijd komen raakt elk zorgsysteem overbelast. Het aantal en de ernst van de slachtoffers overstijgt dan het zorgsysteem. Dat is nu ook zo.
En dan moet je overschakelen naar ‘doing the best for most’. Dat betekent dat je misschien niet meer elke patiënt kan redden omdat je daar niet de middelen, het materiaal of de plaats voor hebt. En dat vraagt van de artsen, die daar over het algemeen niet zo goed getraind in zijn, om keuzes te maken.
Zijn er zo bepaalde dilemma’s waar jullie nu al mee geconfronteerd zijn geweest?
Ja, maar dat is eigenlijk altijd wel zo. Dat maakt deel uit van onze job. Alleen nu in iets grotere getale dan anders. Het is niet zo dat we nu voor dilemma’s komen te staan waar we nog nooit hebben voorgestaan. Voorlopig zijn er genoeg plaatsen op de intensieve zorg. We ontzeggen niemand beademing of intensieve zorg waarvan we denken dat die nog maar een schijn van kans heeft om het te halen.
Doen jullie ook aan medische/ethische triage?
In spoedgevallendiensten doe je sowieso aan triage. Dat houdt in dat patiënten ingedeeld worden naar gelang de ernst van hun aandoening en de urgentiegraad van de klacht. Medische triage is dan weer een stap verder en betekent dat een spoedarts de triage doet. Die termen zorgen voor veel verwarring. Daarnaast heb je ook nog ACP-triage, ACP staat voor Advanced Care Planning, dat is eigenlijk terug naar een oorlogssituatie.
In dat geval gaan kijken wie we wel en niet aan beademingsapparatuur hangen. Dat kun je een ethische triage noemen. Dit houdt in dat je op voorhand nadenkt welke zorg nog zinvol is op een zekere leeftijd of bij een aandoening die al vergevorderd is. Italië heeft geen ACP-triage gedaan wat ertoe heeft geleid dat hun intensieve zorgen direct vol lagen met 90-plussers en dat wanneer er 50 à 60-jarigen binnenkwamen er geen plaats meer was en die effectief in de gang zijn overleden.
“In België denken we rationeler na over leven en dood. De paus woont niet in ons land en dat speelt ook een rol”
Religie speelt in Italië en Spanje absoluut een rol in het aantal doden – raar maar waar – omdat ze geen beslissingen willen nemen. Elk leven is heilig. Wij zijn iets liberaler in het interpreteren van medisch zinvol handelen. Maar dat blijft moeilijk voor alle duidelijkheid. Het vraagt dus duidelijke richtlijnen van ons ethisch comité. Deze richtlijnen worden na 3 weken nog steeds bijgestuurd, om maar te zeggen hoe complex dit is. Het blijft voor iedere patiënt een dramatische beslissing.
Wat vind jij van de situatie in de WZC waar artsen moeten bepalen of ouderen al dan niet nog naar het ziekenhuis moeten worden overgebracht?
Dat is een heel breed onderwerp. En ik bekijk dat vanuit een globaal oogpunt. Als je op wereldniveau kijkt zijn er veel landen waar geen sociale zekerheid is. In veel landen moet je voor de ouderen zorgen zolang het gaat en als het niet meer gaat dan worden die mensen ziek en overlijden ze. Dat is ‘the circle of life’, zeg maar.
In België hebben we alles zodanig geregeld dat we mensen soms op intensieve zorg tegen beter weten in inleven houden omdat we er nu eenmaal de mogelijkheden toe hebben. Maar in veel landen in de wereld is het de normaalste zaak van de wereld dat als je oud bent en een dergelijke infectie krijgt het gedaan is. Wij beseffen dat niet meer in België. In België is sterven eigenlijk niet meer aanvaard.
Nochtans zijn er ieder jaar een 100 à 120 duizend overlijdens van ouderdom. Dus wat er nu gebeurd in de WZC’s is voor een stuk natuurlijke selectie. Wij hebben het heel moeilijk om dat te aanvaarden omdat wij in principe alle middelen hebben om er voor te zorgen dat dergelijke beslissingen niet moeten worden genomen. Maar in crisistijden of in rampsituaties zoals nu komt die ethische discussie ineens keihard in ons gezicht terecht. Het feit dat mensen geen afscheid kunnen nemen van hun familieleden maakt dat natuurlijk extra dramatisch.
Jijzelf bent kinderarts en jullie hebben ook een kindercorona-afdeling, liggen daar veel kinderen?
Er liggen wel degelijk kinderen die coronapositief zijn, maar weinig die ziek zijn. Het zijn trouwens hele kleintjes: één van 2 weken, één van 3 weken en één van 3 maand. Bij kinderen onder de vier maanden zijn we met koorts altijd extra voorzichtig. Er liggen waarschijnlijk meer kinderen met corona want we weten dat, ondanks dat de test bij 1 op de 3 kinderen negatief is, ze toch het virus hebben.
De testen blijken op die leeftijd minder betrouwbaar. Kinderen zijn ook veel minder ziek dan volwassenen. Het zijn dus stille verspreiders, zeg maar. We weten nog niet hoe dat komt. Het aantal kinderen dat op de intensieve zorg is opgenomen met corona is echter nog op 4 handen te tellen en de meeste worstelen zich er goed doorheen.
Er zijn natuurlijk wel al sterfgevallen bij kinderen, maar die kunnen we voor zover we weten nog op 1 hand tellen. Eentje van 18 in China, van 18 in Nederland, één van 12 bij ons en twee van 12 en 5 in het VK, maar dat zijn ze.
Zijn er bepaalde lessen die uit de crisis moeten worden getrokken?
Zo’n crisis, of dat nu een grote nucleaire ramp is of een pandemie, moet toch altijd duidelijk maken hoe een maatschappij met dergelijke dingen omgaat. Het is nu inderdaad wel duidelijk dat de zwaksten het grootste risico liepen. En dat we, om in de toekomst beter gewapend te zijn tegen dergelijke zaken, misschien beter zorg moeten dragen voor de zwaksten in de maatschappij. Maar ik hou mijn hart al vast voor de budgettaire discussie die hierna zal volgen. Dan gaan de maskers afvallen. Dan gaat duidelijk worden wie bezorgd is om de mensen en wie bezorgd is om het kapitaal.
Voor de crisis bevonden we ons met de zorgsector in een landschap waar ik mij als zorgverlener niet ideaal bij voelde. De prioriteiten lagen duidelijk anders in de maatschappij. Nu krijgen we als zorgsector elke avond applaus en worden we helden genoemd. Maar ik ben nu wel al een beetje benauwd wat er gaat volgen. Want er gaat ook een economische crisis zijn die een impact zal hebben op een groot aantal mensen. Ik denk dat het een kwestie van tijd is voor dat de teneur zal omslaan van ‘de zorgsector zijn helden’ naar ‘de zorgsector zal nu ook wel mee moeten besparen’. En dan zitten we terug in het verhaal van voor de coronacrisis.
Ik vraag me ook af hoe we ons als maatschappij na deze crisis zullen gaan herorganiseren. Gaan we meer inzetten op thuiswerken? Gaan we nadenken over ons milieu dat vroeg of laat ook zo’n rampen zal meebrengen? En waar dan geen dan vaccin tegen zal zijn. Dat soort dingen, daar ben ik benieuwd naar.
We hadden met Free.Brussels het genoegen Dirk De Wachter te spreken over deze bizarre tijden. In deel I hebben we het o.a. over zinvolle tijdsbestedingen, solidariteit en de mogelijks nakende revolutie.
Onze leestip van de week: ‘Universele esthetiek! De gulden snede?’ door Gustaaf Cornelis en Stijn Verwulgen. Trouwens, in deze periode bestellen we allemaal online. Denk aan je lokale handelaar en plaats je bestelling bij Passa Portabookshop. Bestellen kan door een mailtje te sturen naar info@passaportabookshop.
Meestal slagen we erin om, met de steun van familie en vrienden, met vallen en opstaan, onze weg te vinden door het land van rouw. Het zoeken van lijfelijk contact en het zorgzaam zijn voor elkaar is één van de typisch menselijke reacties als we ons ontwricht voelen. Troost en steun bieden aan elkaar is echter moeilijk in een tijd van corona en social distancing. Maar met een portie inventiviteit en de juiste communicatiekanalen laten we de persoon in rouw weten dat hij er niet alleen voor staat.
Bij elkaar op bezoek gaan, bij elkaar zitten, een arm om een schouder leggen, een knuffel geven… het is allemaal onmogelijk als we niet onder hetzelfde dak wonen. Toch wil dit niet zeggen dat we niet van betekenis kunnen zijn voor elkaar. Ook in de huidige omstandigheden hebben rouwenden dezelfde behoeften en kunnen wij daaraan tegemoet komen, inventief gebruikmakend van alle communicatiemiddelen die we voorhanden hebben.
Hieronder lijsten we 10 tips op waarmee je concreet aan de slag kan gaan om iemand te ondersteunen tijdens het rouwproces.
Zet gerust de eerste stap
‘Alle begin is moeilijk’, wordt gezegd. Dat is zeker zo wanneer we iemand voor de eerste keer aanspreken na een verlies. Onze schroom kan groter zijn, als we de persoon niet in levende lijve kunnen zien. De belangrijkste tip is misschien wel: zet de eerste stap. Wacht niet op een telefoontje of een berichtje. Laat de bezorgdheid om iemand lastig te vallen achterwege: we kunnen vragen of we storen of niet. Laat de angst om niet de juiste woorden te vinden ons niet weerhouden om contact te maken: we kunnen zeggen dat we met de mond vol tanden staan. Laat de vrees om het allemaal nog veel erger te maken niet de overhand nemen: het ergste is als we iemand in de steek laten.
2. Blijf proberen
We weten het van onszelf: als we het moeilijk hebben, kunnen we ‘lastig’ zijn in de omgang met andere mensen. De ene keer willen we met rust gelaten worden, de andere keer willen we ons verhaal doen, nog een andere keer willen we wat afgeleid worden. Het kan dus zijn dat de poging om er te zijn voor de ander, op dat moment, niet goed uitkomt en er niet gereageerd wordt, of dat wat we aanbieden niet spoort met de behoefte van de ander.
Het is bijzonder waardevol wanneer we als mens mogen ervaren dat we ertoe doen. Geef dus niet op en maak steeds weer een brug naar de ander. Wees mild voor de ander en voor jezelf. We kunnen niet in het hoofd van de ander kijken. Nog moeilijker is het om de ander aan te voelen als we niet fysiek bij elkaar zijn. We kunnen wel blijven proberen om ons op elkaar af te stemmen.
3. Wees verzorgend
Een pan soep, een kom spaghettisaus, een ovenschotel brengen… in ‘gewone tijden’ zijn het simpele gebaren die waardevol zijn als je hoofd (nog) niet staat op boodschappen doen en eten maken. Als je in de buurt woont, dan lukt dat nog altijd. Voor wie veraf woont, zijn er in onze huidige wereld gelukkig andere opties. Je kan bijvoorbeeld boodschappen of maaltijden laten leveren.
Voor sommige rouwenden zijn de dingen van alledag als een onoverzichtelijke chaos. Vraag na of het lukt om structuur in de dag te brengen en hoe je daar eventueel bij zou kunnen helpen. Structuur brengt immers wat orde en houvast. Hoe zag de dagindeling er vroeger uit? Is er behoefte aan een vriendelijke reminder?
4. Verras met een speciale attentie
Liefdevol aanraken en aangeraakt worden heeft een onmiddellijk positief effect op ons stresssysteem. Het geeft ons een goed gevoel en we kalmeren ervan. Eenzelfde soort effect kan bereikt worden door heel bewust het aangename van warme sensaties te voelen. Iemand een speciale badolie of een lekkere kruidenthee (laten) bezorgen is letterlijk een warm gebaar!
Er ‘zijn’ voor de ander, dat kan zonder woorden. Ook nu kunnen we troostende gebaren vinden: een bos bloemen laten brengen, een link doorsturen naar een stukje muziek, een fotoboek per post verzenden… De creatieven onder ons kunnen bijvoorbeeld zelf muziek maken en opnemen of een troostdeken in elkaar naaien met zachte restjes stof.
5. Troost
Troosten doen we ook met woorden. Gelukkig zijn er veel meer mogelijkheden dan vroeger om met elkaar van op afstand te communiceren. Bij een troostgesprek komt het er op aan om de ander uit te nodigen om te spreken en zelf vooral te luisteren. Dat is niet makkelijk. Het liefst willen we de pijn wegnemen of oplossen. Dan kunnen we reageren op een manier die helemaal niet troostend overkomt.
Hoe ziet een troostgesprek er dan wel uit?
Uitnodigend vragen hoe het voor iemand is, wat er van binnen in hem of haar omgaat, hoe iemand zich voelt, wat iemand denkt…
Erkennen van wat er is, zoals het is, op dat moment (niet minder erg maken, niet erger maken, geen “ja, maar”) door te spiegelen wat de ander zegt of door zelf woorden aan te reiken (“je voelt je…, hoor ik dat goed?”).
Betrokkenheid tonen door te verwoorden wat er bij onszelf geraakt wordt.
Begrip uitspreken en niet veroordelen.
Helpen begrijpen door stil te staan en te onderzoeken waar dat gevoel op dit moment, voor deze persoon, precies mee te maken heeft.
Troosten is naast iemand staan om aan te voelen wat er in hem of haar omgaat. Het is stilstaan om een ruimte te creëren waarin de ander zich veilig genoeg voelt om iets kwetsbaars te delen. Het is helpen verwoorden wat er van binnen leeft, opdat de ander zichzelf zou verstaan. Als we begrijpen waarom we voelen wat we voelen, dan kan ook duidelijk worden wat de eventuele volgende stap is.
6. Probeer het niet op te lossen
We kunnen de neiging voelen om goede raad te geven. Natuurlijk hebben we allerlei strategieën ontwikkeld en wanneer iemand ons vraagt wat ons geholpen heeft om ons door moeilijke periodes te slaan, dan is het evident om dat te delen. Maar ongevraagde adviezen zijn niet alleen betuttelend, ze kunnen de ander ook het gevoel geven niet goed bezig te zijn.
7. Herinneringen delen
Een kaartje om onze deelneming te betuigen is een aloud gebruik. Het is heel fijn als we ook opschrijven wat de overledene voor ons heeft betekend, wat we nooit zullen vergeten, eventueel geïllustreerd met een sprekende anekdote. Maar ook later kan het rouwenden deugd doen om te mogen luisteren naar de vele herinneringen die anderen koesteren over de overledene. Zo ervaren ze dat iemand niet vergeten wordt én krijgen ze een rijker beeld van wie de dierbare was.
We kunnen werk maken van ‘monumentjes’ voor de overledene: een compilatie van liedjes die de overledene voor ons typeert, of een collage van foto’s over gedeelde momenten … het zijn tastbare dingen die we nu kunnen bezorgen of later samen kunnen doornemen.
8. Informatie zoeken en problemen helpen oplossen
Een overlijden heeft een impact op veel domeinen van het leven: financiële kwesties, administratieve beslommeringen, taken die blijven liggen. Er kunnen heel wat praktische zaken zijn die om een oplossing vragen en de rouwende overrompelen. We kunnen aanbieden om, in overleg, informatie op te zoeken, contacten te leggen of afspraken te regelen.
9. Bemoedigen
Veel rouwenden hebben een negatief beeld van zichzelf en denken dat ze niet ‘juist’ rouwen. Dé goede manier van rouwen bestaat echter niet: we doen het allemaal op onze eigen wijze, op ons eigen tempo. Gemeend onze waardering uitspreken voor de ander kan de rouwende bewust maken van diens sterke kanten en hem of haar (meer) zelfvertrouwen geven.
10. Samen verder leven
Het gevoel hebben dat we ertoe doen heeft niet alleen te maken met het ervaren van betrokkenheid als we het moeilijk hebben. We willen ook betrokken blijven bij het leven van de ander. Vertellen over hoe het in ons leven gaat, een filmpje posten over iets geks dat we meemaken of de aankondiging van een prettige gebeurtenis doet de rouwende merken dat hij of zij erbij blijft horen.
Met de rouwende verder op weg gaan houdt ook in dat we de vele facetten van onze relatie onderhouden. Daar zitten heel plezierige activiteiten bij. We gingen samen eten, sporten, naar een film. Is dat wel passend als mensen rouwen? Uiteraard komen we niet aanzetten met het voorstel om te video-aperitieven als iemand ons in tranen opbelt. Dan is troost het passende antwoord.
Toch is het aan te bevelen samen dingen te doen die positieve emoties oproepen. Positieve emoties zijn een belangrijke bron van veerkracht. Ze zorgen voor afleiding, zodat de rouwende kan bekomen. Ze geven energie, wat welkom is, want rouwen is hard werken. En ze verruimen de blik, zodat de rouwende meer mogelijkheden ziet.
Dus stel ze maar voor, de samen-dingen-doen-momenten! Ook concrete plannen maken voor wanneer de social distancing opgeheven wordt, brengt hoop. De bonnen allerhande, bijvoorbeeld om te gaan eten of sporten, steunen niet alleen de lokale handelaars!
De drukte in het crematorium was alom aanwezig tijdens ons gesprek met Xavier Godart, directeur van het Brussels Crematorium in Ukkel. Een hartelijke verwelkoming werd onderbroken door een vraag naar het laatste ministerieel besluit over de Corona-richtlijnen. De telefoon stond niet stil.Het coronavirus maakt veel slachtoffers. Dat heeft een impact op de zorg, maar ook op de uitvaartsector.
Wanneer begonnen jullie de coronacrisis te voelen?
Xavier Godart: “13 maart vroeg men ons voor het eerst de plechtigheden qua duur en hoeveelheid mensen te reduceren. Dit had op het terrein niet zoveel impact, waardoor ze drie dagen later in strengere bewoordingen werden geherformuleerd, maar zonder concrete regels.
Het was dus wat zoeken hoe we dit zouden organiseren en uiteindelijk hebben we besloten dat we 15 personen zouden toelaten en dat de plechtigheid 15 minuten mocht duren.
We beseffen dat dit heel kort is en dat het pijnlijk is om niet bij de afscheidsplechtigheid van een vriend of familielid te kunnen zijn, maar we zien toch dat iedereen hier begrip voor heeft en dit min of meer respecteert.”
“De social distancing-regels worden zeker niet gerespecteerd”
En houden mensen dan ook afstand van elkaar?
Xavier Godart: “Nee (zucht). De social distancing-regels worden zeker niet gerespecteerd. De nabestaanden raken de kist aan, komen te dichtbij, omhelzen elkaar, enz. Heel begrijpelijk, hoewel het niet mag. Dit schept voor ons een moeilijke situatie.
We willen er enerzijds zijn voor de nabestaanden en hen de ruimte geven om afscheid te nemen, maar anderzijds zijn die regels er voor het algemene belang. Dat is een moeilijke afweging voor ons. Normaal gezien zitten volksgezondheid en de eigen veiligheid niet in onze overweging.
Om u een idee te geven van de veiligheidsrisico’s in cijfers: sinds 18 maart zijn er gemiddeld 7 personen die een dienst bijwonen van 15 min. Dat klinkt niet veel, maar dat zijn 1.676 personen die in een periode van 3 371 min op dezelfde plek komen, of ongeveer iedere 2 minuten een nieuwe persoon op dezelfde plek. Het is niet eenvoudig om dan de social distancing regels te volgen.”
En hoe gaat dat dan in zijn werk? Stel dat ze de kist aanraken, komen jullie dan tussen tijdens de dienst?
Xavier Godart: “Nee, wij zijn geen politie en dat zullen we nooit zijn. We communiceren de social distancing regels duidelijk vooraf via de begrafenisondernemers en voor de dienst begint.
We vragen de nabestaanden dit te respecteren om verdere besmettingen te voorkomen, maar we gaan niet tussen komen tijdens of na de dienst. Die verantwoordelijkheid en autonomie ligt bij de nabestaanden.”
“Wij doen ons uiterste best. We zitten ook in de frontlinie”
En lukt het om de plechtigheid voldoende inhoud te geven op dat kwartier?
Xavier Godart: “Eerst en vooral moet gezegd dat we hier in Brussel van geluk mogen spreken dat er nog zoveel plechtigheden worden uitgevoerd. In Vlaanderen en Wallonië gebeuren de plechtigheden normaal gezien voor of na het crematorium, wat nu vaak wordt uitgesteld. Hier in Brussel gebeurt dit echter vaak in het crematorium zelf, zeker nu.
Is er voldoende ruimte voor inhoud? Als je wat muziek speelt en iedereen gaat een begroeting doen, dan is dat natuurlijk beperkt. Maar wij doen ons uiterste best.”
Heeft het een impact op het personeel?
Xavier Godart: “Ja een positieve impact. Net zoals de zorgsector, zitten wij in zekere zin ook in de frontlinie. Een overlijden brengt veel emoties met zich mee en hier moet je als personeel mee om kunnen. Maar daarenboven moet je die social distancing en andere beperkende regels opleggen en ook dat brengt een hoop emoties met zich mee voor de familie en het personeel.
Zo kreeg ik een mail van een nabestaande om ons te bedanken voor de mooie dienst, maar met de opmerking “dat het niet kan dat je de familie vraagt de handen te wassen voor de dienst, omdat dit neerkomt op het niet respecteren van iemands verantwoordelijkheidszin.”
Ik begrijp dit soort reacties en ook voor het personeel is dat niet eenvoudig om te vragen, maar we delen dezelfde bezorgdheden en steunen elkaar daarin. Het lijkt wel een klein beetje oorlog, maar we focussen ons op de positieve zaken, zoals de bedanking die in datzelfde bericht stond.”
Wordt er ook een virtueel alternatief aangeboden?
Xavier Godart: “Daar hebben we de laatste weken sterk aan gewerkt en sinds vorig weekend is het mogelijk om de gehele dienst live te streamen en online bij te wonen, met dank aan de stad Brussel.”
Actrice Rein Decoodt heeft een NAH, een niet-aangeboren hersenletsel. Hierover schreef ze het boek ‘Na(h) leven’ waar vervolgens de monoloog ‘Terug!’ uit vloeide. Kriebelt het om haar relaas te lezen? Verkrijg het boek bij Skribis.
In deze aflevering pitcht emeritus professor aan de Universiteit Gent Rik Pinxten zijn boek ‘Kuifje wordt volwassen’. Het boek bekritiseert de gevolgen van het Westers kolonialisme. Heb je zelf een aanrader? Laat het ons weten via Facebook.
Jean Paul Van Bendegem is professor emeritus logica en wetenschapsfilosofie aan de Vrije Universiteit Brussel. (foto door Marit Galle)
Vrij snel na de uitbraak van het coronavirus verscheen in zo goed als alle media, sociale en andere, een grafiek die een bijzonder hoog symbolisch gehalte zou krijgen. Te pas en te onpas werden en worden we eraan herinnerd dat wat deze grafiek zegt de inzet is van het hele beleid om de pandemie te bezweren. Wat men ons probeert uit te leggen, is vrij eenvoudig, maar begrijpen wij de grafiek wel helemaal?
Flattening the curve: blijf in uw kot!
De rode curve is de curve van besmettingen indien we niets doen, met andere woorden, ‘business as usual’. De groene curve is wat er gebeurt als we maatregelen treffen. De stippellijn ten slotte is een weergave van wat onze gezondheidszorg aankan (bedden, verplegend personeel, artsen, …). Wat laat de grafiek zien? Zonder maatregelen kan de gezondheidszorg het niet aan, met maatregelen wel.
Eenvoudig toch? Ik denk van niet en de rest van deze korte tekst is een analyse die vooral laat zien hoe complex dit gegeven is. Voor alle duidelijkheid: de boodschap die men, via deze grafiek, wenst mee te geven betwist ik absoluut niet.
Het gaat mij om de ‘werking’ van de grafiek. Als, bij wijze van spreken, iemand een slechte tekening van de Taj Mahal maakt, dan wil ik niet besluiten dat de Taj Mahal lelijk is maar wel dat de tekening niet deugt. Met deze waarschuwing in het achterhoofd volgt hier de anatomie van de grafiek.
De functie van kleuren
Waarom zijn de oppervlaktes onder de curve gekleurd? Dat is nergens voor nodig, maar het is duidelijk wat de bedoeling is: rood is niet goed, groen is goed. Door het gebruik van de rode kleur wordt al het signaal gegeven dat wat die curve aangeeft niet in orde is terwijl het groen positief is.
Beeld je in wat je krijgt als je de kleuren omkeert? Een totaal andere grafiek. Merk ook op dat men zichzelf in een hoek heeft gemanoeuvreerd want waarom is het overlappende deel bruin gekleurd? Het suggereert dat de twee curves op elkaar kunnen inwerken en dat is niet zo: waar de ene curve aanwezig is, is de andere curve afwezig.
Vermoedelijk is dat de reden dat in variaties op deze grafiek de curves zelf gekleurd zijn en niet de oppervlakte eronder maar dan nog blijft er het snijpunt van de twee curves. Welke kleur moet dat snijpunt krijgen?
✉ STAY TUNED! Vind je dit artikel interessant? Schrijf je dan in op onze nieuwsbrief!
Een grafiek heeft, zoals het hoort, assen. Zo ook hier. Op de horizontale as staat “Tijd sedert eerste besmetting” en op de verticale as staat “Dagelijks aantal besmettingen”. Het valt waarschijnlijk niet op maar er ontbreekt iets fundamenteels, namelijk een schaal.
Hoe wordt de tijd gemeten? Vermoedelijk in dagen, maar hoe dicht opeen zitten die? Concreet: hoeveel dagen zitten we verder als we de rechterstaart van de groene curve hebben bereikt? Loopt de grafiek over weken of over maanden? Idem voor de verticale as: over hoeveel besmettingen spreken we? Het staat niet aangeduid.
Moet dan de piek van de rode curve zo veel hoger liggen dan die van de groene curve? Nog los van het feit dat men uiteraard op het moment dat deze grafiek de wereld werd ingestuurd niet kon weten wat het maximaal aantal besmettingen zou kunnen zijn. Dit alles heeft een belangrijk gevolg: deze grafiek had er helemaal anders kunnen uitgezien hebben.
De piek van de rode curve kon veel lager gelegen hebben, de groene curve kon veel langer geweest zijn. Dit betekent dat we niet naar een specifieke grafiek aan het kijken zijn – dan zouden er getallen op de assen gestaan hebben – maar naar een schema van een grafiek, een schets als het ware. En een schema lezen is iets anders dan een specifieke grafiek lezen.
Over aantrekkelijke curves
Daarop verdergaand, is ook de vorm van de curve geen evident gegeven. Waarom is de curve zo mooi symmetrisch? Waarom zouden de besmettingen in hetzelfde tempo afnemen als ze zijn aangegroeid? Zou je niet eerder verwachten dat de groene curve er anders zou uitzien dan de rode?
Want bij de groene curve kan iedereen door de gezondheidszorg geholpen worden en bij de rode curve niet. Ook hier moet men zich realiseren dat men met een schema te maken heeft. De specifieke vorm van de curve heeft weinig belang. De enige kenmerken die ze moet hebben zijn: een aanloop, een piek, een uitloper.
Zou je trouwens niet verwachten dat ergens ook rekening wordt gehouden met genezingen? Waar zitten die in de grafiek? Er is natuurlijk een eenvoudig argument: wie genezen is, valt buiten de gezondheidszorg en daar gaat de grafiek niet over. Wat dit ook betekent is dat wat je niet ziet even belangrijk kan zijn als wat je wel ziet. Het is trouwens in het algemeen een vraag die veel te weinig wordt gesteld: wat zie ik niet?
Blijft de capaciteit van ons zorgsysteem dan steeds gelijk?
Kan de overheid niet tussenkomen en de capaciteit opdrijven? Als dat een mogelijkheid is, dan zou de stippellijn niet horizontaal lopen maar stijgen naar rechts toe.
Een laatste element dat ik nog even onder de loep wil nemen, is die fameuze stippellijn. Zodra je er even bij stilstaat, wordt die lijn echt wel problematisch. Er staat wel “capaciteit zorgsysteem” bij, maar wat precies wordt er gemeten?
De grafiek suggereert dat capaciteit hier gelijkstaat met aantal patiënten die kunnen behandeld worden. Dat lijkt meer dan redelijk. Maar dan rijst meteen de volgende vraag: waarom wordt die capaciteit verondersteld constant te zijn? De lijn is horizontaal getekend dus geeft die altijd hetzelfde aantal patiënten aan (en, gegeven, punt 2 hebben we geen idee over hoeveel mensen het precies gaat).
Kan de overheid niet tussenkomen en de capaciteit opdrijven? Als dat een mogelijkheid is, dan zou de stippellijn niet horizontaal lopen maar stijgen naar rechts toe. Een kleine aanpassing? Niet noodzakelijk want als de curve schuin omhoog loopt, snijdt ze een kleinere top af van de rode curve, wat de schade zou kunnen beperken.
Maar er is meer. Als de lijn schuin omhoog loopt dan komt die een eind boven de groene curve te liggen. (Waarom eigenlijk wordt de piek van de groene curve zo dicht bij de stippellijn gelegd?) Er komt dus speelruimte en dan kan de vraag gesteld worden of de maatregelen wel zo streng hoeven te zijn? Maar blijf rekening houden met het feit dat je geen precieze maat kunt plakken op die afstand dus is de grootte van de speelruimte niet vast te leggen.
Ter aanvulling en verdere verduidelijking van de bovenstaande analyse of anatomie, heb ik hieronder een paar schetsjes verzameld die in wezen allemaal hetzelfde uitdrukken: zonder maatregelen kan de gezondheidszorg het niet aan, met maatregelen wel. Ik durf vermoeden dat iedereen getroffen moet zijn door de grote verschillen tussen de verschillende figuren en de manieren om ze te lezen.
Hebben we ooit geleerd om grafieken te lezen?
Samenvattend, als je deze grafiek zo ‘correct’ mogelijk wil interpreteren dan vraagt dat heel wat inzicht. Je moet in staat zijn om details te onderscheiden van de hoofdelementen, te merken wat wel én vooral niet gezegd of getoond wordt en jou zeker niet te laten misleiden door kenmerken van de grafiek die het gevolg zijn van een vereenvoudiging.
Maar nu komt het: hebben wij ooit geleerd om dergelijke grafieken te interpreteren? Antwoord: neen. Mogen wij dan verbaasd zijn dat mensen verkeerde interpretaties bedenken of dat ze veel meer afleiden uit zo’n grafiek die uiteindelijk een schets of een schema is? Antwoord: eveneens neen. Moet daar iets aan gedaan worden? Antwoord: jazeker.
Voorstel: laat ons dit al zeker toevoegen aan de lijst van ‘Things urgently to do’, wanneer we deze crisis achter ons kunnen laten. En nog één keer voor alle duidelijkheid: zonder maatregelen kan de gezondheidszorg het niet aan, met maatregelen wel, zoals we nu mogen meemaken, waarvoor oprechte dank.