Blog

  • Analyse: Eindelijk een beleid op basis van kennis? Corona versus de klimaatscrisis.

    Head shot Gustaaf Cornelis

    Gustaaf Cornelis is hoogleraar wetenschapsfilosofie aan de Vrije Universiteit Brussel en expert in wetenschapscommunicatie. Dit artikel is een pleidooi voor een ‘epistemocratie’, een op kennis gebaseerd beleid. Nieuw is dat natuurlijk niet: Plato deed dat al in de vierde eeuw voor het begin van de jaartelling en Francis Bacon pleitte er voor in de zeventiende eeuw met zijn utopie ‘Nova Atlantis’. Lees hieronder zijn volledig essay.

    Zaai twijfel en heers

    Tijdens de eerste weken van de coronacrisis hechten politici en burgers gehoor aan de adviezen van wetenschappelijke experten. Was dat voorheen dan niet het geval? Politici interpreteren altijd de woorden van onderzoekers en pogen die om te zetten in een crisisbeleid dat het probleem indijkt, zo min mogelijk schade brengt aan de economie en de vrijheden van de burgers minimaal inperkt. Dat is hun taak. Burgers interpreteren de woorden van de politici in functie van hun individuele vrijheden en portemonnee. Dat is hun eigenheid. 

    Waarom krijgen de wetenschapsmensen vandaag dan een publiek als nooit tevoren? Zullen burgers en politici hen op korte termijn (duur van de coronacrisis) en/of lange termijn (bij het aandienen van een volgende crisis) het vertrouwen schenken en hun aanwijzingen volgen? Ik herformuleer de vragen. Waarom luisterden politici en burgers voorheen dan niet naar de experten?

    Waarom konden de experten de aandacht niet naar zich toe trekken? Wanneer in 2019 scholieren massaal de klimaatcrisis onder de aandacht brengen en klimaatspecialisten hen onverdeeld daarin bijtreden, worden beide groepen op de sociale media weggehoond (vaak op schandelijke wijze) en blijft een meerderheid de zaak relativeren.

    De twijfel omtrent de versnelde toename van de globale temperatuur en de rol van de mens daarbij werd al in de jaren zeventig gezaaid door een handvol wetenschappers – om persoonlijke en politieke redenen (Oreskes, N. en Conway, E., 2010, “Merchants of Doubt: How a Handful of Scientists Obscured the Truth on Issues from Tobacco Smoke to Global Warming.” Bloomsbury Press).

    Twijfel is een voldoende reden om iets niet te doen. Door twijfel te zaaien, kan je een beleid bestendigen, want twijfel zet niet aan tot verandering. Twijfel is de bondgenoot van het conservatisme. Je ziet dat in de context van de klimaatproblematiek. Vandaag zijn er al wel wat meer beleidsmensen en burgers die de urgentie ervan inzien, maar tot daadwerkelijke actie gaan weinigen over.

    De coronacrisis laat ons andere dingen zien. Er wordt vooralsnog niet getwijfeld aan wat experten zeggen. Een vergelijking tussen klimaatcrisis en coronacrisis met betrekking tot de rol van de expert bij gedragsverandering en crisisbeleid vormt de rode draad van dit artikel.

    Het tegensprekelijke debat

    In het huidige publieke debat krijgen de wetenschapsmensen geen tegenspraak van niet-wetenschappers. Vorig jaar was dat, in de context van de klimaatcrisis, echter schering en inslag. Bij elke wetenschappelijke uitspraak inzake de klimaatwijziging kreeg de tegengestelde mening spreektijd. In de rechtspraak is het een recht van alle betrokkenen om gehoor te worden.

    In de journalistiek wordt het beschouwd als een goede praktijk om bij elke mening een tegengestelde mening te horen en de lezer/luisteraar/kijker zelf de keuze te laten maken tussen de twee. Met een wetenschappelijke uitspraak is dat anders: een wetenschapper geeft niet zijn of haar mening, maar vertegenwoordigt de wetenschappelijke consensus. In het geval van de klimaatcrisis stonden achter die ene stem zowat dertigduizend specialisten, maar voor het publiek ging het om louter twee schijnbaar gelijkwaardige meningen.

    In de context van de coronacrisis verneemt het publiek doorgaans enkel de gelijkluidende wetenschappelijke adviezen en de interpretatie van de beleidsmakers. Daarom is het vertrouwen in de expert nu zo groot. Wanneer opnieuw het tegensprekelijke debat de journalistieke norm wordt, taant het geloof in de wetenschap. 

    Respect

    In beide crisissen komt respectievelijk één discipline hoofdzakelijk voor het voetlicht: inzake het klimaat de klimaatwetenschap, met betrekking tot de coronacrisis de geneeskunde. Vóór de klimaatmarsen had nauwelijks een mens gehoord van klimaatwetenschappers; maar iedereen heeft een huisarts. Of men naar een expert meer of minder luistert, heeft te maken met de bekendheid van de discipline of de mate van respect dat het vak geniet.

    Eens een discipline als respectabel wordt beschouwd door een gemeenschap, blijft dat het vertrouwen erin wel een hele tijd duren. Het geloof in de geneeskunde was er al en het ziet er niet naar uit dat de coronacrisis dat geloof zal doen afnemen. We moeten niet verwachten dat het bestendigde vertrouwen in een discipline uitstraalt naar de wetenschappen in het algemeen. 

    Coherentie

    Alhoewel met dertigduizend staan de klimaatwetenschappers als groep alleen – het bijtreden van hun standpunt door andere academici heeft zelfs een negatief effect. Bovendien vindt de leek het standpunt van de klimaatwetenschappers een politiek tintje hebben. In de context van de coronacrisis is het een gans anders verhaal.

    Er zijn heel wat diverse academische disciplines betrokken bij de opinievorming omtrent coronacrisis en bovendien luiden die medische, statistische, psychologische, politicologische en ethische klokken allemaal hetzelfde en even hard: “blijf in uw kot”.

    De boodschappen vertonen samenhang: de verhalen bevestigen elkaar. Het draagt uiteraard bij tot het vertrouwen in de expert, want wat hij of zij zegt wordt uit andere, respectvolle academische branches ondersteund. Zal dit duren? Bij problematieken die voor de leek een duidelijke multidisciplinaire aanpak vragen én indien er coherentie is tussen de verhalen, zal de leek geneigd zijn om experten te vertrouwen. 

    Begrijpelijkheid

    De experten hebben inzake de coronacrisis het geluk dat de problematiek vrij makkelijk kan worden uitgelegd. ‘Wie besmet is, zal gemiddeld drie personen besmetten’. ‘We moeten de piek uitstellen anders gaan we over de capaciteit van 1900 ic-bedden.’ Mensen kunnen zich er iets bij voorstellen en iedereen kent intussen het diagram (figuur 1) met de steile curve, de afgeplatte curve en de horizontale lijn die staat voor de ic-plaatsen. Inzake de klimaatverandering is de opgave heel wat moeilijker.

    Bij de cruciale curve (figuur 2) gaat het immers niet om de stijging van de globale temperatuur, maar de mate waarin de globale temperatuur toeneemt (de afgeleide). Een leek luistert net zo lang een problematiek bevattelijk blijft. De expert moet het dus goed kunnen uitleggen, maar dat hangt af van de complexiteit van de problematiek.   

    pastedGraphic.png
    Figuur 1. Cruciale curve inzake de coronacrisis: zeer toegankelijk voor de leek (eigen afbeelding)

    pastedGraphic_1.png
    Figuur 2. Cruciale curve inzake de klimaatcrisis: ontoegankelijk voor de leek (© 2010, NASA Earth Observatory)

    Levenssfeer

    Wanneer een problematiek discrimineert – slachtoffers vallen in een bepaalde bevolkingsgroep – hangt het vertrouwen in de expert af van de empathie die men voor de gediscrimineerde groep kan opbrengen{…}

    De burger luistert wellicht beter naar de expert indien de boodschap een in de tijd beperkte vrijheidsbeperking betreft én een persoonlijk gunstig effect beoogt, dan wanneer de vrijheidsbeperking over een langere tijd loopt, zelfs definitief is, of de boodschap geen betrekking heeft op het persoonlijke welzijn.

    Een klimaatwetenschapper die komt vertellen dat we het voortaan met minder moeten doen om het voor de volgende generaties leefbaar te houden mag minder instemming verwachten dan een arts die de boodschap brengt dat we zes weken moeten thuiszitten als we niet besmet willen raken en uiteindelijk een kans lopen om te sterven.

    Terwijl klimaatjongeren voor hun eigen toekomst op straat kwamen en verwezen naar de resultaten van de klimaatwetenschap, hebben de experten nu heel wat moeite om door te dringen tot de jongeren omdat ze denken dat ze geen gevaar lopen. Het hangt er dus maar van af in welke mate en voor hoe lang een situatie het individu in doen en laten beperkt.

    Wanneer een problematiek discrimineert – slachtoffers vallen in een bepaalde bevolkingsgroep – hangt het vertrouwen in de expert af van de empathie die men voor de gediscrimineerde groep kan opbrengen en in welke mate men zich verantwoordelijk acht voor de problematiek in kwestie. In onze twee cases: het zijn de volgende generaties die meer en meer de gevolgen van de klimaatsveranderingen zullen ondervinden / het zijn vooral oudere mannen die sterven door COVID-19 (intussen blijkt dat SARS-CoV-2 onder alle bevolkingsgroepen slachtoffers maakt).

    Perceptie

    In beide problematieken gaat het over leven en dood, in het geval van de klimaatverandering zelfs over zoveel meer doden in vergelijking met de coronacrisis. De WHO berekende dat in 2010 er in het verkeer 18 doden per 100.000 vielen en 1 dode per 14.000.000. Vliegtuigongelukken zijn spectaculair, verkeersdoden vallen er elke dag.

    De ene wijze van sterven vinden we akeliger dan de andere. Dat mensen indirect aan hun einde zullen komen als gevolg van de klimaatveranderingen raakt ons veel minder dan de dood als gevolg van nCoV-19. Verkeerspecialisten praten tegen de muren, maar de coronacijfers volgens we op de voet. Of een expert aandacht krijgt heeft te maken met de manier van overlijden. Het maken van vergelijkingen kan soelaas brengen, mits de cijfers het publiek persoonlijk raken. 

    Pseudowetenschap

    Iedereen kan op het internet zijn of haar mening kwijt. Dat is omtrent de coronacrisis niet anders dan inzake de klimaatverandering; we zien nu ook complottheorieën opduiken en horen ontkennende stemmen. In de Turkse gemeenschap zien we interesse voor pseudowetenschappelijke onzin, gepromoot door een Turkse commerciële zender. (Mayda, K. 24/03/2020, “Prop eens een beetje jodium in je neus.” De Standaard) Toch meen ik dat de variatie en de aantallen veel kleiner zijn in de context van de coronacrisis.

    Mensen worden daarbij beïnvloed door de omgeving; als apothekerszaken op versterkte burchten lijken – tevens omdat apothekers als zeer betrouwenswaardig bekendstaan, net als huisartsen overigens die ook het zekere voor het onzekere lijken te nemen (ze hebben liever dat je telefoneert) – dan gaat men wel eens vlugger en wat dieper nadenken. Dit creëert een context van verhoogde alertheid en nood aan betrouwbare informatie; vandaar dat men zich wendt tot de expert. Het is belangrijk achteraf de coronacrisis aan te halen om te tonen hoe de pseudowetenschappen bakzeil haalden. 

    Consensus

    Wetenschapsmensen spreken elkaar tegen; dat doen ze op congressen en in hun papers. Die tegenspraak is de motor van de wetenschap. Er kan tegenspraak wanneer onderzoekers verschillende observaties maken, wanneer ze de resultaten verschillend interpreteren of wanneer ze de resultaten verschillend voorstellen.

    Inzake de – nogmaals –perfect normale interne onenigheid blijft de leek meestal onwetend en dat is ook een goede zaak. Experten horen het consensusmodel mee te delen: datgene wat ontstaat na het academische overleg. Dan genieten experten het vertrouwen, wanneer ze elkaar niet tegenspreken. Natuurlijk, in het geval van de coronacrisis moet er erg kort op de bal gespeeld worden, moeten experten overgaan tot het formuleren van hun eigen mening omdat er nog geen congressen en papers zijn geweest.

    Het is soms kunst en vliegwerk. Bovendien mag je bij experten de grotere ego’s verwachten; experten willen allemaal wel eens aan het woord komen (en dan nemen ze soms zeer extreme posities in – kwestie van opgepikt te worden door de media). Wie het niet eens is met een bepaalde boodschap, zal natuurlijk garen spinnen uit een tegenspraak tussen wetenschapsmensen. “Zie je wel? De wetenschappers weten het ook niet!”

    Dat zien we meermaals in het geval van de klimaatcrisis. In de coronacrisis eisen nu ook meer en meer experten hun plaatsje aan de tafel op. Goed voor het vertrouwen in de wetenschap is dat natuurlijk niet. De journalisten spelen hierbij een belangrijke rol; ze zouden zich moeten onthouden aan het mogelijke spektakel, de experten tegen zichzelf maar vooral het vertrouwen in de wetenschap moeten beschermen. 

    Onzekerheid

    Wetenschappelijke resultaten zijn in hoge mate betrouwbaar, maar het is eigen aan de wetenschap om resultaten uit te drukken in termen van onzekerheden. We zien dat in het kader van de coronacrisis heel goed in de dagelijkse voorspellingen omtrent besmettingen, ic-populatie, overlijdens en ontslagen: er worden marges aangegeven. Soms komt de voorspelling niet uit, maar dan geven de experten meteen een aanvaardbare verklaring.

    De transparantie is hier erg belangrijk. Het is de openheid omtrent de beperkingen van de wetenschap die tot het vertrouwen van de leek aanleiding geeft. De tolerantie van de leek is echter beperkt. Bij de klimaatcrisis zijn de onzekerheden te groot; en in wezen wil de leek graag een zwartwituitslag. “Wat is het nu? Twee of tweeënhalf?” 

    Bevestiging

    In de context van de klimaatverandering is er bevestiging, maar die is weinig spectaculair; de leek ondervindt het niet meteen? Er zijn niet meer tropische stormen, ze zijn alleen wat heviger. De temperatuur stijgt, maar uiteindelijk valt dat wel mee. De klimaatexpert wint er weinig bij. De voorspellingen die de medische expert maakt, komen helaas steeds weer keer op keer uit (vaak binnen de grenzen van de onzekerheid). Daar kan de leek niet rond. De dagelijkse confirmatie van de voorspellingen doet natuurlijk het vertrouwen in de expert toenemen. Zolang de bevestigingen blijven komen, zal de expert het vertrouwen genieten. 

    Besluit

    In een epistemocratie laten burgers en politici zich leiden door de resultaten van het wetenschappelijk onderzoek bij monde van de expert. Als we kijken naar de reacties van vorig jaar in het kader van de klimaatproblematiek door burgers en politici, dan merken we dat daar weinig sprake van was; overigens zagen we nog maar bitter weinig beloftes bij de politici, voorzekers onvoldoende in de ogen van de klimaatspecialisten.

    Momenteel leven we dan toch even in een epistemocratie: tot op heden volgen de meerderheid van de burgers en politici de raadgevingen van de experten. Als het goed uitdraait, zullen we ons idealiter herinneren dat de experten SARS-CoV-2 konden bezweren. 

    Helaas heb ik mijn twijfels (op basis van de houding ten aanzien van de klimaatexpert) dat de overdeelde aandacht die experten vandaag krijgen, zal blijven aanhouden tot na de coronacrisis, laat staan wanneer gevraagd zal worden stappen te zetten ter voorbereiding op een volgende crisis. En ik heb geen hoop dat voortaan alle academische disciplines zullen kunnen delen in het vertrouwen dat de medische experten vandaag genieten. De epistemocratie verschijnt in tijden van nood en haar afhankelijk van de crisis die zich voordoet.

    Ik pleit ervoor om de epistemocratie te behouden. Uiteraard voor zover de wetenschappelijke concensus het uitgangspunt is, de democratisch verkozenen de beslissingen nemen én ethici een oogje in het zeil houden. Epistemocratie is vanzelfsprekend te verzoenen met het humanisme. Voor een betere wereld is het goed te luisteren naar de stem van de wetenschap.

    Epiloog

    Een positief neveneffect van de coronacrisis is de adembenemende verbetering van de luchtkwaliteit (daling stikstofdioxide). (Torfs, M., 27/03/2020, “Spectaculaire daling van het autoverkeer heeft ‘duidelijk positief effect op onze luchtkwaliteit’”. VRTNWS.) Ook de CO2-uitstoot is al behoorlijk gedaald, in die mate zelfs dat Duitsland vermoedelijk de klimaatdoelstellingen zal halen. (Claeys, C., 25/03/2020, “Is de corona-crisis goed nieuws voor het klimaat?” DeWereldMorgen.be) Maar de euforie zal van korte duur zijn. Wanneer de economieën zich weer op gang trekken, zullen ze grijpen naar alle mogelijke (vervuilende) middelen om de meesten er weer financieel bovenop te krijgen. De klimaatcrisis is echter haar belangrijke plaats op de agenda verloren. De coronacrisis heeft ons wel geleerd dat we een omvattend probleem samen kunnen aanpakken en dat een meerderheid – al is het maar kortstondig – een ingrijpende gedragsverandering kan doorvoeren. Laten we dat vooral niet vergeten. 

  • Sigrid Schellen: activist en sekswerker (artikel + podcast)

    Sigrid Schellen is momenteel hot. Verschillende media zijn verlekkerd op haar ongewoon verhaal. Enkele jaren terug koos Sigrid voor een leven als sekswerker. Wel, misschien niet een ‘leven’ want voor haar is het slechts een beroep. Een beroep gelijk een ander, maar wel haar droomjob.

    In de eerste aflevering van onze podcast zijn we op zoek gegaan naar de persoon achter het mediafenomeen. Wat meteen opviel is dat Sigrid, een gewone charismatische mens is. De geveinsde ‘coquetterie’ die je van een sekswerker zou verwachten liet ze achterwege. ‘Natuurlijk’ denk je misschien, maar eigenlijk is het niet abnormaal dat we niet goed wisten wat van haar te verwachten.

    Sigrid Schellen in nachtkledij op een stoel
    Sigrid Schellen door Carmen De Vos

    Prostitutie bestaat in veel vormen

    We leven in een maatschappij waar sekswerkers buiten de samenleving lijken te bestaan. We zien ze soms achter vensters, al lonkend naar potentiële klanten, maar hun realiteit is voor de meesten een ver-van-mijn-bedshow.

    Hier in Brussel zijn sekswerkers intussen een deel van het straatbeeld. Je ziet hen op verschillende publieke plaatsen, verspreid over heel het Gewest en natuurlijk achter de ramen vlak achter Brussel-Noord. Dagelijks vinden mensen er soelaas na een drukke werkweek, een teleurstellend nachtje uit of omdat ze simpelweg goesting hebben.

    Sekswerk is nochtans veel diverser dan dat. Wij kennen de, laat ons zeggen, exotische vorm van prostitutie, maar het bestaat ook in de vorm van een quasi klinische dienstverlening. Zo bestaat Aditi vzw, een organisatie die ouderen en mensen met een beperking ondersteunt in hun behoefte naar intimiteit.

    Hoe verloopt dat dan? Wel, een cliënt kan bij Aditi aankloppen wanneer hij of zij hulp nodig heeft om intiem te zijn. Intiem met iemand, maar ook met zichzelf. Een dienstverlener, zoals Aditi het verkiest te benoemen, kan dan eventueel toegewezen worden na een intakegesprek.

    Deze dienstverleners zijn geen vrijwilligers. Zij worden per uur vergoed. Volgens Steven De Weirdt, communicatiemedewerker bij Aditi, zouden zij een vergoeding van €30 per uur krijgen. Deze vergoeding wordt echter rechtstreeks uitgekeerd omdat tussenpersoon zijn – in de volksmond: pooier – niet legaal is. Aditi krijgt dus geen percentage.

    Wie zijn deze dienstverleners? Mensen uit alle rangen zouden zich volgens Steven De Weirdt engageren voor dit soort werk. Het zijn dus zeker niet allemaal mensen die full-time sekswerker zijn en dit als een uitbreiding van hun afzetmarkt zien.

    Volgens De Weirdt zouden niet alle sekswerkers over de kennis beschikken om te werken met het cliënteel dat bij Aditi komt aankloppen. Meer nog: sommigen zouden in het ‘reguliere’ circuit een of andere vorm van misbruik hebben meegemaakt. Ze zouden meer geld zijn aangerekend dan afgesproken was of de sekswerkers zouden over hun grenzen zijn gegaan. Aditi wil een veilige dienstverlening aanbieden, op maat van de situatie van de klant.

    De dienstverleners van Aditi zijn getraind om met verschillende soorten beperkingen rekening te houden en zouden zo elk hun specialisme hebben. Ook zouden hun dienstverleners het volgens Steven De Weirdt niet doen voor het geld. Dat allemaal maakt dat zij zich willen distantiëren van de ‘reguliere’ prostitutie.

    De kritische vraag die we ons zouden kunnen stellen is: waar eindigt professionaliteit en waar begint betutteling? Hoewel het voor sommige cliënten zeker zinvol zal zijn om goed begeleid te worden, kunnen we ons ook inbeelden dat het voor anderen de zoveelste drempel is waar ze over heen moeten.

    Waarom is het trouwens ook zo belangrijk om zich te differentiëren van de reguliere prostitutie? Die behoefte lijkt in te spelen op het onterechte stigma rond sekswerk. Wat die dienstverleners doen is namelijk niet meer of minder dan wat andere sekswerkers doen.

    Deze screening is niet gratis en de optelsom, professioneel advies plus dienstverlening, kan volgens een anonieme getuigen wel oplopen. Dit, terwijl deze groep het vaak niet al te breed heeft. Zou de maatschappij hier gezamenlijk voor moeten opdraaien? Het kan ons per slot van rekening allemaal overkomen. Seks: bijzaak of fundamenteel recht?

    Mensenhandel

    Maar goed. Beter bij Aditi op veilig spelen dan beroep doen op louche bordelen waar de ‘meisjes’ toch uitgebuit worden door mensensmokkelaars denkt u? Ja, mensenhandel is terecht vaak een argument tegen prostitutie. Volgens een onafhankelijke studie uit 2019 van Myria, het federaal migratiecentrum, is seksuele uitbuiting met 56% de meest voorkomende vorm van mensenhandel.

    Dat is een immens groot cijfer die zo snel mogelijk zou moeten teruggeschroefd worden. We moeten ons dan ook afvragen wat het gebrek aan een legaal statuut bijdraagt aan de mensenhandel. Met een legaal statuut kan de sekswerker immers sociale rechten verwerven en dus een kans hebben om uit de handen van mensenhandelaars te glippen.

    Laat ook vooral duidelijk zijn dat er ook sekswerkers zijn die autonoom hebben gekozen voor dit beroep. Die personen worden nu door de wetgeving gemarginaliseerd.

    De Belg gaf in 2018 1 miljard euro uit aan prostitutie

    De prostitutie-industrie brengt ondanks alles veel geld op, heel veel zelfs. En dat blijft blijkbaar stijgen. In het najaar van 2019 publiceerde de Nationale Bank van België dat de Belg in 2018 meer dan 1 miljard euro uitgaf aan prostitutie. Dat is 27 procent meer dan in 2008. Dat prostitutie lucratief is zal niemand verbazen, maar het staat haaks op de maatschappelijke positie van de sekswerker.

    Wat is de huidige situatie? Het is niet strafbaar om uzelf te prostitueren, maar wel om sekswerkers professioneel te assisteren. Je mag hen bijvoorbeeld niet op professionele basis vervoeren of een werklocatie aanbieden. Je mag ook niet adverteren voor seksuele diensten.

    Door het gebrek aan een realistische regelgeving staat de deur wagenwijd open voor wolven. Zo getuigt Sigrid over de absurd hoge huurprijzen die haar worden aangerekend door listige verhuurders. Ze beweert ook dat zelfs haar boekhouder in de problemen kan geraken door voor haar te werken.

    Tijd voor een wettelijk statuut? Voor Sigrid Schellen wel. Voor haar is het hoog tijd om sekswerk uit de taboesfeer te halen.

    Beluister hier ons intiem gesprek. Wij zijn ook terug te vinden op Apple Podcasts, Google Podcast, Castro en Spotify:

    https://open.spotify.com/show/6Ei6O6OzHafRgkeGMzIFJ0?si=uxB5FR1TS3W2drWoatCKAg

  • Fotograaf Morgane Gielen stelt met ‘No Babes’ schoonheidsidealen en taboes in vraag

    “Ik wil een platform bieden aan zij die zich klein houden, of klein gehouden worden.”

    Met haar project No Babes stelt fotograaf Morgane Gielen bestaande schoonheidsidealen en taboes in vraag. Dit weekend kan je haar portretten – samen met kunstwerken van vier andere artiesten – gaan bezichtigen tijdens de Saintklet expo II – Beauty and Self in het huisvandeMens Brussel.

    In oktober vorig jaar lanceerde Morgane Gielen haar project No Babes: “Enerzijds omdat ik zelf fotograaf ben en rechtstreeks in contact kwam met modellen die er alles aan deden om slank te blijven. Sommigen aten zelfs watjes op om hun hongergevoel tegen te gaan. Het zijn echt schrijnende verhalen die naar boven komen in de modewereld. Modellen worden als product bekeken.” Anderzijds is het project voor Morgane een zoektocht naar zelfacceptatie en het leren omgaan met haar minderwaardigheidsgevoel. “Vanuit een rechtvaardigheidsgevoel wil ik zowel anderen en mezelf helpen. Want naast het fotograaf zijn, ben ik evengoed een jonge vrouw als onderdeel van een maatschappij.”

    No Babes groeide vanuit de modefotografie naar een haarscherpe bevrijdende beweging die ‘het normale’ in de maatschappij betwist. “Bij mij kunnen mensen hun maskers achterwege laten. Ik wil het pure en het kwetsbare naar boven halen, datgene dat vaak verborgen blijft.” Volgens Morgane heeft onze maatschappij nood aan het bespreekbaar maken van taboes. “In een wereld waarin er open met elkaar wordt gecommuniceerd, zouden we ons minder alleen voelen.”

    Morgane’s droom wordt in januari 2021 werkelijkheid wanneer ze met een tentoonstelling haar boek No Babes zal voorstellen. Daarin verkent ze de sociale constructies rond het menselijk lichaam. “Ergens hoop ik zo een klein verschil te maken. Al is het maar door mensen te fotograferen. Velen vertellen me dat het therapeutisch werkt om op die manier voor een camera geplaatst te worden. Laten we samen tonen dat je niet hoeft te streven naar onbereikbare schoonheidsidealen.”

    Geïnspireerd om mee te werken aan #nobabesofficial?

    Om normen omver te werpen heb je moedige mensen nodig. Morgane is altijd op zoek naar mensen die hun verhaal of look willen delen in de ware No Babes stijl! Stuur haar zeker een bericht via de No Babes website.

    No Babes

    De portretten van Morgane en illustraties van Studio Berella, CHAR illustrations, Selkies en Femmeniste zijn in het weekend van 28 februari tot en met 1 maart te bezichtigen in het huisvandeMens Brussel tijdens de expo Saintklet II – Beauty and Self.

    – Fotograaf verkent sociale constructies rond het menselijke lichaam

  • Polyamorie: meer dan een trend?

    1 op 20 zoektermen over relaties ging in 2019 over polyamorie (Google Trends). De interesse in polyamorie lijkt de laatste jaren ook te stijgen. Onlangs sprak Hans maes, voorzitter van Jong VLD, in Durf te vragen over zijn relatie met zijn twee vriendinnen, waarvan één een relatie heeft met zijn beste vriend. Om te begrijpen wat polyamorie inhoudt spraken we met Jelle die zelf polyamorisch is en met Katelijn, medebeheerder van de Facebookpagina Polyamory Belgium. Deze pagina telt 2000 volgers en heeft ook een geheime gespreksgroep met meer dan 1400 leden.

    Wat is polyamorie?

    Jelle: Volgens mij is polyamorie open staan voor verschillende romantische liefdesrelaties. Het voelt voor mij ook aan als een geaardheid. Ik kan mezelf niet meer beschouwen als monogaam.

    Katelijn: In de VS is polyamorie erkend als geaardheid. Hier is er meer discussie over: een filosofie, een geaardheid, een levenswijze, etc. Voor mij hangt het samen met vrijheid en zelfontplooiing.

    Hoort polyamorie thuis bij de LGBTQIA+ paraplu?

    Jelle: Deze noemer is een overkoepelende beweging voor mensen die niet passen in een klassieke genderidentiteit of seksuele voorkeur en je zou ook relatiestijl of -voorkeur daar onder kunnen plaatsen. Ik merk wel dat binnen de polyamorie meer mensen openstaan voor same-sex relaties. Misschien omdat die reeds op een niet normatieve manier nadenken over wat hun verlangens en voorkeuren zijn? Ik ben zelf non-binair. Dat dateert al van voor mijn polyamorie. Ik zat vroeger in de gothic scene en daar is het meer aanvaard voor mannen om te spelen met androgynie, make-up dragen, rokken aandoen, enz. Dat sprak mij toen al sterk aan. Toen ik polyamorie leerde kennen kon ik pas echt een naam plakken op hetgeen waar ik naar op zoek was.

    Katelijn: Ja en nee… Er zijn best veel polyamoristen die zich zo identificeren en we delen ook dezelfde open-mindedness. De LGBTQIA+ gemeenschap geeft ons een forum om te spreken (Roze Huizen/çavaria, Pride, …). Toch zijn er ook heel wat hetero’s die poly zijn en kan je het dus niet zomaar onder LGBTQIA+ thuisbrengen. Eigenlijk is de polygemeenschap heel divers. Op Facebook hebben we veel jonge mensen, maar uiteindelijk vindt je binnen de gemeenschap alle leeftijden. Je vind er expats en Belgen, ongeveer evenveel vrouwen als mannen, en wel best veel geeks (lacht). Ik denk dat er vaker over games wordt gesproken dan over relaties.

    En over seks?

    Katelijn: Zoals Eva Berghmans zegt hebben polyamoristen vaak geen tijd meer voor seks. Het is misschien wat overdreven, maar het kost wel tijd om met verschillende relaties bezig te zijn en uiteindelijk draait het bij polyamorie in de eerste plaats om het relationele, waar seks meestal een aspect van is. Er is soms wel een overlap met de polyseksuele gemeenschap van BDSM, swingers, e.d. Soms krijgen we online ook verzoeken van mannen om seks, met de boodschap dat de partner nog niet weet dat ze poly zijn. Voor de polygemeenschap kan dit niet, want het ethische aspect is heel belangrijk voor ons. Dit betekent ook openheid en eerlijkheid tegenover alle betrokken partijen. Vandaar noemen we dit vaak ethische non-monogamie.

    Jelle: seks speelt zeker een rol. Voor mij was dat in het begin de oorzaak om op zoek te gaan naar iets anders, omdat mijn vaste partner waar ik 13 jaar mee samen ben aseksueel is. Wij hebben wel seks, maar dat is heel anders dan met iemand die wel die seksuele energie heeft. Het was dus een gemis van ‘gewild worden’ dat voor mij mee aan de basis lag voor de start van de polyamoureuze ontdekkingsreis. Dat vind je volgens mij minder gemakkelijk in eerder casual relaties.

    Begint het vaak bij koppels die een poly experiment willen aangaan?

    Katelijn: Je hebt wel wat koppels die hun relatie op een gegeven moment willen openen, op zoek naar seksuele vrijheid of intimiteit. Het hoeft trouwens niet seksueel te zijn. Sommige polyamoristen zijn soms wel argwanend naar koppels die op zoek zijn naar experiment. Er kan dan immers een hiërarchie zijn waarbij iemand praktisch en emotioneel een secundaire rol krijgt ten opzichte van het primaire koppel. Relatie-anarchisten zijn daar bijvoorbeeld tegen. De vraag is of ze op zoek zijn naar een relatie of gewoon wat seks? Het maakt wel een verschil.

    Jelle: Heel veel discussies rond hiërarchie starten als iemand zich ondergeschikt voelt. Maar voor de duidelijkheid in de discussie moet je wel definiëren met wat je bedoelt met hiërarchie. Als het betekent dat één van de partners een ander mag controleren en niet andersom, dan lijkt me dat een ongezonde hiërarchie. Je mag wel dingen voorstellen die een invloed hebben op anderen in een relatie, maar dat moet dan met iedereen worden besproken en iedereen krijgt een even grote stoel aan tafel. Dat je een sterkere band hebt met je partner met wie je 13 jaar samen bent tegenover je relatie van 3 maanden is ergens normaal. Dat is een feitelijke hiërarchie. Daartegenover staat een theoretische hiërarchie waarbij de primaire relatie altijd boven de andere relaties zullen staan en waarvan de beslissingen altijd voorgaan op de andere. Dat lijkt me minder ethisch.

    En wat als een persoon zich niet goed voelt over de andere relatie van zijn partner?

    Jelle: Praten en nog eens praten. En dit lukt bij ons vrij goed. Ik kan me voorstellen dat er grote verschillen kunnen zijn bij wat partners verlangen en waar ze zich goed bij voelen, maar dan moet je proberen een compromis te distilleren waar iedereen het gelukkigst bij is. Als je met polyamorie begint, moet je daar in groeien. Als je dat niet doet wordt het te vermoeiend en pijnlijk. Bij mensen die al een tijd zo leven speelt het minder denk ik. Hoewel mijn nesting partner eigenlijk een monogaam beeld heeft van relaties, aanvaard ze dat seksualiteit voor mij belangrijker is dan voor haar. Het maakt het voor haar moeilijker dan voor mij, maar toch voelt ze op dat vlak weinig jaloezie. We steunen elkaar ook sterk en geven elkaar de tijd en ruimte om te groeien in de relatie.

    Wat wel speelt is de band die soms ontstaat met anderen. Als ik naar mezelf kijk ben ik zelden jaloers, maar het overkomt me soms wel. Uiteindelijk doe ik er niets mee en heb ik er ook niet veel moeite mee. Het zorgt er wel voor dat ik van mijn troon afkom waarin ik zogezegd geen jaloezie voel. Het houdt me bij de pinken, waardoor ik bij mezelf moet onderzoeken van waar het komt en of het belangrijk is.

    Zou je nog een tip kunnen meegeven aan koppels die er aan denken hun relatie open te stellen?

    Jelle: Lees eerst een paar boeken en praat met elkaar. Probeer dieper in te gaan met wat jullie beide bedoelen met woorden zoals liefde, partner, open relatie, een lief zoeken, een andere relatie, enz. Zelfs al denk je te weten hoe de ander er over denkt, probeer dit uit te diepen met elkaar en pas dan kan je tegen een ander gaan vertellen waar je echt naar op zoek bent.

    Katelijn: ‘Ik hou van jou, en jou, en jou’ van Nathalie Cardinaels is zeker een aanrader! En praat… Wees zo open en eerlijk naar elkaar toe als je maar kan. Praat met elkaar, met anderen en zoek wat voor jullie het beste werkt. Dat is namelijk niet voor iedereen hetzelfde, polyamorie betekent dan ook niet voor iedereen 100% hetzelfde.

    Polyamory Belgium organiseert regelmatig bijeenkomsten in Antwerpen, Gent, Brussel en Leuven. Meer info vind je op hun Facebookpagina.

  • Getuigenis: een koppel over liefde ondanks geloofsverschillen

    Zou je kunnen verkeren met iemand die in iets anders gelooft dan jij? Wij spraken met een koppel dat daar een weg in vond. T.A. is een moslim van 25 jaar, geboren en getogen in België, maar zijn roots liggen in Marokko. T.A. heeft een relatie met M.P, zij is 25 jaar en heeft de Spaanse nationaliteit. M.P. Zij heeft een eerder katholieke opvoeding gekregen waar de Spaanse cultuur belangrijk was. Omdat ze wensen anoniem te blijven gebruiken we enkel hun initialen.

    Hoe hebben jullie elkaar leren kennen?

    M.P: We zijn elkaar toevallig tegengekomen tijdens onze hogere studies. Het begon als een vriendschap die ontstond tijdens één van de vele studiesessies in de bibliotheek. Een manier waarop zoveel andere studenten ook nieuwe vrienden maken. Naarmate we elkaar beter leerden kennen begonnen we steeds meer gevoelens te krijgen voor elkaar. Er was een bepaalde aantrekking die we beiden niet konden onderdrukken en die uiteindelijk uitgroeide tot een relatie met veel liefde voor elkaar, maar ook eentje met wederkerende spanningen. Ondanks onze liefde was er altijd het besef dat onze relatie niet geaccepteerd zou worden door de familie van T.A.

    Waarom wordt jullie relatie dan niet geaccepteerd?

    De familie van T.A. verwacht dat hij zal trouwen met iemand met dezelfde cultuur en religie. Toch zetten we onze relatie voort omdat onze liefde te sterk is en we zoiets waardevols niet zomaar kunnen laten vallen. We beseffen wel dat er geen toekomst zit in onze relatie zonder heel veel familiale problemen te veroorzaken. We accepteren dat het voor ons beiden beter is dat de integriteit van de familie niet ten koste gaat van ons persoonlijk geluk. Dit is echter niet makkelijk om te accepteren.

    Verloopt jullie relatie dan niet heel gespannen?

    Zeker in het begin van onze relatie waren er veel momenten waarbij we niet in staat waren om op een gezonde manier met deze onmogelijke situatie om te gaan. Nu dat we samen terugkijken op deze momenten kunnen we niet anders dan vaststellen dat die spanningen er enkel toe hebben geleid dat we nog meer van elkaar zijn gaan houden. Spijtig genoeg ziet het er naar uit dat de situatie niet gaat veranderen ondanks de verschillende pogingen van T.A om de mening van zijn familie te doen veranderen… We zijn momenteel gewoon dankbaar voor elk moment dat we samen hebben gehad en die we nog gaan hebben met elkaar.

    Dus jullie hebben uiteindelijk vrede genomen met elkaars religieuze verschillen?

    Ja. Onze verschillende geloofsovertuigingen hebben nooit echt tot problemen geleid tussen ons. Het zijn eerder de verwachtingen van de familie van T.A. die onze relatie zo moeilijk maakt.

    Praten jullie hier vaak over?

    Ja zeker, tijdens de vele pillow talks die we hebben komen onze filosofische kanten naar boven. [lachen]

    Wat zijn hierbij de grootste uitdagingen?

    Hoe het onze toekomst samen beïnvloed. Voor ons zijn het eerder de externe factoren die voor de grootste problemen zorgen. Voor ons is het religieuze aspect eigenlijk een non-issue, het is iets waarbij we samen tot een compromis kunnen komen.

    Wat is hier het meest verrijkend aan?

    We leren heel veel van elkaar. Op onze beste momenten weerspiegelen we de waarden en normen die we beiden belichamen. Op onze slechte momenten vullen we elkaar aan en brengen we de beste kanten in elkaar naar boven.

    Is jullie relatie een geheim voor jullie vrienden en familie?

    Langs de kant van T.A zijn er weinig mensen die weten hoe diep en intiem onze relatie is. Zeker voor de familie van T.A is de relatie volledig onbestaand. Bij M.P is de familie op de hoogte van haar relatie en zij accepteren dit ook. Maar haar vrienden stellen zijn wel kritisch over onze relatie.

    Zouden jullie graag willen dat uw partner van levensbeschouwing verandert?

    Nee. We houden van elkaar voor wie we zijn en wij zien absoluut geen reden om van levensbeschouwing te veranderen.

    Zouden jullie overwegen om van geloofsovertuiging te veranderen voor de familie van T.A.?

    Het is moeilijk om hierop te antwoorden. De intentie om van religie te veranderen zou eerder te maken hebben met een probleem op te lossen niet met een intrinsiek geloof in de religie zelf.

    https://www.youtube.com/watch?v=1jvNZLwTe7g
  • Jaouad Alloul over homo en moslim zijn: “Dat leek een onmogelijke opdracht”

    Jaouad Alloul is een fenomeen. Hij is acteur, dragartiest, theatermaker, moslim, LGBT-activist en zanger. We gingen met hem in gesprek over zijn geaardheid, relaties en spiritualiteit.

    Jaouad Alloul

    Kan je eens vertellen wat moslim zijn betekent voor jou?

    Ik ben islamitisch geboren en opgevoed. Ik gebruik bepaalde rituelen en woorden uit de islam. Ik geloof in god en voel me moslim. Uiteindelijk ben ik niet echt bezig met wat alle regels zijn van de islam, maar is het voor mij eerder spiritueel en individueel. Spiritualiteit betekent voor mij ook om op een vredevolle manier in relatie tot mezelf te komen en mijn geaardheid is daar ook een deel van.

    Je bent ook homo. Heb je dat als moeilijk te verzoenen ervaren?

    Als kind en puber leek dat een onmogelijke opdracht. Nu weet ik dat beide aspecten perfect samen kunnen gaan. Jammer genoeg hoor je binnen de islam, net zoals bij de andere monotheïstische religies, vaak dat heteroseksualiteit de enige aanvaardbare seksualiteit is. Er zijn wel passages in de koran en overleveringen die negatief spreken over mannenseks, hoewel alles natuurlijk geïnterpreteerd moet worden. Voor mij is dit alleszins wel aanvaardbaar.

    En hoe verzoen je dat dan zelf?

    Of iemand een relatie heeft met een man of een vrouw is niet belangrijk. Het belangrijkste is het respect dat je voor elkaar hebt, dat je afspraken maakt en een verhouding vindt waar beide zich in kunnen vinden en gelukkig in zijn. Dat is hetgeen waar een goede relatie om draait. Daar moet je aandacht naar uit gaan, niet de vorm van seksualiteit. Het zou absurd zijn om te zeggen dat mijn liefdevolle en respectvolle relatie met een man minder waarde heeft dan een heteroseksuele relatie zonder respect of liefde. Een relatie hoor je te beoordelen op de liefde en het respect dat een koppel voor elkaar heeft en voor zichzelf.

    Heb je ooit moeilijkheden ondervonden met vrienden of familie over je geaardheid in combinatie met je geloof?

    Natuurlijk. Er zijn genoeg mensen die moeilijkheden hebben met homoseksualiteit en met de combinatie islam. Dat is nu eenmaal niet de norm en ik vermoed dat dat voor veel mensen ook een moeilijke confrontatie is met gevoelens die ze ergens in zichzelf wel herkennen maar onderdrukken omdat ze het niet met zichzelf kunnen verzoenen. Maar ik denk dat dat niet eigen is aan de islam. In de sportwereld of andere sectoren moet je ook niet afkomen met je homoseksualiteit.

    Ken je veel andere LGBTQI+ moslims?

    Ik ken er niet veel omdat er veel hebben gekozen om eerlijk te zijn over hun geaardheid. Ze hebben hun religie achter gelaten, omdat er zoveel tegenkanting kwam vanuit hun religieuze omgeving. Ik heb ook zo’n periode gehad. Maar nu weet ik dat je niet moet kiezen, als je geloof je in je leven helpt. Dat is denk ik belangrijk voor een volgende generatie LGBTQAI+.

    Wat voor raad zou je geven aan mensen die zich moslim voelen en LGBTQAI+? Wat voor tips kan je geven?

    Luister niet naar mensen die zeggen dat dit absoluut niet samen gaat. Zoek eerder gelijkgezinden op. Er is bijvoorbeeld een imam in Frankrijk die homo is en een moskee met een LGBTQAI+ gemeenschap. Dat vind ik een mooie ontwikkeling. Maar uiteindelijk vind ik dat, hoe fantastisch het ook is dat we als maatschappij zo vrij kunnen spreken over seksualiteit, het blijft een privézaak waar anderen niets over te zeggen hebben. Je praat erover en deelt dat met wie je zelf kiest.

    Zijn er in België groepen of plekken waar je dan naartoe kunt?

    Niet echt. Ook hier leeft de idee dat beide moeilijk samen gaan. Je hebt wel veel plekken voor de LGBTQAI+ gemeenschap, maar voor diegene die hun geloof willen behouden ligt dat gevoeliger. Je zit immers met een samenleving waar je kans loopt om te worden geconfronteerd met racisme en islamofobie. En dan krijgt je vanuit de LGBTQAI+ gemeenschap soms als reactie ‘waarom zou je moslim willen blijven als je weet dat mensen je daar haten’. Maar dat geldt natuurlijk niet voor alle moslims.

    Put je inspiratie uit je geloof voor de manier waarop je je liefde beleeft?

    Zeker. Ik geloof sterk in de natuur. Ik bedoel dat wanneer mijn seksualiteit natuurlijk aanvoelt, dat het dan ook wilt zeggen dat het goed is. Er zijn ook veel diersoorten waar homoseksualiteit voorkomt. Het is dan ook vreemd om te denken dat homoseksualiteit onnatuurlijk is. De idee dat enkel heteroseksualiteit natuurlijk is, is een heel eng beeld van wat de natuur inhoudt. In werkelijkheid is seksualiteit iets dat heel fluïde is. Ik denk ook dat als je met een vrije blik naar je eigen seksualiteit kijkt, dat je ook de vrijheid van anderen meer gaat respecteren en zien.

    Je hebt een relatie met iemand die niet gelooft. Hoe gaat dat?

    Het is een atheïst (lacht). In mijn omgeving zijn er veel atheïsten. Als gelovige denk je soms dat ze in niets geloven, maar dat klopt niet. Een atheïst zoals mijn vriend gelooft vaak in veel meer dingen dan een gelovige, zoals de wetenschap of de natuur. Ik denk dat atheïsten er in slagen om geen absolute waarheden toe te kennen aan dingen, waardoor hun overtuigingen ook kunnen veranderen met bijvoorbeeld nieuwe bewijzen. Dat vind ik krachtig. Maar ook gelovigen kunnen zo in het leven staan en hun spiritualiteit laten evolueren met nieuwe ervaringen die ze opdoen. In die zin verschilt persoonlijke spiritualiteit van het construct religie met een vaste set aan overtuigingen. Overtuigingen moeten doorleefd zijn en dus bewegen. Onze relatie is op die manier heel vredevol. We luisteren naar elkaar en respecteren elkaars mening. En soms denk ik van ‘ja, dat is echt wel een sterk argument van hem’ of andersom wijs ik hem soms op een straffe toevalligheid en zeg ik ‘komaan, this is god’, en we laten ons door elkaars levensvisie inspireren. Het helpt wel als je afstapt van een absoluut overtuiging, dat je beseft dat er heel veel verschillende interpretaties zijn van deze wereld, in het verleden en nu. Je kan niet echt eens en voor altijd duidelijkheid hierover krijgen en daarin zit net veel schoonheid en vrijheid.

    Meer info over de activiteiten van Jaouad vind je op www.jaouadmusic.com.

  • Jaloezie in de relatie: lijm of venijn?

    Snuister je soms stiekem door jouw partners Whatsappberichtjes of sta je vaak binnensmonds te kijven wanneer ‘hij verdacht lang met iemand anders praat? Newsflash: je bent jaloers. Geen nood: wij spraken voor jou met Wim Slabbinck, psychotherapeut, seksuoloog en klinisch psycholoog. Hij werpt zijn licht op jaloezie in relaties.

    Wim Slabbinck, (relatie)therapeut

    Om met de deur in huis te vallen, speelt jaloezie vaak een rol bij de personen die bij jou op de praktijk komen?

    Absoluut. Jaloezie heeft vaak een negatieve connotatie van iemand te bezitten. Dat is niet ok. We streven in onze maatschappij naar gelijkwaardige relaties. Jaloezie kan daarbij moeilijk zijn. Zeker als je elkaar wel wilt vertrouwen, maar als het je niet lukt. Tegelijk kan jaloezie ook versterkend zijn voor een relatie, omdat het aantoont dat je elkaar de moeite vind of dat je niet wilt dat een ander met jou gaat lopen. We willen dus enerzijds dat de ander vrij is om te kiezen, maar ook dat die voor jou kiest. Op die manier verwijst jaloezie naar de wens van eenieder om elkaar te kunnen vertrouwen, om bij iemand te kunnen zijn en blijven.

    Zeg je dan dat het soms goed is om jaloers te zijn?

    Ik zou me ongerust maken als mijn vriendin nooit jaloers zou zijn of geen enkele interesse vertonen als ik een nacht niet thuis zou slapen of met een vriend heel intieme gesprekken voer die ik niet met haar voer. Het is een gevoel dat heel menselijk is, dat in heel veel culturen terugkomt en een heel duidelijke functie heeft om er ons op te wijzen dat we iets niet kwijt willen raken en dat het kostbaar is. In een ruimere context gaat het over de wens om iemand te kunnen vertrouwen en de liefde bevestigd te zien. Het moeilijke is dat we soms jaloers zijn over dingen die niet realistisch zijn. Zo had ik deze ochtend een koppel waarvan de man te veel en te lang porno kijkt. De vrouw heeft dit ontdekt en heeft het er heel moeilijk mee. Ook hij vindt dit moeilijk en kijkt al een jaar geen porno meer. Nu wilt zijn vrouw dat hij ook niet meer denkt aan andere vrouwen omdat dat te pijnlijk is voor haar. Ik denk echter dat het goed is om een privé te hebben met jouw gedachten, gevoelens en verlangens die niet gedeeld moeten worden in de relatie. Ik denk dat we ook niet anders kunnen. We zijn immers niet alleen mens, maar ook een dier met dierlijke verlangens die vaak veel sneller naar boven komend dan we toestaan vanuit allerlei ethische kaders. Verlangens komen en gaan en dat is bij iedereen zo. Het wordt pas een probleem wanneer jaloezie over gaat in bezit of het willen bezitten van de gevoelens, gedachten en verlangens van de ander.

    Dus de ander is volledig vrij in zijn of haar fantasie en we mogen daar niets op aanmerken?

    Dat is een goede vraag. Ten eerste kunnen we het antwoord daar nooit op weten. Jij kan nooit weten wat ik aan het denken ben over jou. Ook al glimlach ik hier en hebben we een goed gesprek, misschien heb ik wel gedachten die helemaal niet ok zijn. Dan is het aan jou om mij al dan niet te vertrouwen. Iemand graag zien betekent dat je aanvaard dat er misschien ook dingen zijn die je niet leuk vind en niet passen in je ideaalbeeld. Die dingen moeten er kunnen zijn en hebben ook een functie. Erotische gedachten hebben over andere mensen helpt om druk af te laten van een monogame relatie, lees de keuze om voor altijd met één iemand seks te hebben. We weten uit onderzoek dat mensen die dat soort fantasieën wegduwen, bijvoorbeeld uit religieuze overwegingen, het vaak moeilijk hebben met thema’s als ontrouw of porno, omdat dat gezien wordt als een verboden vrucht. En dat maakt het net nog aantrekkelijker. Als je denkt dat je niet aan andere vrouwen mag denken … dan denk je daar natuurlijk wel aan.

    Heeft iedereen verlangens naar anderen?

    Neen, niet noodzakelijk. Mensen verschillen in wat ze willen in een relatie en in hun behoeften. Sommigen kunnen zich helemaal vinden in een monogame keuze, anderen kunnen zich meer vinden in een polyamoureuze keuze of wat dan ook. Het is belangrijk dat je dat weet van jezelf en dat je weet wat voor jou een goede insteek is om een relatie te beginnen. Het is bijvoorbeeld niet evident als je een zeer jaloerse partner hebt en je zelf eerder polyamorisch bent. Het zal dan uiteraard moeilijker zijn om vertrouwen te ontwikkelen.

    Wat is polyamorie juist? Is dat een open relatie?

    Zoals ik het zie – want er zijn veel definities – ben je polyamorisch als je zegt dat je de liefde niet wilt beperken tot één persoon. In vriendschapsrelaties is zoiets evident, maar als het gaat over liefdesrelaties hebben we vaak het idee dat je maar van één persoon kunt houden. In mijn praktijk merk ik dat heel veel mensen in staat zijn om meerdere mensen graag te zien. Ze zitten bijvoorbeeld in een monogame relatie en hebben toch een minnares die ze ook graag zien. Of je kan ook van meerdere mensen tegelijk houden zonder dat daar seks bij komt. We zijn er alleszins toe in staat, zelfs al werkt dat niet voor iedereen even goed.

    En is jaloezie vaak een probleem in een polyamoreuze of open relatie?

    Erotische gedachten hebben over andere mensen helpt om druk af te laten van een monogame relatie, lees de keuze om voor altijd met één iemand seks te hebben.

    Je zou verwachten dat jaloezie meer gaat spelen, maar blijkt dat dat vooral gaat spelen bij mensen die niet goed gehecht zijn. Hechting is iets dat vooral in de kindertijd gebeurd, waar je leert dat je papa en mama kunt vertrouwen, dat je leert dat ze er zijn voor jou, dat ze voor jou zorgen en niet opeens weg gaan zijn. Als dat vertrouwen geschaad wordt in de kindertijd of in latere relaties, dan maakt dat ons moeilijker om te vertrouwen of te overtuigd te zijn dat iemand goede intenties heeft met jou. Dat maakt dat je in monogame relaties sneller jaloers gaat zijn wanneer je partner op café gaat of evengoed wanneer je in een polyamoureuze relatie zit. Het is dus niet zo dat jaloezie meer speelt bij polyamorie, maar het is wel zo dat je meer op de proef wordt gesteld. Als je de idee achter je moet laten dat je voor altijd met één iemand samen zal zijn – en dat is een stuk culturele bagage –dat gaat niet zo maar. In die zin is jaloezie ook cultureel ingebed dat je niet zomaar in een switch omdraait. Het is een proces dat tijd vergt.

    Zijn er dan culturen waar jaloezie minder speelt?

    Zeker. Als jaloezie verwijst naar bezit, dan is dat meer aanwezig bij sedentaire samenlevingen waar je instrumenten nodig hebt voor je veld te bewerken en helpende handen. Seks helpt dan om partners te binden die kunnen helpen, net zoals de kinderen kunnen helpen en later ook voor de ouders kunnen zorgen. Nomadische samenlevingen hebben veel minder dat begrip van bezit van grond of personen. Zo zijn er in Zuid-Amerika bij een aantal stammen verschillende mythen over hoe je gemakkelijk zwanger geraakt. Daarin wordt bijvoorbeeld gezegd dat als een vrouw vrijt met iemand die groot is en met iemand anders die grappig is, dat het kind dan meer kans heeft om zowel groot als grappig te zijn. Alle mannen die met die vrouw seks hebben zullen dan helpen met de opvoeding van het kind, om dan samen er voor te zorgen dat het kind goed wordt opgevoed. Opvoeding daar is dus meer een groepsgebeuren en minder iets dat enkel door het gezin gebeurd. Dit is dus een heel andere manier om naar relaties te kijken.

    Als we naar onze cultuur kijken met een muziek en reclame-industrie die vrouwen enorm erotiseert en een sociale media waar iedereen het beste van zichzelf wilt laten zien, heeft dat allemaal een groot effect op jaloezie?

    Het is niet gemakkelijk om te waarderen wat we al kennen en hebben. In reclame en media worden we inderdaad vaak met beelden geconfronteerd van dingen die we zelf niet hebben. En in een maatschappij waar mensen meer en meer vereenzamen wordt dat nog moeilijker. Het is niet gemakkelijk om op je smartphone alles te kunnen zien wat je allemaal niet hebt, terwijl dat je naast je partner zit waar je niet altijd mee geconnecteerd bent. We zijn gemaakt om samen te zijn, ervaringen te delen, samen dingen te doen zoals koken, vrijen, wat dan ook. En toch vraagt de samenleving van ons dat we meer en meer dingen alleen doen. Dan krijg je extremen zoals het niet meer kunnen zorgen voor je moeder, terwijl je wel een inkomen moet voorzien om een vreemde te kunnen betalen voor haar verzorging. Dat gaat ver vind ik. In een relatiecontext geeft dat de uitdaging dat je het goede moet kunnen blijven zien, ondanks of dankzij het gewone. Als therapeut heb je daar een belangrijke functie om partners naar het gewone te laten kijken en naar het mooie van de dagelijkse routine. We noemen dat sleur, maar er zit heel veel schoonheid in. Deze ochtend vertelde een man mij dat hij geen goede man was voor zijn vrouw. Ik vroeg hem op welke manier hij nog wel een goede man was. Toen kwam er een hele waslijst aan dingen die hij deed, zoals eten maken, er altijd zijn, vertellen dat hij ze graag ziet, zijn job doen terwijl hij zijn job niet graag doet, etc. Heel veel keuzes die mooi zijn vanuit de liefde. We zijn echter vergeten om van die gewoonte te houden en dat is denk ik een van de grootste uitdagingen in een relatie, om het gewone te kunnen appreciëren.

    En welke raad geef je dan aan mensen die dat mooie in het gewone niet zien?

    Ik ga de vragen stellen die hen een meer genuanceerde blik kunnen geven om dat bij elkaar te appreciëren, om bij elkaar te gaan ontdekken wat er allemaal is. Iets wat ik soms aanraad – ik probeer het zelf ook te doen, maar het lukt me niet altijd – is om proberen te zien wat mijn vriendin gedaan heeft als ik thuis kom. Heel vaak doen we dat niet en vinden we dat allemaal normaal, maar dat is niet zo. Het is niet normaal dat ze bijvoorbeeld deze namiddag gestofzuigd heeft. Stilstaan bij de kleine dingen, dat is volgens mij de onderhoudende kracht van een relatie. Veel meer dan bijvoorbeeld de bucketlists die je zo vaak in relatiemagazines ziet of de relatietips om je relatie spannender te maken. Belangrijker is dat je je veilig voelt, maar het kan natuurlijk helpen om vanuit een behoefte samen op zoek gaan naar avontuur.

    Stel dat er een koppel komt dat zegt dat ze hun relatie willen open stellen. Wat voor advies geef je hen dan?

    Daar is geen first aid kit voor. Wat wel super belangrijk is, is de vraag hoe ze tot dat idee gekomen zijn. In het beste geval is het een keuze van beide, waar je beide helder kiest om je relatie open te stellen of meer ruimte te creëren voor jezelf. Maar het is belangrijk om te weten dat je jaloers zult worden. Als je bijvoorbeeld je eerste nacht thuis zit, terwijl je man of vrouw bij iemand anders in bed ligt, dan is dat niet zo gemakkelijk. Daar moet je meer leren omgaan, maar dat is al een stap die ver vooruit ligt. Eerst moet je een common ground vinden om de veiligheid te hebben om het erover te hebben en er over durven te spreken. Als je dat kunt, dat is al een hele stap.

    En welke raad zou je geven aan mensen die veel jaloezie ervaren?

    Een belangrijke vraag is of de jaloezie enkel in deze relatie speelt of ook in vorige relaties? Als dat in vorige relaties al het geval was, dan is de kans groot dat de moeite die je hebt in het vertrouwen van je partner een oorsprong vind in het verleden en niet zozeer bij je partner. Speelt het enkel in je huidige relatie, dan ligt het misschien in jullie communicatie, in een verschillende houding naar anderen of in andere dingen. Wat alleszins niet helpt is controle. We zien soms dat jaloerse mensen in de relatie een politieagent worden: mails, telefoon of Facebook checken, maar dat is geen vertrouwen. In een goede relatie kan je vertrouwen hebben dat de ander een goede keuze maakt voor jou. Dat is de basishouding die in elke relatiekeuze belangrijk is. Zonder dat kan geen enkele relatie werken denk ik.

    https://www.youtube.com/watch?v=ThUxXUFDCGg
  • (Over)leven zonder seks

    1 op de 100 personen die jij vandaag op straat voorbij loopt is volgens een Brits onderzoek uit 2004 aseksueel. “Aseksualiteit is een gebrek aan seksuele aantrekkingskracht”, vertelt Martine Defoort van Asexual vzw. Dat wil echter niet zeggen dat ze nooit seks hebben. Tijd om aseksualiteit eens van dichterbij te bekijken.

    Weinig mensen halen het tegenwoordig nog in hun hoofd om homoseksualiteit in vraag te stellen of de zekerheid daarvan in twijfel te trekken. Als het over aseksualiteit gaat fronsen er meer personen hun wenkbrauwen of rollen de ‘droge’ moppen over de tong. Het wel of niet seksueel aangetrokken zijn tot iemand is natuurlijk moeilijk meetbaar, net zoals het opstellen van een duidelijke definitie voor aseksualiteit. Sommige aseksuelen kennen gevoelens en aantrekkingskracht zoals verliefdheid maar ervaren geen lust of seksuele aantrekking. Anderen zijn dan weer a-romantisch aseksueel: ze worden niet (vaak) verliefd en geraken (meestal) van niemand seksueel opgewonden.   

    Aseksualiteit lijkt voor leken alweer een nieuw etiket, het zoveelste label om te praten over iemands seksuele oriëntatie. Voor aseksuelen brengt het woord net soelaas. Eindelijk een begrip dat een deelaspect van hun identiteit benoemt en bespreekbaar maakt. Martine ontdekte pas op haar 37e dat aseksualiteit bestond: “Hetgeen ik ervaarde bleek al langer bekend te zijn. Ik was niet de enige die zich ‘anders’ voelde. Op fora las ik hoe aseksuelen hun ‘anders zijn’ met elkaar deelden en bij elkaar een luisterend oor vonden. Dat gaf me veel steun.”

    Ook voor Marleen Schoenmaeckers, medebestuurslid van Asexual vzw, maakte het een groot verschil toen ze ontdekte dat aseksualiteit een geaardheid was net als alle andere, en dus geen symptoom of ziektebeeld. Geen teken dat er iets mis was met haar. “Het benoemen gaf me een zetje in de richting van het te accepteren. Nu kan ik er ook beter over praten met anderen die vertrekken vanuit een seksueel referentiekader in een overgeseksualiseerde wereld.”

    GEEF MIJ MAAR NATUUR IN PLAATS VAN SEKS

    Vragen die Martine en Marleen vooral niet willen horen zijn: ‘Heb je al wel eens goede seks gehad?’ en ‘Misschien ben je gewoon nog nooit klaargekomen?’. Veel van dit soort nieuwsgierigheden zijn gestoeld op onwetendheid en vooroordelen. Dit maakt het moeilijk voor aseksuele personen om open te praten over hun seksuele identiteit. “Omdat ik geen seksuele aantrekkingskracht voel en een heel laag libido heb, mis ik geen seks”, vertelt Martine. “Moest ik mijn eigen geaardheid verloochenen en seks hebben omwille van de seksuele partner, zou ik elke keer opnieuw het gevoel hebben dat ik verkracht werd”, vult Marleen aan. Dit wilt natuurlijk niet zeggen dat alle aseksuelen een seksloos leven leiden. Seks komt bij hen meestal voort uit een behoeftebevrediging van de ander. “Ik zou het dan beter vinden moest mijn partner het puur seksuele elders gaan zoeken”, gaat Marleen voort. “Daar zou ik helemaal geen probleem mee hebben.”

    Verruimt een relatie zonder seks je blik op intimiteit? “Op fysiek vlak doe ik hetzelfde als anderen”, zegt Marleen. “Kussen, knuffelen, dat kan allemaal. Daarnaast vind ik het ook heel deugddoend en intiem om samen verhalen te delen, te dansen, te genieten van de natuur, te reizen, tijd te maken voor elkaar en bewust aandacht aan elkaar te besteden.” Voor aseksuelen die deze intimiteit met iemand willen delen, is het niet altijd even makkelijk om de juiste persoon te vinden. In een wereld waarin aseksualiteit nog niet zo bekend is, kan het best een pittige zoektocht zijn om andere aseksuelen te ontmoeten.

    NIET PANIKEREN MAAR GROEPEREN

    “Toen ik ontdekte dat ik aseksueel was, wou ik mij aansluiten bij een vereniging die aseksuelen vertegenwoordigt. Maar die was er niet.” Jarenlang wachtte Martine op iemand die zo’n organisatie uit de grond zou stampen. Uiteindelijk nam ze de touwtjes zelf in handen en startte in 2019 met het organiseren van praatmomenten voor aseksuelen. “Ik vind het belangrijk dat aseksuelen kunnen samen komen om een luisterend oor te vinden. Tijdens de praatmomenten geven we informatie over aseksualiteit en tonen we dat er anderen zijn die voor aseksuelen opkomen.” Sinds 15 januari 2020 kan Martine met trots zeggen dat ze met Asexual vzw de eerste vzw voor aseksuelen in België oprichtte.” Momenteel komen er tussen de 2 tot 11 personen naar de praatcafés van Asexual vzw. Het merendeel van de leden zijn vrouwen. “We horen van aseksuele mannen dat het niet makkelijk is om – in deze samenleving waar de mannelijke rol in het seksleven een prominente rol speelt  – naar buiten te treden als aseksueel”, zegt Martine. “ De meeste mannen houden het liever geheim. Het zou kunnen dat er gewoonweg meer vrouwen dan mannen aseksueel zijn, maar het kan ook zijn dat mannen het moeilijker vinden om zich te uiten als aseksueel.”

    Martine Defoort, oprichter van Asexual VZW.
    Martine Defoort, oprichter van Asexual VZW

    Canadees psycholoog Anthony Bogaert constateerde uit zijn onderzoek dat ongeveer 1 procent van de Britse bevolking zich nog nooit seksueel aangetrokken voelde tot iemand. Dit kwam vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. Uit de resultaten van een Nederlands onderzoek bleek dat 0,5 procent van de mannen en 3 procent van de vrouwen vaak een verminderd seksueel verlangen heeft, wat kan wijzen op aseksualiteit.

    Martine en Marleen willen samen meer praatmomenten over heel België organiseren voor aseksuelen. “We willen vooral dat iedereen ons kent. Dat iedereen die twijfelt of er zeker van is dat hij/zij/x ace (aseksueel) is, ons vindt en durft afkomen naar de praatmomenten. Want iedereen heeft het recht om openlijk uit te komen voor een geaardheid, zonder daartoe gereduceerd te worden.”

    Meer info?

    https://www.youtube.com/watch?v=4Vyyboh8h6A
  • Welke plek neem je zelf in in een relatie, en hoeveel offer je op? (video)

    “Ik vind dat iedereen zichzelf voorop moet stellen”

    Wij vroegen aan enkele Brusselaars wie het belangrijkst is in een relatie: jijzelf of de ander? En hoever gaat je zelfopoffering wanneer het tegenzit?

  • Hoe is het om jaloers te zijn, of een jaloerse partner te hebben? (video)

    Porno? Is het niet goed genoeg wat wij doen?”

    Wij vroegen aan enkele Brusselaars hoe zij omgaan met jaloezie in hun relatie.