Bruzz bracht vorige maand een bezoek aan La Parla in Full Circle Brussels. Bij La Parla draag je een sticker met de talen die je spreekt of wilt oefenen. Free.brussels redactielid João plakte de sticker op en ging in gesprek.
Als deelnemer van La Parla (in Full Circle Brussels) wil ik graag mijn inzichten delen over dit meertalig initiatief. Waarom? Het brengt nieuwe ideeën en vormen op in gesprek te gaan in de taal die je interesseert. Mensen brengen op tafel hoe ze andere mensen motiveren zonder het te weten. Daar blijven ze in contact met elkaar.
Het legt goed uit wat Brussel vandaag de dag is als hoofdstad van Europa, een multiculturele stad. Maar helaas is dat niet zo evident als je een inwoner van Brussel bent. Daarom bestaat La Parla. Je wisselt een taal uit die je echt wil houden en meer leren.
Mensen die deelnemen aan La Parla zeggen vaak dat de taal die tijdens een taalcursus wordt geleerd niet dezelfde is als wat je op straat hoort. Dat vormt zeker een grote onderbreking in het leerproces en het participeren in de samenleving. Daarom zoeken deelnemers zelf mechanismen om hiermee om te gaan, zoals bijvoorbeeld hier waar er een meertalige omgeving is. Ze willen meestal de taal levend houden en te oefenen, zodat ze deze vrij actief kunnen gebruiken in hun dagelijks leven. ‘La Parla’ geeft dit moment waarop bijna alles begrijpelijk is en er enthousiasme heerst. Dat komt doordat iedereen zijn eigen pad bewandelt terwijl ze van slokjes nemen vanuit een glas wijn of bier genieten. Je voel je actiever aan het gesprek maar ook een echt actieve luisteraar. Wat op school anders is omdat je een passieve leerling bent en daardoor voel je je minder gemotiveerd.
Op de avond dat ik deelnam, sprak ik met Joris. Hij komt uit Roemenië en vertelde me dat hij zich zekerder wilt voelen in het Nederlands, maar helaas is dat niet altijd eenvoudig omdat hij thuis of op het werk geen Nederlands spreekt. Op de school van hun dochter wil hij echter wel goed begrijpen wat de leraren zeggen tegen hem, zodat hij zich kan integreren in de schoolsfeer of gemeentelijke maatschappij.
Daarom neemt hij deel aan La Parla. Als deelnemer zie ik hoe zorgvuldig en aandachtig mensen zijn bij het uitwisselen van taal. Op basis van deze ervaring willen ze nieuwe perspectieven ontdekken.
João Rodrigues is redactielid bij free.brussels
“Ik ben grafisch en motion designer die werkt aan projecten die verband met visuele identiteit, grafische verhalen en gemeenschap. Ik kom van Madeira Island, in het midden van de Atlantische Oceaan – Portugal. Ik heb boek design en typografie gestudeerd in Duitsland, maar waar ik echt gelukkig van word, is het leren van talen en van daaruit nieuwe manieren van leven ontdekken. Het wonen in België heeft me gemotiveerd om te schrijven en grafisch ontwerp te gebruiken om uit te leggen hoe het voelt om een nieuwe taal te leren.”
Riva is 18 jaar en doet momenteel een Samenlevingsdienst bij Fabota: een naschoolse kinderwerking voor kinderen uit maatschappelijk kwetsbare gezinnen. Ze wou graag een tussenjaar nemen en hiervoor kon ze meteen terecht bij de Samenlevingsdienst. Via dat programma kunnen jongeren zich een half jaar lang vrijwillig inzetten voor een gastorganisatie naar keuze en krijgen ze zo de kans om zichzelf en de maatschappij te ontdekken.
Riva zat tijdens haar middelbare studies op een steinerschool. Maar na dat traject werden het schoolwerk en de stress haar even te veel. Een tussenjaar bood zich aan als ideale oplossing en via een SID-in beurs kwam ze bij de Samenlevingsdienst terecht. De keuze voor Fabota als gastorganisatie was voor Riva snel gemaakt. Bezig zijn met kinderen en in dit geval kleuters is, naast volleyballen, een van haar grote passies. “Ook in mijn vrije tijd babysit ik. Kleuters zijn zo eerlijk en speels. Ze kunnen snel verwonderd zijn en dat vind ik fijn.”
Wie Riva hier bezig ziet, merkt dat ze haar weg heeft gevonden. Met veel passie en overgave ontfermt ze zich hier elke dag over een groep van zo’n 30 kleuters die vaak veel energie vragen. “Ik vond het in het begin wat moeilijk om streng te zijn. Dat heb ik dus echt moeten leren. Kinderen zitten vol met energie en steken soms ook wat kattenkwaad uit. Duidelijke regels en limieten stellen is dan nodig. Ik heb ook geleerd om in teamverband te werken.”
Ze vertelt ons dat het team waarin ze terechtkwam, meteen goed aanvoelde. “Dit is iets waar ik me goed bij voel: deze omgeving, deze mensen. Ik heb hier, zoals alle jongeren die een Samenlevingsdienst doen, ook een mentor. Het is goed om te weten dat ik bij haar met al mijn vragen terechtkan. Het idee dat ik er niet alleen voor sta, brengt me veel rust. Het is trouwens ook niet erg als ik eens een fout maak. Ik haal hier zoveel energie uit.”
Die energie gaf haar ook zin om na dit traject verder te studeren, iets waar ze tot voor kort geen motivatie meer voor had. “Ik weet nu welke richting ik uit wil in mijn leven en een Samenlevingsdienst doen, heeft mijn interesseveld nog meer verbreed. Ik twijfel nog over welke studie ik het liefst zou volgen, maar alle opties hebben met kinderen en de sociale sector te maken.”
Of ze het hier zal missen als ze straks haar studies aanvat? “Enorm! (lacht) Maar ik heb al afgesproken om in de zomervakantie terug te komen. Ik kan dit niet helemaal loslaten. Ik zou een Samenlevingsdienst zeker ook aan andere jongeren aanraden. Als je nog niet weet wat je precies wil doen of een actieve pauze nodig hebt om jezelf te ontdekken, is dit ideaal.”
De Samenlevingsdienst geeft jongeren de kans om zich vrijwillig in te zetten in een gastorganisatie en het werkveld te leren kennen. Jongeren hebben hier ook de kans om vormingen te volgen. Nieuwe trajecten starten op in mei, september en november. Meer info? Check hun website.
De Samenlevingsdienst is gastredacteur bij free.brussels
Ruwweg de helft van de bevolking weet wat het is, en toch is het niet ‘netjes’ om er echt over te praten. Toegegeven, we zwijgen vooral tegen mensen die zelf niet menstrueren, maar vallen onze lotgenoten ook liever niet te lang lastig. Het delen van onze ervaring wordt wel vaker bestempeld als klagen en dat snoert ons dan ook de mond.
Deze maandelijkse belevenis kost ons fysiek, mentaal en financieel heel wat. Volgens een menstruatiebevraging die Caritas Vlaanderen deed in 2019 heeft 12% van de Vlaamse meisjes tussen 12 en 25 soms geen geld voor hygiëneproducten en reiken deze cijfers tot 45% bij leerlingen die in materiële deprivatie leven.
Voor een klein pak maandverband van Always betaal je tegenwoordig €7,49 in de Kruidvat. Deze gaat doorgaans ongeveer één menstruatie mee. De lange maandverbanden van het huismerk Kruidvat kosten dan weer slechts €1,49 voor 10 stuks, en voor de katoenen versie betaal je €2,99. Dat wil zeggen dat je respectievelijk €4,47 en €8,97 betaalt om zeker genoeg te hebben voor één menstruatie. Echter werden menstruatieproducten tot in 2018 nog belast als luxeartikelen, in tegenstelling tot bijvoorbeeld condooms.
In 2005 werkte Maya Detiège (Vooruit) een eerste keer een wetsvoorstel uit om komaf te maken met de tampontaks. Daarvoor werkte ze samen met ZIJkant, een progressieve vrouwenbeweging, die flyers in de vorm van een bloedvlek op de zetels van de Kamer achterliet. Een hele hoop mensen moeten namelijk kiezen tussen hun maandelijkse hygiëne en hun andere basisnoden. Met andere woorden; je scheurt je broek eraan of je maakt ze vuil.
Dure noden
Het voorgenoemde onderzoek meldt dat de helft van de Vlaamse leerlingen weleens een zakdoek gebruikt tijdens hun menstruatie en dat 65% van de leerlingen wiens familie over onvoldoende middelen beschikt wel vaker andere oplossingen zoekt. Behalve zakdoeken wordt er gebruik gemaakt van wc-papier of een dubbele onderbroek. Van die laatste groep mist 15% weleens school door gebrek aan menstruatieproducten1.
Je kan ook duurzaam menstrueren en veel meer betalen voor cups en wasbare verbanden (van bijvoorbeeld Ecofemme). Alleen is het nogal moeilijk om met de ‘volle’ versie van deze producten om te gaan in het openbaar. 18 tampons kosten ook tussen de 4 en de 5 euro. Daarvoor koop je in de meeste warenhuizen al redelijk wat ingrediënten voor een maaltijd. Zelfs als je voor je product hebt betaald, heb je nog geen pijnstillers of kersenpitkussen gekocht. Natuurlijk kan je je regels overslaan met de anticonceptiepil (die terugbetaald wordt tot je 25 jaar bent), maar deze komt met een lange lijst bijwerkingen.
Je moet nu eenmaal menstrueren, eten, jezelf kleden en je rekeningen betalen. Hoeveel we kunnen én moeten incasseren verschilt van persoon tot persoon. Zwijgen is dus best een logische conclusie als je moet gokken hoeveel jouw situatie overeenkomt met van die van anderen. Hulp vragen lijkt dan al helemaal onmogelijk. Het taboe rond armoede komt zo boven op het taboe rond menstruatie te liggen.
Steun vanuit Brussel
In de Locquenghienstraat 19 werken de medewerkers van Veronica Martinez er elke dag aan om deze stilte te verbreken. Zij richtte BruZelle vzw op in 2016 en zocht in haar eigen onderzoek manieren om aan de maandelijkse hygiënenoden van mensen in precaire situaties respectvol tegemoet te komen. Vanaf het begin kreeg ze hierbij hulp van haar vriendinnen, die zich nog altijd als vrijwilligers engageren, en drie maanden na de oprichting maakte ze van BruZelle officieel een vzw.
Één van de doelen van de vzw is het opstarten van een nationaal gesprek rond menstruatie. Zo hoopt BruZelle het onderwerp te banaliseren en de bevolking ervan bewust te maken dat de beschikbaarheid van hygiënische producten niet vanzelfsprekend is voor iedereen.
Verder biedt BruZelle ook educatiepakketten aan in scholen en jeugdhuizen, verzamelen ze maandverband om te doneren aan individuen en hulporganisaties en – centra over heel België, en bieden ze workshops aan om je eigen herbruikbare maandverbanden te stikken.
Iedere dag kloppen buurtbewoners ook gewoon aan om een zakje met maandverband te ontvangen. Dit gebeurt zeker een zestal keer per dag, volgens educatiemedewerker Julie, maar de subsidiëring en het drukke schema van de educatiecampagne van de vzw laat niet toe dat er de hele dag iemand aanwezig is op kantoor.
“Daarom gebeurt het niet gauw dat mensen uit andere buurten langskomen, want dat kan teleurstellend uitdraaien,” vertelt Julie, die zowat elke dag op locatie is, om jongeren te sensibiliseren rond menstruatie.
Julie wordt regelmatig uitgenodigd door het bestuur van jeugdhuizen of de directie van scholen, maar de jeugd kan zelf ook contact opnemen met BruZelle om Regels van 3 te organiseren. De regels staan voor educatie, sensibilisatie en informatie.
Tijdens een creatieve, interactieve, situationele of educatieve module wordt altijd een collectedoos voor maandverband gemaakt die enkel dient voor de leerlingen en jeugdhuisbezoekers.
Op het einde van de creatieve workshop, waar tekeningen, collages, enzovoort worden gemaakt, kunnen de participanten er ook voor kiezen om hun werkjes te laten tentoonstellen op Wereldmenstruatiedag. Tijdens de sessies wordt de term ‘armoede’ niet gebruikt zodat iedereen zich gemakkelijker over het taboe rond menstruatie kan zetten, bijleren en maandverband aannemen. Julie geeft dan ook maandverband aan jongeren die nooit zullen menstrueren.
Vrijwilligers in actie
Op woensdagavond ging ik zelf naar de wekelijkse workshop ‘Zakjes vullen,’ waar je na inschrijving via info@bruzelle.be om 18u welkom bent om honderden zakjes te voorzien van telkens 20 individueel verpakte maandverbanden. Deze worden vervolgens uitgedeeld over allerlei hulporganisaties in heel België.
De maandverbanden worden gedoneerd door Always, de overheid en individuen. Deze laatste komen uit de collectepunten van BruZelle, waarvan er zich meer dan 80 in Brussel bevinden. Ze zorgen ervoor dat BruZelle verschillende soorten maandverband kan voorzien, maar zijn na een eerste verdeling helaas al op. “De collectepunten zijn geen grote bron van donaties, maar wel goede reclame,” lacht Julie.
We verdelen de maandverbanden in stapeltjes van 10 en steken ze in zakjes die op de maandelijkse workshop ‘Zakjes naaien’ door vrijwilligers werden gestikt. Deze bestaan uit gedoneerde stoffen in uiteenlopende kleuren, texturen en prints en worden voorzien van een trekkoordje en een knop. Als het zakje gevuld is met een infobrochure, 19 gewone verbanden en 1 nachtverband, trekken we het koordje toe en stopt Julie de zakjes in – door vrijwilligers en medewerkers gedoneerde – bananendozen en schrijft ze de bestemming er in alcoholstift op. Zo vertrekt de lading naar plaatsen waar altijd een gesprek over armoede en trauma plaatsvindt.
Spreken is groen licht geven
In een privésetting durven we wel spreken, en sommigen onder ons zijn gewoon opener dan anderen. Soms geven we elkaar tips om pijn te verlichten en acné te bestrijden, en die tips getuigen weleens van compleet onbegrip. Maar, we proberen wel. We geven tampons en maandverband bij nood af aan iemand die we niet kennen, of zelfs helemaal niet leuk vinden. We haasten ons dan ook naar onze voorraad als we een bericht vanuit de wc krijgen van iemand met een verrassing in de onderbroek.
Menstrueren is duur, pijnlijk, veranderlijk en kan daarbovenop gepaard gaan met acné tot lang na de puberteit. PMS brengt depressie en, in vele gevallen, zeer donkere gedachten met zich mee. Dat is een hoop gespreksstof, maar aangezien we met zovelen nu eenmaal menstrueren, hebben we alvast één ding gemeen.
De solidariteit is er al, dus begrip kan niet veraf zijn. Onze voorgangers staakten en kwamen op straat voor noden van kinderopvang tot het openen van een zichtrekening en het recht om een ambt te blijven bekleden eens je je trouwring uitdeed. Wij hoeven enkel te praten. Laten ons dus plaats innemen, en zo ruimte maken voor degenen die volgen en op dit eigenste moment worstelen.
Afgelopen week hield de free.brussels redactie haar maandelijkse vergaderingop het Saincteletteplein. Met een mix van anciens en nieuwelingen in het team wisselden we gedachten voor nieuwe stukken uit, tot we werden opgeschrikt door terreur. Dzenita deelt haar verhaal.
Laat ik eerst en vooral verwittigen dat ik liever een satirische toon aanhoud en hier dus eigenlijk de woorden niet voor heb. Naar gewoonte wil ik oordelen, met een knipoog naar de verdachte, maar hier is geen humor.
Die dag was mijn grootste vrees dat ik me niet zou kunnen uitdrukken op de manier dat ik wenste, en die vrees kwam meteen uit. Tijdens mijn eerste ontmoeting met het team van free.brussels was ik onhandig ideeën aan het verkorten in de hoop niet te veel tijd en aandacht op te eisen. Die uitstraling van onwetendheid heb ik de hele avond aangehouden, en het hoogtepunt bereikte ik toen we getuigen werden.
Met zijn vieren stonden we te kijken naar een terreuraanslag en speelden er enkele taferelen gewoon verder af, alsof we niet in shock waren. De ene waarschuwde zijn volgers op Instagram, en leek zelfs met een smartphone-camera een pro. Hij nam liever actie, maar dan het soort actie waarbij de initiator een geweldig luistervermogen bleef hebben. Het soort persoon dat niemand tijdens een drama zou negeren. De volgende, een creatief meisje, met entertainende ideeën en een kalme aanwezigheid, wiens gevoel voor verantwoordelijkheid pijnlijk voelbaar reikte naar de overkant van de straat. Daar wonen haar vrienden die ze meteen waarschuwde over het nabije onheil. Onze coördinator, vol kennis van ballistiek, gedragspatronen, onderzoek enzovoort was nieuwgierig en verafschuwd, en stelde ons gerust met alle genoemde kwaliteiten. Maar ik, ik kon niet anders dan staren, alsof ik weer dat kleine meisje was wiens mama de avondklok had gemist en de hele nacht in de cel verbleef, terwijl ik uitzichtloos op haar wachtte.
Mijn moeder wil amper spreken over haar ervaringen tijdens de oorlog; eerst en vooral, zegt ze, is het niet te vergelijken met het lijden van de mensen in Srebrenica, Mostar en Sarajevo. Ze was inderdaad niet zo mager als onze landgenoten die in de concentratiekampen zaten, maar ik twijfel of ze de 45kg haalde. Mijn zus is snel overgegaan op flessenvoeding en was gelukkig een snelgroeiende baby, maar zo verdween dat eten weer uit mama’s mond. Lijden kan je nooit vergelijken: Syrië, Rwanda, Palestina, Iran, Jemen, Vietnam, Armenië, Irak, Zuid-Afrika, Congo, nazi-Duitsland, de Europese heksenjachten, … En het niet vergelijken geldt voor elke menselijke ervaring, maar dat klinkt als filosofie en filosofie is een luxehobby. Dat is niet mijn afkomst. Deze week spreekt mijn afkomst namelijk wel een beetje, over de keer dat ze naar de stad ging en er granaten vielen.
“Ik ging gewoon lopen maar ze leken overal in te slagen. Ik wist niet of ik in de juiste richting was aan het lopen. Lopen, lopen tot ik achter een gebouw kon gaan schuilen. Mijn hart bonsde de hele tijd. Ik wachtte tot het over was, maar ik wist niet of de pauze een val was voor de overlevenden.”
Toen we op maandag 16 oktober rond onze tafel vergaderden op het Saincteletteplein en de discussie ons voerde naar of wat we hoorden nu wel of niet geweerschoten waren, zagen we plots een groepje mensen wegrennen. Ik denk nog altijd aan de vrouw in de champagnekleurige jas die aan de overkant richting de brug liep. Rond dezelfde tijd dachten zowel de andere redactieleden als ik aan dat wapen. Het soort wapen waarbij je de trekker gewoon kan blijven overhalen. Het soort dat Amerikaanse jongens die slecht in hun vel zitten de laatste decennia zo vaak proberen te verkrijgen om wraak te nemen op hun schoolgenoten. Massamoord in een handomdraai.
Mijn kladversie van dit artikel ging over de gewenning aan geweld via media en eigen belevenissen, de behoefte aan controle en de impact op andere mensen. Het ging over hoe mensen hun eigen grenzen en die van anderen overschrijden tot ze het soort crimineel worden dat het publiek in shock laat. Maar tijdens het schrijven bleek dat ik – net als zij– een mamaskindje ben.
Wij keken toe terwijl hij verrassend traag van zijn misdaad wegliep, enkele keren in de lucht schoot, riep dat god groot was en vertrok. Ik vraag me af of hij heeft onderhandeld over het gebruik van de scooter, maar ik weet niet in hoeverre terreurorganisaties toegeven dat ze zoals een bedrijf functioneren. Dan nog, is er vaak maar één ding waar delinquenten met kinderen deals voor sluiten, maar dat is slechts speculatie. Het zou weleens kunnen dat het lijden van godsdienstgenoten, Koranverbrandingen en weinig toekomstperspectief genoeg waren om van hem een moordenaar te maken. Dat is voor veel jongens die hier geboren werden ook genoeg geweest om van hen kanonnenvoer te maken.
De hoofdstad van mijn thuisland was beklad met oorlogsgrafitti in de jaren negentig, en twee geschriften kwamen het vaakst voor. “Welcome to hell” werd gericht aan enkele journalisten die ons ondanks alles bezochten en “pazi snajper” was er om bezoekers en zelfs buurtbewoners te waarschuwen. Toch gingen de stoutste jongens sowieso buiten spelen, waar niet altijd, maar wel vaak volwassen mannen met geweren vanop daken op hen zaten te wachten. Zo konden ze de islam bij de wortel uittrekken en verhinderen dat er bijkwamen. Meisjes konden ze nog even gebruiken voor ook zij aan de beurt waren.
Mijn nieuwe kennissen hebben hun getuigenis afgelegd bij de politie. Dit was hun beslissing, en toont – vind ik – dezelfde liefde voor hun medemens als de beschermende rol die zij tijdens de aanval lieten zien. Zo heeft het ene meisje gebeld naar een vriend die verderop woonde, en moest ze tevreden zuchten toen hij in een totaal andere provincie bleek te zitten. Het andere meisje werd zelf onmogelijk snel opgebeld door haar vriend, die nog maar de straat moest in kijken om te zien dat er zich een ramp afspeelde vlakbij zijn lief. En dan was er nog eentje, die die avond naar huis ging, om troost te zoeken in de armen van zijn vriendin, die zelf nog maar recent een oorlogsgebied heeft achtergelaten. Wij keken die avond naar een slagveld, en mogen van geluk spreken dat we het vanop een veilige afstand zagen. En ook dat onze keuzes relatief gemakkelijk zijn, of dat dat tenminste vaak genoeg het geval is.
Dzenita Ferizovic is redactielid bij free.brussels
Op tocht met Bike Experience Brussels, hoe verloopt dat precies?! Free.brussels nam in juni deel aan de after work fietstocht door Jette.Samen met Bike Experience beleef je de unieke kans om begeleid gevaarlijke punten in Brussel op een correcte en veilige manier door te fietsen. Bekijk onze ervaring hieronder!
Dwaalzin is de vrijzinnig humanistische jongerencommunity van deMens.nu. Projecten worden voor en door jongeren van 18 tot 30 jaar georganiseerd, op participatieve wijze. Free.brussels is er daar één van.
We interviewden schepen van mobiliteit van Jette, Nathalie De Swaef, over het belang van Bike Experience. Zij vertelde ons waarom zij het dergelijk initiatief zo belangrijk vindt.
Wist je dat Bike Experience elke eerste woensdag van de maand een afterwork fietstocht organiseert, telkens in een andere gemeente van Brussel?
Wist je dat de volgende twee afterworks doorgaan op 19 juli (@ Théâtre Marni) en 2 augustus (@ Circularium)? Inschrijven kan nog via deze link!
Vrouwenin de Brusselse openbare ruimte, het is een merkwaardig fenomeen. Vrouwen bewegen zich namelijk niet op dezelfde manier als mannen in deze ruimte en zijn klaarblijkelijk meer bezig met waar, wanneer en hoe ze zich erin bewegen.
Het is in Brussel al langer duidelijk dat de openbare ruimte is ingericht voor de noden en behoeften van de (able bodied) man. Daarom lanceerde schepen van stedenbouw en openbare ruimte Ans Persoons in 2022 de oproep “Gender en stedenbouw” met als doel meer gendergevoelige ruimte te creëren in Brussel. Iedereen moet hun plek krijgen in de stad. Het doel van deze projectoproep was het vinden van initiatieven die Brussel een impuls kunnen geven in de richting van een gendergevoelige aanpak van stadsontwikkeling. Verschillende groepen hebben namelijk uiteenlopende noden. Er zijn zes projecten uit voortgevloeid die deze projectoproep in de praktijk hebben omgezet. Toch blijft het onduidelijk wat er nu precies met de uitkomst van deze projecten zal gebeuren.
We trokken naar aanleiding hiervan naar het Sint-Katelijneplein, park Schuitenkaai en het Simone de Beauvoirpark om te kijken hoe gendergevoelig deze plaatsen zijn en hoe vrouwen en iedereen die zich niet als man identificeert zich hier bewegen. Laat ons duidelijk zijn: geen enkel van de deelnemende projecten van de projectoproep zijn op deze locaties uitgewerkt. Toch vielen enkele zaken op. De aanwezigheid van vrouwen was er karig. Wanneer er wel vrouwen aanwezig waren, bleken deze zich op een strategische manier in het park te bewegen. Of laat ons zeggen, rond het park.
We zagen dat vrouwen zich voornamelijk in groepen bevonden en zelden alleen. Wanneer ze toch alleen waren, viel het op dat ze zich aan de uiteinden van het park bevonden of zich druk bezig hielden met hun gsm. Zo gaf een vrouw aan dat ze vaak gestoord wordt in parken: “Veel mensen in parken vertonen problematisch gedrag, ze vallen je lastig”. Mede door deze ervaringen zijn vrouwen zich automatisch veel bewuster van hun omgeving en hoe ze zich erin gedragen. Mannen daarentegen blijken gewoon te kunnen zitten en zijn in het park, zonder de indruk te moeten geven dat ze druk bezig zijn, om te proberen voorkomen dat ze lastiggevallen worden.
We spraken ook met een vrouw die aangaf zich in parken onveilig te voelen wanneer er niemand in de buurt is. Sociale controle was een wederkerend thema dat inspeelt op het veiligheidsgevoel. Vrouwen willen zich veilig voelen in parken, maar doen dit niet altijd. De vrouw in kwestie had haar plaats in het park zorgvuldig uitgekozen. Ze zat in een open ruimte aan het uiteinde van het park, langs een school en langs het Fontainasplein waar veel mensen wandelen. “Als ik hier zit, kan ik rond mij kijken en heb ik het gevoel minder snel lastig gevallen te worden”. Factoren die in dit veiligheidsgevoel meespelen? De aanwezigheid van mensen, de mate waarin je rondom je kan kijken, de aanwezigheid van omliggende scholen, winkels, café’s,de aanwezigheid van stadswachten….
In het Simone de Beauvoirpark is er nagedacht over de indeling van het park. Er zijn sportvelden, speeltuinen en bankjes. Toch hebben deze niet dezelfde indeling als andere parken in Brussel en is het een meer gendergevoelig park. Neem bijvoorbeeld de zitbanken. In de meeste parken zijn dit lange banken, vaak gericht naar het sportveld. In dit park zijn er ook eenpersoons stoeltjes die bijvoorbeeld in een kring geplaatst zijn en zijn de banken niet gericht naar het sportveld zoals op veel plaatsen wel het geval is. Toch was het sportveld drukbevolkt met (tiener)jongens en waren er geen meisjes of vrouwen te bespeuren. Laatstgenoemden zaten op de bankjes in het park. Er wordt vaak vanuit gegaan dat vrouwen en meisjes de behoefte hebben om in parken rustig te kunnen zitten. Al is gebleken uit een van de projecten van stedenbouw en gender, dat ook personen die zich niet identificeren als man behoefte hebben aan speelruimte en ruimte om avontuurlijk te zijn. Vaak wordt gedacht dat vrouwen of meisjes tevreden zijn met bankjes om op te zitten, maar het tegendeel is door onder andere Girls make the city, het project van ZIJkant en Wetopia bewezen.
Openbare toiletten
Ook openbare toiletten zijn een belangrijk aspect van de openbare ruimte. Brussel telt heel wat openbare toiletten. Toch zijn de niet-betalende toiletten, die ook toegankelijk zijn voor vrouwen, in de minderheid. Brussel investeert hier sinds kort wel in en plant jaarlijks 2 rolstoelvriendelijke openbare toiletten extra te plaatsen. Momenteel zijn er 4 aanwezig in de stad, waarvan wij er 2 bezochten. Het toilet aan het Fontainasplein (ingang Simone de Beauvoirpark) en het Putterijplein. De laatstgenoemde was buiten gebruik. Het toilet op het Fontainasplein was wel beschikbaar maar niet bepaald proper. Zo lag de behoefte van een vorige wc-gebruiker nog in het toilet.
Tienermeisjes lieten ons weten de openbare toiletten in Brussel nooit te gebruiken en ook niet te willen gebruiken. “Ze zijn meestal vies”. Aan het Simone de Beauvoirpark troffen we enkele mensen aan die net gebruik hadden gemaakt van de wc. De man in de groep gaf aan dat deze “oké” was. Natuurlijk weten we niet op welke manier hij gebruik heeft gemaakt van het toilet. Wel gaven de vrouwen aan dat als de nood hoog is, en er geen andere optie is, ze de openbare toiletten wel gebruiken. Dit is een antwoord dat we van enkelen kregen. Als het niet dringend is, zullen velen geen gebruik maken van openbare toiletten in Brussel en is betalen om naar een proper toilet te gaan vaak nog de eerste keuze.
Het schaakspel van de Brusselse openbare ruimte blijkt dus nog steeds eentje gedomineerd door mannen, waarbij vrouwen vaak schaakmat gezet worden.
Selma Leurs loopt stage bij Dwaalzin en studeert de Master Gender en Diversiteit
Vandaag verzamelde een menigte van kleurrijke deelnemers, activisten en allies zich aan de Kunstberg van Brussel om de jaarlijkse Pride Parade te vieren. Dit jaar stond in het teken van het thema ‘Protect the Protest’, waarbij de nadruk werd gelegd op het belang van het recht om wereldwijd op te komen voor de rechten van mensen van alle seksuele voorkeuren en genderidentiteiten. Ook Free.Brussels was erbij dit jaar.
Dwaalzin is de vrijzinnig humanistische jongerencommunity van deMens.nu. Projecten worden voor en door jongeren van 18 tot 30 jaar georganiseerd, op participatieve wijze. Free.brussels is er daar één van. Team Dwaalzin was ook aanwezig op de Pride, en legde deelnemers de volgende vraag voor: Als jij één vraag mocht stellen in het parlement, wat zou je vragen? Bekijk de antwoorden hier!
‘Je moet trots zijn als je queer bent, want de wereld zal proberen je naar beneden te halen.’ Het is maar één van de quotes die eerlijk weergeven wat een privilege het is om jezelf te mogen zijn. Het thema van dit jaar ‘Protect the Protest’ was dan ook zorgvuldig gekozen om de aandacht te vestigen op de voortdurende strijd voor lgbtqia+rechten over de hele wereld.
Free.Brussels wil ook de aandacht vestigen op de kracht van de parade om de samenleving te verenigen en te inspireren tot positieve verandering. Het is een viering van trots, vrijheid en gelijkheid die ons eraan herinnert dat we samen kunnen werken aan een wereld waarin iedereen zich geaccepteerd en gerespecteerd voelt, ongeacht wie ze liefhebben of hoe ze zich identificeren. Maar het is niet enkel een gelegenheid om te vieren hoe ver we zijn gekomen in de strijd voor gelijke rechten, het is ook een moment om stil te staan bij het werk dat nog moet worden verricht. De parade is een uitnodiging aan iedereen om zich bij de beweging aan te sluiten en een wereld te creëren waarin iedereen vrij kan zijn om zichzelf te zijn.
Benieuwd naar meer quotes en weelderige outfits? Bekijk bovenstaande video.
Katja Urnaut is stagiair journalistiek bij Dwaalzin.
Met de Actiegroep Klimaat van Dwaalzin Brussel willen we duurzame Brusselse initiatieven in de kijker zetten die werken met lokale en seizoensgebonden producten. We gingen deze week op bezoek bij de zelfplukboerderij CourJette.
Dwaalzin is de vrijzinnig humanistische jongerencommunity van deMens.nu. Projecten worden voor en door jongeren van 18 tot 30 jaar georganiseerd, op participatieve wijze. Free.brussels en de Actiegroep Klimaat zijn twee van onze projecten. Benieuwd naar de rest? Neem zeker eens een kijkje op onze website!
CourJette is een van de vele organisaties van Atelier Groot Eiland. Groot Eiland is een organisatie, gevestigd in Molenbeek, die sociaal engagement combineert met duurzaamheid. Ze hebben verschillende projecten verspreid doorheen heel Brussel. Van verschillende restaurants zoals BelMundo tot een duurzame broodjeszaak, BelO.
Met CourJette hebben ze een project gecreëerd gebaseerd op duurzame landbouw. Iedereen kan zich inschrijven om lid te worden van de zelfplukboerderij door een jaarlijkse bijdrage te doen, zodat zij als organisatie een stabiele economische situatie hebben om op te bouwen. In ruil daarvoor kan men een heel jaar lang groenten, fruit en kruiden komen plukken in de tuinen in Jette. Momenteel zijn er zo’n 200 gezinnen die het hele jaar door kunnen genieten van de verse producten die daar te oogsten zijn. In totaal zijn er doorheen het hele jaar meer dan 60 verschillende soorten groenten en fruit en meer dan 100 verschillende variëteiten.
Biodiversiteit is dan ook iets dat CourJette hoog in het vaandel draagt. Ze baseren zich bij CourJette namelijk op verschillende principes die gebonden zijn aan het concept van Community Supported Agriculture. Ecologie en duurzaamheid is daar eentje van. Alles wat ze aankopen is biologisch, ze gebruiken geen pesticides en zetten vooral in op biodiversiteit zodat de natuur zichzelf in evenwicht houdt en aan pesticides geen nood is. Ook gebruiken ze een rotatiesysteem waarbij ze verschillende soorten gewassen telkens van plaats veranderen zodat de bodem niet uitgeput geraakt en bepaalde bodemziektes niet de kans krijgen om de gewassen aan te tasten.
Ook solidariteit en vertrouwen zijn belangrijke thema’s binnen de organisatie van CourJette. Iedereen is vrij om te plukken en ze vertrouwen erop dat iedereen oogst wat die nodig heeft en rekening houdt met de andere mensen van de gemeenschap. CourJette voorziet niet alleen heerlijk verse producten voor meer dan 200 gezinnen, maar zorgt ook voor heel wat vrijwillige tewerkstelling voor mensen die om bepaalde redenen verder van de arbeidsmarkt staan. Mensen met een migratieachtergrond, een burn-out, socio-psychische problemen… kunnen bij CourJette terecht om mee te helpen op de boerderij. Ze worden ondersteund op vlak van taal, werkattitude, persoonlijke groei… en stromen dan ook vaak door naar de arbeidsmarkt. CourJette is dus gebaseerd op een nauwe band tussen de boer en de gemeenschap waarbij beide kanten hun steentje bijdragen om aan lokale en biologische landbouw te kunnen doen. Het is niet alleen een ecologisch project, maar ook een sociaal project.
Arwen Willemsis vrijwilliger bij het Dwaalzinproject ‘Actiegroep Klimaat’
Free.brussels ging in gesprek met Hussein Rassim, een bescheiden muzikant met een uniek verhaal. We zagen recent zijn band ‘Jaqâmaz’ aan het werk in Crix Café in Sint-Gillis. Hun muziek zweeft tussen fusion jazz, Arabische mâqam (melodisch systeem uit de traditionele muziek van het Midden-Oosten) en mediterrane vibes. Het was een intiem concert in een huiselijke sfeer. Het lekker eten en de drank zullen er ook voor iets tussen zitten.
Waar beginnen we? Wel, Hussein is geboren in Irak, maar woont nu al 8 jaar in Brussel. Hij draagt zijn roots mee in zijn muziek, dat hoor je en zie je ook aan zijn belangrijkste instrument, namelijk de oed. We gaan terug naar 2008, wanneer Hussein verhuisde naar Beiroet omdat hij Al Qaida wou ontvluchten tijdens de burgeroorlog in Diyala, zijn geboorteplaats. Op zijn 16e leerde hij er keyboard spelen en dat was meteen ook de eerste aanraking met een écht instrument. Na een jaar moest hij terug naar Irak, waar hij de enige muzikant in het dorp leerde kennen. Deze vriendschap inspireerde hem om de oedgitaar volledig onder de knie te willen krijgen. Niet alleen op technisch vlak, maar vooral de emotionele beleving van het instrument trad naar de voorgrond voor hem. Hij nam daarna een risicovolle beslissing om klassieke muziek te studeren in de grootstad. “Ga niet naar Bagdad want daar is het niet veilig”, zeiden zijn vrienden. Maar Hussein antwoordde hen: “dat valt wel mee, alleen wat bombardementen”. En zo volgden er uiteindelijk toch vele concerten met zijn toenmalige band Solo Bagdad gedurende zijn studententijd.
Helaas werd de crisis in Irak onhoudbaar. In 2015 vluchtte Hussein naar Europa en deed meer dan 5000 km in enkel 12 dagen: “ik moest mensensmokkelaars betalen, ik sliep buiten in de kou, ik wandelde, vloog en nam de boot. Als vluchteling word je gedwongen om slim te zijn”. Al snel kwam België (en specifiek Brussel) in het vizier van Hussein door een gesprek met een Amerikaanse vriend, die zei “vergeet Finland, daar krijg je geen kans op erkenning als vluchteling”. Volgens diezelfde vriend zou het in Brussel beter moeten lukken, maar ook het leven als muzikant zou er veel te bieden hebben.
“Die belofte werd waarheid”, vertelt Hussein ons, want hij kreeg de papieren en werd in Brussel verliefd op jazz: “ik had nog nooit jazzmuziek gehoord, in Irak kwam dit niet op tv of op de radio. Net zoals rock en pop trouwens”. Brussel werd het startpunt voor een nieuwe muzikale wending: “ik besefte dat jazz me nog meer leerde om te improviseren en open-minded zijn. Ik wou uit die klassieke omgeving breken.” Hussein raakte geïnspireerd door Belgisch saxofonist Manuel Hermia en leerde hier ook zijn huidige (Franse) vrouw Juliette kennen, nu steengoede celliste in zijn band. Als koppel spelen ze samen in hun folkband Nawaris en in Jaqâmaz. Deze laatste band, waar trouwens muzikanten met de meest uiteenlopende achtergronden in musiceren, was zopas ook artist in residence in Pianofabriek. Hun album zal binnenkort uitkomen.
Hussein trad met zijn projecten al op in zalen als Muziekpubliek en Botanique: “voor covid speelden we veel in Brussel, nu mogen we ook optreden in Vlaanderen en Wallonië”. In Husseins jongste project ‘Wij’ gaat hij zelfs aan de slag om Vlaamse liedjes te transformeren naar Arabische en Afrikaanse muziek. Daarnaast geeft hij oedlessen op verschillende locaties. Eén goede tip van Hussein? Wees een moedige muzikant én mens.
Wist je trouwens dat er een documentaire is gemaakt over de reis van Hussein naar Europa? Bekijk de teaser hieronder. Via deze weg kan je ook alle projecten van Hussein volgen of zijn muziek kopen.
Sinds 2014 is PermaFungi een groei-omgeving voor oesterzwammen en een duurzame werkplek voor jonge Brusselaars. Koffiegruis is hun basis om jaarlijks 1 ton verse oesterzwammen op te kweken. En koffie, dat is met hopen aanwezig in een grote stad als Brussel! De kelder van Tour&Taxis bleek de meest stabiele plek (i.f.v. de temperatuur en luchtvochtigheid) voor deze circulaire kwekerij, die meer dan alleen voeding produceert. Hieronder lees én zie je meer.
Oesterzwammen worden gekweekt op basis van een substraat: een mengsel van koffiegruis, stro, water en graanbroed. Dat laatste is een soort wortelschimmel. Je kan je voorstellen dat we ons even in een filmscene van The Last Of Us waanden! Op het einde van de keten, na de oogst, blijft er ‘champost’ over. Een dankbaar mengsel dat kan dienen als biologische meststof en zovéél meer. Alles weten? Bekijk hieronder deel 3 over PermaFungi’s laatste innovatieve projecten.
Na lange periodes van research mogen ze dit jaar het Belgisch paviljoen op de Architectuur Biënnale van Venetië bouwen met hun bio-afbreekbare isolatiepanelen. Zo wil PermaFungi antwoord bieden op de vraag in de bouwsector om beter te gaan isoleren. Dit kan dus wel degelijk op een circulaire manier. Hun champost zetten ze nu zelfs in voor hun project ‘LumiFungi’, om design-lampenkappen te bouwen. Trendy en bio-afbreekbaar, dat is de toekomst.
En, what’s next? Ten eerste wil PermaFungi hun werkplek openstellen voor educatieve doelen: kinderen en volwassenen uitnodigen om bij te leren over hun aanpak. Check hun website voor meer info hierover. Daarnaast willen ze op grote schaal gaan produceren, om meer isolatiepanelen en ook hun bio-afbreekbaar verpakkingsmateriaal (i.p.v. piepschuim) de wereld in te sturen. Circulair ondernemen in Brussel zal in de toekomst niet meer weg te denken zijn.